1/43
Looks like no tags are added yet.
regulaties op 2 niveaus (prokaryoot)
enzym regulatie
direct
feedback inhibitie
Transcriptie, expressie van genen
operon model
trp-operon (prokaryoot)
operon
bevat meerdere genen
alle genen zijn betrokken bij dezelfde metabole pathway
een lang mRNA
meerdere open leesramen
wanneer tryptofaan aanwezig is (prokaryoot)
repressor bindt aan tryptofaan (co-repressor)
repressor is actief en bindt aan de operator
RNA-polymerase wordt geblokkeerd
geen transcriptie van het trp-operon
geen synthese va tryptofaan
wanneer tryptofaan afwezig is (prokaryoot)
dan is de repressor inactief
lac-operon (prokaryoot)
bacterie gebuikt het liefst glucose maar ander lactose
lactose metabole pathway alleen als:
lactose aanwezig
glucose afwezig
bij afwezigheid van lactose (prokaryoot)
de repressor bindt de operator van het lac-operon
RNA-polymerase geblokkeerd op het lac-operon
geen transciptie
bij aanwezigheid van lactose (prokaryoot)
de represoor bindt allolactose (inducer) en wordt inactief
geen repressor meer op de operator
transcriptie van de genen
bij afwezigheid van (extracellulair) glucose (prokaryoot)
cAMP niveaus hoog
cAMP bindt CRP (cAMP Receptor Protein)
CRP bindt lac-promotor en stimuleert binding van RNA-polymerase
bij aanwezigheid van (extracellulaire) glucose (prokaryoot)
cAMP niveaus laag
cAMP bindt niet meer aan CRP
CRP bindt niet meer aan lac-promotor
geen binding van RNA-polymerase aan lac-promoter
repressible operon (prokaryoot)
Trp-operon
transcriptie wordt geremd door de repressor gebonden aan de co-repressor
inducible operon (prokaryoot)
lactose of lac-operon
transcriptie wordt geinduceerd door de inducer
3 manieren van genregulatie bij eukaryoten
regulatie chromatine structuur
regulatie transcriptie initiatie
Post-transcriptionele regulatie
3 covalente modificaties van histon-staarten (eukaryoten)
Methylatie
fosforylatie
acetatie
opent chromatine structuur → toegangelijk voor transcriptie machinery
covalente modificatie van DNA
covalente modificatie van DNA
Methylatie van vooral cytosine
meestal in genen die niet tot expressie komen
epigenetische overerving
doorgeven van histon- en DNA-modificaties aan dochtercellen
regulatie transcriptie initiatie (eukaryoten)
gen-structuur
transcriptiefactoren
combinatorial control
controle elementen voor transcriptie
promotor
→ binding algemene transcriptiefactoren op RNA-promoter
proximale controle elementen
distale controle elementen (+100bp van promoter)
→ enhancers
wat is er nodig om de transcriptie goed op gang te laten komen?
specifieke transcriptiefactoren
algemene TF’s (eukaryoten)
betrokken bij alle genen
binden aan DNA of eiwitten
niet sterk genoeg voor transcriptie-initiatie
specifieke TF’s (activatoren en repressors)
binden aan distale controle elementen
activatoren binden aan enhancers
enhancer
een DNA sequentie die wordt gebonden door een activator
hoe beïnvloeden sommige TF’s chromatine structuur?
activatoren stimuleren acetylatie
repressors stimuleren de-acetylatie
hoe komen verschillende genen in verschillende cellen tot expressie?
doordat alle genen verschillende sequenties enhancer hebben
welke processen moeten plaatsvinden om een 'mature’ mRNA te maken van het pre-mRNA?
splicing
poly-adenylering
capping
alternatieve splicing
1 gen, 2+ verschillende eiwitten
specifieke splice-varianten in verschillende celtypes
speciefieke splice-varianten in verschillende stadia van ontwikkeling
90% van de menselijke genen wordt alternatief gespliced
post transcirptie regulatie
mRNA afbraak
stabiliteit van mRNA variabel
eiwit
processing
chemische modificaties
suikers, fosfaat, etc
afbraak
halfwaarde tijd eiwitten erg verschillend
gemarkeerd voor afbraak door aanzetten van ubiquitine groep
miRNA
expressie verschilt tussen cellen
miRNA worden verwerkt tot korte RNA streng (21nt) in complex met eiwit
miRNA protein complex
miRNA protein complex met mRNA volledig complementair:
mRNA breekt af
miRNA protein complex met mRNA minder complementair(7-10 nt)
translatie blokkade van mRNA
siRNA
short interfering RNA
ook van buiten cel
virussen
door onderzoeker toegevoegd
Piwi interacting RNA (piRNA)
onder andere regulatie chromatine structuur
long noncoding RNA (lncRNA)
+200 nt
onder andere rol in X-inactivatie
Cytoplasmatische determinanten
van binnen de cel
maternale factoren
inductie
van buiten de cel
signaal transductie
determinatie
celtype is vastgelegd
differentiatie
spier-specifieke eiwitten
blokkeren celcyclus
positieve feedback loop
homeotische genen
reguleren de plaatsing van lichaamsonderdelen
bicoid (maternaal effectgen)
transcriptiefactor
morfogen
bepaald de hoofd-staart as in drosphila
bij mutatie geen hoofd maar 2 staarten
bij de meeste bicoid genen zit de kop
genen betrokken bij kanker
(proto)-oncogenen
Tumor-suppressor genen
(proto)-oncogenen
kanker veroorzakende genen
normale versies → proto-oncogenen
betrokken bij normale celgroei en deling
hoe wordt proto-oncogene → oncogene
translocatie of transpositie
genen verplaats met een plek met nieuwe promoter die veel aanstat
→ veel meer groei simulanten
gen wordt vermeerderd
eer veel meer groei stimulansen
mutatie in het controlende deel van het gen
meer groei stimulanten
mutatie in het gen
het gen product wordt hyperactief of kan niet meer afgebroken worden
inactief stuk chromatine wordt actief gemaakt
meer tot expressie komen
tumor suppressor genen
kanker voorkomende genen
vaak in pathways als DNA-repair en cel adhesie
bij mutatie kan kanker ontwikkelen
oorzaken kanker
erfelijkheid
milieu/omgeving
virussen
verstoren genen host door insertie van viraal DNA in genoom
toevoegen van oncogen
kans
bij elke replicatie en vele cel processen is er kans op mutaties