Graduaat Basisverpleegkunde - Leerpad 1.1: Zorgzaam van start

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/53

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Woordenschat-steekkaarten gebaseerd op het leerpad 'Zorgzaam van start: visie en basiszorg' van het Graduaat Basisverpleegkunde.

Last updated 12:20 PM on 9/26/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

54 Terms

1
New cards

Klinisch redeneren

Het continue proces van gegevensverzameling en analyse gericht op de vragen en problemen van een individu en diens naasten, in relatie tot ziekte en gezondheid.

2
New cards

Verpleegtechniek

Een op punt gestelde werkwijze of procedure die door verschillende personen wordt gehanteerd met als doel de handeling zo efficiënt mogelijk te bereiken.

3
New cards

Integrerende verpleegkunde

Een zorgmodel waarin de totale zorg voor de patiënt als mens centraal staat, met aandacht voor lichamelijke, psychische en sociale behoeften, en waarbij verpleegkundigen verantwoordelijkheid nemen voor toegewezen patiënten.

4
New cards

Taakverpleging

Een zorgmodel waarbij zorgtaken onder verschillende zorgverleners worden verdeeld en elke verpleegkundige slechts een beperkt aantal specifieke taken op een vaste manier uitvoert.

5
New cards

Systematisch Verpleegkundig Handelen (SVH)

Een gestructureerde methode bestaande uit 6 stappen die verpleegkundigen helpt om op een georganiseerde en efficiënte manier patiëntgerichte zorg te verlenen.

6
New cards

Anamnesegesprek

Een gericht en doelgericht gesprek met de zorgvrager bij opname om systematisch informatie en klachten te verzamelen voor het verpleegkundig proces.

7
New cards

Standaardverpleegplan

Een vooraf opgesteld zorgplan met geformaliseerde richtlijnen, doelen en interventies voor een specifieke categorie zorgvragers die een gemeenschappelijke diagnose of ingreep delen.

8
New cards

Homeostase

Het behouden van het evenwicht in het extracellulair milieu (zoals juiste temperatuur, pH, zuurstof- en voedingsstoffenconcentraties) voor een optimale celwerking.

9
New cards

Opbouwstofwisseling

Alle processen in de cel die gericht zijn op het aanmaken van nieuwe cellen voor groei en vervanging van afgestorven cellen via celdeling.

10
New cards

Afbraakstofwisseling

Alle processen in de cel (verbranding van koolhydraten en vetten met zuurstof) die energie en warmte produceren om het lichaam te laten functioneren.

11
New cards

Epitheel

Dekweefsel dat het lichaam aan de buitenkant bedekt en de binnenkant van organen die in contact staan met de buitenwereld bekleedt, zonder dat het eigen bloedvaten bevat.

12
New cards

Dwarsgestreept spierweefsel

Willekeurig spierweefsel dat bewust kan worden aangestuurd, zoals alle skeletspieren, aangezichtsspieren en het diafragma.

13
New cards

Glad spierweefsel

Onwillekeurig spierweefsel dat buiten de wil om contraheert en voorkomt in de wand van holle inwendige organen, bloedvaten en luchtwegen.

14
New cards

Epidermis

De opperhuid; de buitenste laag van de huid bestaande uit dekweefsel, opgebouwd uit lagen cellen zoals de hoornlaag en de kiemlaag, zonder bloedvaten of zenuwen.

15
New cards

Dermis

De lederhuid; de elastische bindweefsellaag onder de epidermis waarin bloedvaatjes, zenuwen, zintuigcellen, zweetklieren en talgklieren lopen.

16
New cards

Subcutis

Het onderhuids bindweefsel; de laag onder de lederhuid die veel vetweefsel bevat, de huid verbindt met onderliggende weefsels en dient als isolatie en energievoorraad.

17
New cards

Melanine

Pigment aangemaakt door melanocyten in de kiemlaag van de opperhuid dat de huid beschermt tegen de schadelijke invloed van uv-stralen.

18
New cards

Vasodilatatie

Het uitzetten van de bloedvaten in de lederhuid om warmte af te geven aan de omgeving wanneer de lichaamstemperatuur te hoog is.

19
New cards

Vasoconstrictie

Het vernauwen van de bloedvaten in de lederhuid om warmte vast te houden in het lichaam wanneer de lichaamstemperatuur daalt.

20
New cards

Cyanose

Blauwe verkleuring van de huid en/of slijmvliezen ten gevolge van een zuurstoftekort in het bloed.

21
New cards

Icterus

Gele verkleuring van de huid en het oogwit, wijzend op leverlijden of een obstructie van de galwegen.

22
New cards

Erytheem

Roodheid van de huid die wordt veroorzaakt door vasodilatatie en die verdwijnt wanneer er druk op wordt uitgeoefend.

23
New cards

Oedeem

Onderhuidse vochtophoping waarbij de huid strak staat en blinkt, en waar men putjes in kan duwen.

24
New cards

Flebitis

Ontsteking van een ader, meestal in de onderbenen, waarbij de ader rood ziet, warm aanvoelt en hard is.

25
New cards

Hematoom

Een blauwe vlek veroorzaakt door een onderhuidse bloeding door beschadiging van een groter bloedvat.

26
New cards

Resorptiekoorts

Koorts die optreedt als reactie van het lichaam op weefselbeschadiging, zoals na een chirurgische ingreep.

27
New cards

Hypothermie

Onderkoeling waarbij de kerntemperatuur van het lichaam lager is dan 35∘C35^\circ\text{C}.

28
New cards

Hyperthermie

Een ongecontroleerde stijging van de lichaamstemperatuur waarbij het thermoregulatiecentrum het warmte-evenwicht niet meer kan bewaren.

29
New cards

Periost

Het beenvlies; het bindweefselvlies aan de buitenkant van botten waarin zenuwen en bloedvaten lopen die het bot van voedingsstoffen en zuurstof voorzien.

30
New cards

Articulatio

Een gewricht; een beweeglijke verbinding tussen twee of meer botstukken, omgeven door een gewrichtskapsel en bedekt met gewrichtskraakbeen.

31
New cards

Ligament

Een gewrichtsband; een stevige band van bindweefsel die over een gewrichtskapsel loopt om de botstukken bij elkaar te houden en steun te bieden.

32
New cards

Bursa

Een slijmbeurs; een zakje gevuld met vocht dat tussen pezen, spieren en botten of huid ligt om wrijving te verminderen.

33
New cards

Discus intervertebralis

De tussenwervelschijf; een schijf van vezelig kraakbeen met een geleiachtige kern (nucleus pulposus) tussen de wervellichamen die schokken opvangt.

34
New cards

Erysipelas

Wondroos; een bacteriële huidinfectie gekenmerkt door een vuurrode, warme, uitbreidende vlek met zwelling, vaak gepaard gaand met koorts.

35
New cards

Skin tear

Een traumatische wonde waarbij de epidermis loskomt van de dermis (of dermis van de subcutis) door mechanische krachten of verwijdering van kleefpleisters.

36
New cards

Decubitus

Een doorligwonde; een beschadiging van de huid en/of onderliggend weefsel ten gevolge van langdurige druk of druk in combinatie met schuifkrachten.

37
New cards

Ischemie

Een lokaal tekort aan zuurstof en bloedtoevoer in een weefsel veroorzaakt door belemmering of samendrukken van bloedvaten.

38
New cards

Necrose

Het afsterven van weefsel of cellen ten gevolge van langdurig zuurstofgebrek of beschadiging.

39
New cards

Incontinentie-geassocieerde dermatitis (IAD)

Een vocht-geassocieerd huidletsel veroorzaakt door de inwerking van urine en/of stoelgang op de huid, gekenmerkt door een oppervlakkige, glanzende, paarsrode ontsteking met onregelmatige randen.

40
New cards

Intertrigo

Een vocht-geassocieerd huidletsel in huidplooien veroorzaakt door opgesloten transpiratievocht, gekenmerkt door roodheid en verweking van de huid.

41
New cards

Reinigen

Het mechanisch verwijderen van zichtbaar vuil en een deel van de micro-organismen met water en een reinigingsmiddel.

42
New cards

Ontsmetten

Het gedeeltelijk doden of reduceren van micro-organismen tot een niveau waarop ze meestal geen infectie meer kunnen veroorzaken.

43
New cards

Steriliseren

Een proces waarbij alle aanwezige micro-organismen (inclusief sporen) op materialen volledig worden gedood.

44
New cards

Transiënte huidflora

Tijdelijke micro-organismen die door contact op de huid terechtkomen, kort overleven en de belangrijkste oorzaak zijn van overdracht en kruisinfecties.

45
New cards

Residente huidflora

Blijvende micro-organismen die permanent op en in de huid wonen, zich daar vermenigvuldigen en de huid beschermen tegen ziekteverwekkers.

46
New cards

Beroepsgeheim

De wettelijke verplichting tot geheimhouding van alle vertrouwelijke informatie en waarnemingen die iemand uit hoofde van zijn beroep of functie te weten komt.

47
New cards

Gedeeld beroepsgeheim

Het uitwisselen van noodzakelijke vertrouwelijke patiëntinformatie tussen zorgverleners die rechtstreeks betrokken zijn bij dezelfde zorgvrager en behandeling.

48
New cards

Acceptatie

Een grondhouding volgens Carl Rogers waarbij de zorgverlener de zorgvrager laat zijn wie hij is met diens gevoelens en ideeën, zonder voorwaarden of oordeel.

49
New cards

Empathie

Het vermogen om zich in te leven in de situatie en het gevoelsleven van de ander en de wereld door de ogen van de zorgvrager te zien, met behoud van professionele afstand.

50
New cards

Echtheid

Een grondhouding volgens Rogers waarbij de zorgverlener oprecht is en waarbij de verwoorde boodschap en non-verbale houding overeenstemmen, in evenwicht tussen het echte-ik en de professionele rol.

51
New cards

Cultuursensitief verplegen

Het verlenen van persoonsgerichte zorg waarbij open communicatie en nieuwsgierigheid centraal staan, en rekening wordt gehouden met de unieke achtergrond en leefwereld van elke zorgvrager.

52
New cards

Proportionaliteitsbeginsel

Het ethische beginsel waarbij men bij een conflict tussen waarden de keuze verantwoordt door af te wegen welke waarde in de specifieke situatie het zwaarst weegt.

53
New cards
<p>Soorten weefsel</p>

Soorten weefsel

De overzichtelijke indeling van de menselijke weefsels in vier hoofdgroepen: dekweefsel, bindweefsel, spierweefsel en zenuwweefsel, met hun respectievelijke subgroepen.

54
New cards
<p>Soorten gewrichten</p>

Soorten gewrichten

De indeling van beweeglijke botverbindingen op basis van vorm en bewegingsmogelijkheden: rolgewricht, eigewricht, scharniergewricht, zadelgewricht en kogelgewricht.