1/222
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
también
ook
y
en
igualmente
op dezelfde manier
además
bovendien
tampoco
ook niet
aparte de esto
en dan nog iets
ni siquiera
zelfs
la una ... la otra / el uno ... el otro
de een ... de ander
alguno.... otro
sommigen ... anderen
por un lado
enerzijds
primero ... segundo...
ten eerste.... ten tweede
por lo tanto
dus
efectivamente
inderdaad
a fin de cuentas
tenslotte
así que
dus
en breve
kortom
el objetivo
het doel
para que
zodat
para + hele werkwoord
om te + hele werkwoord
por eso
daarom
por qué
waarom
porque
omdat
por lo tanto
daarom
ahora
nu, vandaag de dag
primero
als eerste
hoy en día
tegenwoordig, vandaag de dag
desde
sinds
desde entonces
sindsdien
después
nadat
aún
nog steeds
antes
vroeger
aunque
hoewel
es cierto
zeker
por otro lado
daarentegen, aan de andere kant
pero
maar
sino
maar juist (na ontkenning)
en realidad
in werkelijkheid
no obstante
echter
mientras
terwijl
en cambio
daarentegen
por el contrario, al contrario
daarentegen
sin embargo
echter
en vez de
in plaats van
pese
niettegenstaande
así
zo
por ejemplo
bijvoorbeeld
incluso
En ook, wat er ook bij komt kijken is
¿Para qué sirve?
waartoe dient
el párrafo
de alinea
el artículo
het artikel
esta carta al director
deze ingezonden brief
introducir
introduceren, voor het eerst noemen
llamar la atención sobre
de aandacht vestigen op
señalar
signaleren, wijzen op
explicar
uitleggen
preguntarse
zich afvragen
subrayar
onderstrepen
estimular
stimuleren, aanmoedigen
abogar
pleiten voor
destacar
scherp doen uitkomen
poner en duda
in twijfel trekken
relativizar
relativeren, afzwakken
matizar
nuanceren, relativeren
criticar
kritiek hebben op
rebatir
weerleggen
¿Cómo se relacionan las líneas ... con las líneas ...?
Hoe verhouden de zinnen .... zich tot de zinnen...?
¿Qué hace el autor en el párrafo 1?
Wat doet de schrijver in alinea 1?
aclara
verklaart
compara
vergelijkt
ilustra
illustreert
apoya
ondersteunt
concretiza
Concretiseert
relativiza
zwakt af
¿Qué es el párrafo.. ?
Wat is alinea ...?
¿ Qué contienen las líneas...?
Wat bevatten de regels...?
una comparación
een vergelijking
una introducción
een introductie
un ejemplo
een voorbeeld
una ilustración
een voorbeeld
un resumen
een samenvatting
una relativización
een afzwakking
unas sugerencias
een suggestie, een voorstel
una aclaración
een verklaring, een uitleg
¿ Qué tono tiene...?
Op welke toon...?
desilusionado
teleurgesteld
insultante
beledigend
enfadado
boos
resignado
berustend
combativo
strijdlustig
avergonzado
beschaamd
asombrado
verbaasd
humorístico
humoristisch, grappig
orgullosa
trots
¿ Qué expresa X en ... ?
Wat drukt X uit in...?
¿ Qué sentimiento predomina en...?
Welk gevoel spreekt met name uit...?
desaprobación
afkeuring
menosprecio, desprecio
minachting
rechazo
afkeer van
asco
walging
vergüenza
schaamte