1/162
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
respetar
(tr) eerbiedigen, respecteren
tener mucho carácter
een sterk karakter hebben
dar asco
afkeer inboezemen, afkeer voelen
no soportar
(tr) niet kunnen uitstaan
estar apurado
gehaast zijn
observar
(tr) gadeslaan, observeren, toezien, waarnemen, (tr) opmerken, zeggen
medir
(tr) meten, opmeten
comparar
(tr) vergelijken
conocer
(tr) kennen, weten, (tr) iemand leren kennen
darse cuenta
zich iets realiseren, zich rekenschap geven
recordar
(tr) herinneren, doen denkenn aan, memoriseren, onthouden,
acordar
(se de) terugdenken, zich herinneren, (tr) besluiten, overeenkomen
pensar
(tr) denken, nadenken
imaginar
(se) zich inbeelden
parecer
(intr) lijken, schijnen, (-se a) op elkaar lijken, op iets lijken
ocurrírsele algo (a alguien)
(intr se) iets bedenken, idee
suponer
(tr) aannemen, veronderstellen
informar
(se) zich informeren, (tr) informeren, meedelen, melden, verwittigen
equivocar
(se) zich vergissen, in de war geraken
olvidar
(tr) vergeten, (se de) vergeten
soñar
(intr con) dromen
soñar despierto
(intr) dagdromen
tener un sueño
dromen, een droom hebben
elegir
(tr) verkiezen, (tr) kiezen, uitkiezen
escoger
(tr) kiezen, uitkiezen
seleccionar
(tr) kiezen, uitkiezen, (tr) selecteren, aanklikken
dudar
(tr, intr de) betwijfelen, niet vertrouwen, twijfelen
esperar
(tr) afwachten, wachten, (tr) hopen, verwachten, vooruitzien
subrayar
(tr) benadrukken, onderstrepen
observar
(tr) opmerken, zeggen, (tr) gadeslaan, observeren, toezien, waarnemen
comunicar
(tr) berichten, communiceren, mededelen, meedelen, (intr) bellen, in gesprek zijn
informar
(tr) informeren, meedelen, melden, verwittigen, (-se) zich informeren
explicar
(tr) uitleggen, verhelderen, verklaren
enseñar
(tr) tonen, (tr) leren, onderwijzen, tentoonstellen
llamar la atención
(tr sobre) aandacht vestigen op
discutir
(tr) praten over, bespreken, (intr) discussiëren, tegenspreken
contar
(tr) vertellen, (intr con) rekenen op, (intr con) hebben, beschikken over, (tr) tellen
relacionar
(tr) vertellen, (-se) zich verhouden, (tr) verenigen, verbinden
gritar
(intr) gillen, roepen, schreeuwen, (intr) brullen
felicitar
(tr) feliciteren, gelukwensen
charlar
(intr) babbelen, kletsen
discutir
(intr) discussiëren, tegenspreken, (tr) praten over, bespreken
ordenar
(tr) bevelen, gelasten, verordenen, (tr) sorteren, op orde brengen
solicitar
(tr) verzoeken, vragen, (tr) solliciteren voor een job
redactar
(tr) opstellen
marcar
(tr) aanduiden, aangeven, markeren, (tr) scoren
insertar
(tr) inlassen, invoegen
odiar
(tr) haten
preguntar
(se) zich afvragen, (tr) vragen
comprender
(tr) begrijpen, beseffen, verstaan
entender
(tr) begrijpen, beseffen, snappen, verstaan, (tr) begrip voelen
creer
(tr) geloven, (intr en) gelovig zijn
aprender
(-a +inf) leren
adivinar
(tr) gissen, raden, voorspellen
cometer un error
zich vergissen, een fout maken
tomar
(tr) nemen, kiezen, (tr) drinken, consumeren, (tr) pakken, vastpakken, doen
tomar conciencia
bewust worden van iets
pasar
(se) overdrijven, (intr) gebeuren, (intr) overgaan, verlopen, voorbijgaan, (tr) pas geven, passen, (tr) tijd doorbrengen
decir
(tr) zeggen
repetir
(tr) herhalen, nazeggen, (tr) blijven zitten
cantar
(tr) zingen, (intr) fluiten, kraaien, (intr) verraden, bekennen
hablar
(tr, intr)) praten, spreken
preguntar
(tr) vragen, (-se) zich afvragen
consultar
(tr) consulteren, raadplegen
contestar
(tr) antwoorden, beantwoorden
responder
(tr) antwoorden, beantwoorden
pedir
(tr) verzoeken, vragen, (tr) bestellen
llamar
(tr) noemen, roepen, (-se) heten, (intr) aanbellen, (tr) bellen, opbellen
escribir
(tr) schrijven
firmar
(tr) (contract) aangaan, ondertekenen, tekenen
tener mala letra
een lelijk geschrift hebben
tener buena letra
een mooi geschrift hebben
leer
(tr) bladeren, doorbladeren, (tr) lezen
estar bien educado
goed opgevoed zijn
tener buenos modales
goede manieren hebben
adorar
(tr) aanbidden, veel houden van
detestar
(tr) verafschuwen, verfoeien
no tener educación
geen opvoeding hebben, onbeleefd zijn
aprovechar
(se de) misbruik maken, (tr) gebruiken, profiteren
quedarse quieto
stilstaan
aguantar
(-se) zich beheersen, (tr) uithouden, verdragen, verduren, (tr) ondersteunen
estresar
(tr) stresseren
plantear
(tr) aan de orde stellen, naar voren brengen, voorstellen
reflexionar
(tr) nadenken
verlo claro
iets helder zien
comprobar
(tr) constateren, controleren, vaststellen
fijar
(se) aandacht geven, (tr) bepalen, vastmaken, vastplakken
aforar
(tr) kalibreren, ijken, keuren
concluir
(tr) afleiden, besluiten, concluderen, (intr) eindigen
barajar
(tr) overwegen, (tr) kaarten schudden
considerar
(tr) afwegen, beschouwen, overwegen
deducir
(tr) afleiden, aftrekken, deduceren, inhouden
analizar
(tr) analyseren, ontleden
basar
(se) zich baseren op, (se) gebaseerd zijn op, (tr) baseren, onderbouwen
desenredar
(tr) ontwarren
enfocar
(tr) belichten, beschouwen, richten
generalizar
(tr) generaliseren, veralgemenen
inspeccionar
(tr) fouilleren, inspecteren
interpretar
(tr) interpreteren, begrijpen, (tr) vertolken, filmrol spelen, lied zingen, (tr) tolken
razonar
(tr) argumenteren, redeneren