17 verbos (1, 2, 3)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/162

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:45 PM on 10/9/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

163 Terms

1
New cards

respetar

(tr) eerbiedigen, respecteren

2
New cards

tener mucho carácter

een sterk karakter hebben

3
New cards

dar asco

afkeer inboezemen, afkeer voelen

4
New cards

no soportar

(tr) niet kunnen uitstaan

5
New cards

estar apurado

gehaast zijn

6
New cards

observar

(tr) gadeslaan, observeren, toezien, waarnemen, (tr) opmerken, zeggen

7
New cards

medir

(tr) meten, opmeten

8
New cards

comparar

(tr) vergelijken

9
New cards

conocer

(tr) kennen, weten, (tr) iemand leren kennen

10
New cards

darse cuenta

zich iets realiseren, zich rekenschap geven

11
New cards

recordar

(tr) herinneren, doen denkenn aan, memoriseren, onthouden,

12
New cards

acordar

(se de) terugdenken, zich herinneren, (tr) besluiten, overeenkomen

13
New cards

pensar

(tr) denken, nadenken

14
New cards

imaginar

(se) zich inbeelden

15
New cards

parecer

(intr) lijken, schijnen, (-se a) op elkaar lijken, op iets lijken

16
New cards

ocurrírsele algo (a alguien)

(intr se) iets bedenken, idee

17
New cards

suponer

(tr) aannemen, veronderstellen

18
New cards

informar

(se) zich informeren, (tr) informeren, meedelen, melden, verwittigen

19
New cards

equivocar

(se) zich vergissen, in de war geraken

20
New cards

olvidar

(tr) vergeten, (se de) vergeten

21
New cards

soñar

(intr con) dromen

22
New cards

soñar despierto

(intr) dagdromen

23
New cards

tener un sueño

dromen, een droom hebben

24
New cards

elegir

(tr) verkiezen, (tr) kiezen, uitkiezen

25
New cards

escoger

(tr) kiezen, uitkiezen

26
New cards

seleccionar

(tr) kiezen, uitkiezen, (tr) selecteren, aanklikken

27
New cards

dudar

(tr, intr de) betwijfelen, niet vertrouwen, twijfelen

28
New cards

esperar

(tr) afwachten, wachten, (tr) hopen, verwachten, vooruitzien

29
New cards

subrayar

(tr) benadrukken, onderstrepen

30
New cards

observar

(tr) opmerken, zeggen, (tr) gadeslaan, observeren, toezien, waarnemen

31
New cards

comunicar

(tr) berichten, communiceren, mededelen, meedelen, (intr) bellen, in gesprek zijn

32
New cards

informar

(tr) informeren, meedelen, melden, verwittigen, (-se) zich informeren

33
New cards

explicar

(tr) uitleggen, verhelderen, verklaren

34
New cards

enseñar

(tr) tonen, (tr) leren, onderwijzen, tentoonstellen

35
New cards

llamar la atención

(tr sobre) aandacht vestigen op

36
New cards

discutir

(tr) praten over, bespreken, (intr) discussiëren, tegenspreken

37
New cards

contar

(tr) vertellen, (intr con) rekenen op, (intr con) hebben, beschikken over, (tr) tellen

38
New cards

relacionar

(tr) vertellen, (-se) zich verhouden, (tr) verenigen, verbinden

39
New cards

gritar

(intr) gillen, roepen, schreeuwen, (intr) brullen

40
New cards

felicitar

(tr) feliciteren, gelukwensen

41
New cards

charlar

(intr) babbelen, kletsen

42
New cards

discutir

(intr) discussiëren, tegenspreken, (tr) praten over, bespreken

43
New cards

ordenar

(tr) bevelen, gelasten, verordenen, (tr) sorteren, op orde brengen

44
New cards

solicitar

(tr) verzoeken, vragen, (tr) solliciteren voor een job

45
New cards

redactar

(tr) opstellen

46
New cards

marcar

(tr) aanduiden, aangeven, markeren, (tr) scoren

47
New cards

insertar

(tr) inlassen, invoegen

48
New cards

odiar

(tr) haten

49
New cards

preguntar

(se) zich afvragen, (tr) vragen

50
New cards

comprender

(tr) begrijpen, beseffen, verstaan

51
New cards

entender

(tr) begrijpen, beseffen, snappen, verstaan, (tr) begrip voelen

52
New cards

creer

(tr) geloven, (intr en) gelovig zijn

53
New cards

aprender

(-a +inf) leren

54
New cards

adivinar

(tr) gissen, raden, voorspellen

55
New cards

cometer un error

zich vergissen, een fout maken

56
New cards

tomar

(tr) nemen, kiezen, (tr) drinken, consumeren, (tr) pakken, vastpakken, doen

57
New cards

tomar conciencia

bewust worden van iets

58
New cards

pasar

(se) overdrijven, (intr) gebeuren, (intr) overgaan, verlopen, voorbijgaan, (tr) pas geven, passen, (tr) tijd doorbrengen

59
New cards

decir

(tr) zeggen

60
New cards

repetir

(tr) herhalen, nazeggen, (tr) blijven zitten

61
New cards

cantar

(tr) zingen, (intr) fluiten, kraaien, (intr) verraden, bekennen

62
New cards

hablar

(tr, intr)) praten, spreken

63
New cards

preguntar

(tr) vragen, (-se) zich afvragen

64
New cards

consultar

(tr) consulteren, raadplegen

65
New cards

contestar

(tr) antwoorden, beantwoorden

66
New cards

responder

(tr) antwoorden, beantwoorden

67
New cards

pedir

(tr) verzoeken, vragen, (tr) bestellen

68
New cards

llamar

(tr) noemen, roepen, (-se) heten, (intr) aanbellen, (tr) bellen, opbellen

69
New cards

escribir

(tr) schrijven

70
New cards

firmar

(tr) (contract) aangaan, ondertekenen, tekenen

71
New cards

tener mala letra

een lelijk geschrift hebben

72
New cards

tener buena letra

een mooi geschrift hebben

73
New cards

leer

(tr) bladeren, doorbladeren, (tr) lezen

74
New cards

estar bien educado

goed opgevoed zijn

75
New cards

tener buenos modales

goede manieren hebben

76
New cards

adorar

(tr) aanbidden, veel houden van

77
New cards

detestar

(tr) verafschuwen, verfoeien

78
New cards

no tener educación

geen opvoeding hebben, onbeleefd zijn

79
New cards

aprovechar

(se de) misbruik maken, (tr) gebruiken, profiteren

80
New cards

quedarse quieto

stilstaan

81
New cards

aguantar

(-se) zich beheersen, (tr) uithouden, verdragen, verduren, (tr) ondersteunen

82
New cards

estresar

(tr) stresseren

83
New cards

plantear

(tr) aan de orde stellen, naar voren brengen, voorstellen

84
New cards

reflexionar

(tr) nadenken

85
New cards

verlo claro

iets helder zien

86
New cards

comprobar

(tr) constateren, controleren, vaststellen

87
New cards

fijar

(se) aandacht geven, (tr) bepalen, vastmaken, vastplakken

88
New cards

aforar

(tr) kalibreren, ijken, keuren

89
New cards

concluir

(tr) afleiden, besluiten, concluderen, (intr) eindigen

90
New cards

barajar

(tr) overwegen, (tr) kaarten schudden

91
New cards

considerar

(tr) afwegen, beschouwen, overwegen

92
New cards

deducir

(tr) afleiden, aftrekken, deduceren, inhouden

93
New cards

analizar

(tr) analyseren, ontleden

94
New cards

basar

(se) zich baseren op, (se) gebaseerd zijn op, (tr) baseren, onderbouwen

95
New cards

desenredar

(tr) ontwarren

96
New cards

enfocar

(tr) belichten, beschouwen, richten

97
New cards

generalizar

(tr) generaliseren, veralgemenen

98
New cards

inspeccionar

(tr) fouilleren, inspecteren

99
New cards

interpretar

(tr) interpreteren, begrijpen, (tr) vertolken, filmrol spelen, lied zingen, (tr) tolken

100
New cards

razonar

(tr) argumenteren, redeneren