personality psychology theme 2

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/56

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:55 PM on 10/13/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

57 Terms

1
New cards

Behaviorisme

Persoonlijkheid en gedrag worden verklaard vanuit leerervaringen en omgevingsinvloeden, niet vanuit innerlijke structuren.

2
New cards

Waarom voeren behavioristen bij voorkeur hun onderzoeken uit in streng gecontroleerde laboratoriumomgevingen, vaak met dieren?

Ze geloven dat de wetten van het leren universeel zijn en voor zowel mensen als dieren gelden

In een laboratorium omgevingsvariabelen perfect gemanipuleerd en gemeten kunnen worden

3
New cards

Determinisme

Het geloof dat er geen toeval bestaat en dat alles wat mensen doen een specifieke reden heeft

4
New cards

Situationele specificiteit

Gedrag kan sterk verschillen per situatie omdat de omgeving gedrag veroorzaakt.

5
New cards

Simple Systems Strategy

Eenvoudige organismen onder gecontroleerde omstandigheden bestuderen om complexe menselijke processen te begrijpen.

6
New cards

Adaptieve vs. maladaptieve respons

Adaptief = een passende reactie.

Maladaptief = een ongunstige aangeleerde reactie die problemen veroorzaakt.

7
New cards

Klassieke conditionering

Een neutrale stimulus lokt een reactie uit door herhaalde koppeling aan een stimulus die dat van nature doet.

8
New cards

Vereisten voor klassieke conditionering

Organisme moet al reflexmatig reageren op een stimulus (reactie moet betrouwbaar en automatisch optreden als de stimulus zich voordoet)

Reflex-opwekkende stimulus moet in tijd en ruimte geassocieerd worden met een andere, neutrale stimulus

9
New cards

Reflex

Een bestaande, automatische verbinding tussen een stimulus en een reactie

10
New cards

Neutrale stimulus (NS)

Stimulus die aanvankelijk geen specifieke, sterke of relevante reflexmatige reactie oproept bij het organisme

11
New cards

US en UR (Klassieke conditionering)

US lokt automatisch een reactie uit

UR is de natuurlijke, automatische reactie daarop.

12
New cards

CS en CR (Klassieke conditionering)

CS is de voorheen neutrale stimulus na koppeling

CR is de aangeleerde reactie daarop.

13
New cards

Hoe transformeert een neutrale stimulus in een geconditioneerde stimulus?

Door neutrale stimulus herhaaldelijk aan te bieden vlak voor of tijdens de presentatie van de ongeconditioneerde stimulus, waardoor een associatieve link ontstaat

14
New cards

Generalisatie

De geconditioneerde respons treedt ook op bij prikkels die lijken op de geconditioneerde stimulus.

15
New cards

Discriminatie

Het organisme leert het verschil tussen prikkels wanneer alleen specifieke prikkels worden gevolgd door de US.

16
New cards

Extinctie / Uitdoving

De geconditioneerde respons zwakt af wanneer de CS herhaaldelijk wordt aangeboden zonder de US.

17
New cards

Sponaneous recovery

Na een periode van rust treedt de uitgedoofde geconditioneerde respons weer op als de geconditioneerde stimulus wordt waargenomen

Reactie is minder sterk

18
New cards

Emotionele conditionering

Klassieke conditionering waarbij de geconditioneerde reacties emotionele reacties zijn

19
New cards

Aversieve conditionering

Een negatieve associatie wordt gevormd om ongewenst gedrag te verminderen

20
New cards

Little Albert (Watson & Rayner)

Experiment dat aantoonde dat menselijke angst (fobieën) via klassieke conditionering kan worden aangeleerd.

21
New cards

4 dingen die onderzocht werden in experiment van Little Albert

  1. Kan angst voor een dier worden geconditioneerd?

  2. Kan deze geconditioneerde respons worden overgedragen?

  3. Wat is het effect van tijd op een geconditioneerde respons?

  4. Welke laboratoria methoden kunnen worden gebruikt om een respons te verwijderen?


22
New cards

Counterconditionering

Het aanleren van een nieuwe reactie die fysiologisch onverenigbaar is met de bestaande angstreactie (bijvoorbeeld angst en ontspanning)

23
New cards

Systematische desensitisatie (Wolpe)

Angst afleren door diepe ontspanning te combineren met een geleidelijke angsthierarchie.

24
New cards

3 basisonderdelen van systematic desensitization

  1. aanleren van diepe spierontspanning door therapeut

  2. opstellen van een gedetailleerde angsthiërarchie van minst tot meest beangstigende situaties

  3. stapsgewijs visualiseren of confronteren van de situaties in gespannen toestand


25
New cards

Vicarious conditioning

Conditionering die plaats vindt door observatie

26
New cards

Exposuretherapie

Persoon wordt direct blootgesteld aan stimulus die angst opwekt, zonder enige andere afleiding, om de angstreactie af te leren

27
New cards

Directe conditionering

Een negatieve emotie wordt vervangen door een positieve emotie, door de aanwezigheid van een positieve stimulus

28
New cards

Welke 2 laboratoriummethoden stelden Watson en Rayner voor om een geconditioneerde angstrespons bij een kind weer te verwijderen?

  1. systematische confrontatie met de enge stimuli om de angst te laten uitdoven

  2. herconditionering door stimuleren van de erogene zones (zoals laten duimzuigen of eten in aanwezigheid van angstprikkel)


29
New cards

Operante conditionering

Gevolgen van gedrag bepalen hoe waarschijnlijk het is dat het gedrag in de toekomst opnieuw voorkomt.

30
New cards

Reinforcer (bekrachtiger)

Consequentie die volgt op specifiek gedrag en die waarschijnlijkheid vergroot dit gedrag in de toekomst opnieuw vertoont zal worden

31
New cards

Primaire bekrachtiger

Bekrachtigen die basisbehoeften vervult (zoals eten en drinken)

32
New cards

Secundaire bekrachtiger

Versterkende eigenschappen door associatie met een primaire bekrachtiging

Soort bemiddelaar om de primaire bekrachtiging te bereiken (bijv. geld)

33
New cards

Generalized reinforcer

Reinforcer die is gecreëerd door te worden gecombineerd met vele andere ongeconditioneerde en geconditioneerde reinforcers

Bijv. geld: je kunt veel reinforced dingen kopen

34
New cards

Positieve vs. negatieve bekrachtiging

Positieve bekrachtiging voegt iets prettigs toe

Negatieve bekrachtiging verwijdert of vermijdt iets onprettigs.

35
New cards

Punishment / Straf

Na gedrag gebeurt er iets onaangenaams (een aversieve stimulus), waardoor de kans kleiner wordt dat het gedrag opnieuw voorkomt

36
New cards

Positieve vs negatieve straf

Positieve straf = iets negatiefs wordt toegevoegd

Negatieve straf = iets positiefs wordt weggeomen

37
New cards

Primaire straf

Iets wat er direct voor zorgt dat iemand afkeert (zoals pijn)

38
New cards

Secundaire straf

Het komt door de associatie met primaire straffen, bijvoorbeeld een geldboete

39
New cards

Shaping

Het proces van gedrag stap voor stap aanleren door opeenvolgende stappen richting het eindgedrag te belonen.

40
New cards

Successive approximations

De opeenvolgende stapjes die steeds dichter bij het gewenste eindgedrag komen.

41
New cards

Schedules of reinforcement

Schema's die bepalen wanneer gedrag wordt bekrachtigd:

  • Fixed interval = na vaste hoeveelheid tijd

  • Variable interval = na wisselende hoeveelheid tijd

  • Fixed ratio = na vast aantal reacties

  • Variable ratio = na wisselend aantal reacties (zorgt voor hoogste en meest aanhoudende respons)


42
New cards

Continue bekrachtiging

Gedrag wordt altijd door een reinforcer gevolgd

43
New cards

Partiële bekrachtiging

Reactie wordt alleen voor een deel van de tijd bekrachtigd

44
New cards

Superstitious behavior

Bijgelovig gedrag dat ontstaat doordat toevallig gedrag wordt gevolgd door een beloning.

45
New cards

Behavioral assessment

Het bredere proces waarbij gedrag direct en objectief wordt geobserveerd en gemeten in specifieke situaties.

46
New cards

Target responses

Het specifieke, observeerbare gedrag dat men wil onderzoeken of veranderen.

47
New cards

Functional analysis

Onderzoeken welke omgevingsfactoren specifiek gedrag uitlokken en/of in stand houden.

48
New cards

ABC assessment

Methode voor functional analysis:

Antecedent (voorafgaand) → Behavior (gedrag) → Consequence (gevolg).

49
New cards

ABA Research Design

Test of een behandeling gedrag veroorzaakt te veranderen:

A = gedrag meten zonder behandeling → B = behandeling invoeren → A = behandeling weghalen en kijken of gedrag terugverandert.

50
New cards

Sign vs. Sample approach

Sign approach ziet gedrag als teken van een innerlijke trek

Sample approach ziet gedrag als voorbeeld van gedrag in een situatie.

51
New cards

Token economy

Systeem waarbij gewenst gedrag fiches oplevert die later inwisselbaar zijn voor beloningen.

52
New cards

Sterke punten van behaviorisme

Systematisch onderzoek

Focus op observeerbare variabelen

Repliceerbaarheid

Effectieve gedragstherapieën

53
New cards

Zwakke punten van behaviorisme

Te veel dieronderzoek

Te weinig aandacht voor subjectieve betekenis en cognities

54
New cards

Cognitieve revolutie

Periode vanaf de jaren 60 waarin interne cognitieve processen weer centraal kwamen te staan.

55
New cards

Omgevingsdeterminisme

Gedrag, gedachten en gevoelens worden uiteindelijk verklaard vanuit invloeden uit de omgeving.

56
New cards

Conditioned emotional reaction

Een emotionele reactie, zoals angst, die door klassieke conditionering gekoppeld is geraakt aan een voorheen neutrale stimulus.

57
New cards

Behavioral deficit

Een passende/adaptieve reactie is niet of onvoldoende aangeleerd