Erik Erikson

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/42

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

43 Terms

1
New cards

Erik Erikson (1902–1994) =

een ontwikkelingspsycholoog en psychoanalyticus.

2
New cards

Door wat werd hij bekend?

Zijn theorie over de psychosociale ontwikkeling van de mens.

3
New cards

Psychosociale ontwikkeling =

De ontwikkeling van mentale en sociale vaardigheden om goed te kunnen omgaan met andere mensen en verschillende situaties in het leven.

4
New cards

Volgens Erikson verloopt de ontwikkeling van de mens in …, van de geboorte tot de late volwassenheid.

8 fasen of levenstaken

5
New cards

Door wat komen we telkens in een nieuwe fase?

Door nieuwe sociale verwachtingen komen we telkens in een nieuwe fase.

6
New cards

Uit wat bestaat elke fase en vormen ze samen?

2 polen (tegenstellingen) die samen een conflict vormen.

7
New cards

Hoe je een conflict aanpakt, beïnvloedt…

hoe je conflicten in de volgende fasen oplost.

8
New cards

Wat gebeurt er met een goed doorlopen conflict?

je ontwikkelt een deugd of ego-sterkte. Dit geeft je kracht om volgende conflicten beter aan te kunnen.

9
New cards

Wat gebeurt er met een niet (helemaal) opgelost conflict?

de persoonlijkheidsontwikkeling kan stagneren (blijven steken). Hieraan is een risico verbonden.

10
New cards

Wat deed Erikson oorspronkelijk bij zijn fasen?

Erikson gaf oorspronkelijk geen leeftijden bij zijn fasen. Die werden later toegevoegd. De ontwikkeling verloopt bij iedereen op een eigen tempo.

11
New cards

Wat zijn de 8 ontwikkelingsfasen?

  1. Vertrouwen vs. wantrouwen 0–1 jaar | Zuigeling 

  2. Autonomie vs. schaamte en twijfel 2–3 jaar | Peuter

  3. Initiatief vs. schuldgevoel 3–6 jaar | Kleuter

  4. Competentie vs. minderwaardigheid 7–12 jaar | Lagere schoolkind

  5. Identiteit vs. rolverwarring 12–18 jaar | Adolescent

  6. Intimiteit vs. isolement 20–30 jaar | Jongvolwassene

  7. Productiviteit vs. stagnatie 30–60 jaar | Volwassene

  8. Tevredenheid vs. wanhoop 60 jaar en ouder | Ouderdom


12
New cards

Wat gebeurt er tijdens fase 1?

De baby leert of hij anderen kan vertrouwen.

13
New cards

Bij vertrouwen…

krijgt liefde, veiligheid en verzorging.

14
New cards

Bij wantrouwen…

krijgt onvoldoende aandacht of verzorging.

15
New cards

Ego-sterkte:

hoop, vertrouwen.

16
New cards

Wat gebeurt er bij fase 2?

De peuter wil dingen zelfstandig doen.

17
New cards

Bij autonomie…

zelf dingen proberen en beslissen.

18
New cards

Bij schaamte en twijfel…

onzeker worden over wat hij zelf kan.

19
New cards

Ego-sterkte:

wilskracht, zelfcontrole.

20
New cards

Wat gebeurt er bij fase 3?

De kleuter wil zelf activiteiten bedenken en ondernemen.

21
New cards

Bij initiatief…

durft zelf iets te beginnen.

22
New cards

Bij schuldgevoel…

voelt zich schuldig over wat hij doet.

23
New cards

Ego-sterkte:

doelgerichtheid, moed.

24
New cards

Wat gebeurt er bij fase 4?

Het kind wil tonen wat het kan en succes ervaren.

25
New cards

Bij competentie…

voelt zich bekwaam en trots.

26
New cards

Bij minderwaardigheid…

denkt dat het minder goed is dan anderen.

27
New cards

Ego-sterkte:

bekwaamheid

28
New cards

Wat gebeurt er bij fase 5?

De jongere zoekt uit wie hij is en wat bij hem past.

29
New cards

Bij identiteit…

weet steeds beter wie hij is en wat hij wil.

30
New cards

Bij rolverwarring…

twijfelt over wie hij is of bij welke groep hij hoort.

31
New cards

Ego-sterkte:

trouw en toewijding.

32
New cards

Wat gebeurt er bij fase 6?

De jongvolwassene wil hechte relaties opbouwen.

33
New cards

Bij intimiteit…

kan een diepe band met iemand aangaan.

34
New cards

Bij isolement…

voelt zich alleen of afgesloten van anderen.

35
New cards

Ego-sterkte:

liefde.

36
New cards

Wat gebeurt er bij fase 7?

De volwassene wil iets bijdragen aan de samenleving en voor anderen zorgen.

37
New cards

Bij productiviteit…

voelt zich nuttig en draagt iets bij.

38
New cards

Bij stagnatie…

heeft het gevoel stil te staan en niets bij te dragen.

39
New cards

Ego-sterkte:

zorg.

40
New cards

Wat gebeurt er bij fase 8?

De oudere kijkt terug op zijn leven.

41
New cards

Bij tevredenheid…

is tevreden met het leven dat hij heeft gehad.

42
New cards

Bij wanhoop…

heeft veel spijt en voelt zich ongelukkig over zijn leven.

43
New cards

Ego-sterkte:

wijsheid.