week 4 inleiding id psychologie!

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/240

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:54 AM on 10/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

241 Terms

1
New cards

Taal

Systeem van symbolen en regels waarmee vrijwel onbeperkt veel boodschappen te vormen zijn

2
New cards

Vijf eigenschappen van taal

Symbolisch ; structuur ; brengt betekenis over ; generatief ; maakt displacement mogelijk

3
New cards

Psycholinguïstiek

Studie van psychologische processen bij begrijpen, produceren en verwerven van taal

4
New cards

Sociolinguïstiek

Studie van taal in relatie tot cultuur, groepen, regio's en meertaligheid

5
New cards

Arbitrair

Geen intrinsieke relatie tussen symbool en waar het naar verwijst

6
New cards

Grammatica

Regels voor het combineren van symbolen tot betekenisvolle uitingen

7
New cards

Syntax

Regels voor woordvolgorde in zinnen

8
New cards

Semantiek

Betekenis van woorden en zinnen

9
New cards

Denotatieve betekenis

Letterlijke betekenis

10
New cards

Connotatieve betekenis

Betekenis door culturele of emotionele associaties

11
New cards

Generativiteit

Beperkt aantal symbolen en regels geeft onbeperkt veel nieuwe boodschappen

12
New cards

Displacement (verplaatsing)

Communiceren over wat niet aanwezig is: verleden, toekomst, elders, denkbeeldig

13
New cards

Oppervlaktestructuur

Gebruikte symbolen en hun volgorde

14
New cards

Dieptestructuur

Onderliggende betekenis van een zin

15
New cards

Hiërarchie van taal

Fonemen → morfemen → woorden → zinsdelen → zinnen → discourse

16
New cards

Fonemen

Kleinste klankeenheden, zonder eigen betekenis

17
New cards

Morfemen

Kleinste betekenisvolle eenheden

18
New cards

Discourse

Combinaties van zinnen, bv. gesprekken, artikelen, boeken

19
New cards

Bottom-up verwerking

Losse kenmerken analyseren en samenvoegen tot grotere eenheden

20
New cards

Top-down verwerking

Input interpreteren vanuit kennis, verwachtingen en context

21
New cards

Spraaksegmentatie

Bepalen waar woorden in een continue spraakstroom beginnen en eindigen

22
New cards

Pollack en Pickett

Losse woorden veel slechter herkend dan dezelfde woorden in context

23
New cards

Morris

Bij betekenis passend doelwoord werd sneller gelezen: top-down invloed

24
New cards

Pragmatiek

Kennis over praktisch en sociaal gebruik van taal; betekenis hangt af van context en bedoeling

25
New cards

Mentale lexicon

Mentale opslag van woorden met uitspraak, betekenis en grammatica

26
New cards

Stroop-effect

Inktkleur benoemen duurt langer bij incongruente kleurnaam; woordherkenning is automatisch

27
New cards

Woordfrequentie en age of acquisition

Veelvoorkomende en vroeg geleerde woorden worden sneller herkend

28
New cards

Serial search model

Woordherkenning als opeenvolgende zoektocht door woordrepresentaties

29
New cards

Connectionistische modellen (interactive activation and competition)

Woordherkenning als parallel proces van excitatie en inhibitie tussen kenmerken, letters en woorden

30
New cards

Lexicale ambiguïteit

Eén woord met meerdere betekenissen; context en frequentie bepalen welke actief wordt

31
New cards

Broca's gebied

Linker frontaalkwab; woordproductie en articulatie; schade: moeizaam spreken, begrip intact

32
New cards

Wernicke's gebied

Temporale kwab; spraakbegrip; schade: vloeiende maar betekenisarme spraak

33
New cards

Afasie

Stoornis in taalbegrip en/of taalproductie

34
New cards

Mijlpalen taalverwerving

±6 mnd vernauwing tot eigen klanken ; ±12 mnd eerste woorden ; 18 tot 24 mnd zinnetjes ; ±4,5 jr grammatica

35
New cards

Differentiatie en pruning (taal)

Vorming en verlies van synapsen; na 6 mnd gevoeliger voor fonemen eigen taal

36
New cards

Skinner (taal)

Taal via operante conditionering; onvoldoende: kinderen maken nieuwe zinnen, krijgen weinig correctie

37
New cards

Chomsky

Language acquisition device en universele grammatica; kritiek op Skinners Verbal Behavior → cognitieve revolutie

38
New cards

Language acquisition device (LAD)

Aangeboren vermogen voor taal, gebaseerd op universele grammatica

39
New cards

Universele grammatica

Idee dat algemene grammaticale regels aangeboren zijn

40
New cards

Usage-based benadering

Grammatica ontstaat geleidelijk uit blootstelling en algemene cognitieve en sociale vaardigheden

41
New cards

Kindgerichte spraak

Spreken met hoge intonatie; trekt aandacht van kinderen

42
New cards

Language acquisition support system (LASS)

Sociale ondersteuning van taalverwerving door ouders (Bruner)

43
New cards

Gevoelige periode taalverwerving

Vroege blootstelling nodig; tekort vóór puberteit beperkt latere taal, ook gebarentaal

44
New cards

Dieren en taal

Washoe: gebarentaal ; Kanzi: symbolen ; Alex: woorden en concepten ; generativiteit en displacement omstreden

45
New cards

Bilingualisme

Dagelijks twee talen gebruiken; mogelijk meer flexibiliteit en selectieve aandacht, bewijs wisselend

46
New cards

Multilinguïsme

Meer dan twee talen gebruiken

47
New cards

Twee talen in het brein

Vroege of vloeiende leerders: gedeeld netwerk ; late, minder vloeiende: meer aparte activatie

48
New cards

Linguistic relativity hypothesis

Sterke vorm (taal bepaalt denken) niet gesteund; taal beïnvloedt wel categoriseren en aandacht

49
New cards

Dani en Himba

Dani: weinig kleurwoorden toch goede kleurherkenning ; Himba: taal beïnvloedt kleurcategorieën

50
New cards

Drie vormen van denken

Propositional (uitspraken) ; imaginal (beelden) ; motoric (bewegingen)

51
New cards

Concepten

Mentale categorieën van zaken met gemeenschappelijke kenmerken

52
New cards

Proposities

Uitspraken die concepten verbinden; bouwstenen van redeneren

53
New cards

Prototype

Meest typisch, geïdealiseerd lid van een categorie; adelaar sneller vogel dan pinguïn

54
New cards

Deductief redeneren (logical proof)

Van algemene regel/premissen naar specifieke conclusie; zeker bij ware premissen

55
New cards

Inductief redeneren (logical guesswork)

Van observaties naar algemene conclusie of hypothese; waarschijnlijk, nooit zeker

56
New cards

Gray en Bjorklund

Drie soorten redeneren: inductief, deductief en creatief probleemoplossen

57
New cards

Syllogisme

Premisse major ; premisse minor ; conclusie

58
New cards

Geldige afleidingen

Affirm the antecedent (Max is Rottweiler, dus vriendelijk) ; deny the consequent (niet vriendelijk, dus geen Rottweiler)

59
New cards

Ongeldige afleidingen

Denying the antecedent ; affirming the consequent

60
New cards

Validiteit (syllogisme)

Conclusie volgt noodzakelijk uit de premissen

61
New cards

Soundness

Syllogisme is valide én alle premissen zijn waar

62
New cards

Wason four-card selection task

Weinig mensen kiezen logisch juiste kaarten; in betekenisvolle context veel beter

63
New cards

Wasons reeksentest

Regel achter reeks raden; mensen testen vooral bevestigend en vinden simpele regel niet

64
New cards

Belief bias

Logica loslaten als conclusie niet past bij overtuigingen

65
New cards

Framing

Zelfde informatie anders gepresenteerd geeft ander oordeel; 50% succes klinkt beter dan 50% falen

66
New cards

Vier fasen probleemoplossen

Probleem framen ; oplossingen genereren ; testen en weerleggen ; evalueren en herzien

67
New cards

Mental set

Vasthouden aan eerder succesvolle methode terwijl eenvoudiger aanpak bestaat

68
New cards

Problem-solving schema's

Mentale stap-voor-stap-scripts voor bepaalde typen problemen

69
New cards

Algoritme

Procedure die gegarandeerd tot juiste oplossing leidt, maar tijdrovend kan zijn

70
New cards

Heuristiek

Snelle vuistregel; efficiënt, maar foutgevoelig

71
New cards

Means-ends analyse

Huidige toestand met doel vergelijken en verschil stap voor stap verkleinen

72
New cards

Subgoal analyse

Groot probleem opsplitsen in tussendoelen

73
New cards

Fast thinking

Automatisch, associatief, onbewust, onnauwkeurig; gebruikt heuristieken

74
New cards

Slow thinking

Bewust, gecontroleerd, regelgebaseerd, aandacht eisend; gebruikt algoritmen

75
New cards

Dual-processing theorieën

Onderscheiden snel/onbewust denken en langzaam/bewust denken

76
New cards

Kahneman en Tversky

Benadrukken redeneerfouten: mensen minder rationeel dan gedacht; Linda-probleem

77
New cards

Gigerenzer

Snelle beslisregels zijn adaptief en vaak succesvol; recognition heuristic

78
New cards

Recognition heuristic

Kies de bekende optie; Münchense studenten raadden grootste Amerikaanse stad vaker goed

79
New cards

Exponentiële groei

Wordt bij snel denken onderschat; rijstkorrels verdubbelen per schaakvakje

80
New cards

Representativiteitsheuristiek

Waarschijnlijkheid beoordelen op gelijkenis met prototype

81
New cards

Conjunction fallacy

Combinatie (feministe én bankmedewerker) waarschijnlijker achten dan één onderdeel; Linda-probleem

82
New cards

Availability heuristiek / bias

Oordeel op hoe makkelijk voorbeelden beschikbaar zijn; recente of dramatische zaken lijken waarschijnlijker

83
New cards

Confirmation bias

Zoeken naar bevestigende i.p.v. weerleggende informatie

84
New cards

Mendel et al. (2011)

Psychiaters die vooral bevestigende info zochten, stelden vaker verkeerde diagnose (30% vs 73% juist)

85
New cards

Overconfidence

Juistheid van eigen kennis en voorspellingen overschatten

86
New cards

Predictable-world bias

Inductief redeneren toepassen waar uitkomst op toeval berust

87
New cards

Gambler's fallacy

Na vier keer munt denken dat kop waarschijnlijker wordt

88
New cards

Maximizing en matching

Dobbelsteen 4 rood, 2 groen: altijd rood = 67% goed ; kansen nadoen = 4/9 + 1/9 = 56%

89
New cards

Base rate

Basisfrequentie; prevalentie 1/1000, 5% fout-positief: ±51 positief, 1 ziek, dus ±2% kans

90
New cards

P(A|B) en P(B|A)

Kans op ziekte bij positieve test is niet gelijk aan kans op positieve test bij ziekte

91
New cards

Analogical reasoning

Overeenkomsten herkennen om eerdere oplossingen toe te passen; nuttig, niet altijd juist

92
New cards

Raven's Progressive Matrices

Non-verbale test met patroonherkenning en analogieën; beperkt cultuurgebonden kennis

93
New cards

Creativiteit

Iets produceren dat nieuw én waardevol is

94
New cards

Divergent denken

Meerdere nieuwe mogelijkheden genereren i.p.v. één conventionele oplossing

95
New cards

Trial and error / brute force

Alle mogelijkheden proberen bij creatief probleemoplossen

96
New cards

Opmerkzaamheid

Inzicht dat oplossing biedt, bv. domino's bedekken altijd rood én zwart vakje

97
New cards

Functional fixedness

Object alleen in gebruikelijke functie zien; angst en spanning werken het in de hand

98
New cards

Breaking out

Stoppen en probleem anders benaderen; opgewektheid helpt

99
New cards

Incubation

Probleem loslaten waarna oplossing later, soms na slaap, makkelijker komt

100
New cards

Analytisch en holistisch denken

Westers: analytisch, gericht op object ; niet-westers: holistisch, gericht op context