Moleculaire genetica termen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/164

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

165 Terms

1
New cards

Necleosoom

Histonen, DNA

2
New cards

Nucleotide

Suiker, base, fosfaat

3
New cards

Nucleoside

Suiker, base

4
New cards

Helicase

Opent DNA

5
New cards

Primase

Bind aan DNA en maakt primer

6
New cards

Topoisomerase

Verlicht druk op nog aan elkaar vast zittend template DNA

7
New cards

Enkelstrengs-bindend DNA

Voorkomt herbinding ouderstrengen na separatie

8
New cards

DNA polymerase

Bouwt een nieuwe streng aan template DNA

9
New cards

Okazaki fragmenten

Kleine stukken DNA om in de juiste richting te kunnen repliceren

10
New cards

Telomeer

Uiteinden van chromosomen die tegen beschadigingen daar zitten

11
New cards

Ribosoom

Transleert mRNA naar een eiwit

12
New cards

mRNA

messenger RNA, draagt DNA naar ribosoom

13
New cards

Codon

Drietal base die voor 1 aminozuur coderen

14
New cards

RNA polymerase

Bouwt RNA streng op en ontwind DNA

15
New cards

Promotor

plaats waar transcriptie begint

16
New cards

Terminator

Einde van transcriptie

17
New cards

Transcriptie eenheid

Stuk DNA tussen promotor en terminator die word getransleerd

18
New cards

TATA box

Nucleotide sequentie met TATA in de promotor nog voor het startpunt

19
New cards

Transcriptie factoren

eiwitten betrokken bij het complex dat RNA polymerase toelaat te transcripteren

20
New cards

Transcriptie initiatie complex

Transcriptiefactoren + RNA polymerase II

21
New cards

Stopsignaal AAUAAA

Geeft aan dat de keten binnenkort moet worden afgeknipt.

22
New cards

pre-mRNA

mRNA voor modificatie om door te gaan naar translatie

23
New cards

5’ cap

Gemodificeerd Guanine dat word toegeveogd aan het 5’ uiteinde van een mRNA streng

24
New cards

Poly-A tail

Staart uitsluitend bestaande uit Adenine

25
New cards

RNA splicing

Het knippen en opnieuw vastmaken van RNA

26
New cards

Introns

Niet coderende gedeeltes van het pre-mRNA

27
New cards

Exons

Wel coderende stukken van het pre-mRNA

28
New cards

Spliceosoom

Eiwit verantwoordelijk voor het wegknippen van introns

29
New cards

Smal RNA

Kleine stukjes RNA in het spliceosoom die kunnen binden aan het RNA

30
New cards

Ribozymen

RNA moleculen die functioneren als enzym

31
New cards

Alternatieve RNA splicing

Genen kunnen voor meerdere proteïne coderen afhankelijk van welke stukken als introns worden gezien

32
New cards

Domeinen (van een proteïne)

Verschillende delen van een proteïne

33
New cards

Exon shuffling

De theorie waarbij introns ervoor zorgen dat er meer ruimte over is voor cross over

34
New cards

Transfer RNA tRNA

Transporteren aminozuren naar de groeiende polypeptide

35
New cards

Anticodon

De antiparallele sequentie van een codon sequentie

36
New cards

Aminoacyl-tRNA sythetases

Enzym dat een aminozuur linkt aan zijn tRNA via hydrolyse (H2O word afgesplitst)

37
New cards

Wobble

Flexibelheid in anticodon zodat tRNA aan meerdere codes kan binden

38
New cards

rRNA, ribosomaal RNA

Waar ribosomen voor een deel van zijn gemaakt

39
New cards

P-site

Middelste, houd de ketting vast

40
New cards

A-site

tRNA met het volgende aminozuur

41
New cards

E-site

Exit kant, laat tRNA gaan

42
New cards

Methionine

Initiaitie aminozuur

43
New cards

Releasefactor

Proteïne die bind aan het stopsignaal en zorgt dat de synthese stopt door toevoeging van water

44
New cards

Gebonden en ongebonden ribosomen

Gebonden: vast in het ER

Ongebonden: in het cytosol

45
New cards

Signaal peptide & signaal-herkennings molecuul (SRP)

Stuk aminozuren die wprd herkend door het SRP dat het aan het ER vastmoet om de synthese compleet te maken

46
New cards

Polyribosoom

Meerdere ribosomen bezig met 1 mRNA

47
New cards

Mutaties

Veranderingen aan genetische informatie

48
New cards

Puntmutatie

Verandering in 1 nucleotide paar

49
New cards

Nucleotidenpaarsubstitutie

Substitutie van 1 nucleotidepaar met een ander

50
New cards

Stille mutatie

Mutatie waarbij de verandering voor hetzelfde aminozuur blijft coderen

51
New cards

Missense-mutaties

verandering van aminozuur

52
New cards

Nonsense-mutatie

Puntmutatie waarbij het codon verandert in een stopcodon

53
New cards

Insertie en deletie

Toevoeging of verwijdering van nucleotiden

54
New cards

Frameshift mutatie

Opschuiving van codons door deletie of insertie

55
New cards

Spontane mutaties

Onjuiste base bij paar die word gebruikt als template

56
New cards

Mutagenen

Factoren die zorgen voor een mutatie

57
New cards

Operon

Het gehele stuk DNA dat nodig is om een bepaald eiwit zijn functie en beweging te faciliteren

58
New cards

Operator

Zet genen aan of uit

59
New cards

Repressor

Bind aan de operator en voorkomt de mogelijkheid voor RNA polymerase om te binden

60
New cards

Regulerend gen

Gen die een stuk verder weg is van operon en eigen promotor heeft. Het gen codeert voor een inactieve vorm die actief word als het molecuul van de operon eraan bind, en zo kan het regulerend eitwit binden aan de operator

61
New cards

Allosterisch eiwit

Eitwit waarvan de vorm veranderd als het niet gebonden is op zijn functionele plaats

62
New cards

Corepressor

Een eiwit dat meewerkt in het onderdrukken van een operon

63
New cards

Repressief operon

Staat aan, kan worden uitgezet

64
New cards

Induceerbaar operon

Staat uit, kan worden aangezet

65
New cards

Inductor

molecuul dat repressor inhibeerd en inactiveerd

66
New cards

induceerbare enzymen

Enzymen die worden gesynthetiseerd afhankelijk van een chemisch signaal

67
New cards

Repressieve enzymen

Enzymen die worden gesyntetiseerd tot ze worden onderdrukt

68
New cards

cyclic AMP, cAMP & cAMP receptor protein

Ontstaat als er weinig glucose is & Activator dat bind aan promotor als cAMP eraan bind en stimuleert de transcriptie. Samen bepalen ze de snelheid/efficientie van de transcriptie

69
New cards

Differentiële genexpressie

De expressie van verschillende genen door cellen met hetzelfde genoom

70
New cards

Histon acetylatie

De additie van acetyl groep aan een aminozuur in een histonstaart, opent chromatine

71
New cards

DNA methylatie

Toevoeging van methylgroepen aan DNA waardoor aflezen minder makkelijk gaat

72
New cards

Epigenetische overerving

Erving door mechanisme buiten de basenparen om

73
New cards

controle elementen

Stukken niet-coderend DNA die als bindingsplaatsen dienen waaraan transcriptiefactoren binden

74
New cards

Algemene transcriptie factoren

Factoren die binden in de promotor aan DNA of aan eiwitten en in elke transcriptie nodig zijn

75
New cards

Specifieke transcriptie factoren

Factoren die niet nodig zijn om het transcriptie proces te starten maar het wel kunnen versterken of afzwakken

76
New cards

Proximale en distale controle elementen

dichtbij en ver weg van de promotor

77
New cards

Enhancers

Plekken waar activators of repressors aan kunnen binden

78
New cards

DNA-bindende domeinen

Bindend aan DNA

79
New cards

Activatie domeinen

Binden aan transcriptie mechanica

80
New cards

Mediator eiwitten

Plekken waar activors aan vastpakken

81
New cards

Transcriptie fabriek

Kruispunt van chromatine loops van hetzelfde/andere chromosomen

82
New cards

Differentiaitie

Proces waarbij cellen in fucntie en structuur specialiseren

83
New cards

Morfogenese

De ontwikkeling van de vorm van een organisme

84
New cards

Cytoplasmatische determinanten

Moederlijke substanties die de vroege ontwikkeling van het ei beinvloeden

85
New cards

Inductie

Signalen van cellen direct naast de cel die invloed uitoefenen

86
New cards

Determinatie

moment waarop embrionale cel defintief een bepaalde celtype word

87
New cards

Weefsel-specifieke eitwitten

Eiwitten die alleen bij dit soort weefsel voorkomen

88
New cards

Myoblast

cellen die spiercellen, of iets anders kunnen worden

89
New cards

myoD

gen dat bepaalde cellen omtovert in spiercellen

90
New cards

Oncogenen

Kanker veroorzakende genen

91
New cards

Proto-oncogenen

De normale versie van deze oncogenen

92
New cards

Tumor-sepressor genen

Genen die celdivisie inhiberen

93
New cards

ras gen

Gen dat codeert voor signaal voor celdivisie

94
New cards

p53 gen

Gen dat cel divisie kan inhiberen als er schade is aan het DNA

95
New cards

Nucleïnezuurhybridisatie

Basenparen van 1 streng met een andere streng

96
New cards

DNA sequencing

Ontrafelen van nucleotide sequentie

97
New cards

Plasmide

circulair DNA van bacterieën

98
New cards

Recombinant DNA molecuul

Molcuul met DNA van meerdere bronnen

99
New cards

Gen klonering

meerdere copieën van 1 gen

100
New cards

Restrictie enymen

enzymen die DNA moleculen knippen