1/35
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Activités commerciales et responsabilités
Commerciële activiteiten en verantwoordelijkheden
employer
in dienst hebben / tewerkstellen
l'employeur
de werkgever
l'employé, l'employée
de werknemer / de medewerker / de bediende
diriger une entreprise
een bedrijf leiden / besturen
entreprendre
ondernemen
reprendre
overnemen
Il a repris l'entreprise familiale.
Hij heeft de familiezaak overgenomen.
aller au bureau, être au bureau
naar kantoor gaan, op kantoor zijn
la responsabilité
de verantwoordelijkheid
la tâche
de taak
se charger de / s'occuper de
op zich nemen / zorgen voor
Il se charge du contrôle qualité.
Hij neemt de kwaliteitscontrole op zich.
Elle s'occupe de l'expédition.
Ze zorgt voor de verzending.
travailler de manière efficace
efficiënt werken
fixer (un) rendez-vous
een afspraak vastleggen
organiser des ateliers (m)
workshops organiseren
rédiger des rapports (m)
rapporten / verslagen opstellen
développer de nouveaux produits
nieuwe producten ontwikkelen
participer à
deelnemen aan
un salon - le salon de l'auto
een beurs, een salon - het autosalon
une foire - la foire agricole
een beurs - de landbouwbeurs
un congrès
een congres
un évènement
een evenement
une exposition
een expo
embaucher / engager (quelqu'un)
(iemand) aanwerven / in dienst nemen
licencier / renvoyer (quelqu'un)
(iemand) ontslaan
la réunion
de vergadering
être en réunion
in vergadering zijn
faire une réunion
een vergadering houden
le voyage d'affaires
de zakenreis
un déjeuner d'affaires
een zakenlunch
l'agenda (m) / l'emploi du temps (m)
een agenda
le planning
de planning
être débordé, débordée (de travail)
overstelpt zijn (met werk)
la reprise (du travail)
het herbeginnen (werken) na het verlof