Module 1 Wat is orthopedagogie(k)?

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/30

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

31 Terms

1
New cards

Leg het verschil uit tussen pedagogiek, orthopedagogiek, orthopedagogie en orthoagogiek.

- Pedagogiek: de wetenschap of leer van de opvoeding en ontwikkeling van kinderen.

- Orthopedagogiek: een onderdeel van de pedagogiek dat de opvoeding van kinderen in moeilijke opvoedingssituaties bestudeert.

- Orthoagogiek: de wetenschap of leer van het ondersteunen van kwetsbare volwassenen.

- Orthopedagogie: het handelen of werken in de praktijk op basis van de wetenschap orthopedagogiek.

In de praktijk wordt orthopedagogie ook gebruikt voor het werken met volwassenen. In onze opleiding leren we zowel kinderen als volwassenen in kwetsbare situaties ondersteunen.

2
New cards

Wat betekent het dat je als orthopedagogisch ondersteuner met een brede doelgroep werkt?

Als orthopedagogisch ondersteuner werk je met verschillende leeftijdsgroepen, zoals baby's, kinderen, jongvolwassenen, volwassenen en ouderen. Je werkt binnen verschillende levensdomeinen, zoals wonen, werken, vrije tijd, onderwijs, relaties en zorg. Je vertrekt vanuit een ondersteuningsvraag die verbonden is aan een moeilijkheid of kwetsbare situatie. Je ondersteunt ook de omgeving van de persoon, zoals ouders, opvoeders en andere naasten.

3
New cards

Leg uit waarom we in de opleiding bewust spreken over ondersteunen in plaats van alleen begeleiden.

Bij begeleiden kan de indruk ontstaan dat de professional de richting bepaalt en beslist wat er moet gebeuren. Bij ondersteunen ligt de nadruk op samenwerken en aansluiten bij de persoon. De persoon blijft zoveel mogelijk zelf aan het roer. Als ondersteuner sta je naast de persoon en vertrek je vanuit wat die persoon zelf kan, wil en nodig heeft. Je neemt dus niet zomaar alles over.

4
New cards

Geef een concreet voorbeeld waarin je het verschil tussen begeleiden en ondersteunen duidelijk maakt.

Een jongvolwassen vluchteling wil werk zoeken, maar spreekt nog weinig Nederlands.

- Bij begeleiden kan de professional zelf bepalen welk werk haalbaar is en vacatures voor hem uitkiezen.

- Bij ondersteunen vraagt de professional welk werk de jongere graag wil doen en waarbij hij hulp nodig heeft. Daarna zoeken ze samen naar vacatures. De jongere maakt zelf keuzes en neemt waar mogelijk zelf de stappen.

Het verschil is dat de professional bij ondersteunen samenwerkt met de persoon en diens eigen keuzes respecteert.

5
New cards

Twee personen lezen hetzelfde raadsel, maar komen tot een verschillende oplossing. Hoe kan je dit verklaren?

Dit kan verklaard worden door hun verschillende referentiekaders. Iedereen heeft andere ervaringen, waarden, normen, kennis en overtuigingen. Daardoor interpreteren mensen dezelfde informatie op een andere manier. Soms vullen we automatisch dingen in die eigenlijk niet letterlijk in de situatie staan.

6
New cards

Wat is een referentiekader? Leg uit en geef een concreet voorbeeld.

Een referentiekader is het geheel van ervaringen, waarden, normen, kennis en overtuigingen van waaruit we naar de wereld en naar andere mensen kijken. Het beïnvloedt hoe we situaties interpreteren en hoe we op anderen reageren.

Voorbeeld: Twee begeleiders zien een jongere die vaak te laat komt. De ene begeleider denkt dat de jongere ongemotiveerd is. De andere vraagt zich af of er misschien problemen zijn met vervoer of thuissituatie. Ze interpreteren hetzelfde gedrag vanuit een ander referentiekader.


7
New cards

Wat is socialisatie? Leg uit en geef een concreet voorbeeld

Socialisatie is het proces waarbij we doorheen ons leven van onze omgeving leren wat normaal, gewenst en vanzelfsprekend is. Dit gebeurt onder invloed van bijvoorbeeld familie, school, vrienden, cultuur en media.

Voorbeeld: Een kind leert thuis om altijd volwassenen met twee handen een hand te geven. Op school leert het kind andere omgangsvormen. Zo leert het kind welke gedragingen binnen zijn omgeving als normaal worden beschouwd.

8
New cards

Leg het verband uit tussen socialisatie en referentiekader.

Door socialisatie leren we van onze omgeving welke waarden, normen en gewoontes belangrijk zijn. Deze ervaringen dragen bij aan de vorming van ons referentiekader. Ons referentiekader beïnvloedt vervolgens hoe we naar mensen en situaties kijken.

9
New cards

Hoe kan je eigen referentiekader je handelen als orthopedagogisch ondersteuner beïnvloeden?

Mijn referentiekader beïnvloedt hoe ik naar personen in kwetsbare situaties kijk en hoe ik hun gedrag interpreteer. Ik kan onbewust bepaalde verwachtingen of vooroordelen hebben. Daarom is het belangrijk dat ik mij bewust ben van mijn eigen waarden, normen en overtuigingen en mijn interpretaties kritisch in vraag stel.

10
New cards

In een voorziening wordt een time-outruimte ingevoerd. Nora vindt dit geen goed idee, terwijl haar collega's er enthousiast over zijn. Hoe kan je dit verschil in mening verklaren?

Nora en haar collega's kijken vanuit een verschillend referentiekader naar de situatie. De collega's zien de time-outruimte als een handig hulpmiddel om met moeilijk gedrag om te gaan. Nora heeft eigen ervaringen met het omgaan met gedragsproblemen en denkt dat zo'n ruimte niet nodig is. Ze vreest bovendien dat jongeren te vaak apart geplaatst zullen worden.

Hun verschillende ervaringen en overtuigingen beïnvloeden dus hoe ze naar dezelfde situatie kijken.

11
New cards

Hoe zou jij als orthopedagogisch ondersteuner reageren op de invoering van de time-outruimte in de voorziening van Nora? Leg uit wat je hieruit leert.

Ik zou eerst luisteren naar de verschillende meningen van mijn collega's. Daarna zou ik samen met het team bespreken waarom de time-outruimte wordt ingevoerd en welke gevolgen dit kan hebben voor de jongeren.

Ik zou ook de bezorgdheid van Nora ernstig nemen, bijvoorbeeld haar angst dat jongeren te vaak apart geplaatst worden. We moeten kritisch nadenken over onze eigen overtuigingen en ervaringen en bekijken of de ruimte werkelijk aansluit bij de ondersteuningsnoden van de jongeren.

Hieruit leren we dat iedereen vanuit een eigen referentiekader handelt. Daarom is dialoog belangrijk en moeten we onze praktijkkennis bespreekbaar maken en in vraag stellen.

12
New cards

Een ondersteuner merkt dat een jongere vaak te laat komt en denkt: "Die jongere is gewoon ongemotiveerd." De ondersteuner baseert zich op eerdere ervaringen. Welke vorm van kennis gebruikt hij? Leg uit.

Dit is praktijkkennis. De ondersteuner interpreteert het gedrag vanuit zijn eigen ervaringen en referentiekader. Hij trekt een conclusie op basis van wat hij eerder heeft meegemaakt, zonder dat hij dit noodzakelijk wetenschappelijk heeft onderzocht.

13
New cards

Wat is praktijkkennis? Geef ook aan waarop deze kennis gebaseerd is.

Praktijkkennis is kennis die gebaseerd is op het eigen referentiekader, voorkennis, ervaringen en intuïtie. Het is vaak een soort buikgevoel dat ontstaat doordat je bepaalde situaties al eerder hebt meegemaakt.

Deze kennis is vaak onbewust en komt terug in gewoontes, automatismen en routines.

14
New cards

Waarom kan praktijkkennis een valkuil zijn binnen het orthopedagogisch werken?

Praktijkkennis is persoonlijk en wordt beïnvloed door je eigen referentiekader. Daardoor bestaat het risico dat je situaties verkeerd interpreteert of vanuit vooroordelen handelt. Wat je op basis van eerdere ervaringen denkt, is niet noodzakelijk juist.

Daarom is het belangrijk om je eigen handelen bewust te bekijken, te bespreken met anderen en kritisch in vraag te stellen.

15
New cards

Een ondersteuner denkt bewust na over zijn eigen handelen, stelt zichzelf de vraag "Waarom doe ik dit zo?" en bespreekt zijn ervaringen met collega's. Welke vorm van kennis ontstaat hierdoor? Leg uit.

Dit leidt tot praktijktheorie. Door praktijkkennis bespreekbaar te maken en in vraag te stellen, denk je bewuster na over je handelen. Je bespreekt ervaringen met collega's en probeert te begrijpen waarom je op een bepaalde manier handelt. Hierdoor wordt je kennis minder gekleurd door je eigen referentiekader.

16
New cards

Wat is theoretische kennis en waarop is deze gebaseerd?

Theoretische kennis is gespecialiseerde kennis die voortkomt uit wetenschappelijk onderzoek. Onderzoekers bestuderen de werkelijkheid en proberen situaties te beschrijven en te verklaren.

Deze kennis helpt om te begrijpen waarom bepaald gedrag voorkomt of waarom een bepaalde ondersteuningsaanpak werkt. Je vindt theoretische kennis bijvoorbeeld in boeken, wetenschappelijke artikels, studiedagen en vakbladen.

17
New cards

Wat is het verschil tussen praktijkkennis, praktijktheorie en theoretische kennis?

- Praktijkkennis: kennis vanuit je eigen referentiekader, ervaringen, voorkennis en intuïtie.

- Praktijktheorie: ontstaat wanneer je je praktijkkennis bespreekbaar maakt, er bewust over nadenkt en ze in vraag stelt.

- Theoretische kennis: gespecialiseerde kennis die voortkomt uit wetenschappelijk onderzoek.

18
New cards

Een team merkt dat een bepaalde aanpak bij een jongere weinig effect heeft. Ze bespreken hun ervaringen, stellen hun manier van werken in vraag en zoeken vervolgens in wetenschappelijke bronnen naar een andere aanpak. Wat toont dit voorbeeld aan?

Dit toont aan dat praktijk en theorie elkaar voortdurend beïnvloeden en aanvullen.

Het team vertrekt vanuit praktijkervaringen, bespreekt deze ervaringen en stelt de aanpak in vraag. Daarna raadplegen ze theoretische kennis om een andere aanpak te zoeken. De nieuwe theoretische inzichten kunnen vervolgens opnieuw toegepast worden in de praktijk.

19
New cards

Leg uit hoe praktijkkennis, praktijktheorie en theoretische kennis met elkaar samenwerken

Er is een voortdurende wisselwerking tussen de drie vormen van kennis:

1. Praktijkkennis ontstaat vanuit eigen ervaringen, voorkennis en intuïtie.

2. Door deze kennis bespreekbaar te maken en in vraag te stellen, ontstaat praktijktheorie.

3. Theoretische kennis helpt om met een bredere blik naar de werkelijkheid te kijken en situaties wetenschappelijk te begrijpen.

4. De theoretische kennis wordt opnieuw vertaald naar de praktijk.

Praktijk en theorie zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ervaring is belangrijk, maar mag niet de enige basis zijn waarop je handelt.

20
New cards

Waarom mag een orthopedagogisch ondersteuner niet uitsluitend op zijn buikgevoel vertrouwen?

Omdat buikgevoel gebaseerd is op persoonlijke ervaringen en het eigen referentiekader. Hierdoor kunnen vooroordelen en verkeerde interpretaties ontstaan. Door ook theoretische kennis te gebruiken, kan de ondersteuner situaties vanuit een bredere en meer onderbouwde blik bekijken.

21
New cards

Benoem de vijf centrale identiteitskenmerken van orthopedagogiek.

1. Praktijkwetenschap.

2. Dialooggestuurde wetenschap.

3. Eclectische en integratieve wetenschap.

4. Handelingswetenschap.

5. Reflectieve wetenschap.

22
New cards

Leg uit wat het betekent dat orthopedagogiek een praktijkwetenschap is. Geef een concreet voorbeeld.

Orthopedagogiek is een praktijkwetenschap omdat ze ontstaan is vanuit vragen en noden uit de praktijk. Er bestaat een voortdurende wisselwerking tussen praktijk en theorie. De praktijk beïnvloedt de theorie en wetenschappelijk onderzoek en theorie inspireren op hun beurt de praktijk.

Voorbeeld: Een begeleider merkt dat een bepaalde aanpak niet werkt bij een jongere. Die ervaring leidt tot vragen en onderzoek naar een betere aanpak. De nieuwe inzichten worden daarna opnieuw in de praktijk toegepast.

23
New cards

Leg uit wat het betekent dat orthopedagogiek een dialooggestuurde wetenschap is. Geef een concreet voorbeeld.

Orthopedagogiek is dialooggestuurd omdat samenwerking en overleg centraal staan. De hulpverlener is niet automatisch de enige expert. Ook de persoon in een kwetsbare situatie heeft belangrijke kennis over zijn eigen leven. Ervaringsdeskundigheid speelt daarom een belangrijke rol.

VB: Een begeleider bespreekt met een jongere welke ondersteuning hij nodig heeft en luistert naar zijn ervaringen en wensen. Samen zoeken ze naar een passende aanpak.

24
New cards

Leg uit wat het betekent dat orthopedagogiek een eclectische en integratieve wetenschap is. Geef een concreet voorbeeld.

Orthopedagogiek is eclectisch omdat ze ideeën en methodes uit verschillende wetenschappen haalt, zoals psychologie, sociologie, filosofie en recht. Ze kiest de inzichten die passen bij de persoon en de situatie.

Orthopedagogiek is integratief omdat ze die verschillende inzichten combineert tot één samenhangend geheel.

Voorbeeld: Bij het ondersteunen van een jongere combineert een professional kennis uit de psychologie over emoties met kennis uit de sociologie over de invloed van de omgeving.

25
New cards

Leg uit wat het betekent dat orthopedagogiek een handelingswetenschap is. Geef een concreet voorbeeld.

Orthopedagogiek is een handelingswetenschap omdat ze gericht is op het handelen in de praktijk. Het gaat erom te begrijpen wat iemand nodig heeft en hoe je dit kunt omzetten in concrete ondersteuning. Er is geen vaste algemene theorie die voor iedere situatie dezelfde oplossing biedt.

Voorbeeld: Een kind heeft moeite om contact te maken met andere kinderen. De ondersteuner zoekt naar een passende activiteit waarbij het kind op een veilige manier sociale contacten kan oefenen.

26
New cards

Leg uit wat het betekent dat orthopedagogiek een reflectieve wetenschap is. Geef een concreet voorbeeld.

Orthopedagogiek is reflectief omdat je kritisch moet nadenken over je eigen handelen, je denkkaders en de maatschappij. Er bestaan geen kant-en-klare oplossingen, omdat elke persoon en situatie anders is. Daarom moet je blijven nadenken over je aanpak en deze indien nodig aanpassen.

Voorbeeld: Een begeleider merkt dat een bepaalde aanpak niet werkt. In plaats van deze aanpak zomaar verder te zetten, denkt hij na over de oorzaak en zoekt hij samen met collega's naar een andere mogelijkheid.


27
New cards

Wat is het verschil tussen eclectisch en integratief binnen de orthopedagogiek?

Eclectisch betekent dat je inzichten en methodes uit verschillende wetenschappen kiest die passen bij de situatie. Integratief betekent dat je deze verschillende inzichten met elkaar combineert tot één samenhangend geheel.

28
New cards

Een ondersteuner gebruikt zijn eerdere ervaringen om het gedrag van een jongere te verklaren. Hij bespreekt zijn interpretatie daarna met collega's. Welke twee vormen van kennis herken je hierin? Leg uit

Eerst gebruikt de ondersteuner praktijkkennis, omdat hij vertrekt vanuit zijn eigen ervaringen en referentiekader. Wanneer hij zijn interpretatie met collega's bespreekt en zijn manier van denken in vraag stelt, ontstaat praktijktheorie.

29
New cards

Een team gebruikt een wetenschappelijke theorie om een jongere beter te begrijpen. Daarna passen ze hun manier van werken aan. Welk verband tussen praktijk en theorie zie je hierin?

De theoretische kennis helpt het team om de situatie beter te begrijpen en een onderbouwde aanpak te kiezen. Vervolgens wordt die kennis vertaald naar de praktijk. Dit toont de wisselwerking tussen theorie en praktijk aan.

30
New cards

Een begeleider zegt: "Ik heb altijd op deze manier gewerkt en bij andere jongeren werkte het ook." Waarom is het belangrijk om deze uitspraak kritisch te bekijken?

De begeleider vertrekt vanuit zijn eigen praktijkkennis en eerdere ervaringen. Maar elke persoon en situatie is anders. Wat bij de ene jongere werkt, werkt niet noodzakelijk bij een andere jongere. Daarom moet de begeleider zijn aanpak blijven evalueren en rekening houden met de individuele ondersteuningsnoden.

31
New cards

Waarom is het belangrijk dat een orthopedagogisch ondersteuner zich bewust is van zijn eigen referentiekader?

Omdat het referentiekader beïnvloedt hoe je naar mensen en situaties kijkt. Je kunt onbewust bepaalde verwachtingen of vooroordelen hebben. Door je hiervan bewust te zijn, kan je je eigen interpretaties kritisch bekijken en voorkomen dat je vanuit automatische aannames handelt.