Methodologie Open Toetsss

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/25

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

26 Terms

1
New cards

Modaal Model

De theorie over hoe ons geheugen werkt met 3 stappen: zintuiglijk geheugen, werkgeheugen en langetermijngeheugen.

2
New cards

Herhaling (Rehearsal)

Woorden in je hoofd blijven herhalen zodat ze in je werkgeheugen blijven en doorstroomt naar je langetermijngeheugen.

3
New cards

Werkgeheugen (WM)

Je actieve geheugen dat maar heel weinig informatie (~4 dingen) en maar kort (~30 seconden) kan vasthouden.

4
New cards

Langetermijngeheugen (LTM)

De plek in je brein waar je herinneringen voor heel lange tijd (of voor altijd) opslaat en waar onbeperkt plek is.

5
New cards

Primacy-effect

Dat je de eerste woorden van een lijst het beste onthoudt, omdat je werkgeheugen nog leeg was en je ze vaak kon herhalen.

6
New cards

Recency-effect

Dat je de laatste woorden van een lijst het beste onthoudt, omdat ze aan het einde van de test nog vers in je werkgeheugen zitten.

7
New cards

Seriële positie

De plek of volgorde van een woord in de lijst (woord 1 tot en met 15).

8
New cards

Onafhankelijke variabele (IV)

Wat de onderzoeker verandert of manipuleert om te kijken wat het effect is.

9
New cards

Afhankelijke variabele (DV)

Wat de onderzoeker meet om te kijken of het veranderd is (zoals het percentage goed onthouden woorden).

10
New cards

Binnenproefpersonen (Within-subjects)

Als iedere deelnemer alle verschillende condities of woordposities meemaakt.

11
New cards

Tussenproefpersonen (Between-subjects)

Als verschillende groepen deelnemers een andere behandeling krijgen (bijv. groep A krijgt een afleidingstaak, groep B niet).

12
New cards

Storende variabele (Confound)

Een ongewenste variabele die je resultaten verpest, doordat het stiekem meespeelt met je onderzoeks variabele.

13
New cards

Counterbalancing

Het afwisselen van de volgorde van woorden of taken tussen groepen, zodat volgorde geen invloed heeft.

14
New cards

Statistische significantie (p < .05)

Dat het verschil zo groot is dat het heel onwaarschijnlijk (< 5% kans) is dat het gewoon toeval was.

15
New cards

Abstract (Samenvatting)

Een kort stukje van 150-250 woorden waarin van alle 4 de onderdelen van je rapport de belangrijkste zinnen staan.

16
New cards

Wat is het controleproces dat informatie in het werkgeheugen houdt?

Herhaling (rehearsal).

17
New cards

Wat is het primacy-effect?

Dat je de eerste woorden het best onthoudt doordat je werkgeheugen nog leeg was en je ze vaak kon herhalen.

18
New cards

Wat was de afhankelijke variabele (DV) in ons experiment?

Het percentage correct onthouden woorden.

19
New cards

Waar in het verslag vind je het aantal deelnemers?

In de Methode-sectie bij het kopje Deelnemers (Participants).

20
New cards

Waarom moesten de 15 woorden zo veel mogelijk op elkaar lijken?

Om te zorgen dat moeilijke of emotionele woorden geen storende variabele (confound) worden, zodat verschillen alleen door de woordpositie komen.

21
New cards

Welke variabele was binnenproefpersonen (within-subjects)?

Seriële positie (woordposities 1 tot en met 15).

22
New cards

Hoe zie je aan de grafiek dat het recency-effect verdwijnt bij delayed recall?

Bij de open rondjes (delayed recall) gaat de lijn aan het einde bij de laatste 5 woorden niet omhoog, maar blijft hij even laag als in het midden.

23
New cards

Kun je bij p < .05 100% zeker weten dat het effect echt bestaat?

Nee, 100% zekerheid bestaat niet in de statistiek, maar de kans dat het toeval is, is kleiner dan 5%.

24
New cards

Wanneer is kritiek op het Modaal Model overtuigend?

Pas als de criticus met een betere, logische alternatieve verklaring komt die de data kan uitleggen.

25
New cards

Waarom worden afkortingen in de Abstract én Inleiding opnieuw uitgelegd?

Omdat de Abstract en de Inleiding als twee aparte teksten worden gezien; lezers die maar één van de twee lezen moeten de afkorting begrijpen

26
New cards

Wat zijn de 6 kenmerken van academisch schrijven die in Werkgroep 2 zijn behandeld, én wat is het overkoepelende hoofddoel dat al deze 6 kenmerken samen dienen?

informatief, expliciet, consistent, beknopt, coherent & eenvoudig, onpersoonlijk & hoofddoel: duidelijkheid