Fashion history termen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/105

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:58 PM on 10/1/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

106 Terms

1
New cards

Trickle-down theorie

Stijlen worden geïnitieerd door de sociaal-economische bovenlaag van de maatschappij, dat vervolgens wordt geïmiteerd door de lagere sociaal-economische klasse. De hogere klasse wil zichzelf onderscheiden en neemt een nieuwe stijl aan

2
New cards

Kaunakes

Mesopotamië; rok gedragen door mannen, vaak met kwasten

3
New cards

Kalasiris

Jurk gedragen in oude Egypte

4
New cards

Lendendoek

Doek rond de lendenen, andere termen in verschillende landen (shenti of perizoma)

5
New cards

Tuniek

Algemeen T-vormig kledingstuk

6
New cards

Chiton

Kledingstuk gedragen door mannen en vrouwen in het oude Griekenland, bestaande uit een rechthoekig stuk stof, om het lichaam gevouwen en op de schouders vastgemaakt met een of meerdere spelden

7
New cards

Peplos

Chiton, gedragen door vrouwen, waarbij de bovenkant van de stof is omgeslagen (apoptygma) over de borst

8
New cards

Himation

Kledingstuk gedragen door mannen in het oude Griekenland, bestaande uit een grote rechthoek van stof, gewikkeld om het lichaam over de linkerschouder en onder de rechterarm

9
New cards

Chlamys

Korte mantel bestaande uit een rechthoekig stuk stof, op één schouder vastgespeld, met name door mannen gedragen in het oude Griekenland

10
New cards

Tabenna

Ronde mantel gedragen door de Etrusken

11
New cards

Toga

Kledingstuk gedragen door Romeinse burgermannen, bestaande uit een halfrond stuk stof, gedrapeerd om het lichaam. Vgl. tabenna

12
New cards

Clavus (mv. clavi)

Brede, verticale, decoratieve band die van de schouder tot de zoom van de tuniek loopt

13
New cards

Stola

Lang kledingstuk gedragen door Romeinse vrouwen

14
New cards

Palla

Sjaal gedragen door Romeinse vrouwen, over de schouder of over het hoofd als sluier

15
New cards

Dalmatiek/Dalmatic

Romeinse tuniek gedragen tussen de 2e en 5e eeuw, volumineuzer en met (meer gedefinieerde) langere mouwen dan eerdere tunieken

16
New cards

Fibula

Speld om gedrapeerde kleding bij elkaar te houden, mechaniek lijkt op een veiligheidsspeld

17
New cards

Braies/ Breeches (later kniebroek)

Algemene term gebruikt voor mannenkledingstukken voor het onderlichaam, met twee pijpen (bifurcated), gedragen vanaf de Middeleeuwen

18
New cards

Hemd/Chemise

Losvallend onderkledingstuk

19
New cards

Hozen/Hosen

Kousen, ook aanduiding voor broek-achtig kledingstuk bestaande uit twee losse pijpen

20
New cards

Bliaud/Bliaut

Lang (soms knielang), jurkachtig, nauwsluitend kledingstuk, krijgt vorm door middel van ingezette driehoeken

21
New cards

Bliaud gironé

Lang (soms knielang), jurkachtig, kledingstuk waarbij een nauw lijfje en een wijde rok aan elkaar zijn bevestigd

22
New cards

Wimpel/Whimple (EN)/Guimple (FR)

Hoofddeksel gedrapeerd rond hoofd en hals, meestal gemaakt van wit linnen of witte zijde

23
New cards

Barbette

Band onder kin en om hoofd

24
New cards

Cotte (FR)/Cote (EN)

Lange ondertuniek met lange mouwen (denk aan moderne woord coat)

25
New cards

Surcotte (FR)/ Surcote/ Cottehardie (EN)

Lange boventuniek zonder mouwen (sur = op; bovenop de cote)

26
New cards

Tabbaard/Tabbard

Losvallend kledingstuk met korte of geen mouwen, aanvankelijk alleen monniken en mannen uit lagere sociale klassen, later ook als militaire dracht (ook: cyclas, garnache, herigaut, gardecorps)

27
New cards

Kaproen/Chaperon

Kap die reikt tot de schouders, aan de achterkant van het hoofd eindigend in een lange punt (lierepijp of lamfer). Later ook gedrapeerd over het hoofd met de opening voor het gezicht als de opening voor het hoofd

28
New cards

Hennin

Hoog, puntig hoofddeksel, voornamelijk gedragen door vrouwen in de 14e eeuw

29
New cards

Escoffion

Hoofdrol voor vrouwen, lijkt soms op de hoorn van koeien

30
New cards

Opzichtige consumptie/ Conspicuous consumption

Consumeren van goederen met als voornaamste doel te laten zien dat men welvarend is

31
New cards

Opzichtige “vrij tijd”/ conspicuous leisure

Dragen van belemmerende kledingstukken waarin het moeilijk is om fysiek werk te doen, met als voornaamste doel te laten zien dat men welvarend is(en geen fysiek werk hoeft te doen)

32
New cards

Weeldewet/Sumptuary law

Wet die specifieke sociale klassen restricties en verplichtingen oplegt m.b.t. het eigenaarschap en dragen van luxegoederen en -materialen

33
New cards

Mi-parti

Kleding die is opgedeeld in twee kleurvlakken (vaak links en rechts) die corresponderen met de kleuren van een familiewapen

34
New cards

Wambuis/Doublet/poourpoint/gipon

Nauwsluitend kledingstuk voor het bovenlijf manne, soms gewatteerd en meestal met mouwen

35
New cards

Insnijding/dashing/slashing

Inknippen of insnijden van stof van een kledingstuk, waardoor de onderkleding zichtbaar en kan er doorheen getrokken worden

36
New cards

Houppelande

Land kledingstuk gedragen door mannen en vrouwen, nauwsluitend rond de schouder en uitlopend in lange, verticale plooien, getailleerd met een riem

37
New cards

Huke

Mouwloos overkledingstuk gedragen door mannen uit hogere klassen. Dicht op de schouders en open aan de zijkanten. Gedragen met of zonder ceintuur. Niet te verwarren met de Nederlandse huik

38
New cards

Poulaine

Schoen met zeer lange punt

39
New cards

Chopines

Schoenen met een hoog plateau, gedragen door vrouwen in Venetië

40
New cards

Borst (16e/17e eeuw)/Borststuc/pièce/busquière (vanaf late 17e eeuw)/ Stomacher

V-vorming kledingonderdeel dat op het bovenlichaam van de vrouw de verbinding vormt tussen de voorpanden van de ‘vlieger’ of robe à la française

41
New cards

Braquette/Codpiece

Kap, zak of buidel die de schaamstreek van de man bedekt en de verbinding vormt tussen de hozen

42
New cards

Vlieger/Gown (EN)/ ropa (ES)

Lange, open jasjurk met of zonder mouwen die met een borst en rok, of over een lijf met mouwen en rok werd gedragen (specifiek voor de Nederlanden)

43
New cards

Plooikraag/Lobbenkraag/Ruff(e)

Geplooide strook die in de 16e eeuw begon als gerimpelde strook op de hemdsboord, maar vanaf ca. 1570 los wordt gedragen als plooikraag

44
New cards

Lijfje/Bodice

Algemene term voor het deel van een vrouwenkledingstuk dat het bovenlichaam bedekt

45
New cards

Fardegalijn/Farthingale (EN)/verdugado (ES)

Hoepelrok met ingenaaide hoepels van balein, hout, riet of metaal, bedoeld om de rok te ondersteunen

46
New cards

Huik

Lange, wijde mantel bevestigd aan een plat (rond) hoedje met opstaande staak (brabant) of aan een hoedje met een uitgeholde vorm (geul; holland), gedragen door vrouwen in de Nederlanden en Duitsland

47
New cards

Portefraes/Supportasse

Constructie van metaal om de plooikraag te ondersteunen en in de juiste hoek rond het gezicht te plaatsen

48
New cards

Bragoen/schouderrol/brahon (ES)

Wielvormige versiering op de schouder

49
New cards

Cravat/halsdoek

Langwerpige, smalle doek - al dan niet aan de uiteinden afgezet met kant - die vanaf de jaren 1660 door de man om de hals werd geknoopt. Tot in de 19e eeuw gehandhaafd

50
New cards

Platte kraag/ falling band

Platte kraag

51
New cards

Rhingrave en innocent

Kostuum bestaande uit een wijde broekrok (rhingrave) en een kort jasje (innocent) gedragen door mannen in het derde kwart van de 17e eeuw

52
New cards

Justeaucorps/sustekoord

Nauwsluitende (ajustée au corps), knielange mannenjas gedragen vanaf het vierde kwart van de 17e tot het midden van de 18e eeuw

53
New cards

Manteau/tabbaard à la Reine/ Samaar/ Mantua (EN)

Open japon met halflange mouwen en gecombineerd met borststuk, waarvan de rok steeds verder naar opzij en achteren wordt opgenomen zodat de onderrok zichtbaar is. Rond 1750: lijf met rudiment van overrok op de rug, brede rok en driehoekig ‘pièce’

54
New cards

Fontage

Eerst gebruikt voor ene kapsel op het voorhoofd, daarna een langwerpige strook kant of linnen, die gerimpeld en gestapeld in het omhoog gekamde haar worden gedragen. Komt vanaf de late jaren 1680 in de mode in Frankrijk

55
New cards

Cravat à la Steenkerke/ Steinkirk

Na de slag bij Steenkerke (1692), waarbij het Franse leger in de vroege ochtend werd verrast door het Nederlandse/Engelse leger, maar desondanks overwon, komt een nieuwe, eenvoudige knoop in de mode waarbij een uiteinde door een knoopgat werd gehaald

56
New cards

Japonsche rock/rok / Jappan gown/Nighte gown/ banyan

Los vallend, vaak gewatteerd gewaad, dat door de VOC vanuit Japan werd geïmporteerd en dat door mannen en vrouwen binnenshuis gedragen werd. Voering van zijde watten. Zeer beperkte toevoer en daardoor statussymbool

57
New cards

Sits/Chintz

Katoenen stof, geverfd met beits- en uitsparingstechniek en geschilderd. Geïmporteerd uit India

58
New cards

Redingote/ Riding coat (EN)/ redingote (FR)

Oorspronkelijk in Engeland een jas die tijdens het paardrijden werd gedragen. Naam verbasterd naar redingote en in Frankrijk door mannen en later ook door vrouwen (o.a. als jasjurk) gedragen.

59
New cards

Vest/kamizool/waistcoat

Kledingstuk dat over het hemd en onder de jas gedragen wordt. Aanvankelijk tot op of over de bovenbenen maar later steeds korter wordend, met sluiting middenvoor. Vaak onderdeel van driedelig pak of “pack klederen” met jas en (knie)broek. Eerst met mouwen, later mouwloos

60
New cards

Frak/Frock coat

In de 18e eeuw een overjas voor mannen (krijgt in de 19e eeuw een andere betekenis)

61
New cards

Japon/huisjas/cambaai/indian gown/banyan

Losvallend of asymmetrisch gesloten huisjas van sits, die door mannen en vrouwen gedragen wordt. Soms ook op straat

62
New cards

Paniers/balijne rock/panniers

Ovale hoepelrok van linnen of katoen, waarin walvisbaleinen, houten, metalen of rieten baleinen zijn genaaid, die de rok in de gewenste vorm meoten brengen. Soms ook twee klein halfronde, van boven open “mandjes” die op de heup gedragen worden; panier double

63
New cards

Keurslijf/rijglijf/stays

Een rondom met baleinen verstevigd lijf, dat onder de kleren wordt gedragen, maar in huis ook onbedekt met een (onder)rok

64
New cards

Busc (FR)/planchette/blanchette/busk

Brede lat of latten van walvisbalein, metaal of hout die middenvoor in een korset werd(en) aangebracht om het onberispelijk strak en recht te houden

65
New cards

(Onder)rok/petticoat

Onderrok gedragen met een open overjurk of vliegen of zichtbaar wanneer de bovenrok naar opzij en achteren werd opgenomen

66
New cards

Sak/Saque

Algemene term voor los vallende vrouwenjaponnen

67
New cards

Plis Watteau/Watteau back/ Sack back

Gedeeltelijk dichtgenaairde platte plooien aan de achterzijde van robe volante of à la Française, die vanaf de schouderbladen breed openvallen. De naam verwijst naar Franse schilder Antoine Watteau

68
New cards

Robe volante/battante

Gesloten wijd vallende japon, die meestal over ronde hoepelrok wordt gedragen met plooien op de rug

69
New cards

Robe à la Française

Open japon met een aan de voorkant nauwsluitend bovenlijf, halflange mouwen en gedeeltelijk openvallende, platte plooien onder de nek op de rug. Wordt met driehoekig borststuk of pièce gedragen. Rok van dezelfde of andere stof. Soms slechts een “halve rok” of “tablier”

70
New cards

Robe à l’Anglaise

Japon met aansluitende rug (d.m.v. vast-gestikte plooien of naden)

71
New cards

Polonaise/robe à la Polonaise

Japon waarvan lijf en overrok één geheel vormen. Deze over-rok wordt aan de achterkant opgehaald en poft waardoor de onderrok goed zichtbaar is

72
New cards

Chemise à la reine

Los vallende, gerimpelde japon van dunne katoen, die volgens tijdgenoten leek op een “chemise” of hemd, wordt getailleerd met een ceintuur of sjerp

73
New cards

Jak/casaquin/caraco

Jakje met schoten die over de heupen vallen, kortere versie van de japon, gedragen met bijpassende of afstekende rok. Voor gegoede vrouwen huisdracht, voor vrouwen uit het volk daagse dracht. Vanaf de 19e eeuw streekdracht

74
New cards

Fichu/halsdoek

Halsdoek van fijngeweven linnen of katoen die diagonaal tot een driehoek worden gevouwen en om de schouders wordt gedragen

75
New cards

Kasjmier sjaal/shawl

Sjaal van extreem fijne en zachte geitenwol (pashmina) uit het Indiase Kashmir met palmet of boteh-motief

76
New cards

Sjaal/shawl/Paisley shawl

Sjaal geproduceerd in het Schotse Paisley, imitaite van de kostbare kasjmier sjaals met gestileerd palmet of boteh-motief. Tegenwoordig bekend als paisley-motief

77
New cards

Sans-culottes

Bijnaam voor Franse revolutionairen die geen kniebroek maar een lange, los vallende zeemansbroek (sans = zonder; culotte = kniebroek)

78
New cards

Spanbroek/Pantaloon

Lange broek die soms met banden onder de voet strakgespannen wordt gedragen

79
New cards

Frank/Rokjas/Tailcoat/Dresscoat

Jas met van voren een recht weggesneden panden en achter twee lange slippen (tails). Begin 19e eeuw dagelijkse dracht, maar in de loop van de eeuw steeds meer in de avond gedragen. Tegenwoordig de meest formele avondkleding; het rokkostuum (white tie)

80
New cards

Geklede jas/ Frock coat

Jas met lange rechte voorpanden, geen overjas. Werd overdag gedragen. Rodn 1900 in onbruik geraakt

81
New cards

Jacquetjas/Morning coat

Jas met rond weggesneden voorpanden. Wordt in de loop van de eeuw steeds formeler. Nu nog onderdeel van het ensemble jacquet en gestreepte broek dat bijv. bij formele bruiloft wordt gedragen

82
New cards

Sac (tegenwoordig colbert)/ sac jacket/ lounging jacket

Jas zonder taillenaad die losser valt. Eerst vooral gedragen als vrijetijdsdracht en door arbeiders. Tegenwoordig het jasje van een herenpak

83
New cards

Empire taille/waist

Verhoogde taille net onder de borsten

84
New cards

Luifelhoed/(Poke) bonnet

Hoed met brede rand die het gezicht omlijst

85
New cards

Reticule

Klein tasje, kwam in de mode omdat de rokken sluiker werden rond 1800 en geen losse zakken meer gedragen konden worden

86
New cards

Schapenboutmouw/ Leg ‘o mutton sleeve (EN)/ gigot (FR)

Mouw die van boven zeer wijd gepoft is en richting de pols smal toeloopt

87
New cards

Pelerine

Oorspronkelijk extra ‘kraag’ op een mannenjas, maar later een schoudermantel voor vrouwen

88
New cards

(Cage) crinoline

Ronde hoepelrok met stalen hoepels gepatenteerd in 1856. Daarvoor werd het woord gebruikt voor onderrokken met paardenhaar (crin = paardenhaar)

89
New cards

Korset/Corset

Benaming die vanaf het begin van de 19e eeuw werd gebruikt voor rijglijven verstevigd met baleinen (walvis of staal). Deze werden onder de bovenkleding gedragen

90
New cards

Smoking/Tuxedo

Avondkleding (black tie) die minder formeel is dan het rokkostuum. Jasje zonder taillenaad zoals een sac.

91
New cards

Knickerbocker(s)

Pofbroek tot net onder de knie, aanvankelijk vooral gedragen door mannen voor sport. Vanaf het einde van de 19e eeuw heel af en toe door vrouwen

92
New cards

Norfolk jasje/jacket

Jasje met riem en plooien aan de achterkant. Gedragen voor informele meer sportieve aangelegenheden (zoals de jacht)

93
New cards

Pullover

Gebreide trui die over het hoofd aan te trekken is

94
New cards

Blazer

In de 19e eeuw: jasje met enkele rij knopen of enkele knoop, effen of gestreept, ook gedragen voor sport. Tegenwoordig vallen hieronder ook jasjes met andere knopenformaties, zakken en kleuren. Gewoonlijk gedragen met niet-bijpassende broek

95
New cards

Cilinderhoed/top hat

Hoed met hoge cilindervormige bol, formeel

96
New cards

Tournure/ queue (de Paris)/ Bustle

Eerst goed gesteven onderrok van stevige katoen met boven- en over elkaar liggende gerimpelde stroken, later een hoepelconstructie met baleinen die vanaf de taille over de billen hing en voor volume zorgde aan de achterkant

97
New cards

Haute-couture

Exclusieve, op maat gemaakte, meestal deels met de hand gemaakte kledingstukken die (speciaal) ontworpen zijn door een modeontwerper of couturier, die er zijn naam aan verbindt

98
New cards

Confectie/Ready to wear (EN)/ Prêt à porter (FR)

Kleding die niet op bestelling is gemaakt, maar vooraf is geproduceerd, vaak industrieel en op grotere schaal, en kant-en-klaar in winkels wordt aangehouden

99
New cards

Bloomer

Wijde pofbroek bedacht door Amelia Bloomer in het midden van de 19e eeuw in een poging vrouwenkleding praktischer te maken. Aan het einde van de eeuw werden ze wel gedragen als sportkleding voor vrouwen

100
New cards

Reformkleding/garment

Losser vallende kleren, die eventueel zonder korset gedragen konden worden. De Reformbeweging was voorstander van kleren die meer bewegingsvrijheid boden en gezonder zouden zijn