1/210
z
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
un nom
een naam
un prénom
een voornaam
s’appeler
heten
je m’appelle
ik heet
comment tu t’appelles?
hoe heet je?
un âge
een leeftijd
un anniversaire
een verjaardag
Tu as quel âge?
Hoe oud ben je?
une adresse
een adres
une rue
een straat
une place
een plein
un numéro
een nummer
une ville
een stad
un village
een dorp
un pays
een land
la Belgique
België
la Flandre
Vlaanderen
la Wallonie
Wallonië
la France
Frankrijk
l’Europe
Europa
habiter
wonen
j’habite à Bruxelles
Ik woon in brussel
j’habite rue de la poste au numéro six
ik woon in de poststraat nummer zes
j’habite en Belgique
ik woon in België
je suis Belge
ik ben Belg
le néerlandais
Nederlands
la français
Frans
l’anglais
Engels
Je ne comprends pas
ik begrijp het niet
pas trop vite s’il vous plaît!
niet te snel!
un gsm
een gsm
un message
een sms
une téléphone
een telefoon
allô!
hallo!
je peux parler
kan ik spreken met
qui est à l’apâreil?
wie is aan de lijn
une famille
een familie
un frère
een broer
une sœuer
een zus
des parents
ouders
un père
een vader
une mère
een moeder
une maman
een mama
des grands-parents
groot ouders
un grand-père
een grootvader
une grand-mère
een grootmoeder
un enfant
een kind
un bébé
een baby
un fils
een zoon
une fille
een dochter
une tante
een tante
un oncle
een oom
un ami
een vriend
une amie
een vriendin
un copain
een vriend
une copine
een vriendin
un garçon
een jongen
une fille
een meisje
voici
ziehier
tu habites où?
waar woon je?
j’habite à en
ik woon in
des vêtements
kleren
une chemise
een hemd
un pull
een trui
un pantalon
een broek
un jean
een jeans
un short
een short
une robe
een jurk
une jupe
een rok
un t-shirt
een t-shirt
une veste
een vest
un pyjama
een pyjama
des chaussures
schoenen
des baskets
sport schoenen
des bottes
laarzen
des chaussettes
sokken
porter
dragen
mettre
aantrekken
habiller
kleden
je porte
ik draag
je mets
ik trek
un docteur
een dokter
un médicament
een geneesmiddel
un hôpital
een ziekenhuis
un malade
een zieke
je suis malade
ik ben ziek
j’ai mal à la tête
ik heb hoofdpijn
au ventre
ik heb buikpijn
aux dents
ik heb tandpijn
une tête
een hoofd
une bouche
een mond
un nez
een neus
un oeil
een oog
des yeux
ogen
une oreille
een oor
des cheveux
haren
une dent
een tand
une ventre
een buik
un dos
een rug
une jambe
een been