PR1: Thema 5,6, klinische vragen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/39

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:19 PM on 10/3/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

40 Terms

1
New cards

In welke drie compartimenten kan de pharynx opgedeeld worden?

  • Nasopharynx 

  • Oropharynx 

  • Laryngopharynx 


<ul><li><p class="Paragraph SCXW82114702 BCX0" style="text-align: left;"><span style="line-height: 15.75px;">Nasopharynx&nbsp;</span></p></li></ul><ul><li><p class="Paragraph SCXW82114702 BCX0" style="text-align: left;"><span style="line-height: 15.75px;">Oropharynx&nbsp;</span></p></li></ul><ul><li><p class="Paragraph SCXW82114702 BCX0" style="text-align: left;"><span style="line-height: 15.75px;">Laryngopharynx&nbsp;</span></p></li></ul><p></p>
2
New cards

oek in een lengtedoorsnede van het hoofd de twee structuren op die de pars nasalis/nasopharynx en pars oralis/oropharynx van elkaar scheiden. 

Ostium intrapharyngeum gevormd door palatum molle en de arcus palatopharyngeum.

3
New cards

Hoe heet de verbinding tussen de nasopharynx en de oropharynx en door welke structuur wordt deze gevormd?

De nasopharynx en oropharynx worden verbonden door middel van het ostium intrapharyngeum. Deze wordt gevormd door het palatum molle en de arcus palatopharyngeus.

4
New cards

Beschrijf de ligging van de epiglottis van het paard ten opzichte van het palatum molle. Hoe wordt deze ligging genoemd en wat heeft dit voor consequenties voor:

• de ademhaling van het paard?

• een oesophagusobstructie?

De epiglottis heeft bij een paard een retrovelaire ligging. Hierdoor kan het paard alleen door de neus ademen 


Bij paarden bevindt de epiglottis zich relatief hoog in de keelholte ivm het zachte gehemelte (palatum molle). Dit wordt ook wel retrovelaar genoemd. Door de hoge plaatsing kan het paard niet door de mond ademen en zal hij een oesophagusobstructie voerdelen en speeksel via de neus naar buiten komen

5
New cards

Je hebt zojuist bij thema 4 al de verschillende kraakbeenderen waaruit de larynx is opgebouwd geïdentificeerd. Deze kraakbeenderen kunnen meer of minder bewegen ten opzichte van elkaar en het tongbeenskelet. Benoem waar er gewrichtjes zitten in de larynx die deze bewegingen mogelijk maken en geef ze aan in de onderstaande figuur.

knowt flashcard image


Larynx 

  • Thryoid (palpeerbaar) 

  • Cricoid (palpeerbaar) 

  • Arytenoid 

  • Epiglottis  

Larynx gewrichtjes 

  • Articulatio cricothyroidea 

  • Articulatio cricoarytenoidea 

  • Articulatio thyrohyoidea  



6
New cards

n de onderstaande afbeelding zijn de verschillende spieren van de larynx te zien. Benoem deze spieren.

knowt flashcard image




7
New cards
<p>Hieronder zie je een transversale doorsnede van de larynx, de zichtbare spieren hebben dezelfde nummers als de afbeelding bij de vorige vraag. Beredeneer wat voor functie elke spier heeft met betrekking tot het openen of sluiten van de stemspleet. De S in de afbeelding geeft de stembanden aan. Spier nummer 1 is in deze afbeelding niet weergegeven. Het aanspannen van deze spier zorgt voor het op spanning zetten van de stembanden.</p>

Hieronder zie je een transversale doorsnede van de larynx, de zichtbare spieren hebben dezelfde nummers als de afbeelding bij de vorige vraag. Beredeneer wat voor functie elke spier heeft met betrekking tot het openen of sluiten van de stemspleet. De S in de afbeelding geeft de stembanden aan. Spier nummer 1 is in deze afbeelding niet weergegeven. Het aanspannen van deze spier zorgt voor het op spanning zetten van de stembanden.

-        M. circothyroideus

-        M. cricoarytenoideus dorsalis

o   Openen stemspleet

-        M. cricoarytenoideus lateralis

o   Sluiten stemspleet

-        M. vocalis

o   sluiten stemspleet

-        M. ventricularis

o   Sluiten stemspleet

-        M. arytenoideus transversus

o   Sluiten stemspleet

Vocalis en ventriculairs vormen samen de thyroartytenoideus

8
New cards

Door welke kopzenuw wordt de larynxmusculatuur geïnnerveerd? Zit er nog een onderscheid tussen de innervatie van de aparte spieren?

De larynxmusculatuur wordt geinnerveerd door de n. vagus. De m. cricothyroideus is de enige van de laryngeale spieren die geïnnerveerd wordt door de n. laryngeus cranialis. De andere spieren worden geïnnerveerd door takken van de n. laryngeus recurrens.

Bij paralyse geeft dit cornage. (meestal links)

9
New cards

. Wat zijn luchtzakken en hoe zijn ze te onderzoeken?

Uitstulping van de ventrale zijde van de buis van Eustachius > minder gewicht, verkoeling van de lucht 

ndoscopie: via de ventrale neusgang > nasopharynx > larynx

10
New cards

. In hoeveel compartimenten kan een luchtzak worden opgedeeld? En welke structuur zorgt voor deze opdeling?

  • Zakken worden opgedeeld in verschillende compartimenten 

  • Door het os stylohyoideus wordt de luchtzak opgedeeld in mediaal/lateraal —> De luchtzak ‘hangt’ ventraal over de os stylohyoid waardoor de zak in 2 delen wordt opgedeeld. Luchtzak = guttural pouch. Bij slikken opent de opening tussen keel en de luchtzak.

  • Door het mediane septum wordt de luchtzak opgedeeld in dorsaal/ventraal 

knowt flashcard image


11
New cards

Welke structuren lopen er in de buurt van de luchtzakken. Welke verschijnselen zou je kunnen verwachten bij een uitgebreide infectie van de luchtzakken?

  • Kritieke structuren 

  • A. carotis > bij infectie kan dit leiden tot een bloeding 

  • Diverse zenuwen (n. laryngeus cranialis, n. facialis, n. hypoglossus, n. glossopharyngeus, n. vagus) > paralyse, moeite met slikken 


12
New cards

Hoe zou je de luchtzakken endoscopisch kunnen bereiken? Beschrijf de route die je endoscoop aflegt door de anatomische structuren te benoemen waar je langs komt of doorheen gaat.

Endoscopie: via de ventrale neusgang > nasopharynx > larynx


In de dorsolaterale wanden van de nasopharynx zie je twee ‘klepjes’. Deze klepjes openen zicht als het paard slikt, zodat de druk in de keelholte en de buis van Eustachius geëgaliseerd wordt. Met een sonde kun je onder een van de klepjes door de betreffende luchtzak in, waarna je de sonde als geleidedraad voor de endoscoop kunt gebruiken

13
New cards

Welke delen van de larynx kun je palperen bij de framepony?

Larynx

  • Thryoid (palpeerbaar) 

  • Cricoid (palpeerbaar) 


14
New cards

6. Kun je beredeneren wat er gebeurd bij een DDSP (dorsal displacement of the soft palate)?Wat is er dan zichtbaar bij endoscopisch onderzoek? Wat heeft dit voor betekenis voor de sportieve prestaties?


Kijk naar de kraakbeenderen, de bespiering en de stembanden. Bestudeer ook de articulatie met het tongbeenskelet.

Intermittent dorsal displacement 0f soft palate

  • Voornamelijk bij racers en dravers

  • Probleem: epiglottis glijdt van palatum af, palatum hangt in luchtstroom en flappert zowel bij in- als bij uitademing

  • Als het paard slikt, slikt hij hem meestal wel weer goed. Knoopsgat- onderdelen

  • Arytenoiden + epiglottis = knoop Opening in palatum = knoopsgat Het is dus omdat dit te SLAP is


Endoscopisch:

Normaal: Epiglottis zichtbaar (in rust wss ook, dus paard arbeid laten verrichten voor onderzoek) DDSP: Epiglottis verdwenen onder het zachte gehemelte


Oorzaak slapte zeer waarschijnlijk neurogeen

Beschadiging intrinsieke pharynx-innervatie

o Pharyngeale aftakking n. vagus

o Extrinsieke oorzaak: schade spieren, positionering larynx en

tongbeenskelet

15
New cards

Cornage is een aandoening waarbij de spiertjes die de arytenoid kraakbeentjes aansturen verlamd raken. De stembanden komen meer of minder slap te hangen en de stemspleet kan niet maximaal geopend worden. Paarden met deze aandoening maken een respiratoir bijgeluid, dat voornamelijk tijdens de galop en dan tijdens de inspiratie gehoord kan worden. Er zijn verschillende operaties mogelijk om dit probleem te verhelpen, wel met enig risico voor het dier.


Bedenk via welke routes je de larynx zou kunnen benaderen om het probleem op te lossen.

1. Laterale benadering van de larynx (huidhalsincisie links)

Dit is de meest voor de hand liggende route.

  • Incisie links in de keelregio.

  • Tussen de halsspieren door naar de buitenzijde van de larynx.

  • Direct toegang tot:

    • cartilago arytenoidea,

    • cartilago cricoidea,

    • cartilago thyroidea.

Via deze route kan een laryngoplastiek ("tie-back") worden uitgevoerd waarbij het arytenoïdkraakbeen permanent in geabduceerde stand wordt gefixeerd.


2. Benadering via het lumen van de larynx (endoscopisch/transoraal)

Via de mond of endoscopisch kun je de stembanden en ventrikels bereiken.

Hiermee kun je:

een ventriculectomie uitvoeren;

een ventriculocordectomie uitvoeren;

delen van de stemband verwijderen om de luchtweg te vergroten.

Waarom logisch? De obstructie ontstaat uiteindelijk in het lumen van de larynx; door weefsel weg te nemen wordt de weerstand kleiner.


De larynx kan het best lateraal via de hals worden benaderd, omdat hierdoor directe toegang ontstaat tot de arytenoïd- en cricoïdkraakbeenderen voor een laryngoplastiek (tie-back). Daarnaast zijn endoscopische/transorale benaderingen mogelijk om stembanden of ventrikels te verwijderen (ventriculocordectomie). Het doel van alle ingrepen is het vergroten van de stemspleet en daarmee het verminderen van de inspiratoire luchtwegobstructie.


DDSP: dorsal displacement of the soft palate. verplaatsing van het zachte gehemelte naar dorsaal over de epiglottis, kan ontstaan door een hypoplasie van de epiglottis (te kleine knoop voor het knoopsgat) of door een disfunctie van de pharynxmusculatuur door een pharyngitis of door aantasting kopzenuwen in de luchtzakken

16
New cards

Bij een paard komt tijdens het drinken een forse hoeveelheid neusuitvloeiing uit beide neusgaten naar buiten. Wat is de meest waarschijnlijke herkomstplaats van deze neusuitvloeiing?

Indien er bij een paard tijdens het drinken een forse hoeveelheid neusuitvloeiing uit beide neusgaten naar buiten komt, is de meest waarschijnlijk herkomstplaats de luchtzakken. Bij het slikken openen de toegangsklepjes zich en kan er uitvloeiing in de neusholte stromen.

Waarom de luchtzakken?

  • De luchtzakken staan via de ostia pharyngea tubae auditivae in verbinding met de nasopharynx.

  • Deze openingen worden bij slikbewegingen actief geopend.

  • Wanneer er vocht, pus of exsudaat in de luchtzak aanwezig is, kan dit tijdens het slikken uit de luchtzak naar de pharynx worden gedrukt.

  • Vandaar loopt het naar de neusholte en verschijnt het als neusuitvloeiing.

Waarom juist tijdens drinken?

Tijdens drinken slikt het paard herhaaldelijk. Elke slikbeweging:

  • beweegt het tongbeenapparaat,

  • opent de pharyngeale opening van de buis van Eustachius,

  • kan vocht uit de luchtzak mobiliseren.


17
New cards

Spierbegrenzingen vena jugularis externa:

Dorsaal: M. brachiocephalicus.

Ventraal: M. sternocephalicus, bij paard alleen m. sternomandibularis.

Mediaal: M. omohyoideus.

18
New cards

Thema 6: Innervatie, vascularisatie en lymfeafvoer

slay

19
New cards

Beschrijf het verloop van de 3 hoofdtakken van de n. facialis (CN VII). Wat is de functie van deze zenuwen? Zijn de drie hoofdtakken sensibel, motorisch of gemengd?

N. facialis (CN VII) is belangrijk voor aansturen van gezichtsspieren en verzenden van sensorische informatie.

Takken:

  • N. auriculopalpebralis

    • Innerveert de spieren van het oor en het ooglid.

    • Belangrijk voor het sluiten van de oogleden (knipperreflex, efferente tak).

    • Loopt dorsaal over de jukboog en is goed zichtbaar/palpeerbaar.

  • Ramus (of truncus) buccalis dorsalis

    • Innerveert de dorsale mimische spieren van neus en bovenlip.

    • Verloopt over de m. masseter.

  • Ramus (of truncus) buccalis ventralis

    • Innerveert de ventrale mimische spieren van de wang en onderlip.

    • Loopt ventraal over de m. masseter.


knowt flashcard image


20
New cards

Beschrijf de 3 hoofdtakken van de n. trigeminus. Wat is de functie van deze zenuwen? Zijn deze drie hoofdtakken sensibel, motorisch of gemengd?

-        Trigeminus : gemengd

o   Opthalminus (sensibel)

o   Maxillaris (sensibel)

o   Mandibularis (gemengd)

21
New cards

Beschrijf de bloedtoevoer naar het hoofd vanaf de aorta.

Bloedvoorziening hoofd vanaf de aorta:

Aorta, truncus brachiocephalicus, truncus bicaroticus, a. carotis communis splits in a. occipitale, a. carotis interna en a. carotis externa.


22
New cards

Hoe vertakt de a. carotis externa zich vervolgens in het hoofd?

Vertakking a. carotis externa:

Truncus Linguofacilis

-        A. sublingualis

-        A. facialis

Arteria alveolaris inferior

-        A. maxillaris

23
New cards

De veneuze afvoer loopt voor een groot deel satelliet aan de arteriën. De v. maxillaris en v. linguofacialis komen samen in vena jugularis, om uit te monden in de v. cava cranialis.

De veneuze afvoer loopt voor een groot deel satelliet aan de arteriën. De v. maxillaris en v. linguofacialis komen samen in vena jugularis, om uit te monden in de v. cava cranialis.

24
New cards

40. Hoe wordt de lymfe uit het hoofd afgevoerd?

Lymfe

-        Lnn. Parotideus

-        Lnn. mandibularis

-        Lnn. retropharyngealis lateralis

Lnn. retropharyngealis medialis

25
New cards

epaal de ligging en het drainagegebied van de:

- Lnn. Parotideus

- Lnn. mandibularis

- Lnn. retropharyngealis lateralis

- Lnn. retropharyngealis medialis.

Lymfeknoop

Ligging

Drainagegebied

Lnn. parotidei

Caudale rand van de mandibula, ventraal van de oorbasis, gedeeltelijk bedekt door de glandula parotis

Huid en oppervlakkige structuren van het dorsale deel van het hoofd, oogleden, slapen, oorschelp en aangrenzende huidgebieden

Lnn. mandibulares

In de spatium intermandibulare, tussen de twee rami mandibulae, rostraal van de glandula mandibularis

Neusholte, lippen, wangen, tanden, tongpunt, rostrale mondholte en een groot deel van het aangezicht

Lnn. retropharyngei laterales

Diep achter de keel, mediaal van de glandula parotis en lateraal van de pharynx, net ventraal van de atlasvleugel

Ontvangen lymfe van de parotis- en mandibulaire lymfeknopen, maar ook van de luchtzakken, pharynx, larynx en delen van de neusholte

Lnn. retropharyngei mediales

Diep tussen pharynx en basis van de schedel, mediaal van de laterale retropharyngeale lymfeknopen (niet palpabel)

Diepe structuren van hoofd en keel: pharynx, larynx, zachte gehemelte, tongbasis, luchtzakken; fungeren als belangrijkste verzamelstation van de lymfe uit het hoofd


26
New cards

30. Welke kopzenuw is zichtbaar over het oppervlak van de m. masseter?

De n. facialis is zichtbaar over het oppervlak van de m. masseter. Meer specifiek de ramus bucallis dorsalis en ventralis.

27
New cards

Welke zenuw zou je kunnen uitverdoven met een geleidingsanesthesie als je de 303 (Triadan systeem) zou willen trekken?

In het Triadan-systeem is 303 de linker onderhoektand (caninus).

De sensibiliteit van deze tand verloopt via:

n. alveolaris mandibularis inferior
→ tak van de n. mandibularis (V3)
→ tak van de n. trigeminus (CN V).

28
New cards

. En welke zenuw voor een extractie van de 203?

Bij het paard is tand 203 de rechter maxillaire 3e snijtand (I3).

Voor anesthesie van 203 gebruik je een:

  • N. infraorbitalis-blok → desensibiliseert de ipsilaterale maxillaire snijtanden, inclusief 203.


29
New cards

. Stel, je komt bij een paard met een pijnlijke oogaandoening. Het dier is zo aan het knijpen met het oog dat je het niet goed kan onderzoeken. Wat kun je doen, behalve het dier sederen, om je oogonderzoek toch goed uit te kunnen voeren?

Je kunt een auriculopalpebrale zenuwblokkade uitvoeren.

  • N. auriculopalpebralis-blok → blokkeert de motorische innervatie van de m. orbicularis oculi.

  • Hierdoor kan het paard het oog niet meer krachtig dichtknijpen (akinesie van de oogleden).

  • Dit is vooral handig om het oog goed te kunnen openen en onderzoeken, zonder sedatie.

⚠ Belangrijk: de blokkade geeft geen analgesie van het oog zelf. Bij een pijnlijk oog kun je dus eventueel aanvullend een topicale corneale anesthesie gebruiken, afhankelijk van wat je wilt onderzoeken.

30
New cards

. Hoe zien de afzonderlijke lymfeknopen er bij het paard uit (verschil met andere diersoorten)?

ij het paard hebben de afzonderlijke lymfeknopen een karakteristiek uiterlijk:

  • Ze zijn klein en talrijk.

  • Ze liggen vaak in groepen/lymfocentra.

  • De afzonderlijke lymfeknopen zijn vaak rond/ovaal en boonvormig.

  • Belangrijk verschil met bijvoorbeeld de hond en kat: bij het paard zijn de lymfeknopen veel talrijker en kleiner, waardoor ze vaak als een cluster van kleine knopen voorkomen.

👉 Kort voor een examen:
Paard = veel kleine lymfeknopen in groepen, terwijl bij veel andere huisdieren de lymfeknopen groter en minder talrijk zijn.

31
New cards

en jong paard heeft regelmatig last van een voorste luchtweginfectie en de eigenaar vraagt of je “de amandelen van het paard niet kunt knippen” Zou dit technisch mogelijk zijn?

Nee want het tonsillair weefsel zit erg verspreid doro het weefsel

32
New cards

. Je hebt bij de dissectievragen al bedacht welke zenuw je zou kunnen uitverdoven als je een snijtand extractie wil gaan doen. Bedenk welke zenuw je kan uitverdoven als je een kiesextractie wil gaan doen. Hoe ga je dit aanpakken? Zitten er risico’s aan? Beschrijf dit voor zowel de bovenals de onderkaak.

Maxillair: auriculopalpebraal blok —> risico retrobulbair bloeding gezien a. maxillaire er ook zit.

  • Risico: de n. maxillaris ligt relatief diep en dicht bij belangrijke structuren en bloedvaten. Een verkeerde positie kan bijvoorbeeld een hematoom veroorzaken.

Een meer lokaal alternatief is een blokkade van de n. infraorbitalis, maar dit is vooral geschikt voor de rostrale maxilla; voor caudale kiezen is een meer proximale blokkade nodig.

De mandibulaire kiezen worden geïnnerveerd door de n. alveolaris inferior, een tak van de n. mandibularis (V3).

Je kunt daarom een n. alveolaris inferior-blokkade uitvoeren:

  • De zenuw loopt aan de mediale zijde van de mandibula richting het foramen mandibulae.

  • Door de zenuw vóór het binnengaan van het foramen te verdoven, worden de tanden/kiezen van die zijde gedesensibiliseerd.

  • Bij het paard wordt hiervoor vaak een mandibulair blok gebruikt.

Risico's: door de diepe ligging is er kans op vaatpunctie/hematoom en beschadiging van omliggende structuren. Een te oppervlakkige of verkeerde plaatsing kan bovendien leiden tot een onvolledige anesthesie.

33
New cards

Wat zijn de eventuele gevolgen voor een paard wanneer de vaak bij droes betrokken lymfeknopen zeer fors zwellen?

submandibulaire en retropharyngeale lymfeknopen sterk zwellen.

Als deze zeer fors opzwellen, kunnen ze omliggende structuren in de keelregio samendrukken:

  • Luchtwegcompressie → ademhalingsproblemen, soms ernstige benauwdheid.

  • Problemen met slikken (dysfagie) → het paard kan moeilijk eten/drinken.

  • Speekselvloed doordat slikken bemoeilijkt wordt.

  • Bij ernstige zwelling kan verstikking optreden.

  • Als de retropharyngeale lymfeknopen abcederen, kunnen ze naar de luchtweg doorbreken → pus/etter in de luchtwegen met risico op aspiratiepneumonie.


34
New cards

Waarnaartoe kunnen deze lymfeknopen openbreken en wat zie je dan bij de patiënt?

  • Naar buiten doorbreken → abces vormt een fistel/open wond in de huid, met etterige uitvloeiing.

  • Naar de gutturale zak doorbreken → guttural pouch empyema → vaak etterige neusuitvloeiing.

  • Naar de farynx/luchtweg doorbreken → pus in de luchtweg → hoesten en risico op aspiratiepneumonie.


35
New cards

Je bent bij een patiënt geweest die enkele dagen geleden een kleine cornea beschadiging had opgelopen om te controleren hoe het gaat. Nadat je het oog hebt bekeken, kleur je het aan met fluoresceïne. Er is geen defect meer zichtbaar. Het paard heeft ook helemaal geen klachten meer. Je laat een opgeluchte eigenaar achter en vertrekt naar je volgende visite. Een half uur later belt deze zelfde eigenaar je redelijk paniekerig op, want er komt felgroen snot uit de neus van het paard. Kun je de eigenaar geruststellen of moet je terug

Je kunt de eigenaar waarschijnlijk geruststellen: het felgroene neusuitvloeiing komt waarschijnlijk door de fluoresceïne die je zojuist in het oog hebt gebracht.

Bij het paard staat de conjunctivae via het nasolacrimale kanaal in verbinding met de neus. Fluoresceïne kan daardoor vanuit het oog naar de neus afvloeien en daar een felgroene neusuitvloeiing veroorzaken.

36
New cards

Je wordt gevraagd om te kijken naar een paard met een oppervlakkige verwonding aan de onderzijde van de linker mandibula, enige centimeters voor de plek waar je de pols kunt voelen. Uit deze verwonding komt wat waterige uitvloeiing, met name wanneer het paard eet. Bekijk deze plek in het framedier en beredeneer een verklaring

Wond voor kaakboog. Bij eten komt er waterige uitvloeiing uit: Waarschijnlijk is ook de ductus parotideus beschadigd, deze loopt langs de onderrand van de mandibula en komt bij de incisura vasorum naar lateraal. Eerst ligt de ductus parotideus caudaal van de vaten, maar later loopt deze onder de vaten door een stukje over de m. buccinator, om hier dan doorheen te gaan en uit te monden in de mondholte thv P4 in de maxilla.

37
New cards

e wordt geroepen bij een paard dat acuut een fors pijnlijk oog heeft, het knijpt en traant behoorlijk. Verdere bevindingen zijn een wat diffuse troebeling van de cornea, een niet heldere voorste oogkamer en volledige miosis. De diepere oogdelen zijn daardoor niet te onderzoeken. Wat is je diagnose?

Uveitis

38
New cards

Toevallig heb je een oogdruk meter bij je. De referentiewaarden voor normale oogdruk bij een gezond paard in rust liggen tussen de 15-40mmHg. Wat verwacht je van de oogdruk bij deze patiënt. Leg uit waarom

In de acute fase van een uveïtis aanval is de oogdruk verlaagd. Dit komt doordat het corpus ciliare, als onderdeel van de uvea, mee ontsteekt en veel minder kamerwatervocht gaat produceren. Hierdoor is er dus minder kamerwater in de VOK en zal je een lagere druk meten. Let op: sedatie kan ook zorgen voor een verlaagde oogdrukmeting!

39
New cards

Het paard wordt langdurig intensief behandeld met oogdruppels en oogzalf en het oog knapt op. Het paard is niet meer pijnlijk aan het oog, er is geen troebeling van de cornea meer zichtbaar, de voorste oogkamer is helder en de pupil functioneert weer normaal. Een paar dagen na de laatste controle belt de eigenaar je op dat het paard een vrij forse tranenvloed heeft, maar absoluut niet knijpt met het oog. Je gaat er nogmaals heen en bij het oogonderzoek is het oog niet afwijkend. Wat is hier hoogstwaarschijnlijk dan wel aan de hand? Hoe ga je dit oplossen?

Bij ERU (equine recurrent uveïtis), als paarden al herhaaldelijk aanvallen hebben gehad, kan de oogdruk verhogen. Dit komt doorgaans doordat de iridocorneale hoek, waar het kamerwater afgevoerd wordt, verstopt raakt. Het kamerwater kan dus niet afgevoerd worden, terwijl de productie doorgaat (in de periodes tussen de aanvallen). Hierdoor loopt de oogdruk dus op en ontstaat glaucoom.


Door langdurig zalven kunnen de traankanalen verstopt raken. De traanbuizen kun je spoelen zoals je in dit practicum geleerd hebt. Wel is het verstandig om het paard te sederen en een verdovende zalf op de catheter aan te brengen. De meeste paarden vinden het niet prettig wanneer de sonde in het traankanaal opgeschoven wordt.

40
New cards

6. Helaas houdt het paard in de loop van de tijd herhaalde aanvallen van de oorspronkelijke aandoening. Hierdoor is uiteindelijk de schade aan het oog dermate, dat ervoor gekozen wordt het oog te verwijderen. Je hebt in dit practicum al geleerd dat je lokaal kan uitverdoven en dus eventueel een staande enucleatio kan uitvoeren. Echter, dit paard is hier geen goede kandidaat voor vanwege het temperament en er wordt besloten om onder algehele narcose de operatie uit te voeren. De operatie slaagt en het paard komt ook goed overeind in de recovery. Echter, zodra het paard staat, zie je dat de bovenlip scheef staat. Wat is hier gebeurd en wat vertel je aan de eigenaar?

Dit past bij een beschadiging van de n. facialis (VII) tijdens de enucleatie, waarschijnlijk van de rami buccales.

De n. facialis verzorgt de motorische innervatie van de gelaatsspieren, waaronder de spieren die de bovenlip bewegen. Als één zijde van de n. facialis beschadigd is, ontstaat unilaterale facialisparese.

Wat zie je?

De spieren aan de geopereerde zijde werken minder of niet:

  • Bovenlip wijkt/scheeft naar de gezonde zijde.

  • Eventueel hangt de lip aan de aangedane zijde.

  • Ook kunnen neusvleugel en oogleden aan die zijde minder goed bewegen.

Wat vertel je de eigenaar?

Waarschijnlijk is tijdens de operatie een tak van de n. facialis beschadigd. De prognose hangt af van de ernst:

  • Bij een tijdelijke neuropraxie (bijvoorbeeld door druk tijdens anesthesie of manipulatie) kan de functie in weken tot maanden terugkomen.

  • Bij een ernstige zenuwbeschadiging/doorsnijding kan de parese blijvend zijn.