Kaarten: La traduction des verbes réguliers en français

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/101

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

102 Terms

1
New cards

Parler

praten

<p>praten</p>
2
New cards

Oublier

vergeten

<p>vergeten</p>
3
New cards

Apprécier

waarderen

<p>waarderen</p>
4
New cards

Crier

roepen, schreeuwen

<p>roepen, schreeuwen</p>
5
New cards

Publier

publiceren, uitgeven

<p>publiceren, uitgeven</p>
6
New cards

Remercier

bedanken

<p>bedanken</p>
7
New cards

Manger

eten

<p>eten</p>
8
New cards

Changer

veranderen

<p>veranderen</p>
9
New cards

Se changer

zich verkleden, zich omkleden

<p>zich verkleden, zich omkleden</p>
10
New cards

Corriger

verbeteren, nakijken

<p>verbeteren, nakijken</p>
11
New cards

Déménager

verhuizen

<p>verhuizen</p>
12
New cards

Encourager

aanmoedigen, steunen

<p>aanmoedigen, steunen</p>
13
New cards

Exiger

eisen

<p>eisen</p>
14
New cards

Nager

zwemmen

<p>zwemmen</p>
15
New cards

Neiger

sneeuwen

16
New cards

Partager

delen, verdelen

<p>delen, verdelen</p>
17
New cards

Protéger

beschermen

<p>beschermen</p>
18
New cards

Ranger

opruimen, ordenen

<p>opruimen, ordenen</p>
19
New cards

Annoncer

aankondigen, voorspellen

<p>aankondigen, voorspellen</p>
20
New cards

Avancer

vooruitgaan

<p>vooruitgaan</p>
21
New cards

Déplacer

(iets) verplaatsen, verzetten

<p>(iets) verplaatsen, verzetten</p>
22
New cards

Se déplacer

zich verplaatsen

<p>zich verplaatsen</p>
23
New cards

Effacer

uitwissen, wissen, afvegen

<p>uitwissen, wissen, afvegen</p>
24
New cards

Menacer

bedreigen

<p>bedreigen</p>
25
New cards

Placer

plaatsen, zetten

<p>plaatsen, zetten</p>
26
New cards

Prononcer

uitspreken

<p>uitspreken</p>
27
New cards

Acheter

kopen

<p>kopen</p>
28
New cards

Lever

opheffen

<p>opheffen</p>
29
New cards

Se lever

opstaan, rechtstaan

<p>opstaan, rechtstaan</p>
30
New cards

Geler

vriezen

<p>vriezen</p>
31
New cards

Peser

wegen

<p>wegen</p>
32
New cards

Promener (le chien)

(de hond) uitlaten

<p>(de hond) uitlaten</p>
33
New cards

Se promener

(gaan) wandelen

<p>(gaan) wandelen</p>
34
New cards

Appeler

roepen, bellen

<p>roepen, bellen</p>
35
New cards

S'appeler

heten

<p>heten</p>
36
New cards

Rappeler

(iemand) herinneren (aan iets)

<p>(iemand) herinneren (aan iets)</p>
37
New cards

Se rappeler

zich herinneren, elkaar terugbellen

<p>zich herinneren, elkaar terugbellen</p>
38
New cards

Jeter

gooien, werpen

<p>gooien, werpen</p>
39
New cards

Employer

gebruiken

40
New cards

Ennuyer (quelqu'un)

(iemand) vervelen

<p>(iemand) vervelen</p>
41
New cards

S'ennuyer

zich vervelen

<p>zich vervelen</p>
42
New cards

Essayer

proberen

<p>proberen</p>
43
New cards

Nettoyer

schoonmaken, kuisen

<p>schoonmaken, kuisen</p>
44
New cards

Payer

betalen, afrekenen

<p>betalen, afrekenen</p>
45
New cards

Espérer

hopen

<p>hopen</p>
46
New cards

Compléter

vervolledigen, aanvullen

<p>vervolledigen, aanvullen</p>
47
New cards

Préférer

verkiezen

<p>verkiezen</p>
48
New cards

Protéger

beschermen

<p>beschermen</p>
49
New cards

Répéter

herhalen

<p>herhalen</p>
50
New cards

Applaudir

applaudisseren, klappen, toejuichen

<p>applaudisseren, klappen, toejuichen</p>
51
New cards

Avertir

verwittigen, waarschuwen

<p>verwittigen, waarschuwen</p>
52
New cards

Finir

eindigen, beëindigen

<p>eindigen, beëindigen</p>
53
New cards

Grandir

groter worden, groeien

<p>groter worden, groeien</p>
54
New cards

Grossir

dikker worden, verdikken

<p>dikker worden, verdikken</p>
55
New cards

Investir

investeren, beleggen

<p>investeren, beleggen</p>
56
New cards

Maigrir

vermageren, mager worden

<p>vermageren, mager worden</p>
57
New cards

Réfléchir

nadenken

<p>nadenken</p>
58
New cards

Refroidir

afkoelen, koud worden

<p>afkoelen, koud worden</p>
59
New cards

Réussir

slagen in, lukken

<p>slagen in, lukken</p>
60
New cards

Rougir

blozen, rood worden

<p>blozen, rood worden</p>
61
New cards

Salir

vuil maken

<p>vuil maken</p>
62
New cards

Partir

vertrekken, weggaan

<p>vertrekken, weggaan</p>
63
New cards

Dormir

slapen

64
New cards

Mentir

liegen

<p>liegen</p>
65
New cards

Servir

bedienen

<p>bedienen</p>
66
New cards

Se servir (de)

gebruik maken van, zich bedienen van

67
New cards

Sortir

uitgaan, naar buiten gaan, buitenzetten

<p>uitgaan, naar buiten gaan, buitenzetten</p>
68
New cards

Sentir

voelen, ruiken

<p>voelen, ruiken</p>
69
New cards

Se sentir

zich voelen

<p>zich voelen</p>
70
New cards

Ouvrir

openen, opendoen

<p>openen, opendoen</p>
71
New cards

Découvrir

ontdekken

<p>ontdekken</p>
72
New cards

Offrir

bieden, aanbieden

<p>bieden, aanbieden</p>
73
New cards

Souffrir

lijden

<p>lijden</p>
74
New cards

Attendre

wachten

<p>wachten</p>
75
New cards

Correspondre

overeenkomen, corresponderen

<p>overeenkomen, corresponderen</p>
76
New cards

Défendre

verdedigen, verbieden

<p>verdedigen, verbieden</p>
77
New cards

Dépendre de

afhangen van

<p>afhangen van</p>
78
New cards

Descendre

naar beneden gaan of brengen

<p>naar beneden gaan of brengen</p>
79
New cards

Détendre

ontspannen

80
New cards

Se détendre

zich ontspannen

<p>zich ontspannen</p>
81
New cards

Entendre

horen, begrijpen

<p>horen, begrijpen</p>
82
New cards

Mordre

bijten

<p>bijten</p>
83
New cards

Perdre

verliezen

<p>verliezen</p>
84
New cards

Prétendre

beweren

<p>beweren</p>
85
New cards

Rendre

teruggeven

<p>teruggeven</p>
86
New cards

Répondre

antwoorden

<p>antwoorden</p>
87
New cards

Vendre

verkopen

<p>verkopen</p>
88
New cards

Conduire

rijden, besturen, brengen

<p>rijden, besturen, brengen</p>
89
New cards

Se conduire

zich gedragen

90
New cards

Construire

bouwen

<p>bouwen</p>
91
New cards

Cuire

koken, bakken

<p>koken, bakken</p>
92
New cards

Détruire

vernietigen

<p>vernietigen</p>
93
New cards

Produire

produceren, maken

<p>produceren, maken</p>
94
New cards

Séduire

verleiden, verlokken

<p>verleiden, verlokken</p>
95
New cards

Traduire

vertalen

<p>vertalen</p>
96
New cards

Peindre

schilderen, verven

<p>schilderen, verven</p>
97
New cards

Atteindre

bereiken

<p>bereiken</p>
98
New cards

Craindre

vrezen, bang zijn voor

<p>vrezen, bang zijn voor</p>
99
New cards

Eteindre

(iets) uitdoen

<p>(iets) uitdoen</p>
100
New cards

S'éteindre

uitdoven, uitgaan (vanzelf)

<p>uitdoven, uitgaan (vanzelf)</p>