1/82
Looks like no tags are added yet.
Ader
Bloedvat dat bloed terug naar het hart brengt
Adrenaline
Hormoon dat wordt afgegeven door de bijnieren en het lichaam actiever maakt bij stress of gevaar
Aorta
De grootste slagader, die bloed vanuit de linkerkamer naar het lichaam vervoert
Arterie
Slagader
Arteriolen
Kleine slagaders die wijder of nauwer kunnen worden door spieren in hun wand
Artherosclerose
Ziekte waarbij vetachtige stoffen zich ophopen in de wand van slagaders, waardoor deze nauwer worden
AV-knoop
Groep cellen in het hart die elektrische prikkels doorgeven aan de hartkamers, zodat deze samentrekken
Baroreceptoren
Zintuigen in de wand van de halsslagader en aorta die veranderingen in de bloeddruk waarnemen
Basaalmembraan
Dun laagje onder bepaalde cellen dat deze ondersteunt
Bilirubine
Gele kleurstof die ontstaat bij de afbraak van hemoglobine
Bloedarmoede
Toestand waarbij het bloed te weinig hemoglobine bevat om voldoende zuurstof te vervoeren
Bloeddruk
De druk die het bloed uitoefent op de wand van de bloedvaten
Bloedplaatjes
Kleine deeltjes van cellen die helpen om bloedingen te stoppen door bloedstolsels te vormen
Bloedplasma
Het vloeibare deel van het bloed, met water en opgeloste stoffen
Bloedserum
Bloedplasma zonder het stollingseiwit fibrinogeen
Boezem
Deel van het hart dat bloed ontvangt en naar een hartkamer stuurt
Bovendruk
De hoogste bloeddruk, wanneer de hartkamers samentrekken
Bovenste holle ader
Groot bloedvat dat bloed vanuit het hoofd en de armen terug naar het hart brengt
Bundel van His
Bundel van geleidingsvezels die elektrische prikkels naar de hartkamers vervoert
Bypassoperatie
Operatie waarbij een nieuwe route voor het bloed wordt gemaakt om een vernauwde kransslagader heen
Cholesterol
Vetachtige stof die onder andere in dierlijke celmembranen voorkomt
Colloïd-osmotische druk
Druk die ontstaat doordat eiwitten water aantrekken en zo helpen om water in de bloedvaten te houden
Diastole
Ontspanningsfase van het hart, waarin de hartspier ontspant
Dotteren
Behandeling waarbij een vernauwd bloedvat met een klein ballonnetje wordt wijder gemaakt
Dubbele bloedsomloop
Bloedsomloop waarbij het bloed tijdens één volledige ronde twee keer door het hart stroomt
Ductus arteriosis
Zie ductus Botalli
Ductus Botalli
Bloedvat bij een ongeboren kind dat de longslagader met de aorta verbindt, zodat bloed grotendeels langs de longen wordt geleid
ECG
Let op: in je oorspronkelijke lijst staat hier een definitie over het sluiten van de ductus Botalli na de geboorte. Een ECG is normaal gesproken een registratie van de elektrische activiteit van het hart. Controleer dit begrip in je lesmateriaal.
Embolie
Verstopping van een bloedvat door bijvoorbeeld een bloedstolsel dat ergens anders is ontstaan en is meegestroomd
Endotheel
Dunne laag cellen aan de binnenkant van bloedvaten
Enkelvoudige bloedsomloop
Bloedsomloop waarbij het bloed tijdens één volledige ronde één keer door het hart stroomt
EPO
Hormoon dat het beenmerg stimuleert om rode bloedcellen te maken
Fagocytose
Proces waarbij een witte bloedcel een ziekteverwekker insluit en afbreekt
Fibrine
Eiwitdraden die een bloedstolsel vormen
Fibrinogeen
Eiwit in het bloedplasma dat kan worden omgezet in fibrine bij de bloedstolling
Fysiologische zoutoplossing
Zoutoplossing van 0,9% NaCl die ongeveer dezelfde osmotische waarde heeft als bloed
Grote bloedsomloop
Route waarbij bloed van het hart naar de organen (behalve de longen) en terug naar het hart stroomt
Haarvat
Heel klein bloedvat waar stoffen, zoals zuurstof en voedingsstoffen, worden uitgewisseld tussen het bloed en de weefsels
Halvemaanvormige kleppen
Kleppen tussen de hartkamers en de aorta of longslagader die voorkomen dat bloed terugstroomt naar de kamers
Hartinfarct
Beschadiging of afsterven van een deel van de hartspier doordat het te weinig zuurstof krijgt
Hartkleppen
Kleppen tussen de boezems en kamers die voorkomen dat bloed terugstroomt naar de boezems
Hartminuutvolume
Hoeveelheid bloed die het hart in één minuut wegpompt
Hartpauze
Korte fase waarin de hartspier ontspant en het hart zich met bloed vult
Hartzakje
Vlies dat om het hart zit en het beschermt
Hemofilie
Erfelijke aandoening waarbij het bloed minder goed stolt
Hemoglobine
Eiwit in rode bloedcellen dat zuurstof bindt en het bloed rood kleurt
ICD
Inwendig apparaat dat bij bepaalde gevaarlijke hartritmestoornissen een elektrische schok kan geven om het hartritme te herstellen
Intern milieu
Alles in het lichaam dat zich binnen de grenzen van het lichaam bevindt, zoals bloed, weefselvocht en cellen
Kamer
Deel van het hart dat bloed naar een slagader pompt
Kleine bloedsomloop
Route waarbij bloed van het hart naar de longen en terug naar het hart stroomt
Kransaders
Bloedvaten die zuurstofarm bloed van de hartspier afvoeren
Kransslagaders
Bloedvaten die zuurstof en voedingsstoffen naar de hartspier brengen
Leukemie
Ziekte waarbij de aanmaak van witte bloedcellen in het beenmerg verstoord is
Leukocyten
Witte bloedcellen die het lichaam beschermen tegen ziekteverwekkers
Lymfe
Vloeistof die in de lymfevaten stroomt en afkomstig is van weefselvocht
Lymfeknopen
Kleine organen in het lymfestelsel waar ziekteverwekkers worden bestreden en lymfocyten aanwezig zijn
Lymfocyten
Soort witte bloedcellen die helpen bij de afweer tegen ziekteverwekkers
Oedeem
Ophoping van vocht in de weefsels, waardoor een lichaamsdeel kan zwellen
Onderdruk
De laagste bloeddruk, wanneer de hartkamers ontspannen
Osmotische druk
Druk die ontstaat doordat water door osmose naar een oplossing met een hogere concentratie opgeloste stoffen stroomt
Ovale venster
Opening tussen de twee boezems van het hart bij een ongeboren kind, waardoor bloed langs de longen kan stromen
Pacemaker
Groep gespecialiseerde cellen in het hart die elektrische prikkels opwekken en het hartritme bepalen
Plasmine
Enzym dat fibrine afbreekt en helpt om bloedstolsels op te ruimen
Poortader
Bloedvat dat voedingsstofrijk bloed vanuit de darmen naar de lever vervoert
Rode beenmerg
Let op: de definitie in je oorspronkelijke lijst beschrijft het resusantigeen, niet het rode beenmerg. Rood beenmerg is weefsel waarin rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes worden gevormd.
Rode bloedcel
Bloedcel met hemoglobine die zuurstof en een deel van het koolstofdioxide vervoert
Sinusknoop
Groep gespecialiseerde cellen in de rechterboezem die elektrische prikkels opwekt en zo het hartritme start
Slagader
Bloedvat dat bloed van het hart af vervoert
Slagvolume
Hoeveelheid bloed die het hart per hartslag wegpompt
Stamcellen
Cellen in het rode beenmerg waaruit verschillende soorten bloedcellen ontstaan
Stollingsfactoren
Stoffen die nodig zijn om bloed te laten stollen, zoals bepaalde eiwitten en calciumionen
Systole
Fase waarin de hartspier samentrekt en bloed wegpompt
Trombine
Enzym dat fibrinogeen omzet in fibrine tijdens de bloedstolling
Trombocyten
Bloedplaatjes die helpen bij de bloedstolling
Trombose
Vorming van een bloedstolsel in een bloedvat, waardoor dit gedeeltelijk of helemaal verstopt kan raken
Vasoconstrictie
Vernauwing van een bloedvat doordat de spieren in de vaatwand samentrekken
Vasodilatie
Verwijding van een bloedvat doordat de spieren in de vaatwand ontspannen
Venen
Aders die bloed naar het hart terugvoeren
Venulen
Kleine aders die bloed uit de haarvaten opvangen
Weefselvloeistof
Vloeistof tussen de lichaamscellen die stoffen uitwisselt met het bloed
Witte bloedcellen
Bloedcellen die het lichaam beschermen tegen ziekteverwekkers