6ASO Geschiedenis: Herhaling begrippen vijfde jaar

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/66

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

6ASO Geschiedenis: Herhaling begrippen vijfde jaar

Last updated 7:51 PM on 9/12/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

67 Terms

1
New cards

Conservatief

Gericht op het behouden van bestaande tradities en waarden.

2
New cards

Ancien régime

Het politieke en maatschappelijke systeem vóór de Franse Revolutie.

3
New cards

Arbeidsproletariaat

De klasse van loonarbeiders zonder eigen productiemiddelen.

4
New cards

Autoritaire regimes

Regeringen waarbij de macht geconcentreerd is bij één leider of groep.

5
New cards

Bbp (Bruto Binnenlands Product)

Totale waarde van alle goederen en diensten die een land produceert.

6
New cards

Bourgeoisie

De bezittende of welgestelde burgerklasse.

7
New cards

Bufferstaat

Staat die tussen twee rivaliserende landen ligt om conflicten te beperken.

8
New cards

Centrale mogendheden

Bondgenootschap van Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en hun bondgenoten tijdens WO I.

9
New cards

Cijnskiesrecht

Stemrecht afhankelijk van het betalen van een bepaald bedrag aan belastingen.

10
New cards

Coalitie

Samenwerking van meerdere politieke partijen om te regeren.

11
New cards

Communautair

Betrekking hebbend op taalgemeenschappen

12
New cards

Communisme

Politieke en economische ideologie die streeft naar een klasseloze samenleving waarin de productiemiddelen gemeenschappelijk bezit zijn en rijkdom gelijk verdeeld wordt.

13
New cards

Communistische dictatuur

Regime waarin één communistische partij alle macht bezit en andersdenkenden zwaar vervolgd worden.

14
New cards

Dynastie

Opeenvolging van heersers uit dezelfde familie.

15
New cards

Etnisch

Betrekking hebbend op een volk of bevolkingsgroep met een gemeenschappelijke cultuur.

16
New cards

Evenredigheidsstelsel

Kiesstelsel waarbij zetels worden verdeeld volgens het aantal behaalde stemmen.

17
New cards

Expansionisme

Politiek gericht op uitbreiding van grondgebied of invloed.

18
New cards

Extreemrechts

Politieke stroming die sterk nationalistisch en vaak autoritair is.

19
New cards

Extreemlinks

Politieke stroming die streeft naar vergaande sociale en economische gelijkheid.

20
New cards

Gedemilitariseerd

Vrijgemaakt van leger, wapens of militaire installaties.

21
New cards

Grondrecht

Fundamenteel recht dat aan iedere burger toekomt.

22
New cards

Handelsembargo

Verbod op handel met een bepaald land.

23
New cards

Ideologie

Geheel van ideeën en opvattingen over samenleving en politiek.

24
New cards

Industrieel kapitalisme

Economisch systeem waarin industrie en privébezit centraal staan.

25
New cards

Investeringsmaatschappij

Onderneming die kapitaal investeert in andere bedrijven.

26
New cards

Kabinet

Groep ministers die samen de regering vormen.

27
New cards

Kadaster

Officieel register van eigendommen en gronden.

28
New cards

Kanselier

Regeringsleider in sommige landen, zoals Duitsland.

29
New cards

Kapitalisme

Economisch systeem waarbij bedrijven en productiemiddelen in privébezit zijn en winst maken centraal staat.

30
New cards

Kartel

Overeenkomst tussen bedrijven om concurrentie te beperken.

31
New cards

Klasse

Groep mensen met een vergelijkbare economische of sociale positie.

32
New cards

Klassenstrijd

Conflict tussen verschillende sociale klassen over macht en rijkdom.

33
New cards

Koopman-ondernemer

Handelaar die zelf investeert in productie en handel.

34
New cards

Legitimiteitsprincipe

Principe dat vorsten rechtmatig regeren op basis van erfopvolging.

35
New cards

Liberalisme

Politieke stroming die veel belang hecht aan vrijheid van het individu, gelijke rechten en een beperkte rol van de overheid.

36
New cards

Nationalisme

Ideologie die de eigen natie, taal, cultuur of volk centraal stelt.

37
New cards

Meerderheidsstelsel

Kiesstelsel waarbij de kandidaat met de meeste stemmen wint.

38
New cards

Mobiliseren

Troepen en middelen gereedmaken voor oorlog.

39
New cards

Monarchisten

Voorstanders van een monarchie als staatsvorm.

40
New cards

Monopolie

Situatie waarin één bedrijf als enige een product of dienst aanbiedt.

41
New cards

Multinationale staat

Staat waarin verschillende volkeren of nationaliteiten samenleven.

42
New cards

Nepotisme

Bevoordelen van familieleden bij het verdelen van functies of voordelen.

43
New cards

Orangisten

Aanhangers van het Huis van Oranje en van de vereniging met Nederland na 1830.

44
New cards

Periferie

Economisch minder ontwikkeld gebied aan de rand van een groter systeem.

45
New cards

Productiemiddelen

Middelen die nodig zijn om goederen te maken, zoals machines en grondstoffen.

46
New cards

Propaganda

Verspreiding van informatie om meningen of gedrag te beïnvloeden.

47
New cards

Protectionisme

Economische politiek die binnenlandse producten beschermt tegen buitenlandse concurrentie.

48
New cards

Protectoraat

Gebied dat bestuurd of beschermd wordt door een sterkere staat.

49
New cards

Realpolitik

Politiek gebaseerd op praktische belangen in plaats van idealen.

50
New cards

Referendum

Volksstemming over een belangrijke politieke kwestie.

51
New cards

Repressie

Onderdrukking van verzet of afwijkende meningen.

52
New cards

Rerum Novarum

Pauselijke encycliek uit 1891 over sociale kwesties en arbeidersrechten.

53
New cards

Satellietstaat

Formeel onafhankelijke staat die in werkelijkheid afhankelijk is van een grootmacht.

54
New cards

Scheiding der machten

Verdeling van de macht tussen wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht.

55
New cards

Socialisme

Politieke stroming die streeft naar meer sociale gelijkheid en eerlijkere welvaartsverdeling.

56
New cards

Sovjet

Arbeiders- en soldatenraad in Rusland na de revolutie.

57
New cards

Speculeren

Investeren met het doel winst te maken door prijsstijgingen.

58
New cards

Staatsgreep

Onwettige machtsovername van een regering.

59
New cards

USSR (Unie van Socialistische Sovjetrepublieken)

Communistische staat die van 1922 tot 1991 bestond.

60
New cards

Vazalstaat

Afhankelijke staat die ondergeschikt is aan een machtiger staat.

61
New cards

Veertien punten

Vredesvoorstellen van de Amerikaanse president Woodrow Wilson uit 1918.

62
New cards

Verlicht despotisme

Bestuursvorm waarbij een absolute vorst hervormingen doorvoert volgens verlichte ideeën.

63
New cards

Verpaupering

Proces waarbij mensen steeds armer worden.

64
New cards

Volkssoevereiniteit

Principe dat de hoogste macht bij het volk ligt.

65
New cards

Vrijhandel

Handel tussen landen zonder hoge invoerrechten of beperkingen.

66
New cards

Vrijzinnig

Niet gebonden aan een religieuze leer en voorstander van vrije meningsvorming.

67
New cards

Weimarrepubliek

Democratische republiek in Duitsland van 1919 tot 1933.