1/66
6ASO Geschiedenis: Herhaling begrippen vijfde jaar
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Conservatief
Gericht op het behouden van bestaande tradities en waarden.
Ancien régime
Het politieke en maatschappelijke systeem vóór de Franse Revolutie.
Arbeidsproletariaat
De klasse van loonarbeiders zonder eigen productiemiddelen.
Autoritaire regimes
Regeringen waarbij de macht geconcentreerd is bij één leider of groep.
Bbp (Bruto Binnenlands Product)
Totale waarde van alle goederen en diensten die een land produceert.
Bourgeoisie
De bezittende of welgestelde burgerklasse.
Bufferstaat
Staat die tussen twee rivaliserende landen ligt om conflicten te beperken.
Centrale mogendheden
Bondgenootschap van Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en hun bondgenoten tijdens WO I.
Cijnskiesrecht
Stemrecht afhankelijk van het betalen van een bepaald bedrag aan belastingen.
Coalitie
Samenwerking van meerdere politieke partijen om te regeren.
Communautair
Betrekking hebbend op taalgemeenschappen
Communisme
Politieke en economische ideologie die streeft naar een klasseloze samenleving waarin de productiemiddelen gemeenschappelijk bezit zijn en rijkdom gelijk verdeeld wordt.
Communistische dictatuur
Regime waarin één communistische partij alle macht bezit en andersdenkenden zwaar vervolgd worden.
Dynastie
Opeenvolging van heersers uit dezelfde familie.
Etnisch
Betrekking hebbend op een volk of bevolkingsgroep met een gemeenschappelijke cultuur.
Evenredigheidsstelsel
Kiesstelsel waarbij zetels worden verdeeld volgens het aantal behaalde stemmen.
Expansionisme
Politiek gericht op uitbreiding van grondgebied of invloed.
Extreemrechts
Politieke stroming die sterk nationalistisch en vaak autoritair is.
Extreemlinks
Politieke stroming die streeft naar vergaande sociale en economische gelijkheid.
Gedemilitariseerd
Vrijgemaakt van leger, wapens of militaire installaties.
Grondrecht
Fundamenteel recht dat aan iedere burger toekomt.
Handelsembargo
Verbod op handel met een bepaald land.
Ideologie
Geheel van ideeën en opvattingen over samenleving en politiek.
Industrieel kapitalisme
Economisch systeem waarin industrie en privébezit centraal staan.
Investeringsmaatschappij
Onderneming die kapitaal investeert in andere bedrijven.
Kabinet
Groep ministers die samen de regering vormen.
Kadaster
Officieel register van eigendommen en gronden.
Kanselier
Regeringsleider in sommige landen, zoals Duitsland.
Kapitalisme
Economisch systeem waarbij bedrijven en productiemiddelen in privébezit zijn en winst maken centraal staat.
Kartel
Overeenkomst tussen bedrijven om concurrentie te beperken.
Klasse
Groep mensen met een vergelijkbare economische of sociale positie.
Klassenstrijd
Conflict tussen verschillende sociale klassen over macht en rijkdom.
Koopman-ondernemer
Handelaar die zelf investeert in productie en handel.
Legitimiteitsprincipe
Principe dat vorsten rechtmatig regeren op basis van erfopvolging.
Liberalisme
Politieke stroming die veel belang hecht aan vrijheid van het individu, gelijke rechten en een beperkte rol van de overheid.
Nationalisme
Ideologie die de eigen natie, taal, cultuur of volk centraal stelt.
Meerderheidsstelsel
Kiesstelsel waarbij de kandidaat met de meeste stemmen wint.
Mobiliseren
Troepen en middelen gereedmaken voor oorlog.
Monarchisten
Voorstanders van een monarchie als staatsvorm.
Monopolie
Situatie waarin één bedrijf als enige een product of dienst aanbiedt.
Multinationale staat
Staat waarin verschillende volkeren of nationaliteiten samenleven.
Nepotisme
Bevoordelen van familieleden bij het verdelen van functies of voordelen.
Orangisten
Aanhangers van het Huis van Oranje en van de vereniging met Nederland na 1830.
Periferie
Economisch minder ontwikkeld gebied aan de rand van een groter systeem.
Productiemiddelen
Middelen die nodig zijn om goederen te maken, zoals machines en grondstoffen.
Propaganda
Verspreiding van informatie om meningen of gedrag te beïnvloeden.
Protectionisme
Economische politiek die binnenlandse producten beschermt tegen buitenlandse concurrentie.
Protectoraat
Gebied dat bestuurd of beschermd wordt door een sterkere staat.
Realpolitik
Politiek gebaseerd op praktische belangen in plaats van idealen.
Referendum
Volksstemming over een belangrijke politieke kwestie.
Repressie
Onderdrukking van verzet of afwijkende meningen.
Rerum Novarum
Pauselijke encycliek uit 1891 over sociale kwesties en arbeidersrechten.
Satellietstaat
Formeel onafhankelijke staat die in werkelijkheid afhankelijk is van een grootmacht.
Scheiding der machten
Verdeling van de macht tussen wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht.
Socialisme
Politieke stroming die streeft naar meer sociale gelijkheid en eerlijkere welvaartsverdeling.
Sovjet
Arbeiders- en soldatenraad in Rusland na de revolutie.
Speculeren
Investeren met het doel winst te maken door prijsstijgingen.
Staatsgreep
Onwettige machtsovername van een regering.
USSR (Unie van Socialistische Sovjetrepublieken)
Communistische staat die van 1922 tot 1991 bestond.
Vazalstaat
Afhankelijke staat die ondergeschikt is aan een machtiger staat.
Veertien punten
Vredesvoorstellen van de Amerikaanse president Woodrow Wilson uit 1918.
Verlicht despotisme
Bestuursvorm waarbij een absolute vorst hervormingen doorvoert volgens verlichte ideeën.
Verpaupering
Proces waarbij mensen steeds armer worden.
Volkssoevereiniteit
Principe dat de hoogste macht bij het volk ligt.
Vrijhandel
Handel tussen landen zonder hoge invoerrechten of beperkingen.
Vrijzinnig
Niet gebonden aan een religieuze leer en voorstander van vrije meningsvorming.
Weimarrepubliek
Democratische republiek in Duitsland van 1919 tot 1933.