Inleiding en evidence- based medicine in psychologische interventies

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/21

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

22 Terms

1
New cards

Wat is een paradigma?

Een … is:

  • een geheel van samenhangende aannames dat bepaalt hoe men naar de mens kijkt en menselijk functioneren begrijpt.

  • Het vormt als het ware een bril waarmee men de werkelijkheid bekijkt.

Basisassumpties van …

  • Belangrijke kenmerken:

    • Niet alle uitgangspunten kunnen rechtstreeks onderzocht worden.

    • Veel basisassumpties zijn slechts indirect toetsbaar.

    • Ze kunnen niet eenvoudig weerlegd worden door één onderzoek.


2
New cards

Voorbeelden van paradigma's

Experimentele psychologie

  • Steunt op leertheorieën.

  • Gedrag wordt gezien als het resultaat van leerprocessen.

Gezinstherapie

  • Mensen worden bekeken binnen hun relaties.

  • Rollen en interactiepatronen staan centraal.

Humanistische traditie

  • Mensen hebben een natuurlijk vermogen tot groei.

  • Focus op mogelijkheden in plaats van tekortkomingen.

Psychodynamische traditie

  • Nadruk op:

    • hechting

    • vroegkinderlijke ervaringen

    • ontwikkeling van psychopathologie


3
New cards

Paradigma's als onderzoeksprogramma's

Sterke paradigma's:

  • genereren voortdurend nieuwe onderzoeksvragen;

  • zorgen voor nieuwe kennis en inzichten;

  • blijven wetenschappelijk relevant.

Men spreekt dan van generatieve onderzoeksprogramma's.

4
New cards

Scientist-Practitioner Model

Professioneel handelen moet gebaseerd zijn op:

  • wetenschappelijke kennis;

  • systematisch onderzoek;

  • theoretische inzichten.

Doel:

  • vermijden dat men willekeurig technieken gebruikt.

  • voorkomen van een "bricolage" van losse interventies zonder duidelijke onderbouwing.


5
New cards

Wat is psychotherapie?

Definitie

  • een professionele behandeling;

  • gebaseerd op psychologische principes;

  • uitgevoerd door een opgeleide therapeut;

  • gericht op mensen met psychische problemen of klachten;

  • aangepast aan de specifieke cliënt.


6
New cards

Competenties van psychotherapeuten

  1. Generische competenties

  2. Basiscompetenties binnen een benadering

  3. Specifieke competenties

  4. Algemene meta-competenties

  5. Probleemspecifieke competenties

  6. Specifieke meta-competenties


7
New cards

Generische competenties

  • Competentie van psychotherapeut

  • Competenties die nodig zijn bij alle therapievormen.

  • Voorbeelden:

    • therapeutische relatie opbouwen;

    • vertrouwen creëren;

    • empathisch communiceren.


8
New cards

Basiscompetenties binnen een benadering

  • Competentie van psychotherapeut

  • Vaardigheden die in de meeste therapieën van dezelfde stroming voorkomen.

  • Voorbeeld:

    • persoonsgerichte basishouding binnen de humanistische benadering.


9
New cards

Specifieke competenties

  • Competentie van psychotherapeut

  • Technieken die typisch zijn voor een bepaalde therapievorm.

  • Voorbeelden:

    • CGT

      • exposure

    • Psychodynamische therapie

      • werken met overdracht


10
New cards

Algemene meta-competenties

  • Competentie van psychotherapeut

  • Vaardigheden om het therapeutische proces te bewaken.

  • Voorbeelden:

    • interventies evalueren;

    • therapieverloop opvolgen;

    • indien nodig bijsturen.


11
New cards

Probleemspecifieke competenties

  • Competentie van psychotherapeut

  • Technieken voor specifieke problemen.

  • Voorbeelden:

    • Clark-model bij depressie (CGT)

    • Emotion Focused Therapy (EFT) (humanistische therapie)

    • Mentalization Based Treatment (MBT) (psychodynamische therapie)

    • Multisysteemtherapie (relatie- en gezinstherapie)


12
New cards

Specifieke meta-competenties

  • Competentie van psychotherapeut

  • Vermogen om:

    • de juiste techniek te kiezen;

    • interventies af te stemmen op cliënt en situatie.


13
New cards

Werkt psychotherapie?

Ja

  • Onderzoek toont aan dat psychotherapie effectief is.

  • Belangrijk hierbij zijn meta-analyses.

Meta-analyse

  • Een meta-analyse combineert resultaten van verschillende studies.

  • Voordelen:

    • grotere betrouwbaarheid;

    • sterkere conclusies.

Effect Size

  • Maat voor de grootte van een effect.

Cohen's d

  • Interpretatie:

    Waarde

    Betekenis

    0,2

    Klein effect

    0,5

    Middelgroot effect

    0,8 of hoger

    Groot effect

  • Wordt gebruikt voor:

    • vergelijking tussen behandelingen;

    • vergelijking vóór en na behandeling.


14
New cards

Vergelijking van onderzoeksgroepen

Intention-To-Treat (ITT)

  • Omvat:

    • alle patiënten die een behandeling starten.

  • Voordeel:

    • realistisch beeld van resultaten.

Completer Sample

  • Omvat:

    • patiënten die de behandeling bijna volledig afwerken.

Drop-outs

  • Dit zijn cliënten die:

    • voortijdig stoppen met de behandeling.

  • Belangrijk omdat zij de resultaten kunnen beïnvloeden


15
New cards

Klinische significantie

Wat betekent dit?

  • De mate waarin iemand na therapie weer lijkt op een niet-klinische of normale populatie.

Verschil met statistische significantie

  • Statistische significantie

    • Is er een verschil?

  • …

    • Is dat verschil ook betekenisvol in het dagelijks leven?

Belangrijkste bevindingen

  • Psychotherapie leidt vaak tot:

    • sterke verbetering;

    • resultaten vergelijkbaar met veel medische behandelingen.

  • Toch:

    • behouden sommige cliënten nog lichte of subklinische symptomen.


16
New cards

Kosteneffectiviteit

Wat betekent dit?

  • De verhouding tussen:

    • kosten van behandeling;

    • behaalde gezondheidswinst.

Belangrijkste bevinding

  • Psychotherapie is doorgaans:

    • kosteneffectief;

    • economisch verantwoord.

  • Vooral bij langdurige of dure problematieken.

QALY

  • Quality Adjusted Life Year

  • Maatstaf die:

    • levensduur;

    • kwaliteit van leven

  • combineert in één cijfer.


17
New cards

Iatrogene effecten

Definitie

  • Negatieve effecten die tijdens of na behandeling kunnen ontstaan.

Belangrijke cijfers

  • Ongeveer: 5 à 10% van de cliënten gaat achteruit tijdens therapie.

  • Belangrijk:

    • niet altijd veroorzaakt door therapie;

    • soms wel rechtstreeks verbonden aan de behandeling.


18
New cards

Werkzaamheid (Efficacy)

Interne validiteit

  • Wordt onderzocht via Randomized Controlled Trials (RCT's).

  • Kenmerken:

    • random toewijzen van deelnemers;

    • strikte selectiecriteria;

    • gebruik van behandelhandleidingen;

    • controle van therapeuten;

    • controle van behandelingsduur.

  • Doel:

    • nagaan of de behandeling werkt onder ideale omstandigheden.


19
New cards

Doeltreffendheid (Effectiveness)

Externe validiteit

  • Onderzoek in de dagelijkse praktijk.

  • Kenmerken:

    • minder strikte controle;

    • grotere variatie tussen cliënten;

    • realistischer beeld.

  • Vraag:

    • Werkt de therapie ook buiten het laboratorium?

    • Dit wordt onderzocht via benchmarking studies.


20
New cards

Vergelijking van verschillende therapievormen

Uitgangspunt

  • Men dacht lange tijd dat:

    • vooral de specifieke technieken verantwoordelijk waren voor verandering.

Probleem met deze aanname

  • Onderzoek toont dat vaak ook andere factoren cruciaal zijn:

Gemeenschappelijke factoren

  • vertrouwen in therapie

  • hoop

  • therapeutische relatie

  • motivatie van de cliënt

Invloed van cliënt en therapeut

  • Vaak zijn minstens even belangrijk:

    • kenmerken van de cliënt;

    • kenmerken van de therapeut;

    • interactie tussen beiden.


21
New cards

Het Dodo Bird Verdict

Centrale conclusie

  • Wanneer men verschillende goede therapievormen vergelijkt:

    • zijn de verschillen vaak zeer klein;

    • vaak worden geen duidelijke verschillen gevonden.

  • Dit noemt men het:

    • …

      • "Everybody has won and all must have prizes."

      • Met andere woorden:

        • de meeste bona fide therapieën werken ongeveer even goed.

Mogelijke verklaringen

  • Verschillen tussen therapieën verdwijnen vaak wanneer men controleert voor:

  • Researcher Allegiance

    • onderzoekers zijn soms overtuigd van hun eigen methode;

    • dit beïnvloedt resultaten.

    • Correlatie: r = .85

Andere verklaringen

  • Verschillen kunnen veroorzaakt worden door:

    • gebruikte meetinstrumenten;

    • verschillen in onderzochte populaties;

    • onderzoeksopzet.


22
New cards

Belangrijkste punten

  • Vier theoretische stromingen: CGT, humanistische benadering, relatie-/gezinstherapie, psychodynamische therapie.

  • Paradigma = samenhangend mensbeeld dat onderzoek en therapie stuurt.

  • Scientist-practitioner model: therapie moet wetenschappelijk onderbouwd zijn.

  • Zes soorten competenties van therapeuten kennen.

  • Psychotherapie werkt en heeft effectgroottes vergelijkbaar met medische interventies.

  • Klinische significantie ≠ statistische significantie.

  • QALY = maat voor kosteneffectiviteit.

  • Iatrogene effecten: 5-10% van cliënten gaat achteruit.

  • Werkzaamheid (RCT's, interne validiteit) ≠ doeltreffendheid (praktijk, externe validiteit).

  • Dodo Bird Verdict: bona fide therapieën verschillen meestal weinig in effectiviteit.