1/19
Looks like no tags are added yet.
bouwstenen van een cel
· H20
· Suikers (sacchariden) → Polysacchariden
· Vetzuren → Vetten
· Aminozuren → Eiwitten
· Basen → Nucleotiden → Nucleinezuren (DNA/RNA)
onderdelen van een nucleotide
base
pentose
fosfaat
Base
Pyrimidines
Cytosine (C)
Thymine (T) (enkel bij DNA!!)
Uracil (U) ( enkel bij RNA ipv T !! )
Purines (samenstelling = complexer)
Adenine (A)
Guanine (G)
pentose
DNA
Deoxyribose
Desoxyribonucleïnezuur
RNA
ribose
Ribonucleïnezuur
Nucleotide VS nucleoside
Nucleoside = base + pentose
Nucleotide = base + pentose + Fosfaat
Fosfodiester binding
= de binding van fosfaat met OH-groep
Fosfaat gebonden aan 5de H / C-molecule bindt aan een andere base op de 3de OH
DUS binden verschillende pentoses aan elkaar
Leg het principe van complementair uit.
Als je een streng kent, weet je direct de andere streng
- C paart altijd met G
- A paart altijd met T
Helix structuur van DNA
Complementaire helix
≠ perfecte helix, grote en kleine groeven
Basen en H-bruggen zorgen voor verbinding van ruggen
Verschillen RNA en DNA
RNA enkele streng, DNA dubbel
T (bij DNA) vervangen door U (bij RNA)
Ribose vs Deoyxribose: toevoeging O aan tweede koolstofatoom bij DNA
samenstelling van het menselijk genoom
2% coderende sequenties
23% niet-coderende delen v genen
40% verspreid repetitief DNA
10% gegroepeerd repetitief DNA/tandem repeats
25% enkelvoudig DNA
Klein stukje extra-nucleair DNA of mitochondriale DNA
DNA replicatie = semi-conservatief
Je krijgt 2 DNA-moleculen, die elk bestaan uit:
1 oude streng → bewaard
1 nieuwe streng → nieuw gemaakt
Celcyclus
Celcyclus = interfase + mitose (celdeling)
Interfase (cel bereidt zich voor, duurt het langst)
G1: groei, aanmaak eiwitten en organellen, voorbereiding op DNA-synthese
S: DNA-replicatie (elk chromosoom wordt gekopieerd)
G2: voorbereiding op mitose
Mitose (M): de celdeling, resultaat: 2 identieke dochtercellen
G0: de cel verlaat de cyclus en deelt niet meer (tijdelijk of definitief)
Volgorde onthouden: G1 → S → G2 → M
Origins of replication
= specifieke plaatsen op het DNA waar de replicatie begint. Daar opent de dubbele helix zich en start het kopiëren
Helictase
Enzym dat de waterstofbruggen tussen de twee strengen verbreekt en zo de helix opent.
DNA-polymerase
Enzym dat nieuwe nucleotiden aan het 3'-uiteinde koppelt, dus enkel in de richting 5' → 3', volgens het complement van de matrijsstreng.
Polymerase maakt de fosfodiester binding + doet aan proofreading om fouten te herstellen
Leading strand
Nieuwe streng die continu gemaakt wordt, in dezelfde richting als de opening van het vork.
Lagging strand
Nieuwe streng die discontinu gemaakt wordt, in stukjes, omdat de polymerase tegen de openingsrichting in moet werken.
Okazaki-fragmenten
De korte stukjes DNA op de lagging strand.
Ligase
lijmt de okazaki fragmenten aan elkaar
Topoisomerase
Enzym dat de spanning in het DNA wegneemt: voor het vork wordt de helix strakker gedraaid door het openen, en topoisomerase knipt de streng tijdelijk door, laat hem ontdraaien en plakt hem weer dicht