Biologie hst 1 Vwo 4

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/62

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

63 Terms

1
New cards

Organismen

Levende wezens zoals planten, dieren, schimmels en bacteriƫn

2
New cards

Stofwisseling

Alle chemische (scheikundige) reacties in een organisme

3
New cards

Soort

Organismen die zich onderling kunnen voortplanten en daarbij vruchtbare nakomelingen voortbrengen

4
New cards

Levenscyclus

Alle individuen van een soort doorlopen tijdens hun levensloop dezelfde fasen of stadia (ei, rups (larve), pop, volwassen dier)

5
New cards

DNA

Molecuul dat de erfelijke informatie van een organisme bevat

6
New cards

Cel

Een grotere biologische eenheid en een hoger organisatieniveau dan een molecuul; alle organismen bestaan uit een of meer cellen

7
New cards

Organellen

Onderdelen van een cel met een bepaalde functie

8
New cards

Weefsel

Een groep van een of meer verschillende celtypen die een gemeenschappelijke functie hebben

9
New cards

Orgaan

Deel van een organisme met een specifieke bouw en functie

10
New cards

Orgaanstelsel

Aantal organen dat samen een bepaalde functie uitoefent

11
New cards

Populatie

Groep individuen van dezelfde soort die in een bepaald gebied leeft en zich onderling voortplant

12
New cards

Levensgemeenschap

Alle verschillende populaties die in een gebied samenleven

13
New cards

Ecosysteem

Min of meer begrensd gebied met bepaalde eigenschappen. Zowel de levende als de niet-levende natuur in dat gebied maakt deel uit van het ecosysteem

14
New cards

Systeem aarde

Geheel aan ecosystemen op aarde, ook biosfeer genoemd

15
New cards

Emergente eigenschap

Als er op een hoger organisatieniveau een nieuwe eigenschap ontstaat die er op het lagere organisatieniveau niet is

16
New cards

Tussencelstof

Bij veel weefsels liggen de cellen niet direct tegen elkaar aan, maar komt tussencelstof voor. Het soort tussencelstof hangt samen met de functie van het weefsel

17
New cards

Celmembraan

Buitenste laag van een cel die het inwendige van de cel, het cytoplasma (celplasma), scheidt van het milieu buiten de cel

18
New cards

Celwand

Stevig laagje om een plantaardige cel heen dat niet tot de cel behoort (is tussencelstof)

19
New cards

Cytoplasma (celplasma)

Inhoud van de cel die bestaat uit het grondplasma met daarin allerlei organellen, ook celplasma genoemd

20
New cards

Grondplasma

Bestanddeel van het cytoplasma dat bestaat uit water en opgeloste stoffen

21
New cards

Celkern

Organel in het cytoplasma dat omsloten is door het kernmembraan en DNA bevat

22
New cards

Vacuole

Blaasje gevuld met vacuolevocht in het cytoplasma; veel plantaardige cellen bevatten een grote centrale vacuole

23
New cards

Plastiden

Organellen in plantaardige cellen waarvan verschillende typen bestaan: bladgroenkorrels, chromoplasten en leukoplasten

24
New cards

Chloroplasten

Plastiden die groene kleurstoffen bevatten, ook bladgroenkorrels genoemd

25
New cards

Chlorofyl

Groene kleurstoffen in chloroplasten

26
New cards

Chromosomen

Lange moleculen DNA die rondom eiwitten zijn gewikkeld

27
New cards

Erfelijke eigenschappen

Informatie die de bouw en functie van een cel bepaalt

28
New cards

Kernlichaampje

Plaats in het kernplasma waar delen van ribosomen worden gemaakt

29
New cards

Kernporie

Opening met eiwitten die het transport van stoffen in en uit de kern kan regelen

30
New cards

Ribosomen

Kleine bolvormige organellen die eiwitten produceren met behulp van de informatie die is vastgelegd in het DNA

31
New cards

Endoplasmatisch reticulum

Een uitgebreid netwerk van dubbele membranen in het cytoplasma dat is aangesloten op het kernmembraan

32
New cards

Ruw endoplasmatisch reticulum

Endoplasmatisch reticulum waarbij zich ribosomen op de membranen bevinden

33
New cards

Golgisysteem

Opeengestapelde platte membranen in het cytoplasma waarin eiwitten worden bewerkt totdat ze hun definitieve vorm hebben

34
New cards

Exocytose

Afsnoeren van blaasjes door het celmembraan om stoffen naar buiten de cel te transporteren

35
New cards

Lysosomen

Afgesnoerde blaasjes van het golgisysteem met eiwitten (enzymen) die in de cel blijven; na versmelting met een ander blaasje kunnen de enzymen de eiwitten in dit blaasje verteren

36
New cards

Enzymen

Eiwitten die stoffen kunnen afbreken

37
New cards

Mitochondriƫn

Bolvormige organellen met dubbele membranen waarin met behulp van zuurstof energie wordt vrijgemaakt die tijdelijk is opgeslagen in ATP

38
New cards

ATP

Moleculen die worden gemaakt in de mitochondriƫn en de belangrijkste energieleverancier zijn voor processen in de cel

39
New cards

Cytoskelet

Netwerk van eiwitvezels binnen in cellen dat ervoor zorgt dat de cel zijn vorm behoudt en dat organellen op hun plaats blijven en dat een cel van vorm kan veranderen of zich kan verplaatsen

40
New cards

Ciliƫn

Organellen die behoren tot het cytoskelet; kunnen signalen uit de omgeving waarnemen en doorgeven aan de cel en hebben een functie bij de voortbeweging

41
New cards

Flagel

Zweephaar waarmee cellen zich kunnen voortbewegen

42
New cards

Motoreiwitten

Eiwitten die zich verplaatsen langs het cytoskelet en daarbij blaasjes en eiwitten transporteren

43
New cards

Fosfolipiden

Een fosfolipidemolecuul is een vetachtige stof die aan een kant bestaat uit een fosfaatgroep die in water oplosbaar is en aan de andere kant twee lange vetzuurmoleculen heeft die waterafstotend zijn

44
New cards

Membraaneiwitten

Eiwitten in het celmembraan; spelen vaak een rol bij het transporteren van stoffen in en uit de cel

45
New cards

Receptoreiwitten

Eiwitten met daaraan koolhydraatketens; spelen een rol bij de herkenning van een cel door eiwitten in het membraan van andere cellen

46
New cards

Endocytose

Het afsnoeren van blaasjes door het celmbraan om stoffen in de cel op te nemen

47
New cards

Diffusie

Verplaatsing van een stof van een plaats met een hoge concentratie naar een plaats met een lage concentratie van die stof

48
New cards

Permeabel

Doorlatend membraan, wanneer moleculen kleiner zijn dan de poriƫn in het membraan kunnen ze er doorheen en kan diffusie optreden

49
New cards

Semipermeabel of selectief permeabel

Een membraan waar kleine moleculen wel doorheen kunnen, maar grote moleculen niet

50
New cards

Osmose

Diffusie van watermoleculen door een semipermeabel membraan van de plaats met de hoogste concentratie watermoleculen (de oplossing met de laagste osmotische waarde) naar de plaats met de laagste concentratie watermoleculen (de oplossing met de hoogste osmotische waarde)

51
New cards

Osmotische waarde

De osmotische waarde van een oplossing wordt bepaald door het aantal opgeloste deeltjes per volume-eenheid

52
New cards

Osmotische druk

Aanzuigkracht die de oplossing met de hoogste osmotische waarde uitoefent op de andere oplossing en die wordt bepaald door de concentratie van deeltjes die niet door het semipermeabel membraan heen kunnen

53
New cards

Isotoon

Oplossing waarvan de osmotische waarde gelijk is aan de osmotische waarde van het cytoplasma in een cel

54
New cards

Hypotoon

Oplossing waarvan de osmotische waarde lager is dan de osmotische waarde van het cytoplasma in een cel

55
New cards

Hypertoon

Oplossing waarvan de osmotische waarde hoger is dan de osmotische waarde van het cytoplasma in een cel

56
New cards

Turgor

Door de opname van water ontstaat druk op de celwand in een plantencel die ervoor zorgt dat de plantencel stevig is (dan is de druk in de cel groter dan de druk buiten de cel)

57
New cards

Plasmolyse

Wanneer een plantaardige cel stevigheid verliest doordat er zoveel water de cel uitgaat dat het celmembraan loslaat van de celwand (doordat de celwand niet kan krimpen)

58
New cards

Passief transport

Transport van stoffen door een membraan waarvoor geen energie nodig is, transport vindt plaats met het concentratieverval mee

59
New cards

Ionentransport

Transport door een membraan van ionen zoals Na+, K+, en Ca+

60
New cards

Transporteiwitten

Eiwitten die specifieke moleculen kunnen binden en transporteren door het membraan

61
New cards

Actief transport

Transport van stoffen door een membraan via membraaneiwitten waarvoor energie (omzetting ATP) nodig is, transport vindt plaats tegen het concentratieverval in

62
New cards

Validiteit

De resultaten geven ook echt antwoord op de onderzoeksvraag

63
New cards

Betrouwbaarheid

De resultaten zijn op een objectieve manier verkregen en herhaling van het onderzoek is mogelijk