Hoofdstuk 2 Toepassing en verschillen tussen conditioneren

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/18

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Tentamen

19 Terms

1
New cards

Modeling

Een cliënt leert door het gedrag van een ander te observeren en na te doen.

2
New cards

Shaping

Een cliënt leert gewenst gedrag stap voor stap doordat tussenstappen in de gewenste richting worden beloond.

3
New cards

Klassiek conditioneren

Leren doordat een neutrale prikkel wordt gekoppeld aan een natuurlijke prikkel, waardoor de neutrale prikkel uiteindelijk een reactie kan oproepen.

4
New cards


openrant conditioneren

Leren doordat gedrag verandert als gevolg van beloning of straf.

5
New cards

Psychoanalyse

Verklaart gedrag vooral vanuit het onbewuste, ervaringen uit de jeugd en innerlijke conflicten.

6
New cards

Behaviorisme

Verklaart gedrag vooral vanuit waarneembaar gedrag en invloeden uit de omgeving.

7
New cards

Humanisme

Benadrukt de unieke kwaliteiten van mensen en het vermogen van mensen om zelf te weten wat goed voor hen is.

8
New cards

Cognitivisme

Verklaart gedrag vanuit gedachten en mentale processen.

9
New cards

Biologische benadering

Verklaart gedrag en psychische problemen vanuit biologische kenmerken en processen.

10
New cards

Systeemdenken

Bekijkt gedrag in relatie tot de systemen en relaties waarvan iemand deel uitmaakt.

11
New cards

Cognitieve gedragstherapie

Combineert de uitgangspunten van het behaviorisme en cognitivisme.

12
New cards

Free association

Een psychoanalytische methode waarbij iemand vrij vertelt wat er in hem of haar opkomt.

13
New cards

Droomanalyse

Een psychoanalytische methode waarbij dromen worden onderzocht om inzicht te krijgen in onbewuste processen.

14
New cards

Beloning

Een prettige consequentie waardoor gedrag vaker voorkomt.

15
New cards

Straf

Een onprettige consequentie waardoor gedrag minder vaak voorkomt.

16
New cards

Input

De prikkels en invloeden uit de omgeving die gedrag kunnen beïnvloeden.

17
New cards

Output

Het waarneembare gedrag dat volgt op de input.

18
New cards

Overdracht

Gevoelens en verwachtingen uit eerdere relaties worden op de hulpverlener geprojecteerd.

19
New cards

Tegenoverdracht

De hulpverlener ontwikkelt gevoelens of reacties tegenover de cliënt waarbij eigen ervaringen kunnen meespelen.