1/41
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
humorale immuniteit
dankzij b cellen want maken antilichamen
plasmacel
uiteindelijke ontwikkeling b cel maakt veel antilichamen geen oppervlakte immunoglobuline of MHC 2 kunnen niet meer groeien, somatische hypermutatie doen of isotype veranderen (alleen naieve b cellen)
naieve b cel
heeft BCR en MHC 2 na herkenning antigeen geactiveerd -> plasmacel
structuur Ig
y vorm 2 identieke zware, 2 identieke lichte ketens verbonden met disulfidebindingen 2 Fab-fragmenten: aan antigeen, neutraliseert antigeen 1 Fc-fragment (achterkant): bindt aan Fc receptor immuuncellen en complementsysteem
constante regios
bepalen welke effectorfuncties antilichaam kan doen want daar kunnen cellen en complement aan binden
isotypen
Ig GAMED
IgM
pentameer
IgA
dimeer neutralisatie
IgG
neutralisatie IgG1, IgG2, IgG3, IgG4 verschillende capaciteiten voor neutralisatie, opsoisatie, complementactivatie, activatie Fc-receptoren
isotype switching
class switch recombination zware keten verandert -> effectorfunctie welke isotype afh van cytokinen in omgeving
neutralisatie
antilichaam bindt pathogeen/toxine -> kan niet meer op receptor lichaamscel -> opgeruimd door fagocyten vooral IgG en IgA
opsonisatie
pathogeen bedekt met antilichaam Fc-receptoren op fagocyten binden -> fagocytose
complementsysteem activeren
door IgM en IgG C1q bindt Fc van antilichaam -> complementcascade ->complement bindt pathogeen -> fagocyten met complementreceptoren fagocyteren
hoeveel antilichamen nodig voor complementcascade
IgG: minimaal 2 dicht bij elkaar IgM-pentameer: 1
gevolg complement cascade
op welke cellen Fc receptoren
macrofagen neutrofielen eosinofielen NK mest B-cel
als Fc receptor aan Fc bindt
activerend of remmend signaal
FcεRI-receptor
hoge affiniteit voor IgE op mestcellen allergiën
FcγRIII-receptor
ook wel CD16 op NK cel
antibody dependent cellular cytotoxity ADCC
antilichaam op antigeen op doelcel NK herkent Fc mbv FcγRIII (CD16) crosslinken Fc-receptoren-> NK cel actief -> induceert apoptose op doelcel