1/10
van pagina 123 tot en met 150
jacob L Talman
gebruikt de term totalitaire democratie voor landen die zich democratische noemen maar er niet noodzakelijk hetzelfde mee bedoelen
zoals china, DDR
Robert Dahl (democratie)
spreekt van het concept polyarchie
onderstreept verschil tussen de ideaal en praktijk democratie
en benadrukt dat zijn visie op de democratie vooral neerkomt op het realiseren van een bestuur door velen (ipv de massa)
tom christiano en sameer bajaj
formuleren een definitie van democratie die voldoende open is om de diversiteit onder democratische samenlevingsvormen te erkennen
linken democratie niet aan bepaalde, concrete uitkomsten maar opgelost het als : 'een methode voor collectieve besluitvorming die wordt gekenmerkt door een soort gelijkheid onder de deelnemers in een essentiële fase van het besluitvormingsproces'.
De klemtoon op collectieve betekenis herinnert er ons aan dat de beslissingen die binnen een democratie wordt genomen een brede groep mensen dient én, toch niet onbelangrijk, dat deze definitief bindend zijn voor alle leden van de groep.
fareed zakaria
regimes die afbreuk doen aan een breed arsenaal aan politieke rechten, waaronder de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid en het ondermijnen van de mensenrechten zal ze bestempelen als illeberale democratieën
ze worden gezien als hybride regimes die democratie en autoritarisme combineren
amartya Sen en Jan Drèze
vonden een antwoord op waarom er in india geen hongersnoden meer waren en wel nog in china. terwijl india armoede heeft continu
Antwoord: weinig te maken met beschikbaarheid van het voedsel
het gaat wel over het verdelen van voedsel, india neemt maatregelen om een massa sterfte van de bevolking te vermijden. het beleid van de overheid heeft dus grote invloed
Emanuel kant
voorspelde dat democratieën niet echt geneigd zijn om oorlog te starten, het is makkelijker om je ontevredenheid te uiten en dingen te eisen van de overheid. niet dat deze altijd ingelost zal worden maar het is voor de democratische regering toch al een stuk moeilijker om een dreigende ramp gewoon te negeren
de markies van condorcet
de wet van de grote aantallen geformuleerd
de kans dat de keizers tot een correcte inschatting van een probleem komen, wordt vergroot naarmate er meer mensen deelnemen aan de stemming
(bevestigd in onderzoek van Lu hong en scott page)
aristotles (argumenten tegen democratie)
wees op het gevaar van een laag scholingsniveau, indien burgers onvoldoende kennis hebben van politiek en zijn spelregels onvoldoende begrijpen, kunnen zij ten prooi vallen aan manipulatie demagogie vanwege elites. in dat geval leidt parcipatie van het volk, paradoxaal genoeg, niet tot een bestuur van behoeve van velen maat wel in behoeve van enkelen.
hanna pitkin’s
wat betekent vertegenwoordiging nu juist? Wat betekent het om anderen te vertegenwoordigen?
Deze vragen vormen het uitgangspunt van haar werk (1967) The Concept of Representation.
Zij definieert vertegenwoordiging, in de ruime betekenis, als een manier van enorme aan ande-ren. baseert zich daarbij op het Latijnse re-praesentare en stelt: 'representatie betekent in het algemeen het aanwezig maken van iets dat niettemin niet letterlijk of feitelijk aanwezig is'.
ook identificeerde twee grote debatten over controverses die tot op de dag van vandaag doorleven leiden.
Het eerste punt van discussie, de veronderstelde 'mandaat versus onafhankelijkheid'-controverse,
gaat over de mate van autonomie van vertegenwoordigers: zij moeten handelen op basis van hun eigen ideeën of moeten ze zich laten leiden door het oordeel van degenen in wiens naam ze spreken?
Het tweede punt van discussie, de veronderstelde 'natie versus deelbelang'-controverse,
gaat dan weer over wie het onderwerp van politieke vertegenwoordigers hoort uit te maken: het algemeen belang (of dat van de natie) dan wel het belang van specifieke groepen die de vertegenwoordiger hebben aangesteld en voor wie hij of zij rechtstreeks aansprakelijk is?
iris marion Young
is een van de mensen die stelt dat het belangrijk is dat elke groep wel degelijk eigen vertegenwoordigers heeft in het parlement of in de regering
Zij wijst in dit verband op de aanwezigheid van historische machtsprocessen die sommige maatschappelijke groepen bevoordelen over andere en unieke maatschappelijke posities creëren van waaruit mannen kunnen spreken.
Auteurs zoals Izij) en Linda Alcoff stellen dat de leden van historische benadeelde groepen, als het gevolg van hun vergelijkbare geschiedenis, ervaringen met structurele ongelijkheden en relaties met andere sociale groepen, bepaalde maatschappelijke gebeurtenissen op een andere manier ervaren en begrijpen dan leden van geprivilegieerde groepen.
Leden van geprivilegieerde groepen, die hun beurt hebben gehad, hebben het vaak moeilijk om de perspectieven van minderheden te begrijpen en de relevante tie te geloven in te zien. Dit maakt het voor hen een zo belangrijk dat er politici zijn met verschillende achtergronden in de parlementszetels.
Anne phillips
In The Politics of Presence houdt ze een uitgebreid pleidooi voor politieke instellingen die beter de sociaal-demografische werkelijkheid weerspiegelen.
Naast betere belangenbehartiging wijst zij ook op drie andere voordelen van een sterkere diversificatie van onze centrale politieke instellingen.
Ten eerste zou het een rechtzetting van historisch onrecht impliceren.
Ten tweede verhoogt een meer diverse samenstelling van de democratische kwaliteit van besluitvorming: de kans neemt namelijk toe dat er meer verschillende affirmaties worden geformuleerd en gehoord.
Ten slot toont een gediversifieerd parlement ook aan dat leden van historische benadeelde groepen over cruciale competenties beschikken, met naam de compe-tentie om deel te nemen aan verwerking.
Phillips wijst op het mogelijke emanciperende effect van de aanwezigheid van meer diverse rolmodellen in de politiek.
Een aantal auteurs stelt daarom dat we moeten streven naar een systeem van paritaire democratie, waarbij er evenveel politieke macht wordt gekozen door vrouwen als door mannen . Ook Phillips zelf verdedigt maatregelen die veilig zijn dat er voldoende vrouwenzetels in het parlement en de regering zijn. Ze grijpt de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de politiek aan om te betogen dat er ongelijkheden bestaan die het voor vrouwen moeilijk maakt om deel te nemen aan de politiek.
Het feit dat er een vrouwelijke ondervertegenwoordiging is, wijst volgens Phillips op het bestaan van fundamentele ongelijkheden tussen mannen en vrouwen. Dat deze ongelijkheden zo'n impact hebben op ons politioneel systeem (en uitschakelen in ondervertegenwoordiging) betekent dat ze veel voorkomen dat een 'spontaan' herstel van ondervertegenwoordiging niet waarschijnlijk is. Flankerende maatrege-len, zoals quota, lijken dus aangewezen.