Kaarten: termen-sites-artefacten-personen in Pre en Protohistorie | Quizlet

0.0(0)
Studied by 2 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/318

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:15 PM on 12/6/23
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

319 Terms

1
New cards

Periode van pre en protohistorie

Wetenschap die menselijke gedrag van deze periode bestudeer en Periode zonder geschreven bronnen

2
New cards

Driedeling

Het evolueren van technologie (steen, brons, ijzer)

3
New cards

typologische methode

Typologie (oftewel typochronologie of typologische methode) is het indelen van archeologische vondsten op basis van fysieke kenmerken

4
New cards

Cultuurhistorische benadering

Legt een archeologisch verband tussen artefacten binnen een periode, gebied stijl, stammen en of periodes. DOEL? Het verklaren van archeologische culturen en het verklaren van onderlinge relaties. (Diffusie, invasie en migratie) = cultuurhistorische benadering.

5
New cards

New archeaology

Reconstrueren en verklaren van processen via wetmatigheden. Culturen ≠ enkel materiële cultuur. Een groot complex systeem van soc, ideologisch, eco, tech, ...Gebruik van beschrijving om te verklaren. Nood aan tools: middle range research

6
New cards

Middle range research

Het linken van menselijk gedrag in het heden met artefacten uit het verleden

7
New cards

Post-processuele archeologie

Wetmatigheden bestaan niet.Het individu bepaalt de materiële cult. Belang v/d context v/h voorwerp waarbij interpretatie een grote invloed heeft. 100procent objectief zijn is niet mogelijk.

8
New cards

Etnoarcheologie

Bestudeert ruimtelijke contacten in relatie met sporen

9
New cards

tafonomie

Het proces van een artefact vanaf het moment dat het in de grond zit tot dat het wordt opgegraven.

10
New cards

Abris-sous roche

Overhangende terrassen en rotsen die gebruikt worden als woonplaats. Worden door verschillende generaties bewoond en hebben een sterke stratigrafie. Kaklrijkrijk milieu = goede bewaring

11
New cards

openluchtnederzetting

Site in een niet afgesloten context. Vaak aangetaste sporen. Houten constructie gebouwd door de mens. Zichtbaar door resten van paalkuilen

12
New cards

Alluviale site

Gevonden in de afzetting van een rivier. (Water = noodzakelijk voor de mens; grote verzameling aan sites). Vaak niet in situ: verplaatst door het water

13
New cards

Eolische sediment

Afgezet door de wind. Stratigrafie goed zichtbaar. Ideaal = heuvelruggen

14
New cards

Organische sediment

Verlanding van meren, ideaal voor reconstructie van het milieu

15
New cards

Antropologisch sediment

Afval dat achterblijft door sedentarisatie

16
New cards

afvalhopen

Vanaf neolithicum aanwezig op elke site. Geeft info over bewoners, voedselresten, leefomstandigheden,...

17
New cards

begraafplaatsen

Vaak best bewaarde deel van de site. Quasi enige bron van laat-neolithicum. Intentionele begraving in de grond.

18
New cards

Monumentale structuren

Megalithisme: meeste in W-EU

19
New cards

Lithisch materiaal

Primaire bronsbestand voor de steentijd (rest is niet bewaard). Gemaakt via een reductie proces. Veel afval (belang van productie locatie)

20
New cards

Reductie proces

1. Grondstof verwerving (vooral vuursteen) 2. Selectie (vorm, volume en kwaliteit) 3. Debitage (scherven afslaan van oorspronkelijke steen = afslagsysteem, kling-reductiesysteem) 4.werktuigproductie 5. Gebruik 6. afdanking (remontage of refitting)

21
New cards

remontage of refitting

Afslagen in juiste sequentie terug puzzelen

22
New cards

Grondstofverwerving

Voornamelijk vuursteen: kunnen makkelijker in primaire context worden gevonden zoals in krijtlagen maar ook binnen een alluviale context. = petrografisch onderzoek

23
New cards

Selectie grondstoffen

Op basis van vorm volume en kwaliteit

24
New cards

debitage

Afhalen van scherven van de oorspronkelijke grondstof op basis van directe of indirecte slagen of een druktechniek. Wat overblijft = kern

25
New cards

Debitage-systeem

Afslagdebitage = kleine debitage doormiddel van 1knol te bewerken tot 1 werktuig. Kling-afslagtechniek = stenen met 2 parallelle boorden (klingen) die worden afgeslagen van de kern als werktuig. Kern blijft over en kan ook bewerkt worden.

26
New cards

Artefacten uit been en gewei

Minder sterk van lithisch materiaal , apart bewerkingsproces (vb harpoen, naalden, ...)

27
New cards

ceramiek

Vanaf neolithicum. Interessante vorm, techniek, gebruik van zuurstof, ... + residu analyse

28
New cards

palynologie

Via resten van stuifmeelkorrels leren over de gewassen en het milieu

29
New cards

Archeozoologie

Onderzoek naar de dieren: info over dieet, slachtpatronen, microfauna isotopen analyse), ...

30
New cards

anthracologie

Houtsoorten bepalen

31
New cards

stratigrafie

Aarde korst is opgebouwd uit lagen (strata), de oudste lagen zijn het diepst. In principe zijn voorwerpen van deze laag van dezelfde leeftijd. Problemen: erosie en bodemvorming

32
New cards

seriatie

Analyse van vormen, technologie, versieringen, ... aangezien deze constant in veranderen zijn.

33
New cards

Dendrochronologie

Datering aan de hand van boomjaarringen

34
New cards

C14 methode

Opmeten van C14 deeltjes in organisch materiaal.

35
New cards

pleistoceen

2,400,000-10,000 BP (ijstijden en tussenijstijden)

36
New cards

holoceen

10,000 BP-nu = na laatste ijstijd

37
New cards

Ijstijd van het pleistoceen

Meer ijskappen (tot in NL), minder water in de oceanen, dalende biodiversiteit (bos => toendra), deposities van zand

38
New cards

Tussentijden pleistoceen

Groeiende biodiversiteit en bodemvorming, meer los water en hogere temperaturen

39
New cards

Saale ijstijd

(Pleistoceen) Ijstijd (230-130k BP): N-ijskap komt tot in NL en de Vla vallei ontstaat

40
New cards

Eemiaan

(Pleistoceen) Tussenijstijd (130k-115 k BP): verschillende vegetaties (geen beuk, wel haagbeuk en taxus), water vloeit in Vlaamse vallei (ideaal voor neanderthaler nederzettingen)

41
New cards

Weichseliaan

(Pleistoceen) Laatste ijstijd (115-10k BP): Vla = toendra, steppes en poolwoestijnen. Ijskappen tot in Denemarken. Veel wind en los sediment zoals zand en klei Loess. Vult Vlaamse vallei met zand

42
New cards

laatglaciaal

Ook wel finaalglaciaal genoemd (15-10k BP) stijgende temperatuur met afwisselende koude en warme periodes. Zorgt voor groeiende biodiversiteit en verschillende soorten komen voor het eerst met elkaar in contact.

43
New cards

Isotopen analyse

Het opmeten van zeebodems en ijskernen naar zuurstof isotopen zoals O18 en O16. Dit geeft een beeld van de temperatuur van het water dus ook het klimaat.

44
New cards

Preboreaal

(pre-Holoceen) (10,000-9000 BP) groeiende bebossing: Berk en Den. Klimaat is vergelijkend met nu: droog

45
New cards

Boreaal

(pre-Holoceen) (9000-7500 BP) Bebossing: eik, berk opkomende hazelaar (door hazelnoten die handmatig worden verplaatst door mesolithische mensen)

46
New cards

atlantium

(pre-Holoceen) (7500-5000 BP) groeiende eikenbossen (linde, eik en den) relatief vochtig. Door het smelten van de poolkappen ontstaat het kanaal tussen Engeland en EU

47
New cards

subboreaal

(laat-Holoceen) (5000-2500 BP) intrede van de beuk (# den en linde daalt) warmer en droger klimaat ivm nu. Ontstaan van heide door intensief gebruik van hout door de mens.

48
New cards

Subatlanticum

(laat-Holoceen) (2500-nu) beuk en hagenbeuk + cultuurgewassen en gebruik va overstromingsrivieren door de mens. Kouder en vochtiger klimaat. Door ontbossing veel zandverstuiving en zandsediment.

49
New cards

Quercus

Eik

<p>Eik</p>
50
New cards

tilia

linde

<p>linde</p>
51
New cards

fagus

Beuk

<p>Beuk</p>
52
New cards

Oldowiaan

(Vroeg-paleolithicum) (2,6-1,7mil BP) periode waarin eerste homo's zijn gevonden in Tanzania. Hier worden de oudste artefacten terug gevonden van homo habilis. Deze regio was ideaal door de oppervlakkige vulkanische stenen die te vinden waren. Het dieet van deze vroege mensen bestond uit Flora (knollen) & fauna (eieren, slakken, termieten, ...) maar waren ook aaseters (nog geen jagers). Deze eenvoudige organisaties verzamelden voedsel, kadavers ... naar centrale locaties = Bivak (typisch voor de mens).

53
New cards

Chopper

Aan 1 zijde bewerkte werktuigen. Geen vast ontwerp stompe hoeken van 90 graden

54
New cards

Chopping tool

Aan 2 zijden bewerkte werktuigen

55
New cards

polyelders

Veelzijdig bewerkte werktuigen

56
New cards

Affar vlakte

oudste artefacten (= 2,5mil BP) gevonden in Ethiopië

57
New cards

Achereleaan

(Vroeg-paleolithicum) Gebruik van houtskool en dus ook vuur. Om vuur te maken is er nood an organisatie en onderhoud. Gebruikt voor wapens, koken werktuigen verbetering via verbranding. Noordelijke gebieden worden verkend door Homo Erectus

58
New cards

Vuistbijlen

Typisch voor achereleaan: 1ste bijlen 1,5mil BP; evolutie van de choppingtools => vormen symmetrie, 2 vlakkig en scherpe rand. Is multifunctioneel en vervangt andere werktuigen zoals noordschrabbers of choppingtools. (Artefact: Bournemouth)

<p>Typisch voor achereleaan: 1ste bijlen 1,5mil BP; evolutie van de choppingtools => vormen symmetrie, 2 vlakkig en scherpe rand. Is multifunctioneel en vervangt andere werktuigen zoals noordschrabbers of choppingtools. (Artefact: Bournemouth)</p>
59
New cards

Vroeg-paleolithicum in EU

1ste industrieën & acheuleaan

60
New cards

1ste industrieën

Ten vroegste gedateerd in W-EU rond 500k BP

61
New cards

Out of Africa I

1,8mil BP: H. Erectus verlaat Afrika

62
New cards

Acheuleaan

(500k-300k BP) goed gedocumenteerd door erosie processen tijdens opeenvolgende ijstijden. Ontstaan van eerste industrieën in W-EU (site: Tautavel: L'arago grot), (Site: Grotte de Sprimont) (Site: Torralaba)

63
New cards

Technologie en industrie (Acheuleaan)

Een meer verfijnde afslagstijl gericht op de vervaardiging van meestal massieve werktuigen die aan beide zijden bewerkt zijn. Het Clactoniaan kenmerkt zich door korte maar massieve (vaak aangepunte of getande) afslagen, vaak verkregen door directe percussie op een aambeeld (rots). (Site: Boxgrove)

64
New cards

Bewoning (Acheuleaan)

Ze kunnen opgedeeld worden in twee grote klassen: de openluchtsites en de beschutte sites. Doordat ze vaak gevonden worden in fluviatiele contexten is er twijfel over de reconstructie.

65
New cards

Overlevingsstrategie (Acheuleaan)

De eerste Europeanen leefden waarschijnlijk in zekere mate van de jacht, vermoedelijk jacht op niet te groot wild, mogelijk ook op zieke, jonge of oude dieren. Heel waarschijnlijk was hij ook nog deels een aaseter.

66
New cards

Begraving (Acheuleaan)

Echte graven zijn er voorlopig niet gekend uit het VroegPaleolithicum. Merkwaardig is echter het voorkomen op sommige sites van menselijke beenderresten met duidelijke snijsporen en intentionele breuken na de dood opgelopen.

67
New cards

Midden-paleolithicum

Mousteriaan

68
New cards

Mousteriaan

(400k-30k BP)

69
New cards

Technologie en industrie (Mousteriaan)

Het Mousteriaan kenmerkt zich door een algemene overschakeling van de kerntechniek (vuistbijlen) op de afslagtechniek (bijv. de Levalloistechniek).

70
New cards

Begraving (Mousteriaan)

Weinig sporen van een duidelijke ruimtelijke organisatie of functionele specialisatie. Onmiskenbare resten van bovengrondse structuren zoals hutten en/of tenten zijn er nauwelijks. Bovendien bestaat er nog steeds veel discussie over de betrouwbaarheid en interpretatie van deze sporen.

71
New cards

Sociale structuren (Mousteriaan)

De jacht op vrij groot wild veronderstelt een zekere sociale organisatie in groepen van de Neanderthaler. Reconstructies stellen groepen van een 30-tal (of minder) individuen voor.

72
New cards

Overlevingsstrategie (Mousteriaan)

De midden-paleolithische mens was beslist een goed jager, al viel hij vermoedelijk ook nog deels terug op krengen (aaseter). Visvangst speelde ook een rol, maar dan vooral op sites gelegen langsheen open water.

73
New cards

Begravingen (Mousteriaan)

De Neanderthaler is de eerste in Europa die zijn doden zal begraven. Dit is zowat de enige spirituele bekommernis die archeologisch relatief eenvoudig kan worden nagegaan. Grotten met een opvallende ligging in het landschap kunnen over verschillende duizenden jaren gebruikt zijn als rustplaats voor de doden, waarbij de doden in verschillende discontinue fasen zijn bijgezet. Op verschillende schedels van Neanderthalers zijn snij-, breuk- en brandsporen aangetroffen. Volgens sommigen verwijzen ze naar kannibalisme bij de Neanderthalers, volgens anderen eerder naar een begrafenisritueel, waarbij ontvlezing een belangrijke rol speelde.

74
New cards

Levallois-reductiesysteem (Mousteriaan)

Met knol enkele symmetrische afslagen produceren. Deze technologie is in vss regio's ontstaan (EU, Azi, Afr,...). Uit deze techno ontstaan 60 tal type werktuigen (spitsen, vuistbijlen, noordschrabbers, ....)

<p>Met knol enkele symmetrische afslagen produceren. Deze technologie is in vss regio's ontstaan (EU, Azi, Afr,...). Uit deze techno ontstaan 60 tal type werktuigen (spitsen, vuistbijlen, noordschrabbers, ....)</p>
75
New cards

Laat-paleolithicum

( 40k-9,5k BP) Oude fase: Chatalperroniaan, Aurignaciaan, midden fase: Gravettiaan, Solutreaan, Recente fase: Magdaleniaan, Hamburgiaan. De vooruitgangen voor laat-paleolithicum zijn relatief gelijk doorheen de subperiodes.

76
New cards

Sociale structuren (Laat-paleolithicum)

Men neemt aan dat de kerngroep ("band") in die tijd bestond uit maximum 20 tot 30 individuen, zoals blijkt uit de studie van de nederzettingsstructuren. Verschillende groepen, tussen 100 en 500 individuen, vormden vermoedelijk één grotere groep, met preferentiële sociale contacten. Vermoedelijk komen deze grotere groepen samen naar aanleiding van de jacht (ontwikkeling van speerdrijver). (allianatie zou uniformiteit van werktuigen verklaren)

77
New cards

nederzettingen (Laat-paleolithicum)

Vooral grotten (veel vss occupaties), openluchtkampen op: strategische ligging, opgebouwde/tijdelijke constructies (haard), ... Duidelijk een ruimtelijke organisatie en een systematisch afvalverwijdering.

78
New cards

Overlevingsstrategieën (Laat-paleolithicum)

De mens leefde quasi uitsluitend van de jacht, hoewel visvangst, en soms pluk ook wel een rol konden spelen. Jacht op speciefieke dieren (seizoenale migratie) het volgen van bepaalde kuddes.

79
New cards

Begravingen (Laat-paleolithicum)

Vergeleken met het Midden-Paleolithicum worden de riten gevarieerder en complexer; grafgiften komen vaker voor. De meeste graven zijn individuele bijzettingen (oor mobiliteit). Meestal ligt de dode op zijn zij, met opgetrokken knieën, soms zelfs in foetale positie. Anderen liggen dan weer op hun rug. Gebruik van rood oker op de lijken

80
New cards

Rotskunst (Laat-paleolithicum)

In de meeste gevallen worden de figuren op de wanden geschilderd, getekend of gegraveerd (of een combinatie van beide). De afbeeldingen zijn bijzonder divers. Absoluut dominant binnen de rotsschilderingen zijn uiteraard de dierlijke voorstellingen. Maar ook niet-figuratieve afbeeldingen of tekens komen veelvuldig voor. Sommige vorsers denken aan religieuze motieven, waarbij de grotten als tempels moeten worden beschouwd. Nog anderen menen dat de rotskunst als een soort illustratie en geheugensteun fungeerden van verhalen die aan de groep werden verteld en de traditie van de groep verderzetten.

81
New cards

Mobiele kunst (Laat-paleolithicum)

De mobiele kunstvoorwerpen (kleinkunst) wordt vooral gedomineerd door de zgn. Venusbeeldjes. Ze dateren vrijwel allemaal uit de periode tussen 25.000 en 23.000 BP. Mogelijk fungeerden ze als een soort van fertiliteitsbeeldjes in een cultus rond een soort moedergodin. Anderen zien deze beeldjes als zelfportretten, gemaakt door vrouwen. Een reeks voorwerpen werd volledig gesculpteerd in been of steen of geboetseerd in klei. Het betreft meestal kleine dierenbeeldjes. (Artefact: Vogelherd Mamoet, Holenleeuw, paard)

82
New cards

Sierraden en kledij (Laat-paleolithicum)

"Sierraden komen vrij veel voor in het Laat-Paleolithicum. Men kent schelpen, benen amuletten of schijfjes, doorboorde tanden die hetzij als hangers gedragen werden, hetzij op de kledij werden genaaid. De variëteit is zeer groot. Voor de kledij weet men dat ze aan elkaar werden genaaid. Het is niet uitgesloten dat de paleolithische mens tatoeëring en lichaamsbeschildering kende, maar

83
New cards

Andere kunst (Laat-paleolithicum)

Onlangs zijn in de Zuid Duitse grot van Geissenklösterle drie ca. 30.000 jaar oude fluitinstrumenten, behorend tot het Aurignaciaan, opgegraven.

84
New cards

Eerste anatomische moderne mens

45k-35k BP en het is niet de Neanderthaler, start van verovering van de wereld door H.Sapiens (10k BP = overal ter wereld nederzettingen)

85
New cards

Technologie en industrie (Chatalperroniaan 40-35k BP)

De steenindustrie is ontwikkeld uit het Mousteriaan en het Acheuleaan en vertoont dus nog Midden-Paleolithische kenmerken. Nieuwe elementen zijn o.m. schrabbers en stekers op kling en de zgn. Châtelperronspits (spits met convex afgestompte boord). Gidsfossiel voor het Szeletiaan is de bladvormige spits, die bifaciaal vlak geretoucheerd is.

<p>De steenindustrie is ontwikkeld uit het Mousteriaan en het Acheuleaan en vertoont dus nog Midden-Paleolithische kenmerken. Nieuwe elementen zijn o.m. schrabbers en stekers op kling en de zgn. Châtelperronspits (spits met convex afgestompte boord). Gidsfossiel voor het Szeletiaan is de bladvormige spits, die bifaciaal vlak geretoucheerd is.</p>
86
New cards

Technologie en industrie (Aurignaciaan 35-29k BP)

Gidsfossielen voor het Aurignaciaan zijn kielschrabbers, boogstekers en "lamelles Dufour". Onder de benen artefacten vermelden we vnl. assegaaien, dit zijn benen spitsen die gemonteerd werden op een houten lans en afgevuurd werden met een speerdrijver.

<p>Gidsfossielen voor het Aurignaciaan zijn kielschrabbers, boogstekers en "lamelles Dufour". Onder de benen artefacten vermelden we vnl. assegaaien, dit zijn benen spitsen die gemonteerd werden op een houten lans en afgevuurd werden met een speerdrijver.</p>
87
New cards

Bewoning (Aurignaciaan 35-29k BP)

De bewoning bestaat uit enkele ovale tot rechthoekige, ondiepe kuilen, die als woonkuilen worden geïnterpreteerd. Sommige met een merkwaardige vorm (kruis of H-vorm). Op de bodem van deze woonkuilen vindt men gewoonlijk één tot meerdere haarden.

88
New cards

Technologie en industrie (gravettiaan 29-22k BP)

Gidsfossiel is de zgn. Gravettespits, een smalle spits met een nagenoeg recht afgestompte boord. Ook de Font-Robertspits is typisch. Onder de organische werktuigen vermelden we vooral de zgn. "bâtons de commondements", dit zijn lange beenderen of geweien die aan één of beide uiteinden doorboord zijn.

<p>Gidsfossiel is de zgn. Gravettespits, een smalle spits met een nagenoeg recht afgestompte boord. Ook de Font-Robertspits is typisch. Onder de organische werktuigen vermelden we vooral de zgn. "bâtons de commondements", dit zijn lange beenderen of geweien die aan één of beide uiteinden doorboord zijn.</p>
89
New cards

Bewoning (gravettiaan 29-22k BP)

In West-Europa wordt vaker gebruik gemaakt van steen (als onderbouw) en hout (als bovenbouw); in Oost-Europa daarentegen wordt veelvuldig gebruik gemaakt van been en gewei (vnl. van mammoet en rendier). Vermoedelijk hangt dit samen met een verschil in biotoop.

90
New cards

Technologie en industrie (solutreaan 22-17k BP)

"Het Solutreaan wordt gekenmerkt door een zeer fijne en mooie steentechnologie, met zeer vlakke retouches, waarmee o.a. de zgn. laurierbladspitsen werden gemaakt.Kenmerkend zijn ook de eerste benen naalden.

<p>"Het Solutreaan wordt gekenmerkt door een zeer fijne en mooie steentechnologie, met zeer vlakke retouches, waarmee o.a. de zgn. laurierbladspitsen werden gemaakt.Kenmerkend zijn ook de eerste benen naalden.</p>
91
New cards

Bewoning (magdaleniaan 17-12k BP)

Nagenoeg elke woonstructuur is opgebouwd uit een gestructureerde haard bestaande uit een stenen vloer of stenen krans. De leefruimte onmiddellijk rond deze haarden is schijnbaar opgedeeld in verschillende activiteitszones, waaronder slaapzones, een of meerdere vuursteenateliers, plaatsen waar de prooi verwerkt is en afvalzones. In OostEuropa ontwikkelt zich een nieuw type van structuur, waarin vooral met mammoetbeenderen wordt gewerkt.

92
New cards

Technologie en industrie (Hamburgiaan 17-12k BP)

"Zowel het Hamburgiaan en het Creswelliaan zijn uitgesproken Noord-Europese tradities.Gidsfossielen zijn voor het Hamburgiaan de Hamburg- en Haveltespits, voor het Creswelliaan de Creswell- en Cheddarspits (= trapezium vorig materiaal).

<p>"Zowel het Hamburgiaan en het Creswelliaan zijn uitgesproken Noord-Europese tradities.Gidsfossielen zijn voor het Hamburgiaan de Hamburg- en Haveltespits, voor het Creswelliaan de Creswell- en Cheddarspits (= trapezium vorig materiaal).</p>
93
New cards

Bewoning (Finaal-paleolithicum 12-5k BP)

Er sprake van basiskampen en extractiekampen. De eerste zijn locaties waar voltallige families samenwonen om er alle levensnoodzakelijke taken te verrichten. De extractiekampen daarentegen bevinden zich meestal rondom het basiskamp en werden slechts kortstondig en door een kleine groep bewoond. (residentiele en logistieke bewoningen. Residentiële bewoningen zijn redelijk vaste nederzettingen waar vast geleefd wordt. Logistieke kampen zijn tijdelijke kampen waar niet geleefd wordt voor lange periodes.)

94
New cards

Sociale structuren (Finaal-paleolithicum 12-5k BP)

De kern werd gevormd door de kleine familie, maar kenmerkend is toch dat deze kleinere groepen regelmatig in grotere gemeenschappen samenkwamen, tot mogelijkerwijze enkele 100 ind.; ter gelegenheid van deze samenkomsten, waar vermoedelijk ook feesten gehouden werden, wisselde men materiaal en informatie uit, en zocht men vermoedelijk ook partners uit.

95
New cards

Jacht (Finaal-paleolithicum 12-5k BP)

De jacht wordt dus kleinschaliger georganiseerd. In het steeds bosrijker landschap zal de mens ook gebruik maken van andere jachttechnieken, zoals het uitzetten van strikken, vallen enz. Mogelijk werd ook gejaagd met honden.

96
New cards

Zeevangst en pluk (Finaal-paleolithicum 12-5k BP)

Bessen, zaden en vruchten komen op veel sites voor. De belangrijkste directe indicaties zijn de talloze shell middens langsheen de Atlantische kust, waarin naast resten van schaaldieren ook visresten zijn aangetroffen. Indirecte aanduidingen van intensieve visvangst vinden we onder de vorm van vondsten van netten, fuiken, vishaken en visweren. Verder zijn er ook enkele boomstamkano's, die behoren tot Europa's oudste exemplaren.

97
New cards

Graven (Finaal-paleolithicum 12-5k BP)

In het Finaal-Paleolithicum en de vroege fasen van het Mesolithicum lijkt de begraving van de doden nog steeds niet in echte grafvelden te gebeuren. Meestal betreft het individuele bijzettingen. Vanaf het LaatMesolithicum (ca. 6.500 BP) ontstaan echte openluchtgrafvelden. Meestal individueel, vooral op de rug in gestrekte houding, grafriten gering tot matig aanwezig, courant gebruik van oker en weinig sociale differentiatie. Ook honden kregen soms een eigen graf of werden bij een dode begraven.

98
New cards

Klimaat Federmesser (12k-9,5k BP)

Flora: zeer dichte vegetatie waardoor erosie niet mogelijk is en er duinvorming plaats vind, koud met kleine temp vss, berk, wilg, populier, grassen, ... Fauna: # dieren zakt drastisch (gems, bever, ree edelhert, ...

99
New cards

Technologie en industrie Federmesser (12.000 - 9500 BP)

Beiden culturen sluiten nog zeer nauw aan bij het Magdaleniaan en het Hamburgiaan uit de recente fase van het Laat-Paleolithicum. Productie van klingen is nog steeds belangrijk, maar ze zijn minder verzorgt. de pijlbewapening valt vooral het verschijning van een nieuw spitstype op, de spits met één afgestompte boord. Hieruit kan worden afgeleid dat pijl en boog vanaf de Allerød het belangrijkste jachtinstrument geworden was.

<p>Beiden culturen sluiten nog zeer nauw aan bij het Magdaleniaan en het Hamburgiaan uit de recente fase van het Laat-Paleolithicum. Productie van klingen is nog steeds belangrijk, maar ze zijn minder verzorgt. de pijlbewapening valt vooral het verschijning van een nieuw spitstype op, de spits met één afgestompte boord. Hieruit kan worden afgeleid dat pijl en boog vanaf de Allerød het belangrijkste jachtinstrument geworden was.</p>
100
New cards

Organisatie Federmesser (12.000 - 9500 BP)

"Gedetailleerd ruimtelijk onderzoek heeft uitgewezen dat de grote concentraties vermoedelijk restanten zijn van vroegere woonstructuren waarin rond een zandstenen haard diverse activiteiten werden verricht. De kleinere clusters stemmen eerder overeen met "special activity areas", voorbestemd o.m. voor de productie van de pijlbewapening, debitage-ateliers of dumps. (Site: Rekem - Federmesser)