Logopedie: Stotteren bij Kinderen en Volwassenen - Diagnostiek, Modellen en Richtlijnen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/27

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Oefenflashcards over theorieën, verklaringsmodellen, diagnostische instrumenten (zoals SSI-4 en KiddyCAT) en de NVLF-richtlijn voor de diagnostiek en behandeling van stotteren.

28 Terms

1
New cards

Stotteren (definitie Guitar & Peters)

Een stoornis in de flow van de spraak gekarakteriseerd door een abnormaal hoge frequentie en/of duur van onderbrekingen, die zich uiten als herhalingen, verlengingen en blokkades.

2
New cards

Prevalentie van stotteren

Het percentage van de bevolking dat op een specifiek meetmoment stottert; dit bedraagt circa 0,7%0{,}7\% tot 1%1\% van de wereldbevolking (Seery & Yairi, 2015).

3
New cards

Incidentie van stotteren

Het percentage van de totale bevolking dat op enig moment in het leven heeft gestotterd; dit wordt geschat op 5%5\% tot 17%17\%.

4
New cards

Natuurlijk herstel

Het spontaan verdwijnen van stotteren zonder therapeutische interventie. Volgens recente studies (Ambrose et al., 2015; Kefalianos et al., 2017) herstelt 65%65\% tot 67%67\% van de kinderen vanzelf.

5
New cards

Geregistreerd logopedist NVLF-register Stotteren

Een logopedist die jaarlijks minimaal 12 uur12\text{ uur} bijscholing volgt op het gebied van stotteren en minstens 75 uur75\text{ uur} per jaar personen die stotteren behandelt.

6
New cards

Logopedist-stottertherapeut

Een gespecialiseerde logopedist met een voltooide ESS-opleiding (European Specialization in Fluency Disorders) die jaarlijks minstens 100 uur100\text{ uur} behandelt, 20 uur20\text{ uur} bijscholing volgt en 6 uur6\text{ uur} deelneemt aan een kwaliteitskring.

7
New cards

Normale onvloeiendheden

Spraakonderbrekingen die typisch voorkomen in de normale spraakontwikkeling (≤10\le 10 per 100 woorden100\text{ woorden}), zoals interjecties ('uh'), revisies, zinsdeelherhalingen en enkelvoudige ontspannen woordherhalingen.

8
New cards

Borderline stotteren (Grensgeval)

Ontwikkelingsniveau volgens Guitar met meer dan 1010 onvloeiendheden per 100 woorden100\text{ woorden}, herhalingen van meer dan 22 eenheden per woord en meer verlengingen/herhalingen dan revisies, waarbij de onderbrekingen nog los en ontspannen zijn.

9
New cards

Beginnend stotteren (Ontwikkelingsniveau Guitar)

Stotterniveau gekenmerkt door een stotterfrequentie boven de 10%10\%, fysieke spanning, een stijgende toonhoogte aan het eind van herhalingen, vaste articulatiestanden (blokkades) en eerste ontsnappingsgedragingen of frustratie.

10
New cards
<p>Stuttering Severity Instrument-4 (SSI-4)</p>

Stuttering Severity Instrument-4 (SSI-4)

Een gestandaardiseerd diagnostisch instrument (Riley, 2009) om de waarneembare ernst van stotteren vast te stellen op basis van stotterpercentage (%SS), de gemiddelde duur van de drie langste stotters en fysieke bijbewegingen.

11
New cards
<p>Physical Concomitants (SSI-4)</p>

Physical Concomitants (SSI-4)

Vier categorieën secundair gedrag op de SSI-4 gescoord op een schaal van 00 tot 55: storende geluiden (Distracting Sounds), gelaatsuitdrukkingen (Facial Grimaces), hoofdbewegingen (Head Movements) en bewegingen van de extremiteiten (Movements of the Extremities).

12
New cards
<p>KiddyCAT</p>

KiddyCAT

Een gestandaardiseerde communicatie-attitudevragenlijst voor kinderen van 33 tot en met 6 jaar6\text{ jaar} bestaande uit 12 ja/nee-vragen, waarmee de spreekattitude ten opzichte van leeftijdsgenoten wordt gemeten.

13
New cards
<p>Natuurlijkheid van spreken (Speech Naturalness)</p>

Natuurlijkheid van spreken (Speech Naturalness)

Een 9-puntsschaal ter beoordeling van de spraakkwaliteit, lopend van 11 (uiterst natuurlijk klinkende spraak) tot 99 (uiterst onnatuurlijk klinkende spraak).

14
New cards
<p>ScreeningsLijst voor Stotteren (SLS)</p>

ScreeningsLijst voor Stotteren (SLS)

Een door ouders in te vullen screeningslijst (Riley & Riley) van 6 onderdelen (soorten, reacties, hoeveelheid, kindbeleving, omgevingsreactie, duur); wegens het ontbreken van diverse risicofactoren niet meer opgenomen in de Richtlijn Stotteren 2020.

15
New cards

Zwaarwegende risicofactoren voor blijvend stotteren

De vier primaire indicatoren voor chronisch stotteren uit de richtlijn: het kind is 5 jaar5\text{ jaar} of ouder, blijvend stotteren in de familie (65%65\% kans), mannelijk geslacht (3:13:1 ratio volwassenen), en het stotteren bestaat minstens een jaar zonder duidelijke verbetering.

16
New cards

Overige risicofactoren voor blijvend stotteren

Secundaire factoren die meewegen bij de beslissing tot behandeling: zwakke fonologische/spraakmotorische vaardigheden, zwakke taalontwikkeling, langdurig bovengemiddelde taalontwikkeling, negatieve reactiviteit (temperament) en bijkomende stoornissen.

17
New cards

Monitoring (Richtlijn Stotteren)

Het systematisch volgen van het natuurlijk herstel bij kinderen jonger dan 4;6 jaar4;6\text{ jaar} bij wie het stotteren minder dan 6 maanden6\text{ maanden} bestaat, met herhaalonderzoeken bij voorkeur rond 66, 99 en 12 maanden12\text{ maanden} na onset.

18
New cards

Criterium 'Lijden onder het stotteren'

Een directe indicatie om direct met therapie te starten ongeacht de stotterduur; herkenbaar aan controleverlies, frustratie, boosheid, spreekvermijding, fluisteren, stemmetjes opzetten of opmerkingen zoals 'ik weet het niet meer'.

19
New cards
<p>Klinisch Werkmodel Stotteren (Ad Bertens, 1993)</p>

Klinisch Werkmodel Stotteren (Ad Bertens, 1993)

Model waarin stotteren wordt verklaard door een kwetsbare timing van spraakmotorische processen (idee -> woorden -> klanken -> spieren), versterkt door spanning, snelheid en belemmeringen, leidend tot vecht-, vlucht- of bevriesreacties.

20
New cards
<p>Demands and Capacities Model (DCM)</p>

Demands and Capacities Model (DCM)

Model van Starkweather (1990) dat stelt dat stotteren optreedt wanneer de communicatieve en omgevingseisen zwaarder zijn dan de fysieke en linguïstische mogelijkheden van het kind op motorisch, linguïstisch, sociaal-emotioneel of cognitief niveau.

21
New cards
<p>Bucketanalogy (Yaruss et al., 2009)</p>

Bucketanalogy (Yaruss et al., 2009)

Een metafoor waarbij stotteren ontstaat zodra de emmer overloopt door een opeenstapeling van communicatieve stressoren, interpersoonlijke stressoren en persoonlijke kindfactoren.

22
New cards
<p>Erasmus-viercomponentenmodel (4CM)</p>

Erasmus-viercomponentenmodel (4CM)

Model (Stournaras, 1980; Bezemer & Bouwen) dat stotteren indeelt in vier dynamisch op elkaar inwerkende domeinen: de verbale/verbaalmotorische component, cognitieve component, emotionele component en sociale component.

23
New cards
<p>Iceberg Analogy of Stuttering</p>

Iceberg Analogy of Stuttering

Metafoor van Sheehan/Hicks die illustreert dat het hoorbare stotteren slechts het topje boven water is, terwijl het overgrote deel onder water bestaat uit emoties en cognities zoals angst, schaamte, schuld, isolatie en ontkenning.

24
New cards
<p>ICF-model bij stotteren</p>

ICF-model bij stotteren

Classificatiemodel van de WHO waarmee de impact van stotteren integraal wordt beschreven via anatomische eigenschappen/functies (stotters), activiteiten (spreken), participatie (klas/werk) en beïnvloedende externe en persoonlijke factoren.

25
New cards
<p>Praktijkmodel stotteren (Oonk et al., 2022)</p>

Praktijkmodel stotteren (Oonk et al., 2022)

Recent praktijkmodel dat het ontstaan (aanleg, hersenontwikkeling, spraaksysteem) en beloop (natuurlijk herstel versus chronische ontwikkeling via een bio-psychosociale cirkel en VAS-schalen voor ernst en last) inzichtelijk maakt voor de spreekkamer.

26
New cards
<p>Levenslijn (Oonk et al., 2022)</p>

Levenslijn (Oonk et al., 2022)

Een visuele representatie van het individuele beloop van een persoon die stottert, opgebouwd uit vijf lagen: levensfasen, ontwikkelingsmijlpalen, toevallige gebeurtenissen/externe reacties, genotype/interne reacties en de resulterende stotterernst en stotterlast.

27
New cards
<p>Ouder-kind interactieformulier (RESTART-DCM)</p>

Ouder-kind interactieformulier (RESTART-DCM)

Observatie-instrument om tijdens vrij spel en een gestructureerde taak (puzzelen) zes interactiedomeinen van ouders te beoordelen: vragen, beurtgedrag, reactie op stotteren, taalgedrag, spreektempo en overig gedrag.

28
New cards

Beslisregel risicofactoren (Behandelen vs. Monitoren)

Klinische vuistregel: bij 33 zwaarwegende risicofactoren start behandeling zo snel mogelijk; 11 zwaarwegende factor verkort de monitoring met 3 maanden3\text{ maanden}; 22 overige factoren tellen als 11 zwaarwegende factor.