1/20
PROCESTHEORIEËN 5
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Decisietheorie of beslissingstheorie
Fundamenteel doel = maximaliseren van genot (en minimaliseren van pijn) → streven naar maximaliseren van nut van gedrag hiervoor
Als mensen moeten beslissen of kiezen tussen twee of meer gedragsopties (respons 1 of respons 2), dan kiezen ze de gedragsopties met de hoogste expected utility (EU) of expected value (EV)
Expectancy-value theorie
Gedrag wordt bepaald door inschatting van de kans dat een bepaalde respons of gedrag tot een bepaalde positieve of negatieve outcome leidt in een bepaalde situatie (S:R-O expectancy x value O).
De respons zit mee in de formule.
Voorspelt dat een stimulus een positieve outcome signaleert tot om het even welk gedrag kan leiden dat die een positieve outcome doet bereiken (toenaderings- of vermijdingsgedrag)
Expected utility van een gedragsoptie
Is gelijk aan de expectancy of subjectieve kans dat het gedrag tot een bepaalde outcome leidt maal de subjectieve waarde / value van de outcome.
Wordt bepaald door de ‘value’ (waarde) van de outcome van die gedragsoptie, maar deze value wordt gewogen met de ‘expectancy’ (verwachting) dat de outcome zal volgen op het gedrag.
S: R-O expectancy
De subjectieve kans dat een R tot een O leidt, gegeven een bepaalde stimulus of context
Value van de outcome
De subjectieve waarde die een persoon toekent aan een outcome
Factoren die leiden tot een verminderde rationaliteit
Gebrek aan informatie
Gebrek aan opportuniteit (bv. tijd), capaciteit (aandacht), en/of motivatie om de informatie die wel beschikbaar is in rekening te brengen, te gebruiken
Cognitieve vertekeningen of biases
Objectief vs. subjectief: over- en onderschatting van values en expectancies
Framing-effecten
Cognitieve vertekening
Biases
Verschillende soorten, 2 ervan:
Objectief vs subjectief: over- en onderschatting van values en expectancies
Framing-effecten
Subjectieve expected utility
De subjectieve probabiliteit / kans van een outcome x de subjectieve value van de outcome
Objectieve expected utility
De objectieve probabiliteit / kans van een outcome x de objectieve value van de outcome
Value-functie
Beschrijft de relatie tussen objectieve value en subjectieve value
Op de x-as staan de objectieve values
Op de y-as staan de subjectieve values
De referentie-value bevindt zich in het midden en winst en verlies worden bepaald in vergelijking met deze referentie-value
Kenmerken: S-vormige / convexe functie of curve: de winststijging/daling bij kleine winst/verlies geeft een groter verschil in subjectieve value dan dezelfde winststijging/daling bij grote winst/verlies.
Probabiliteitsfunctie
Ook gewichtsfunctie genoemd
Beschrijft de relatie tussen objectieve probabiliteit en subjectieve probabiliteit
Op de x-as staat de objectieve probabiliteit en op de y-as de subjectieve probabiliteit
Risk-seeking for losses
Als een outcome geframed wordt als een verlies, dan is er een voorkeur voor onzeker verlies tegenover zeker verlies
Risk-aversion for gains
Als eenzelfde outcome geframed wordt als winst, dan is er een voorkeur voor zekere winst tegenover onzekere winst.
R-O expectancy
Verwachting dat R tot O leidt - Leidt het gedrag tot de gewenste outcome?
Sterke R-O expectancy: bv de verwachting dat je door hard te studeren kan slagen voor een examen
Zakke R-O expectancy: bv de verwachting dat studeren niets uithaalt
S-O expectancy
Verwachting dat S tot O leidt zonder R = P (O/niet R)
Sterke S-O expectancy: gaat vaak samen met een zwakke R-O expectancy bvb een faalangstige persoon verwacht dat een examensituatie tot een onvoldoende leidt, ongeacht zijn/haar gedrag
Zwakke S-O expectancy gaat vaak samen met een sterke R-O expectancy bvb om voor een examen te slagen moet men intensief studeren, de punten komen niet vanzelf.
O-G expectancy
Verwachting dat de outcome tot de gevolgen leidt
Sterke O-G expectancy bvb verwachting dat een diploma halen tot een job zal leiden
Zwakke O-G expectancy bvb verwachting dat een diploma halen niet tot een job zal leiden owv jobschaarste op de arbeidsmarkt
P-R-O expectancy
De verwachting dat de persoon de respons zelf kan uitvoeren die tot een bepaalde outcome leidt.
Is de persoon zelf in staat het gedrag uit te voeren dat tot die outcome leidt?
= self-efficacy belief en appraisal van hoge controle
Interne locus of control
= De verwachting dat mijn gedrag in het algemeen door mezelf bepaald wordt.
Verwachting dat mijn gedrag in het algemeen tot de gewenste outcome zal leiden.
Externe locus of control
= De verwachting dat mijn gedrag in het algemeen bepaald wordt door externe factoren.
De verwachting dat externe factoren de outcome zullen bepalen.
Causale attributietheorie
Bestudeert de oorzaken waar mensen vroegere outcomes aan toeschrijven/attribueren.
Bvb als een student faalt voor een examen, kan die dat toeschrijven aan
Gebrek aan bekwaamheid / capaciteit
Moeilijkheid van de taak
Inzet
Toeval (pech met de vragen)
Organiseert oorzaken die mensen percipiëren voor vroegere outcomes (succes en falen) van zichzelf en anderen volgens een aantal dimensies (locus of control en stabiliteit)
Stellen dat de oorzaken waaraan we vroegere outcomes (bv succes en famen) toeschrijven outcomes en deze bepalen op hun beurt het gedrag
Expectancy principe
De stabiliteit van de oorzaak van een outcome bepaalt veranderingen in de verwachting van toekomstig succes