1/19
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Welke formule gebruik je voor het aantal plantjes na n cycli en hoe bereken je de vermeerderingsfactor?
Aantal na n cycli = startaantal × vermeerderingsfactor^n (exponentieel).
Vermeerderingsfactor = gemiddeld aantal bruikbare scheuten dat uit één explantaat/klompje ontstaat (gemiddelde over meerdere klompjes of buizen).
Vanaf 1 scheutje, vermeerderingsfactor 4 per cyclus: hoeveel scheuten na 3 cycli?
4^3 = 64 scheuten.
Vermeerderingsfactor 5, start 1 scheutje: hoeveel cycli heb je minimaal nodig voor ≥ 1000 scheuten?
5^4 = 625 (te weinig), 5^5 = 3125. Dus 5 cycli.
Bij een cyclus van 4 weken en 5 cycli: hoe lang duurt fase II, en wat moet je nog meer meetellen voor verkoopbare planten?
5 × 4 = 20 weken voor fase II. Voor de totale tijd tot verkoopbare planten komen daar de duur van fase III (beworteling) en fase IV (afharden, 1 tot enkele weken) bij.
Je telt bij 5 klompjes Musa 8, 6, 7, 9 en 10 bruikbare scheuten. Wat is de vermeerderingsfactor?
(8 + 6 + 7 + 9 + 10) / 5 = 40 / 5 = 8.
Hoe bepaal je de vermeerderingsfactor van aardappel in knollen?
Totaal aantal gevormde microknollen gedeeld door het aantal ingezette explantaten (stekken) = vermeerderingsfactor in knollen per stek.
Reken om: 0,7% agar, 3% sucrose en 8% sucrose in g/l.
% (w/v) = g per 100 ml. Dus 0,7% agar = 7 g/l; 3% sucrose = 30 g/l; 8% sucrose = 80 g/l.
Wat is 1 ppm in mg/l en wat betekent 1 mmol/l?
1 ppm = 1 mg/l. 1 mol = het molecuulgewicht van de verbinding in g/l; 1 mmol = 10^-3 mol, 1 µmol = 10^-6 mol. mg/l = 10^-3 g/l, µg/l = 10^-6 g/l.
Je hebt een stock van 1 mg/ml. Hoeveel ml heb je nodig voor 1 liter medium met 1 mg/l BA? En met 5 mg/l?
1 mg/l: 1 ml stock per liter. 5 mg/l: 5 ml stock per liter (1 mg/ml = 1000 mg/l, dus verdunningsfactor 1000 voor 1 mg/l).
Hoeveel ml stock van 1 mg/ml pipetteer je voor 250 ml medium met 5 mg/l BA?
5 mg/l × 0,25 l = 1,25 mg, dus 1,25 ml stock.
Hoeveel mg hormoon heb je nodig voor 10 ml stock van 1 mg/ml en hoe maak je die?
10 ml × 1 mg/ml = 10 mg. Oplossen in ca. 1 ml KOH (0,1–1 M) of 96% alcohol en aanvullen met demiwater tot 10 ml.
Een vitaminemengsel is 100x geconcentreerd. Hoeveel pipetteer je voor 1 liter en voor 400 ml?
1 liter: 10 ml. 400 ml: 4 ml.
Hoeveel gram MS (4,4 g/l) heb je nodig voor 2,5 liter medium?
4,4 g/l × 2,5 l = 11 g.
Recept aardappelmedium voor 1 liter: 0,7% agar, 8% saccharose, 4,4 g/l MS incl. vitamines, 1 ppm BA, pH 5,8. Welke hoeveelheden?
7 g agar, 80 g saccharose, 4,4 g MS, 1 ml BA-stock (1 mg/ml), pH 5,8 stellen, aanvullen tot 1 liter.
Hoe maak je 1 liter 1% NaOCl uit bleek met 5% actief chloor?
C1·V1 = C2·V2: V1 = (1% × 1000 ml) / 5% = 200 ml bleek aanvullen met water tot 1 liter (800 ml water). Bij 10% bleek: 100 ml.
Een recept schrijft 1% NaOCl voor; je bleek bevat 5–10% actief chloor. Hoeveel verdunnen?
5 tot 10 maal verdunnen.
Een voorschrift gebruikt 10% Ca-hypochloriet. Wat is de gelijkwaardige NaOCl-concentratie?
Delen door 5: 10% / 5 = 2% NaOCl. (3,5–10% Ca-hypochloriet komt overeen met 0,7–2% NaOCl.)
Hoeveel buizen kun je vullen uit 1 liter medium als een buis 10–15 ml krijgt?
1000 / 15 ≈ 66 tot 1000 / 10 = 100 buizen.
Welke agarconcentraties horen bij natuurlijke agar, Gelrite en CASAGAR?
Natuurlijke agar 6–8 g/l (± 0,7%); Gelrite (synthetisch) 2–3 g/l; CASAGAR ± 0,2%.
Wat zijn de kerngetallen voor sterilisatie, pH en incubatie in het dictaat?
Autoclaaf 15 min bij 121 °C; pH 5,8–6,0 (niet onder 4,5); desinfectie: 70% alcohol ≤ 1 min, 0,5–2% NaOCl, 3 × naspoelen (5, 10, 20 min); kweek meestal 24–28 °C (20 °C veilig), ca. 1000 lux voor organogenese.