1/50
Flashcards voor de tentamenvoorbereiding van het vak Cybersecurity (Week 1), gebaseerd op de colleges over Security & Risk Management en Introductie Computer Forensics.
Due Care
Het handelen naar eer en geweten en het treffen van de passende voorzorgsmaatregelen die van een redelijk handelend persoon of organisatie verwacht mogen worden (invulling van 'goed huisvaderschap').
Due Diligence
Het toepassen van een gepaste vorm van zorgvuldigheid door actief toezicht, risicoanalyses en controles uit te voeren om de werking van maatregelen te verifiëren.
BIV-driehoek (CIA Triad)
Het fundamentele model van informatiebeveiliging bestaande uit de drie pijlers Beschikbaarheid (Availability), Integriteit (Integrity) en Vertrouwelijkheid (Confidentiality).
DAD-triade
De negatieve tegenhangers van de BIV-pijlers: Disclosure (onbevoegde toegang tot vertrouwelijke data), Alteration (ongeautoriseerde manipulatie of onjuiste output) en Disruption/Denial (het niet beschikbaar zijn van data of systemen).

Business Impact Analysis (BIA)
Een proces om de potentiële operationele en financiële verliezen van incidenten te evalueren en de prioriteit en minimale hersteltijd van bedrijfsprocessen vast te stellen.
Dreiging (Threat)
Een potentiële omstandigheid of actor die misbruik kan maken van een kwetsbaarheid om schade toe te brengen aan data of bedrijfsprocessen.

Kwetsbaarheid (Vulnerability)
Een zwakke plek of tekortkoming in een systeem, proces of maatregel die door een dreiging kan worden uitgebuit.

STRIDE
Een door Microsoft ontwikkeld acroniem en dreigingsmodel met 6 categorieën: Spoofing identity, Tampering with data, Repudiation, Information disclosure, Denial of service en Elevation of privilege.

DREAD
Een risicobeoordelingsmethodiek van Microsoft die kwetsbaarheden scoort (0 tot 10) op Damage Potential, Reproducibility, Exploitability, Affected Users en Discoverability.

PASTA (Process for Attack Simulation and Threat Analysis)
Een zevenstaps, risicogerichte methodologie voor het afstemmen van bedrijfsdoelstellingen op technische beveiligingseisen met behulp van aanvalssimulaties.
Inherent risico
Het initiële risiconiveau van een activiteit of systeem wanneer er nog geen enkele beheersmaatregel of controle (control) is getroffen.
Restrisico (Residual Risk)
Het risiconiveau dat overblijft nadat beheersmaatregelen (controls) zijn geïmplementeerd.
Single Loss Expectancy (SLE)
Het verwachte financiële verlies telkens wanneer een specifiek incident plaatsvindt, berekend als SLE=AV×EF, waarin AV staat voor Asset Value en EF voor Exposure Factor.

Annualized Loss Expectancy (ALE)
Het geschatte jaarlijkse monetaire verlies als gevolg van een bepaald risico, berekend met de formule: ALE=SLE×ARO.
Exposure Factor (EF)
Het percentage van de totale activawaarde (Asset Value) dat naar verwachting verloren gaat wanneer een dreiging succesvol optreedt.
Annualized Rate of Occurrence (ARO)
De geschatte frequentie waarmee een specifiek incident of dreiging zich binnen een tijdsbestek van één jaar voordoet.
Recovery Time Objective (RTO)
De maximale tijdsduur waarbinnen een uitgevallen proces, systeem of dienst weer operationeel hersteld moet zijn.
Recovery Point Objective (RPO)
De maximaal acceptabele hoeveelheid dataverlies gemeten in tijd (het punt in de tijd waarnaar data minimaal hersteld moet kunnen worden).
Maximum Tolerable Downtime (MTD)
De absolute maximale tijd dat een bedrijfsproces niet operationeel kan zijn zonder dat de organisatie onherstelbare schade oploopt.
Administratieve maatregelen (Administrative Controls)
Beveiligingsmaatregelen gebaseerd op organisatorische kaders, zoals beleid, standaarden, procedures, personeelsscreening en awareness-trainingen.
Technische maatregelen (Technical Controls)
Logische en geautomatiseerde maatregelen binnen hard- en software, zoals encryptie, firewalls, autorisatiesystemen, IDS en IPS.
Fysieke maatregelen (Physical Controls)
Tastbare beveiligingsmaatregelen om panden en hardware te beschermen, zoals hekwerken, sloten, beveiligers en omgevingscontroles.
Directieve maatregel (Directive Control)
Een beheersmaatregel gericht op het sturen en beïnvloeden van menselijk gedrag en handelen ten aanzien van beveiliging (bijvoorbeeld richtlijnen of awareness-campagnes).
Preventieve maatregel (Preventive Control)
Een maatregel die specifiek is ingericht om het optreden van een beveiligingsincident of dreiging vooraf te voorkomen (zoals firewalls en toegangsautorisaties).
Afschrikkende maatregel (Deterrent Control)
Een maatregel die potentiële aanvallers of overtreders ontmoedigt om een aanvalspoging te ondernemen (zoals camera's en waarschuwingsborden op terreinen).
Detectieve maatregel (Detective Control)
Een maatregel bedoeld om een actieve dreiging of een reeds opgetreden incident tijdig te signaleren en identificeren (zoals een Intrusion Detection System of logcontrole).
Correctieve maatregel (Corrective Control)
Een maatregel die automatisch ingrijpt om schade te beperken zodra een bedreiging actief is (zoals het blokkeren van een netwerkpoort of afsluiten van systemen).
Functiescheiding (Separation of Duties)
Het toewijzen van kritieke taken en bevoegdheden aan verschillende personen om belangenverstrengeling, fouten en interne fraude tegen te gaan.
Least Privilege
Het toekennen van uitsluitend de minimale gebruikersrechten en bevoegdheden die noodzakelijk zijn om een specifieke taak of functie uit te voeren.
Need to Know
Het principe waarbij medewerkers alleen toegang krijgen tot die data die strikt noodzakelijk is voor hun functie of specifieke werkzaamheden.
Privilege Creep
Het ongewenst opbouwen van overtollige gebruikersrechten naarmate een medewerker van functie of rol wisselt zonder dat oude rechten worden ingetrokken.
Information Security Management System (ISMS)
Een systematisch managementsysteem bestaande uit processen, beleid en controles om risico's omtrent informatiebeveiliging continu en proactief te beheren.

ISO 27001
De internationale norm die de formele eisen stelt voor het opzetten, implementeren, beheren en certificeren van een Information Security Management System (ISMS).
ISO 27002
De internationale praktijkrichtlijn (code of practice) met concrete richtlijnen en best-practices voor de invulling van de beheersmaatregelen uit ISO 27001.
NEN 7510
De Nederlandse standaard voor informatiebeveiliging specifiek binnen de zorgsector, inhoudelijk voor ca. 99% gelijk aan ISO 27001.
Computer Forensics
Een set methodologische procedures en technieken voor het identificeren, verzamelen, behouden, extraheren, interpreteren, documenteren en presenteren van bewijs van computerapparatuur, zodanig dat het juridisch toelaatbaar is.
OMA-principe
De afkorting voor Oordelen, Meningen en Aannames; factoren die tijdens een objectief digitaal forensisch onderzoek strikt vermeden moeten worden ('laat OMA thuis').
Digitaal bewijs (Digital Evidence)
Iedere informatie of elk digitaal object met bewijskracht die in digitale vorm is opgeslagen of verzonden en een hypothese in een rechtszaak kan ondersteunen of ontkrachten.
Locard's Exchange Principle
Het forensische uitgangspunt dat elk contact een spoor achterlaat ('Every contact leaves a trace'), ook bij interacties in digitale omgevingen.
Enterprise Theory of Investigation (ETI)
Het onderzoeksmodel van de FBI waarbij criminele feiten holistisch worden benaderd als onderdeel van een grotere criminele onderneming in plaats van als opzichzelfstaande incidenten.
First Responder (Digitaal)
De eerste functionaris met forensische of technische kennis die arriveert op een plaats delict en verantwoordelijk is voor het correct veiligstellen van de situatie en sporen.
Forensisch onderzoeker (Forensics Researcher)
Een expert die bewijsmateriaal identificeert, prioriteert, veiligstelt, de chain of custody bewaakt, diepgaand analyseert en hierover formeel rapporteert.

Chain of Custody
Een chronologisch en sluitend document waarin elke overdracht, handeling, opslaglocatie en analyse van bewijsmateriaal traceerbaar wordt vastgelegd om de authenticiteit te borgen.
Live Collection
Het veiligstellen van vluchtige gegevens (zoals RAM-geheugen en lopende processen) van een ingeschakeld, draaiend systeem.
Dead Collection
Het veiligstellen van statische data vanaf een uitgeschakelde gegevensdrager of forensische kopie (image).
Vrije bewijsleer (Art. 152 Rv)
Het Nederlands civielrechtelijke stelsel waarbij feiten door alle middelen bewezen mogen worden (open stelsel) en de bewijswaardering is overgelaten aan het vrije oordeel van de rechter.
Dwingend bewijs
Wettelijke uitzondering in het bewijsrecht waarbij de rechter wettelijk verplicht is de inhoud van specifieke bewijsmiddelen (zoals akten) als waar aan te nemen.

Onschuldpresumptie (Art. 6 EVRM)
Het strafrechtelijke beginsel dat een verdachte voor onschuldig wordt gehouden totdat zijn schuld volgens de wet bewezen is (werkt niet automatisch door in het civiele recht).
Artikel 150 Rv
De hoofdregel van de civielrechtelijke bewijslastverdeling: 'Wie stelt, die bewijst' (de partij die rechtsgevolgen eist, draagt de bewijslast van die feiten).
Augenschein
Een categorie in het Duitse bewijsrecht (inspectie van data op een beeldscherm) waaronder digitale data valt, omdat e-mails zonder fysieke handtekening niet als formele 'Urkunde' gelden.
Write Blocker
Een hardwarematig of softwarematig hulpmiddel dat schrijfoperaties naar een gegevensdrager blokkeert om de integriteit van het originele bewijsmateriaal te garanderen tijdens het uitlezen.