HC 2. Neurofysiologische basis van het cochleair implantaat (CI)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/38

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:40 PM on 10/6/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

39 Terms

1
New cards

Wat is een cochleair implantaat (CI)?

  • vervangt het beschadigde sensorische orgaan (haarcellen)

  • omzeilt de niet-functionerende haarcellen

  • stimuleert auditieve zenuwvezels rechtstreeks elektrisch

  • Toepassing:

    • ernstig tot diep neurosensorieel/endocochleair gehoorverlies

    • meestal door verlies van cochleaire haarcellen

  • Het CI zet een akoestisch signaal om in een patroon van elektrische pulsen dat de gehoorzenuw activeert.

  • Deze elektrische stimulatie wordt door het centraal auditief zenuwstelsel geïnterpreteerd als geluid


2
New cards

Primair doel van een CI

  • Functioneel horen herstellen

  • Vooral gericht op:

    • spraakperceptie

    • communicatie

  • Belangrijke componenten van spraak die door een CI gecodeerd moeten worden:

    • intensiteit (amplitude)

    • frequentie

    • temporele informatie

    • temporele fijnstructuur (beperkt)


3
New cards

Codering van frequentie - > normaal gehoor

A. Temporele codering (phase locking)

  • Gehoorzenuwvezels vuren synchroon met een geluidsgolf (periode van signaal) (= phase locking).

  • Het tijdspatroon van de zenuwactiviteit geeft informatie over de frequentie.

  • Werkt vooral voor lage frequenties. (hoge freq, te snel niet genoeg tijd, neuronen ‘skippen’ een cyclus)

    • individuele neuronen slaan cycli over

    • gezamenlijke activiteit blijft fasegebonde

  • HF → groepen neuronen weken samen = Volley theorie

  • Verdwijnt bij ongeveer 4-5 kHz. -> neurale activiteit random

B. Plaatscodering (place coding) = FREQUENTIE

  • frequentie wordt weergegeven via plaats in de cochlea.

  • Hoge frequenties:

    • maximale stimulatie basale cochlea

  • Lage frequenties:

    • maximale stimulatie apicale cochlea

  • Tonotopie blijft behouden doorheen de ganse auditieve baan


4
New cards

Frequentiecodering bij elektrisch horen - temporele

Temporele codering

  • Gebeurt via stimulatiesnelheid (rate of stimulation).

  • Beperkt bruikbaar:

    • slechts tot ongeveer 500 Hz

  • Daarom waren oude éénkanaalsimplantaten onvoldoende voor open set spraakverstaan

Oplossing

Ontwikkeling van:

→ Multichannel cochleaire implantaten

Deze bootsen de tonotopie van de cochlea na en verbeteren spraakverstaan sterk.

5
New cards

Frequentiecodering bij elektrisch horen - Plaatscodering

  • Belangrijkste frequentiecoderingsmechanisme bij CI.

  • Frequentie wordt gecodeerd via:

    • positie van elektrodecontacten

    • tonotopie van cochlea

  • Lage frequenties:

    • apicale elektroden

  • Hoge frequenties:

    • basale elektroden

  • Meerkanaalsimplantaten zorgen daarom voor veel betere spraakperceptie dan éénkanaalsimplantaten


6
New cards

Codering van intensiteit: normaal vs elektrisch

Normaal gehoor

  • gecodeerd door Ontladingssnelheid (Discharge rate (spikes/s))

  • Dynamisch bereik ≈ 120 dB

  • Voor spraak ≈ 50 dB

  • Uitwendige haarcellen zorgen voor een niet-lineaire input-outputfunctie waardoor een breed dynamisch bereik mogelijk is

Elektrisch gehoor

  • Intensiteit wordt gecodeerd via:

    hoeveelheid elektrische stroom (charge)

  • Veel kleiner dynamisch bereik.

  • Steilere luidheidsaangroei

  • slechts ongeveer 20 dB bruikbaar dynamisch bereik

  • kleine toename in stroom veroorzaakt sterke toename in neurale activiteit

  • Toch voldoende luidheidsverschillen waarneembaar dankzij:

  1. Kleinere discriminatiestappen voor elektrische stimulatie.

  2. Compressie van het inkomende geluidssignaal.

  • Daarom noodzakelijk:

    • Input Dynamic Range (IDR)

    • Automatic Gain Control (AGC)

    • compressie


7
New cards

Onderdelen van een modern cochleair implantaat

Extern deel

  • Spraakprocessor

    • Verwerkt geluid.

    • Zet geluid om naar een elektrische code.

  • Headpiece (zendspoel)

    • Stuurt energie en informatie door de huid.

Intern deel

  • Receiver-stimulator

    • Ontvangt signalen.

    • Zet deze om in elektrische pulsen.

  • Elektrode-array

    • Wordt in de cochlea geplaatst.

    • Stimuleert verschillende groepen gehoorzenuwvezels.



8
New cards

Fitting (Mapping)

Definitie

  • Afregeling van de spraakprocessor.

  • Ook:

    • fitting

    • mapping

    • programmatie

MAP:

  • geheel van parameters die bepalen hoe de gehoorzenuw gestimuleerd wordt.

  • →Instellen parameters voor codering van 1. Intensiteit 2. Spectrale samenstelling 3. Temporele informatie

Eerste fitting

  • Meestal 2-6 weken postoperatief

  • Steeds vaker:

    • early activation

    • dag 0-5

Doel:

  • creëren van eerste bruikbare auditieve input.


9
New cards

Tonotopie in het implantaat

  • Basale elektroden → hoge frequenties

  • Apicale elektroden → lage frequenties

meer elektorde = niet altijd beter = meer elektrode is meer lekkage (8 kanalen max herkend)


10
New cards

Evolutie

Van éénkanaals systemen naar multiple elektroden
• Van percutane naar transcutane plug
• Miniaturisatie van de processor
• Van eenvoudige modulatie naar geavanceerde, geautomatiseerde signaalverwerking om geluiden
en spraak over te brengen
• Waterdichte processoren om mee te kunnen zwemmen
• MRI compatibele implantaten
• Bimodale interactie tussen CI en contralateraal hoortoestel
• Rechtstreekse streaming vanaf multimedia (bluetooth)
• TOEKOMST?
• Robot-insertie
• Elektrode-selectie en individuele frequentieverdeling afh van de afmetingen van de cochlea en
precieze plaatsing van de elektrode
• Totally implantable cochlear implant (TICI)
• Verbeterde elektrode – neuron interface

11
New cards

De spraakprocessor 3.1 Pre-processing

Doel:

Verbeteren van luisteren in moeilijke omstandigheden.

Voorbeelden:

  • Ruisonderdrukking

  • Windonderdrukking

  • Directionele microfoons

Resultaat:

→ Minder luisterinspanning
→ Betere spraakverstaanbaarheid in lawaai

12
New cards

Temporele cues volgens Rosen (1992)

1. Envelope

Amplitudevariaties:

  • 2-50 Hz

2. Periodiciteit

Periodiciteit van het signaal:

  • 50-500 Hz

3. Fine structure

Snelle fluctuaties:

  • 600-10000 Hz


<p>1. Envelope</p><p>Amplitudevariaties:</p><ul><li><p>2-50 Hz</p></li></ul><p>2. Periodiciteit</p><p>Periodiciteit van het signaal:</p><ul><li><p>50-500 Hz</p></li></ul><p>3. Fine structure</p><p>Snelle fluctuaties:</p><ul><li><p>600-10000 Hz</p></li></ul><p></p>
13
New cards

Belang fine structure en envellope

Fine structure

  • Toonhoogtewaarneming

  • Muziek

  • Spraakverstaan in lawaai

Envelope

  • Belangrijkste informatie voor spraakverstaan.

  • Zelfs met enkel envelope-informatie kan goede spraakperceptie worden bereikt.


14
New cards

Intensiteitsdomein van de fitting Parameters

  • Stimulatieniveau

  • Pulsbreedte

  • Input Dynamic Range

  • Sensitiviteit

  • Volume


15
New cards

Stimulatieniveau

= nodige hoeveelheid stroom

  • individueel verschillend

  • afhankelijk van elektrode tot elektrode of de stimulatieplaats in het slakkenhuis

  • op iedere elektrode afzonderlijk

Upper stimulation level

  • Benamingen:

    • M-level

    • MCL-level

    • C-level

    • most comfortable or maximum comfortable level

  • Definitie:

    • hoogste comfortabele stimulatie

  • Komt ongeveer overeen met:

    • 70-80 dB HL voor normaalhorende

Lower stimulation level

  • Benamingen:

    • T-level

    • THR-level

  • Definitie:

    • net hoorbare stimulatie

  • Komt ongeveer overeen met:

    • 25-40 dB HL

Afstand tussen upper en lower stimulation level is het elektrisch dynamisch bereik

16
New cards

Elektrisch dynamisch bereik

  • verschil tussen C-level en T-level

  • individueel bepaald

  • verschilt per elektrode

Meting:

  • volwassenen: psychofysisch

  • baby's/kinderen:

    • eCAP

    • eSRT


17
New cards

stimulatieniveau volwassenen vs kids

VOLWASSENEN/ OUDERE KINDEREN

  • Psychofysische procedure: up/down procedure voor zowel upper als lower stimulation level (cfr. tonale audiometrie)

BABY’S/ KLEUTERS:

  • C en T levels obv objectieve metingen

  • eCAP thresholds

  • eSRT: elektrisch geëvokeerde stapedius reflex threshold


18
New cards

Gevolgen foutieve instellingen

C-levels te hoog

  • overdreven luidheid

  • oncomfortabel

  • vervormd geluid

  • mogelijk aversie

C-levels te laag

  • zachte spraak gemist

  • minder spraakverstaan

T-levels te hoog

  • achtergrondgeluiden te luid

  • ruisperceptie

T-levels te laag

  • zachte geluiden niet hoorbaar

  • slechtere detectie van spraakdetails


19
New cards

Pulsbreedte

  • Bifasische rechthoekige puls

  • Charge = amplitude × pulsbreedte

Toename van:

  • amplitude OF pulsbreedte

→ meer lading

→ hogere luidheid

Trade-off:

  • grotere pulsbreedte = lagere stimulatiesnelheid nodig


<ul><li><p>Bifasische rechthoekige puls</p></li><li><p>Charge = amplitude × pulsbreedte</p></li></ul><p>Toename van:</p><ul><li><p>amplitude OF pulsbreedte</p></li></ul><p>→ meer lading</p><p>→ hogere luidheid</p><p>Trade-off:</p><ul><li><p>grotere pulsbreedte = lagere stimulatiesnelheid nodig</p></li></ul><p></p>
20
New cards

Input Dynamic Range (IDR)

Spraak varieert ongeveer:

  • 30 tot 80 dB SPL

IDR:

  • meestal 40-75 dB

Ondergrens:

  • gekoppeld aan T-level

Bovengrens:

  • gekoppeld aan C-level

Voordelen groot IDR:

  • betere geluidsrepresentatie

  • betere perceptie van zachte geluiden

  • minder nood aan manuele aanpassingen

  • bevordert incidenteel leren bij kinderen


21
New cards

Sensitiviteit (microfoongevoeligheid)

  • beïnvloedt gain van microfoon

  • patiënt kan meestal zelf aanpassen

Lagere sensitiviteit:

  • hogere ondergrens IDR

  • nuttig in lawaai

Hogere sensitiviteit:

  • zachtere geluiden hoorbaar

  • nuttig bij stille spraa


<ul><li><p>beïnvloedt gain van microfoon</p></li><li><p>patiënt kan meestal zelf aanpassen</p></li></ul><p>Lagere sensitiviteit:</p><ul><li><p>hogere ondergrens IDR</p></li><li><p>nuttig in lawaai</p></li></ul><p>Hogere sensitiviteit:</p><ul><li><p>zachtere geluiden hoorbaar</p></li><li><p>nuttig bij stille spraa</p></li></ul><p></p>
22
New cards

Volume

  • beïnvloedt upper stimulation levels

  • patiënt kan vaak zelf aanpassen (remote/app of processorknop)

  • heeft invloed op luidheidservaring

  • Audioloog kan zelfregelbaarheid aanpassen


23
New cards

Temporele codering - elektrisch

Stimulatiesnelheid

Definitie:

  • aantal pulsen per seconde per elektrode (pps)

Voorbeelden:

  • SPEAK: ±250 pps

  • ACE: ±900 pps

  • HiRes120: ±4000 pps

Belang:

  • codering van temporele informatie

  • beïnvloedt:

    • luidheid

    • pitch

Hoge frequenties vereisen hogere pulssnelheden.

Normaal is de stimulatiesnelheid constant.

Uitzondering:

  • Med-El FS4 → variabele stimulatiesnelheid.


<p>Stimulatiesnelheid</p><p>Definitie:</p><ul><li><p>aantal pulsen per seconde per elektrode (pps)</p></li></ul><p>Voorbeelden:</p><ul><li><p>SPEAK: ±250 pps</p></li><li><p>ACE: ±900 pps</p></li><li><p>HiRes120: ±4000 pps</p></li></ul><p>Belang:</p><ul><li><p>codering van temporele informatie</p></li><li><p>beïnvloedt:</p><ul><li><p>luidheid</p></li><li><p>pitch</p></li></ul></li></ul><p>Hoge frequenties vereisen hogere pulssnelheden.</p><p>Normaal is de stimulatiesnelheid constant.</p><p>Uitzondering:</p><ul><li><p>Med-El FS4 → variabele stimulatiesnelheid.</p></li></ul><p></p>
24
New cards

FREQUENTIEDOMEIN: RATE PITCH

  • Rate pitch: tot ca. 500 Hz bij CI gebruikers

  • Momenteel enkel geïmplementeerd bij Med-El systemen: variabele stimulation rate in de 2 tot 4 meest apicale elektroden (FS4)


  • Belangrijk voor temporele fijnstructuur: muziekbeleving, prosodie, intonatie, spraakverstaan-in-rumoer


25
New cards

dus fitting parameters overzicht:

knowt flashcard image
26
New cards

Spraakcoderingsstrategieën

Definitie

  • Algoritme dat bepaalt:

    • welke elektrode

    • op welk tijdstip

    • met welke stimulatie

Moet:

  • intensiteit coderen

  • frequentie coderen

  • temporele informatie coderen

Merkgebonden paramater

  • Advanced Bionics: CIS / HiRes Fidelity 120/ Optima

  • Cochlear: ACE

  • Med-EL: FS-4


27
New cards

CIS-strategie (Continuous Interleaved Sampling

Werking

  1. Geluid gaat door bandpassfilters.

  2. Envelope wordt uit elke band gehaald.

  3. Compressie van de envelope.

  4. Envelope moduleert biphasische pulstreinen.

  5. Elke frequentieband wordt naar een elektrode gestuurd.

Interleaved stimulatie

  • 6-12 elektroden

  • sequentiële stimulatie

  • hoge stimulatiesnelheid

  • voorkomt channel interaction


28
New cards

Peak-picking strategieën

Niet alle banden worden gestimuleerd.

Alleen de banden met de hoogste energie worden geselecteerd.

Voordelen

  • Minder masking

  • Minder kanaalinteractie

Voorbeelden

  • SPEAK

    • spectral peak extraction

    • selecteert kanalen met hoogste energie

    • ongeveer 250 pps

  • n-of-m

    • Vast aantal kanalen

    • ±1000 pulsen/sec

  • ACE: Advanced Combination Encoder

    • n-of-m strategie

    • maximaal 12 geselecteerde kanalen

    • hogere stimulatiesnelheid

    • combineert voordelen SPEAK en CIS

Hogere stimulatiesnelheid = betere weergave van de envelope.


29
New cards

Nieuwe ontwikkelingen

HiRes120 (Advanced Bionics)

  • Meer stimulatieplaatsen te creëren

  • Zonder extra fysieke elektroden

FSP (Fine Structure Processing, Med-El)

  • codering van envelope + temporele fijnstructuur

  • variabele stimulatiesnelheid in apicale elektroden

  • belangrijk voor:

    • muziek

    • prosodie

    • intonatie

    • spraak-in-lawaai


30
New cards

Elektrode-array: Plaatsing

Wordt meestal geplaatst in de:

→ Scala tympani

Via:

  • Cochleostomie

  • Ronde venster


31
New cards

Elektrode-array: werking

Elektroden geven:

  • Treinen van biphasische pulsen

Waarom biphasisch?

Veiligheid:

  • Positieve en negatieve fase zijn in balans.

  • Geen ophoping van lading.

  • Geen schade aan zenuwweefsel.


32
New cards

Soorten stimulatie

Monopolair

  • Actieve intracochleaire elektrode

  • Extracochleaire referentie

  • Voordelen:

  • → Minder stroom nodig
    → Minder batterijverbruik

  • Meest gebruikte configuratie.

Bipolair

  • actieve elektrode + intracochleaire referentie

  • Twee aangrenzende intracochleaire elektroden.

  • Voordelen:

    • betere tonotopische resolutie

    • minder spreiding van stroom

    Nadelen:

    • hoger batterijverbruik

Common Ground

  • Eén actieve elektrode.

  • Alle andere elektroden vormen referentie


33
New cards

Beperkingen van huidige elektroden

  • Frequentie-plaats mismatch

  • Beperkt aantal effectieve kanalen

  • Belang van de centrale auditieve baan


34
New cards

Frequentie-plaats mismatch

  • elektrode bereikt apex niet volledig

  • cochlea slechts gedeeltelijk bedekt

  • lage frequenties worden op relatief hoge plaatsen gestimuleerd

Gevolg:

  • initieel klinkt alles hoger van toon

  • adaptatie door hersenplasticiteit


35
New cards

Spread of excitation

  • stroom spreidt zich door perilymfe

  • overlap van elektrische velden

Gevolg:

  • beperkte frequentiespecificiteit


36
New cards

Beperkt aantal effectieve kanalen

Hoewel implantaten tot:

  • 22 elektroden

kunnen hebben, bedraagt het aantal:

  • 4-8 onafhankelijke effectieve kanalen

Oorzaak: spread of excitation = Elektrische velden van aangrenzende elektroden overlappen.

Dit komt door:

  1. Geleidende perilymfe.

  2. Verschillen in zenuwoverleving.

  3. Fibrose of ossificatie.

  4. Afstand tussen elektrode en zenuwweefsel.

Modiolaire elektrode-array

  • Gebogen elektrode.

  • Dichter bij de modiolus.

Resultaat:

  • Iets minder spreiding.

  • Geen grote toename van effectieve kanalen.


37
New cards

Belang van de centrale auditieve baan

et CI levert slechts een:

  • Vereenvoudigde representatie van geluid.

Toch verstaan veel gebruikers spraak goed.

Dat komt doordat: Het brein de onvolledige informatie compenseert.

38
New cards

Elektrodetype

Laterale/rechte elektrode/ Slim straight

  • dichter tegen laterale wand

Modiolaire/perimodiolaire elektrode

  • dichter bij spirale ganglioncellen

  • minder stroom nodig

  • mogelijk minder spread of excitation

  • perimodulair = beter vr iemand die sowieso geen gehoor meer gaat hebben

    slim modulair→ dichtbij maar minder kans op beschadiging → want dun

Keuze afhankelijk van:

  • restgehoor

  • anatomie: structurele afwijkingen binnenoor, afmetingen

  • pathologie: progressief gehoorverlies

  • voorkeur chirurg

  • fabrikant

Type elektrode bepaalt:
- Batterijverbruik
- Kans op behoud restgehoor en preservatie cochleaire structuren
- Frequentie-mismatch en spread of excitation


39
New cards

Anatomy Based Fitting (ABF)

Doel:

  • frequentietoewijzing afstemmen op individuele cochlea-anatomie

Voordelen:

  • minder tonotopische mismatch

  • natuurlijkere geluidswaarneming

  • betere muziekperceptie

  • beter spraakverstaan in ruis

Bijzonder interessant voor:

  • SSD

  • postlinguaal dove patiënten

med-el

Straight electrodes
̶ Different lengths
̶ Preoperative images
determine the optimal
electrode length
̶ Anatomy-based fitting with
deep insertions (>540°)

Reductie van tonotopische
mismatch
– Natuurlijke geluidsperceptie
wordt benaderd: muziek;
spraak-in-lawaai
– Specifieke groepen
– SSD
– Postlinguaal doven

Doordat ze de mismatch goed zouden hoeren → minder met deze techniek


mri → cochlea meten → elktrode die er het best inpast (dus verst)