1/38
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is een cochleair implantaat (CI)?
vervangt het beschadigde sensorische orgaan (haarcellen)
omzeilt de niet-functionerende haarcellen
stimuleert auditieve zenuwvezels rechtstreeks elektrisch
Toepassing:
ernstig tot diep neurosensorieel/endocochleair gehoorverlies
meestal door verlies van cochleaire haarcellen
Het CI zet een akoestisch signaal om in een patroon van elektrische pulsen dat de gehoorzenuw activeert.
Deze elektrische stimulatie wordt door het centraal auditief zenuwstelsel geïnterpreteerd als geluid
Primair doel van een CI
Functioneel horen herstellen
Vooral gericht op:
spraakperceptie
communicatie
Belangrijke componenten van spraak die door een CI gecodeerd moeten worden:
intensiteit (amplitude)
frequentie
temporele informatie
temporele fijnstructuur (beperkt)
Codering van frequentie - > normaal gehoor
A. Temporele codering (phase locking)
Gehoorzenuwvezels vuren synchroon met een geluidsgolf (periode van signaal) (= phase locking).
Het tijdspatroon van de zenuwactiviteit geeft informatie over de frequentie.
Werkt vooral voor lage frequenties. (hoge freq, te snel niet genoeg tijd, neuronen ‘skippen’ een cyclus)
individuele neuronen slaan cycli over
gezamenlijke activiteit blijft fasegebonde
HF → groepen neuronen weken samen = Volley theorie
Verdwijnt bij ongeveer 4-5 kHz. -> neurale activiteit random
B. Plaatscodering (place coding) = FREQUENTIE
frequentie wordt weergegeven via plaats in de cochlea.
Hoge frequenties:
maximale stimulatie basale cochlea
Lage frequenties:
maximale stimulatie apicale cochlea
Tonotopie blijft behouden doorheen de ganse auditieve baan
Frequentiecodering bij elektrisch horen - temporele
Temporele codering
Gebeurt via stimulatiesnelheid (rate of stimulation).
Beperkt bruikbaar:
slechts tot ongeveer 500 Hz
Daarom waren oude éénkanaalsimplantaten onvoldoende voor open set spraakverstaan
Oplossing
Ontwikkeling van:
→ Multichannel cochleaire implantaten
Deze bootsen de tonotopie van de cochlea na en verbeteren spraakverstaan sterk.
Frequentiecodering bij elektrisch horen - Plaatscodering
Belangrijkste frequentiecoderingsmechanisme bij CI.
Frequentie wordt gecodeerd via:
positie van elektrodecontacten
tonotopie van cochlea
Lage frequenties:
apicale elektroden
Hoge frequenties:
basale elektroden
Meerkanaalsimplantaten zorgen daarom voor veel betere spraakperceptie dan éénkanaalsimplantaten
Codering van intensiteit: normaal vs elektrisch
Normaal gehoor
gecodeerd door Ontladingssnelheid (Discharge rate (spikes/s))
Dynamisch bereik ≈ 120 dB
Voor spraak ≈ 50 dB
Uitwendige haarcellen zorgen voor een niet-lineaire input-outputfunctie waardoor een breed dynamisch bereik mogelijk is
Elektrisch gehoor
Intensiteit wordt gecodeerd via:
hoeveelheid elektrische stroom (charge)
Veel kleiner dynamisch bereik.
Steilere luidheidsaangroei
slechts ongeveer 20 dB bruikbaar dynamisch bereik
kleine toename in stroom veroorzaakt sterke toename in neurale activiteit
Toch voldoende luidheidsverschillen waarneembaar dankzij:
Kleinere discriminatiestappen voor elektrische stimulatie.
Compressie van het inkomende geluidssignaal.
Daarom noodzakelijk:
Input Dynamic Range (IDR)
Automatic Gain Control (AGC)
compressie
Onderdelen van een modern cochleair implantaat
Extern deel
Spraakprocessor
Verwerkt geluid.
Zet geluid om naar een elektrische code.
Headpiece (zendspoel)
Stuurt energie en informatie door de huid.
Intern deel
Receiver-stimulator
Ontvangt signalen.
Zet deze om in elektrische pulsen.
Elektrode-array
Wordt in de cochlea geplaatst.
Stimuleert verschillende groepen gehoorzenuwvezels.
Fitting (Mapping)
Definitie
Afregeling van de spraakprocessor.
Ook:
fitting
mapping
programmatie
MAP:
geheel van parameters die bepalen hoe de gehoorzenuw gestimuleerd wordt.
→Instellen parameters voor codering van 1. Intensiteit 2. Spectrale samenstelling 3. Temporele informatie
Eerste fitting
Meestal 2-6 weken postoperatief
Steeds vaker:
early activation
dag 0-5
Doel:
creëren van eerste bruikbare auditieve input.
Tonotopie in het implantaat
Basale elektroden → hoge frequenties
Apicale elektroden → lage frequenties
meer elektorde = niet altijd beter = meer elektrode is meer lekkage (8 kanalen max herkend)
Evolutie
Van éénkanaals systemen naar multiple elektroden
• Van percutane naar transcutane plug
• Miniaturisatie van de processor
• Van eenvoudige modulatie naar geavanceerde, geautomatiseerde signaalverwerking om geluiden
en spraak over te brengen
• Waterdichte processoren om mee te kunnen zwemmen
• MRI compatibele implantaten
• Bimodale interactie tussen CI en contralateraal hoortoestel
• Rechtstreekse streaming vanaf multimedia (bluetooth)
• TOEKOMST?
• Robot-insertie
• Elektrode-selectie en individuele frequentieverdeling afh van de afmetingen van de cochlea en
precieze plaatsing van de elektrode
• Totally implantable cochlear implant (TICI)
• Verbeterde elektrode – neuron interface
De spraakprocessor 3.1 Pre-processing
Doel:
Verbeteren van luisteren in moeilijke omstandigheden.
Voorbeelden:
Ruisonderdrukking
Windonderdrukking
Directionele microfoons
Resultaat:
→ Minder luisterinspanning
→ Betere spraakverstaanbaarheid in lawaai
Temporele cues volgens Rosen (1992)
1. Envelope
Amplitudevariaties:
2-50 Hz
2. Periodiciteit
Periodiciteit van het signaal:
50-500 Hz
3. Fine structure
Snelle fluctuaties:
600-10000 Hz

Belang fine structure en envellope
Fine structure
Toonhoogtewaarneming
Muziek
Spraakverstaan in lawaai
Envelope
Belangrijkste informatie voor spraakverstaan.
Zelfs met enkel envelope-informatie kan goede spraakperceptie worden bereikt.
Intensiteitsdomein van de fitting Parameters
Stimulatieniveau
Pulsbreedte
Input Dynamic Range
Sensitiviteit
Volume
Stimulatieniveau
= nodige hoeveelheid stroom
individueel verschillend
afhankelijk van elektrode tot elektrode of de stimulatieplaats in het slakkenhuis
op iedere elektrode afzonderlijk
Upper stimulation level
Benamingen:
M-level
MCL-level
C-level
most comfortable or maximum comfortable level
Definitie:
hoogste comfortabele stimulatie
Komt ongeveer overeen met:
70-80 dB HL voor normaalhorende
Lower stimulation level
Benamingen:
T-level
THR-level
Definitie:
net hoorbare stimulatie
Komt ongeveer overeen met:
25-40 dB HL
Afstand tussen upper en lower stimulation level is het elektrisch dynamisch bereik
Elektrisch dynamisch bereik
verschil tussen C-level en T-level
individueel bepaald
verschilt per elektrode
Meting:
volwassenen: psychofysisch
baby's/kinderen:
eCAP
eSRT
stimulatieniveau volwassenen vs kids
VOLWASSENEN/ OUDERE KINDEREN
Psychofysische procedure: up/down procedure voor zowel upper als lower stimulation level (cfr. tonale audiometrie)
BABY’S/ KLEUTERS:
C en T levels obv objectieve metingen
eCAP thresholds
eSRT: elektrisch geëvokeerde stapedius reflex threshold
Gevolgen foutieve instellingen
C-levels te hoog
overdreven luidheid
oncomfortabel
vervormd geluid
mogelijk aversie
C-levels te laag
zachte spraak gemist
minder spraakverstaan
T-levels te hoog
achtergrondgeluiden te luid
ruisperceptie
T-levels te laag
zachte geluiden niet hoorbaar
slechtere detectie van spraakdetails
Pulsbreedte
Bifasische rechthoekige puls
Charge = amplitude × pulsbreedte
Toename van:
amplitude OF pulsbreedte
→ meer lading
→ hogere luidheid
Trade-off:
grotere pulsbreedte = lagere stimulatiesnelheid nodig

Input Dynamic Range (IDR)
Spraak varieert ongeveer:
30 tot 80 dB SPL
IDR:
meestal 40-75 dB
Ondergrens:
gekoppeld aan T-level
Bovengrens:
gekoppeld aan C-level
Voordelen groot IDR:
betere geluidsrepresentatie
betere perceptie van zachte geluiden
minder nood aan manuele aanpassingen
bevordert incidenteel leren bij kinderen
Sensitiviteit (microfoongevoeligheid)
beïnvloedt gain van microfoon
patiënt kan meestal zelf aanpassen
Lagere sensitiviteit:
hogere ondergrens IDR
nuttig in lawaai
Hogere sensitiviteit:
zachtere geluiden hoorbaar
nuttig bij stille spraa

Volume
beïnvloedt upper stimulation levels
patiënt kan vaak zelf aanpassen (remote/app of processorknop)
heeft invloed op luidheidservaring
Audioloog kan zelfregelbaarheid aanpassen
Temporele codering - elektrisch
Stimulatiesnelheid
Definitie:
aantal pulsen per seconde per elektrode (pps)
Voorbeelden:
SPEAK: ±250 pps
ACE: ±900 pps
HiRes120: ±4000 pps
Belang:
codering van temporele informatie
beïnvloedt:
luidheid
pitch
Hoge frequenties vereisen hogere pulssnelheden.
Normaal is de stimulatiesnelheid constant.
Uitzondering:
Med-El FS4 → variabele stimulatiesnelheid.

FREQUENTIEDOMEIN: RATE PITCH
Rate pitch: tot ca. 500 Hz bij CI gebruikers
Momenteel enkel geïmplementeerd bij Med-El systemen: variabele stimulation rate in de 2 tot 4 meest apicale elektroden (FS4)
Belangrijk voor temporele fijnstructuur: muziekbeleving, prosodie, intonatie, spraakverstaan-in-rumoer
dus fitting parameters overzicht:

Spraakcoderingsstrategieën
Definitie
Algoritme dat bepaalt:
welke elektrode
op welk tijdstip
met welke stimulatie
Moet:
intensiteit coderen
frequentie coderen
temporele informatie coderen
Merkgebonden paramater
Advanced Bionics: CIS / HiRes Fidelity 120/ Optima
Cochlear: ACE
Med-EL: FS-4
CIS-strategie (Continuous Interleaved Sampling
Werking
Geluid gaat door bandpassfilters.
Envelope wordt uit elke band gehaald.
Compressie van de envelope.
Envelope moduleert biphasische pulstreinen.
Elke frequentieband wordt naar een elektrode gestuurd.
Interleaved stimulatie
6-12 elektroden
sequentiële stimulatie
hoge stimulatiesnelheid
voorkomt channel interaction
Peak-picking strategieën
Niet alle banden worden gestimuleerd.
Alleen de banden met de hoogste energie worden geselecteerd.
Voordelen
Minder masking
Minder kanaalinteractie
Voorbeelden
SPEAK
spectral peak extraction
selecteert kanalen met hoogste energie
ongeveer 250 pps
n-of-m
Vast aantal kanalen
±1000 pulsen/sec
ACE: Advanced Combination Encoder
n-of-m strategie
maximaal 12 geselecteerde kanalen
hogere stimulatiesnelheid
combineert voordelen SPEAK en CIS
Hogere stimulatiesnelheid = betere weergave van de envelope.
Nieuwe ontwikkelingen
HiRes120 (Advanced Bionics)
Meer stimulatieplaatsen te creëren
Zonder extra fysieke elektroden
FSP (Fine Structure Processing, Med-El)
codering van envelope + temporele fijnstructuur
variabele stimulatiesnelheid in apicale elektroden
belangrijk voor:
muziek
prosodie
intonatie
spraak-in-lawaai
Elektrode-array: Plaatsing
Wordt meestal geplaatst in de:
→ Scala tympani
Via:
Cochleostomie
Ronde venster
Elektrode-array: werking
Elektroden geven:
Treinen van biphasische pulsen
Waarom biphasisch?
Veiligheid:
Positieve en negatieve fase zijn in balans.
Geen ophoping van lading.
Geen schade aan zenuwweefsel.
Soorten stimulatie
Monopolair
Actieve intracochleaire elektrode
Extracochleaire referentie
Voordelen:
→ Minder stroom nodig
→ Minder batterijverbruik
Meest gebruikte configuratie.
Bipolair
actieve elektrode + intracochleaire referentie
Twee aangrenzende intracochleaire elektroden.
Voordelen:
betere tonotopische resolutie
minder spreiding van stroom
Nadelen:
hoger batterijverbruik
Common Ground
Eén actieve elektrode.
Alle andere elektroden vormen referentie
Beperkingen van huidige elektroden
Frequentie-plaats mismatch
Beperkt aantal effectieve kanalen
Belang van de centrale auditieve baan
Frequentie-plaats mismatch
elektrode bereikt apex niet volledig
cochlea slechts gedeeltelijk bedekt
lage frequenties worden op relatief hoge plaatsen gestimuleerd
Gevolg:
initieel klinkt alles hoger van toon
adaptatie door hersenplasticiteit
Spread of excitation
stroom spreidt zich door perilymfe
overlap van elektrische velden
Gevolg:
beperkte frequentiespecificiteit
Beperkt aantal effectieve kanalen
Hoewel implantaten tot:
22 elektroden
kunnen hebben, bedraagt het aantal:
4-8 onafhankelijke effectieve kanalen
Oorzaak: spread of excitation = Elektrische velden van aangrenzende elektroden overlappen.
Dit komt door:
Geleidende perilymfe.
Verschillen in zenuwoverleving.
Fibrose of ossificatie.
Afstand tussen elektrode en zenuwweefsel.
Modiolaire elektrode-array
Gebogen elektrode.
Dichter bij de modiolus.
Resultaat:
Iets minder spreiding.
Geen grote toename van effectieve kanalen.
Belang van de centrale auditieve baan
et CI levert slechts een:
Vereenvoudigde representatie van geluid.
Toch verstaan veel gebruikers spraak goed.
Dat komt doordat: Het brein de onvolledige informatie compenseert.
Elektrodetype
Laterale/rechte elektrode/ Slim straight
dichter tegen laterale wand
Modiolaire/perimodiolaire elektrode
dichter bij spirale ganglioncellen
minder stroom nodig
mogelijk minder spread of excitation
perimodulair = beter vr iemand die sowieso geen gehoor meer gaat hebben
slim modulair→ dichtbij maar minder kans op beschadiging → want dun
Keuze afhankelijk van:
restgehoor
anatomie: structurele afwijkingen binnenoor, afmetingen
pathologie: progressief gehoorverlies
voorkeur chirurg
fabrikant
Type elektrode bepaalt:
- Batterijverbruik
- Kans op behoud restgehoor en preservatie cochleaire structuren
- Frequentie-mismatch en spread of excitation
Anatomy Based Fitting (ABF)
Doel:
frequentietoewijzing afstemmen op individuele cochlea-anatomie
Voordelen:
minder tonotopische mismatch
natuurlijkere geluidswaarneming
betere muziekperceptie
beter spraakverstaan in ruis
Bijzonder interessant voor:
SSD
postlinguaal dove patiënten
med-el
Straight electrodes
̶ Different lengths
̶ Preoperative images
determine the optimal
electrode length
̶ Anatomy-based fitting with
deep insertions (>540°)
Reductie van tonotopische
mismatch
– Natuurlijke geluidsperceptie
wordt benaderd: muziek;
spraak-in-lawaai
– Specifieke groepen
– SSD
– Postlinguaal doven
Doordat ze de mismatch goed zouden hoeren → minder met deze techniek
mri → cochlea meten → elktrode die er het best inpast (dus verst)