MPC termen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/71

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

gezonde cel, verouderende cel, celstructuur, enzymkinetiek en genoomstabiliteit.

Last updated 11:03 PM on 10/3/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

72 Terms

1
New cards

celmembraan

bilaag van twee lagen fosfolipiden met een polaire kop en hydrofobe staart.

2
New cards

glycocalyx

suikerlaagje aan de buitenkant van de cel. belangrijk voor herkenning van bepaalde cellen/stoffen

3
New cards

nucleus

celkern: DNA opslag transcriptie, transport door de kernporiën naar het cytoplasma, bestaat uit tRNA, ribosomen productie

4
New cards

mitochondriën

energiehuishouding, mitochondriale matrix bevat enzymen voor citroenzuurcyclus, mitochondriën heeft eigen DNA en ribosomen, zorgen voor de CA2+ huishouding, regulering van apoptose

5
New cards

endoplasmatisch reticulum

transport stoffen; rer en ser

6
New cards

ruw endoplasmatisch reticulum (rer)

bevat ribosomen, eiwitsynthese

7
New cards

glad endoplasmatisch reticulum (ser)

vervoert de eiwitten van het rer naar het golgi apparaat. opslag calcium, vetzuursynthese en ontgifting

8
New cards

ribosomen

eiwitsynthese

9
New cards

golgi apparaat

transport, vouwing, sortering en secretie van eiwitten

10
New cards

peroxisoom

oxidatieve reacties & afbraakreacties, cholesterolmetabolisme, bevatten uitgekristalliseerde eiwitten

11
New cards

lysosoom

opruimen van afval binnen de cel

12
New cards

primair lysosoom

bevat hoge concentratie aan enzymen

13
New cards

secendair lysosoom

voert afbreking uit

14
New cards

cytoskelet

microfilamenten, intermediaire filamenten en microtubuli

15
New cards

microfilamenten

diverse vormen en functies

16
New cards

intermediaire filamenten

stevigheid en flexibiliteit

17
New cards

microtubuli

celstructuur en transport

18
New cards

autofagie

stukje van jezelf opnemen en dit recyclen

19
New cards

fagocytose

grote delen opnemen

20
New cards

endocytose

vloeistof of kleine deeltjes opnemen

21
New cards

witte bloedcel

leukocyt; beschermt het lichaam tegen virussen, bacteriën, et cetera

22
New cards

osteoclast

cellen die bot afbreken, ontstaat door fusie van meerdere cellen, dus het heeft ook meerdere celkernen.

23
New cards

osteoblast

cellen die bot aanmaken

24
New cards

alfa cel

cellen die glucagon produceren

25
New cards

beta cellen

cellen die insuline aanmaken

26
New cards

erythrocyt

rode bloedcel; bevat geen celkern, wordt gezien met TEM of SEM

27
New cards

skeletspiervezel

zeer veel kernen, kernen liggen perifeer onder het sarcolemma, nodig voor de grote lengte en hoge eiwitproductiecapaciteit.

28
New cards

HGPS

ziekte waarbij sprake van mutatie in het LMNA-gen, waardoor de kernenvelop is ingedeukt. als gevolg is er abnormale eenexpressie.

29
New cards

verouderende cel

korte telomeren, afname DNA-schadeherstel en ophoping DNA-schadeherstel, proteostase neemt af en de mitochondriële functies nemen af.

30
New cards

co-enzymen

organische moleculen die samenwerken met enzymen om chemische reacties te versnellen om mogelijk te maken. vaak vitamines.

31
New cards

inhibitors

zorgt ervoor dat een enzym uit blijft als die niet nodig is en als een enzym toch op de verkeerde plek of tijd heeft gewerkt kan de inhibitor dat herstellen.

32
New cards

reversible inhibitor

bindt aan een enzym, neemt zijn plek in en laat daarna los en het enzym keert weer terug naar originele staat. deze wordt gebruikt niet verbruikt en er zijn geen slechte lange termijn gevolgen voor de inhibitor of enzym

33
New cards

competitieve inhibitor

bindt aan het actieve centrum (waar normaal het substraat bindt) van het enzym, waardoor er geen reactie kan plaats vinden. de Km gaat hierdoor omhoog, de v-max en Kcat veranderen niet. hij is in een soort wedstrijd met het substraat, dus hij neemt elke kans die hij pakken kan.

34
New cards

uncompetitieve inhibitor

bindt aan het enzym-substraat complex en stopt de vorming van het product. het enzym wordt nutteloos. Vmax, Km en Kcat gaan omlaag

35
New cards

noncompetitieve inhibitor

kan aan binden aan het enzym en aan het enzym-substraat complex. Km verandert niet, maar Vmax en Kcat gaat omlaag.

36
New cards

Vmax

de hoogste snelheid die bereikt kan worden.

37
New cards

Km

hoeveelheid substraat die nodig is om de helft van de Vmax te bepalen

38
New cards

Kcat

hoeveelheid substraat die in product veranderd per enzym bij vmax

39
New cards

irreversible inhibitor

bindt aan het enzym onkeerbaar, enzym en inhibitor gaan dood. niet belangrijk

40
New cards

conformatie

structuur

41
New cards

dubbelstrengs DNA

het erfelijke materiaal bestaande uit twee samengebonden strengen van DNA

42
New cards

chromatine

dubbelstrengs DNA dat is ingepakt door histonen

43
New cards

euchromatine

losjes ingepakte chromatiek met actieve genexpressie

44
New cards

heterochromatine

dicht ingepakt chromatine met inactieve genen

45
New cards

chromatinedraad

dit verwijst naar chromatine, wordt vaak gebruikt tijdens de interfase om genetisch materiaal aan te duiden.

46
New cards

chromatide

een van de twee helften van een chromosoom

47
New cards

chromosoom

genetisch materiaal zoals het aanwezig is tijdens de mitose, bestaande uit twee chromatiden.

48
New cards

centrosoom

het uiteinde of nucleatiepunt van de spoelfiguur

49
New cards

centromeer

de bindingsplaat van twee chromatiek in een chromosoom

50
New cards

kinetochoor

eiwitcomplex op het centromeer waar de microtubuli van de spoelfiguur aan binden, wat zorgt voor verdeling van DNA

51
New cards

spoelfiguur

een cytoskeletstructuur die de verdeling van chromosomen regelt tijdens mitose, bestaande uit trekdraden en steundraden

52
New cards

non disjunctie

een ongelijke verdeling van chromosomen tijdens het delen

53
New cards

aneuploïde

een afwijkende hoeveelheid chromosomen in een cel

54
New cards

trisomie

een chromosoom te veel in een cel

55
New cards

mitose

een enkele cel verdeelt zich in twee identieke dochtercellen

56
New cards

interfase

de cel bereidt zich voor op mitose. de cel ondergaat replicatie van DNA en voorbereiding van organellen zoals het centrosoom

57
New cards

profase

chromosomen beginnen zicht te condenseren, de nucleolus verdwijnt en het centrosoom begint zich te splitsen, waarbij de vorming van de spoelfiguur begint. dit is te zien onder de microscoop.

58
New cards

metafase

gecondenseerde chromosomen worden in het midden van de cel uitgelijnd, langs de zogenaamde metafasewig. de spoelfiguur is volledig ontwikkeld en hecht aan de centromeren van de chromosomen.

59
New cards

anafase

de spoelfiguren trekken de zuster chromatiden uit elkaar door de centromeren te splitsten. elk chromatide wordt nu beschouwd als een onafhankelijke chromosoom en beweegt naar tegenovergestelde polen van de cel.

60
New cards

telofase

de chromosomen worden in lange uitgerekte draden van DNA, de nucleolus verschijnt opnieuw en worden twee nieuwe kernen gevormd rond de gescheiden chromatiden

61
New cards

cytokinese

specifiek het verdelen van cytoplasma en andere organellen sudden de dochtercellen. dit gebeurt door een insnoering van de celmembraan

62
New cards

meiose

vindt plaats in geslachtscellen

63
New cards

bivalent

een structuur die ontstaat tijdens de profase 1 van de meiose. wordt gevormd door een homologe chromosomenpaar. bestaat uit vier chromatoiden. stelt de homologe chromosomen in staat om genetisch materiaal uit te wisselen via het proces van crossing over. De X- en Y-chromosomen vormen een special bitalent tijdens de profase 1.

64
New cards

concordant

als een tweeling allebei dezelfde eigenschap hebben. monogent aandoeningen zorgen voor 100% concordantie tussen eeneiige tweelingen.

65
New cards

penetrantie

aantal afwijkende fenotypes dat kan worden vastgesteld bij individuen met een afwijkend genotype.

66
New cards

verminderde/onvolledige penetrantie

wel drager van de ziekte, maar het komt niet tot uiting

67
New cards

volledige penetrantie

alle individuen met een afwijkend genotype vertonen de ziekteverschijnselen

68
New cards

variabele expressie

de hevigheid van symptomen van dezelfde ziekte verschilt per patiënt.

69
New cards

anticipatie

de ziekte zal in elke volgende generatie steeds op een jongere leeftijd optreden en zal ook heftiger verlopen

70
New cards

heritabilieit

het aandeel van erfelijke factoren in het ontstaan van een aandoening

71
New cards

multifactoriële overerving

ontstaat door een combinatie van genetische en omgevingsfactoren. het gaat hier dus om genotype en fenotype.

72
New cards

gameten

geslachtscellen