A&F1 Cytologie

0.0(0)
Studied by 4 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/53

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

54 Terms

1
New cards

homeostase

het behoud van een stabiel intern milieu

2
New cards

prikkel

Een verandering in de omgeving die een reactie of respons van een organisme of cellen uitlokt.

3
New cards

effector

spier, cel of weefsel dat in actie komt na een prikkel

4
New cards

negatieve terugkoppeling

Een mechanisme dat de effecten van een verandering in het lichaam tegengaat, zodat een stabiele interne omgeving behouden blijft.

5
New cards

diffusie

transport vanuit een gebied met een hoge concentratie aan deeltjes naar een gebied met een lage concentratie aan deeltjes

<p>transport vanuit een gebied met een hoge concentratie aan deeltjes naar een gebied met een lage concentratie aan deeltjes </p>
6
New cards

concentratieverschil

verschil tussen hoge en lage concentratie

7
New cards

osmose

verplaatsing van water door een half doorlaatbaar membraan naar een oplossing met een hogere concentratie aan opgeloste deeltjes

<p>verplaatsing van water door een half doorlaatbaar membraan naar een oplossing met een hogere concentratie aan opgeloste deeltjes </p>
8
New cards

osmotische druk

de druk die nodig is om osmose tegen te gaan

9
New cards

erytrocyt

rode bloedcel

<p>rode bloedcel </p>
10
New cards

filtratie

verplaatsing van een vloeistof door een membraam waarbij sommige deeltjes niet door de poriën passen

11
New cards

cytosol

12
New cards

wat zit er in cytosol?

  • kalium en natruimionen

  • eiwitten

  • koolhydraten, vetten en aminozuren


13
New cards

inclusies

onoplosbare stoffen in cytosol zoals voedingsstoffen.

14
New cards

organel

structuur binnen een cel die een specifieke taal uitvoert

<p>structuur binnen een cel die een specifieke taal uitvoert </p>
15
New cards

cytoskelet

netwerk van microtubuli en microfilamenten in het cytoplasma

16
New cards

microfilamenten

dunne flexibele eiwitdraden gemaakt van actine

17
New cards

dikke filamenten


gemaakt van myosine bevindt zich in skelet- en spiercellen

18
New cards

intermediaire filamenten

zorgen voor stevigheid van de cel

19
New cards

microtubuli

buisjes die zich bevinden in de trilharen, zweepharen, centriolen en spoeldraden van het cytoskelet

20
New cards

microvilli

kleine vingervormige uitstulpingen van celmembraan van epitheel

<p>kleine vingervormige uitstulpingen van celmembraan van epitheel</p>
21
New cards

centriolen

cilindervormig organel dat uit 9 groepen microtubuli bestaat. belangrijk voor mitose en meiose

22
New cards

cilia/ trilharen

lange dunne uitstulpingen die dienen voor beweging

<p>lange dunne uitstulpingen die dienen voor beweging </p>
23
New cards

flagella/ zweepharen

beweegt een cel voort, alleen in spermacel

<p>beweegt een cel voort, alleen in spermacel </p>
24
New cards

ribosomen

organellen die eiwitten aanmaken door middel van informatie uit het DNA

<p>organellen die eiwitten aanmaken door middel van informatie uit het DNA</p>
25
New cards

vrije ribosomen

overal door het cytoplasma eiwitten komen in het cytosol

26
New cards

gebonden ribosomen

zitten aan het endoplasmatisch reticulum hier gaan de eiwitten ook naartoe

27
New cards

endoplasmatisch reticulum

een netwerk van membranen verbonden met de kernmembraan. het zorgt voor: synthese, opslag, transport en detoxificatie.

<p>een netwerk van membranen verbonden met de kernmembraan. het zorgt voor: synthese, opslag, transport en detoxificatie.</p>
28
New cards

glad endoplasmatisch reticulum SER

geen ribosomen zijn er aan verbonden

29
New cards

ruw endoplasmatisch reticulum RER

hier zitten ribosomen aan verbonden

30
New cards

golgi-apparaat

organel dat zorgt voor het verpakken, bewerken en sorteren van eiwitten en vetten

<p>organel dat zorgt voor het verpakken, bewerken en sorteren van eiwitten en vetten </p>
31
New cards

lysosomen

intracellulair blaasje wat verteringsenzymen bevat

32
New cards

autolyse

vernietiging van een cel doordat membranen van lysosomen barsten in het cytoplasma

33
New cards

peroxisomen

nemen vetzuren op en breken ze af waardoor waterstofperoxide ontstaat

34
New cards

mitochondria

organel dat verantwoordelijk is voor de vorming van het grootste deel van het ATP dat nodig is voor cel activiteit

<p>organel dat verantwoordelijk is voor de vorming van het grootste deel van het ATP dat nodig is voor cel activiteit </p>
35
New cards

Messenger RNA/ mRNA

dit wordt bij transcriptie gevormd om eiwitsynthese aan te sturen in het cytoplasma

<p>dit wordt bij transcriptie gevormd om eiwitsynthese aan te sturen in het cytoplasma </p>
36
New cards

transcriptie

het proces waarbij het DNA van een gen een tegenovergestelde kopie wordt gemaakt

37
New cards

codon

een volgorde van 3 stikstofhoudende basen langs een mRNA-streng die de plaats van 1 aminozuur in een eiwit specificeert

38
New cards

translatie

de synthese van een eiwit waarbij gebruik wordt gemaakt van de informatie in de opeenvolgende codons langs de mRNA-streng

39
New cards

transfer-RNA/ tRNA

deze moleculen voeren aminozuren aan die door het ribosoom worden gebruikt om een eiwit te vormen

40
New cards

anticodon

triplet van stikstofhoudende basen op een tRNA-molecuul dat met het juiste codon op een streng mRNA kan gaan binden

41
New cards
<p>celdeling</p>

celdeling

het dupliceren van een cel

42
New cards

mitose

de deling van 1 cel waarbij 2 identieke cellen worden gemaakt

<p>de deling van 1 cel waarbij 2 identieke cellen worden gemaakt </p>
43
New cards

meiose

de deling van 1 cel waarbij 2 cellen ontstaan met de helft van het aantal chromosomen dan een normale lichaamscel

<p>de deling van 1 cel waarbij 2 cellen ontstaan met de helft van het aantal chromosomen dan een normale lichaamscel</p>
44
New cards

interfase

de cel groeit, kopieert DNA en bereid voor op delen

45
New cards

apoptose

het genetisch gereguleerde afsterven van cellen

46
New cards

DNA-replicatie

kopiëren van genetische informatie in de celkern

47
New cards

cytokinese

verplaatsing van cytoplasma waardoor 2 dochtercellen aan het einde van de mitose worden gescheiden

48
New cards

profase

beginfase van mitose, chromosomen worden zichtbaar , het kernmembraan verdwijnt en de spoelfiguur ontstaat

<p>beginfase van mitose, chromosomen worden zichtbaar , het kernmembraan verdwijnt en de spoelfiguur ontstaat </p>
49
New cards

spoeldraden

bestaan uit microtubuli. tegen het einde hechten de chromatiden zich hieraan vast

50
New cards

metafase

fase waar de chromosomen in het equatorvak gaan liggen

51
New cards

equatorvlak

smalle zone waar chromozomen zich plaatsen om splitsing mogelijk te maken

52
New cards

anafase

stadium van mitose waar bij de gepaarde chromatiden uit elkaar gaan en zich naar de tegenover elkaar gelegen uiteinden van de spoelfiguur verplaatsen

53
New cards

telofase

de afbraak van de spoelfiguur., vorming van nieuwe kernmembranen van beide sets chromosomen

54
New cards

celdifferentiatie

het ontstaan van karakteristieke cel specialisaties tijdens de ontwikkeling als gevolg van activeren of onderdrukken van genen.