1/17
22/10/2026
allumer <=> éteindre l’ordinateur (m.)
de computer opstarten <=> afsluiten
l’écran (m.)
het scherm
la souris (sans fil)
de (draadloze) muis
le clavier - les touches (f.)
het toestenbord - de toetsen
travailler dans un document
in een document werken
taper un texte
een tekst typen
enregistrer un document (sur une clé usb)
een document opslaan (op een usb-stick)
mettre un document dans le cloud
een document in de cloud zetten
partager un fichier dans le drive
een bestand delen in de drive
imprimer un document - une imprimante
een document afdrukken - een printer
faire une capture d’écran
een screenshot nemen
J’allume l’ordinateur pour commencer mon travail.
Ik start de computer op om met mijn werk te beginnen.
N’oublie pas d’éteindre l’ordinateur avant de partir.
Vergeet niet de computer uit te zetten voordat je vertrekt.
Je préfère utiliser une souris sans fil, c’est plus pratique
Ik gebruik liever een draadloze muis, dat is handiger.
Mettre un document dans le cloud permet d’y accéder partout.
Een document in de cloud zetten zorgt ervoor dat je er overal toegang toe hebt.
Tu peux partager ce fichier dans le drive avec tes collègues?
Kun je dit bestand in de drive delen met je collega’s?
Avant de l’envoyer, je vais imprimer ce document avec l’imprimante du bureau.
Voordat ik het verstuur, ga ik dit document afdrukken met de printer op kantoor.
Je fais une capture d’écran pour garder une preuve du message.
Ik maak een screenshot om een bewijs van het bericht te bewaren.