1/227
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
aqua
water
arbor, arbores
boom
audire
horen
clamare
schreeuwen
et
1 en; 2 ook
flumen, flumina
rivier
iacēre
liggen
ibi
daar
ideo
daarom
in + acc
in, naar
inter + acc
1 tussen; 2 tijdens
iubēre
bevelen
lacrimare
huilen
locus
plaats
mandatum
opdracht
necare
doden
non
niet
ponere
plaatsen
portare
dragen
puer, pueri
jongen
recusare
weigeren
rex, reges
koning
servus
slaaf
tamen
toch
timēre
vrezen, bang zijn voor
tollere
optillen
ubi
waar
venire
komen
vidēre
zien
vocare
1 roepen; 2 noemen
LES 2 – LUPA
accedere
1 gaan naar; 2 naderen
bibere
drinken
cogitare
(na)denken
custodire
bewaken
dare
geven
deus
god
dicere
zeggen
esse
zijn
favēre + dat
steun geven aan
femina
vrouw
filius
zoon
haud
helemaal niet
mater, matres
moeder
nam
want
nomen, nomina
naam
pater, patres
vader
praebēre
(aan)bieden
protegere
beschermen
ridēre
lachen
sic
zo
sicut
zoals
subito
plotseling
tradere
overhandigen
uxor, uxores
echtgenote
LES 3 – REGNUM
aedificare
bouwen
amicus
vriend
civis, cives
burger
cum + abl
met
cur
waarom
de + abl
1 van(af); 2 over, aangaande
dividere
verdelen
dum
1 terwijl; 2 zolang als
facere, facio
1 doen; 2 maken
frater, fratres
broer
gladius
zwaard
hostis, hostes
vijand
iam
al, reeds
in + abl
1 in; 2 op
intrare
binnenkomen
licet (+ dat)
het is toegestaan (aan)
mons, montes
berg, heuvel
murus
muur
placēre + dat
bevallen
populus
volk
primum
eerst
quoque
ook
saxum
rots, rotsblok
sed
maar
stare
staan
tacēre
zwijgen
tandem
eindelijk
urbs, urbes
stad
vir, viri
man
LES 4 – CAPITOLIUM
arma
wapens
arx, arces
burcht
auxilium
hulp
cadere
vallen
custos, custodes
bewaker
dormire
slapen
ecce
kijk
miles, milites
soldaat