1/49
Een lijst van 50 Franse woorden en uitdrukkingen met hun Nederlandse vertalingen.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
la gare
het station
la voie
het spoor
le vol
de vlucht
le passager, la passagère
de passagier, de passagierster
le départ
het vertrek
l'arrivée (f.)
de aankomst
la destination
de bestemming
l'horaire (m.)
de dienstregeling
en retard
te laat, vertraagd
le billet
het ticket, het kaartje
la douane
de douane
l'autoroute (f.)
de snelweg
la distance
de afstand
l'agence de voyage (f.)
het reisbureau
l'office du tourisme (m.)
het toeristisch bureau
se renseigner (sur)
inlichtingen inwinnen (over)
le renseignement
de inlichting
réserver
reserveren
la réservation
de reservatie, de boeking
annuler
annuleren
confirmer
bevestigen
louer
huren
le supplément
de toeslag
l'hébergement (m.)
de accommodatie, het onderdak
l'auberge de jeunesse (f.)
de jeugdherberg
la chambre simple
de eenpersoonskamer
la chambre double
de tweepersoonskamer
le lit simple
het eenpersoonsbed
le lit double
het tweepersoonsbed
le lit superposé
het stapelbed
l'ascenseur (m.)
de lift
déposer
afgeven, neerzetten
séjourner
verblijven
le séjour
het verblijf
libre
vrij
complet, complète
vol, volzet
compris(e)
inbegrepen
en pension complète
met volpension
en demi-pension
met halfpension
le/la touriste
de toerist(e)
le tourisme
het toerisme
touristique
toeristisch
l'attraction (f.)
de attractie
l'excursion (f.)
de uitstap, de excursie
bronzer
bruinen
bronzé(e)
gebruind
la piste (de ski)
de (ski)piste
skier
skiën
la remontée mécanique
de skilift, de kabelbaan
en plein air
in de open lucht