1/49
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Horizontale compositie
De belangrijkste lijnen en vormen zijn horizontaal geordend, wat vaak rust en stabiliteit uitstraalt.
Verticale compositie
De belangrijkste lijnen en vormen zijn verticaal geordend, wat kracht en statigheid kan suggereren.
Diagonale compositie
De belangrijkste lijnen en vormen zijn schuin geordend, wat beweging en dynamiek oproept.
Centrale compositie
Het belangrijkste onderwerp staat in het midden van het beeld.
Overallcompositie
Het hele beeld is gevuld zonder een duidelijke hiërarchie of focuspunt.
Cirkelcompositie
De beeldelementen vormen samen een cirkelvormige ordening.
Driehoekcompositie
De belangrijkste elementen vormen samen een driehoek.
Uitsnede
Een deel van een beeld wordt getoond, alsof het een stukje van een groter geheel is.
Aandachtspunt
Het deel van het beeld waar de blik van de toeschouwer naartoe wordt getrokken.
Symmetrische compositie
De linker- en rechterkant van het beeld zijn (bijna) gelijk.
Asymmetrische compositie
De linker- en rechterkant verschillen, waardoor een spannender beeld ontstaat.
Dynamische compositie
De ordening in het beeld suggereert beweging of spanning.
Herhaling
Een vorm of element komt meerdere keren terug in een beeld.
Ritme
Herhaling van vormen of lijnen in een bepaalde volgorde, wat een visuele cadans creëert.
Tweedimensionale vorm
Een platte vorm zonder diepte, zoals een tekening of schilderij.
Driedimensionale vorm
Een ruimtelijke vorm met hoogte, breedte en diepte, zoals een beeldhouwwerk.
Open vorm
Een vorm met openingen, waardoor je erdoorheen kunt kijken.
Gesloten vorm
Een massieve vorm zonder openingen.
Geometrische vorm
Een strakke, wiskundige vorm zoals een vierkant of cirkel.
Organische vorm
Een natuurlijke, vloeiende vorm zonder strakke lijnen.
Structuur
De manier waarop een materiaal is opgebouwd, bijvoorbeeld glad of ruw.
Textuur
De zichtbare en voelbare aard van een oppervlak, zoals ruw, glad of harig.
Lineair
Een tekening of beeld dat voornamelijk uit lijnen bestaat.
Lijnsoort
De variatie in lijnen, zoals recht, gebogen, onderbroken of gegolfd.
Lijndikte
Hoe dik of dun een lijn is.
Contour
De omtreklijn van een vorm.
Lijnwerking
Het effect dat lijnen hebben op de compositie, zoals beweging of richting.
Lijnrichting
De richting waarin lijnen in een beeld lopen (horizontaal, verticaal, diagonaal).
Lijnperspectief
Diepte suggereren door middel van lijnen die naar een verdwijnpunt lopen.
Centraal perspectief (1-punt perspectief)
Alle lijnen lopen naar één verdwijnpunt op de horizon.
Tweepuntperspectief
Er zijn twee verdwijnpunten, vaak gebruikt bij hoekaanzichten.
Horizon
De denkbeeldige lijn waar de lucht en de aarde elkaar lijken te raken.
Verkorting
Een vorm lijkt korter door perspectiefwerking.
Kikvorsperspectief
Vanuit een laag standpunt omhoog kijken, waardoor vormen groter lijken.
Vogelperspectief
Vanuit een hoog standpunt omlaag kijken, waardoor vormen kleiner lijken.
Papier
Dun materiaal waarop getekend of geschilderd kan worden.
Potlood
Tekengereedschap van grafiet, waarmee je lijnen en schaduw kunt maken.
Houtskool
Zwart, brokkelig tekenmateriaal dat zachte lijnen en schaduwen geeft.
Krijt
Poederachtig tekenmateriaal in verschillende kleuren.
Inkt
Vloeibaar kleurmiddel voor tekenen en schilderen.
Verf
Vloeibaar pigment dat wordt gebruikt om oppervlakken te kleuren.
Karton
Dikker en steviger papier, vaak gebruikt voor maquettes.
Klei
Kneedbaar materiaal dat na drogen hard wordt.
Gips
Poeder dat met water mengt en hard wordt, vaak gebruikt voor beeldhouwkunst.
Hout
Natuurlijk materiaal dat kan worden gesneden of gebeeldhouwd.
Metaal
Sterk materiaal dat kan worden gesmeed, gesneden of gegoten.
Textiel
Stof of geweven materiaal.
Kunststof
Synthetisch materiaal zoals plastic.
Natuursteen
Natuurlijk gesteente, zoals marmer of graniet.
Beton
Hard materiaal gemaakt van cement, zand en water.