1.4 The world’s strictest parents

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/54

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Engelse voc. (Unit 1)

Last updated 11:05 AM on 10/4/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

55 Terms

1
New cards

abroad

in / naar het buitenland

2
New cards

a lawyer

een advocaat (algemene term)

3
New cards

a head teacher / headmistress

een directeur / directrice van een school (UK)

4
New cards

a principal

een directeur, directrice van een school (US)

5
New cards

a purpose

een doel, oogmerk

6
New cards

a prediction

een voorspelling

7
New cards

a nerve

een zenuw

8
New cards

firm

hard, strikt

9
New cards

strict

strikt, streng

10
New cards

challenging

uitdagend

11
New cards

to live with a host family

bij een gastgezin wonen

12
New cards

to raise a child

een kind grootbrengen

13
New cards

to treat somebody like a slave

iem. als een slaaf behandelen

14
New cards

to get in trouble

in de problemen raken

15
New cards

to get on somebody's nerves

op iemands zenuwen werken

16
New cards

to hit the town

uitgaan, gaan stappen

17
New cards

to surrender

(zich) overgeven

18
New cards

to pitch in with something

een handje toesteken bij iets

19
New cards

to be astonished

erg verbaasd zijn

20
New cards

to occur

gebeuren, voorvallen

21
New cards

to move out

het huis uit trekken

22
New cards

to struggle

strijden, zwoegen, worstelen

23
New cards

to tell somebody off

iem. de les lezen, iem. een standje geven

24
New cards

to help somebody out

iem. helpen (met werk, om iets te betalen, etc.)

25
New cards

to prevent somebody from something

iem. iets verhinderen

26
New cards

to have somebody over

iem. op bezoek hebben

27
New cards

to lock somebody up

iem. opsluiten

28
New cards

to swear at somebody

iem. uitschelden

29
New cards

to get to somebody

iemand raken en/of kwaad maken

30
New cards

to lock up

(iets) afsluiten

31
New cards

to look something up

iets opzoeken

32
New cards

to admit something / to doing something

iets toegeven

33
New cards

to put something out

iets uitdoven, uitdoen

34
New cards

to put up with something

iets verdragen, tolereren

35
New cards

to throw something away

iets weggooien

36
New cards

to look back on something

naar iets terugkijken, op iets terugblikken

37
New cards

to look after somebody

op iem. letten, voor iem. zorgen

38
New cards

to give up

opgeven

39
New cards

to get up

opstaan (uit bed), opstaan (uit zittende positie)

40
New cards

to give in to somebody

toegeven aan iem. (die iets van je wil)

41
New cards

to be upset about something

van streek zijn over iets

42
New cards

to predict

voorspellen

43
New cards

to walk / run off

weglopen, ervandoor gaan

44
New cards

to volunteer to do / for something

zich als vrijwilliger opgeven voor iets / om iets te doen

45
New cards

to afford something

zich iets veroorloven

46
New cards

to misbehave

zich misdragen

47
New cards

to moan

kreunen (bv. van pijn) / zuchten, klagen

48
New cards

to drink under age

drinken terwijl je nog minderjarig bent

49
New cards

to down a pint

een pint naar binnen kappen

50
New cards

to talk back to somebody

iem. tegenspreken

51
New cards

to cut school

spijbelen

52
New cards

to be gobsmacked

stomverbaasd zijn

53
New cards

to run a tight ship

de touwtjes stevig in handen hebben

54
New cards

to lay down the law

de wet dicteren, regels opstellen

55
New cards

to outsource something

iets uitbesteden