1/104
Looks like no tags are added yet.
Kenmerken celcomunicatie
Cellen kunnen onderling comuniceren
Reageren op de informatie van andere cellen of hun omgeving
Indentieke mechanisme bij verschillende soorten en verschillende processen
Wat zijn signalen?
Chemische verbindingen
De evolutie van celcomunicatie
Comunicatie vind plaats tussen bacterien → Quorum sensing
Eencellige eukaryoten cellen → gist
Meercelligen
3 stappen van cel signalering
Ontvangst door receptor op de cel
Transductie → receptor vorm verandering → signaal doorgeven aan allerei eiwitten binnen de cel
Komt aan bij een molecul dat een bepaald effect kan doen → Respons
Quorum sensing
Genexpressie aanpassen op de populatie grootte
Wat gebeurt er bij een grotere populatie? (Quorum sensing)
Iedere bacterie scheidt continue signaalmolecullen uit → Bij een grote populatie hopen deze snel op in de omgeving → De concentratie van deze signaalstoffen bereiken de drempelwaarde via speciale receptoren → De bacteriën activeren tegelijkertijd specifieke genen. Hierdoor schakelt de hele populatie in één keer over op nieuw groepsgedrag.
Welke rol speelt nutrienten in quorum sensing?
Nutriënten bepalen de noodzaak voor quorum sensing, omdat bacteriën deze communicatie gebruiken om bij voedseltekort gezamenlijk te overleven, gecoördineerd grote voedselbronnen te verteren en concurrenten rondom voedsel te bestrijden.
Celcomunicatie in eencellige eukaryoten. De gist.
Eencellige eukaryoten: Gist (Saccharomyces cerevisiae).
Twee paringstypen: Type A en type Alfa (dezelfde soort, ander geslacht).
Receptie: Ze scheiden paringsfactoren (mating factors) uit van ~12 aminozuren, die binden aan de GPCR-receptoren van het andere paringstype.
Transductie (Nieuw): De receptor activeert een interne MAP-kinase-signaalroute die de celkern stimuleert.
Respons (Nieuw): De cellen stoppen met delen en groeien naar elkaar toe via uitstulpingen (shmoo-vorming).
Fusie: De shmoos ontmoeten elkaar, de celwanden en kernen fuseren (plasmogamie en karyogamie).
Resultaat: Er ontstaat één diploïde cel (met twee sets chromosomen) die zich weer kan delen.

Gistcellen zijn vaak haploide cellen. Kennen mensen in hun levencyclus een haploide levensvorm?
Nee. De geslachtscellen zijn haploid maar kunnen niet zelfstandig leven.
Cel-Cel comunicatie op welke twee manieren kan dit plaats vinden?
Cellen liggen naast elkaar (direct contact
door uischeiden van moleculen (stoffen)
Hoe kan cel-cel comunicatie plaats vinden door direct contact? Op welke manieren? Twee types.
Cel junctions → Speciafiek door gapjunctions of plasmodesmata → stoffen difugeren
Cel-cel herkenning → Molecullen aan het oppervlak van cellen binden aan elkaar → Ene receptor bindt aan het andere receptor → Signaal doorgegeven binnenkant van de cel
Hoe kan cel-cel comunicatie plaats vinden door het uitscheiden van molecullen? Op welke manieren? Twee types.
Lokaal → paracrien en autocrien → Voorbeeld synapsen
Lange afstand → endocrien → hormoon
Paracrien
Paracriene signalering (Dichtbij)
Een cel scheidt signaalmoleculen uit in de vloeistof buiten de cel (extracellulaire vloeistof). Deze moleculen diffunderen naar naburige doelcellen in de directe omgeving.
Kenmerk: Het signaal is lokaal en kortstondig omdat de stoffen snel worden afgebroken.
Voorbeeld: Groeifactoren die cellen in de buurt stimuleren om te delen en te groeien tijdens wondgenezing.
Komt door uitscheiding van moleculen.
Autocriene signalering
Autocriene signalering (Zichzelf)
Een cel scheidt een signaalstof uit die bindt aan receptoren op zijn eigen celmembraan. De cel praat dus in feite tegen zichzelf.
Kenmerk: Wordt vaak gebruikt om een biologisch proces te versterken of de eigen identiteit te behouden.
Voorbeeld: Cellen van het immuunsysteem (zoals T-cellen) die stoffen uitscheiden waardoor ze zichzelf activeren om snel te gaan vermenigvuldigen tijdens een infectie.
Komt door uitscheiding van moleculen.
Endocriene signalering
Endocriene signalering is communicatie over lange afstand, waarbij cellen hormonen afscheiden die via de bloedsomloop door het hele lichaam reizen.
Afstand: Zeer groot (via het bloedvatenstelsel).
Snelheid: Relatief traag (het duurt seconden tot minuten voordat het hormoon via het bloed op de bestemming is, vergeleken met milliseconden bij zenuwen).
Duur: Langdurig (het effect houdt vaak minuten, uren of zelfs dagen aan).
Wat zijn de kenmeken van receptoren?
Ontvangst punt van een signaal
Binding signaal molecul (ligand) en receptor is speciafiek
Na ontvangst verandert receptor van conformatie (ruimtelijke vorm) → ook aan de binnenkant → andere dingen kunnen eraan binden
Receptoren bevinden zich meest al in plasmamembraam

Moleculaire schakelaars. Noem er twee.
G-eiwit gekoppelde receptoren (GPCR) Kenmerken
Ontzetten veel verschillende
Betrokken bij vele processen
Wordt ontzettend veel gebruikt als doel van medicijnen
Tyrosine kinase receptoren (RTK) kenmerken
Zitten in het membraam
Tyrosine is een aminozuur
Receptor is een kinase → eiwit of enzym dat een fosfaat groep ergens anders aan kan zetten
1 receptor kan meerdere routes aanzetten in de cel
Aan deze receptor binden veel groeifactoren → Als er iets mis is → Veel betrokken bij kanker
Bestaat uit 2 receptoren
Bestaat uit alfa helix (membraam) en tyrosines in de cel
Ion-kanaal receptoren hoe werken ze?
Ligand bindt aan ion-knaal (kan ook door elektisch signaal geactiveerd worden)
Kanaal gaat open voor een speciafiek kanaal
Als ligand los laat gaat het kanaal weer dicht
Voorbeeld neurotransmitters
Het kan ook intracellulair

Intercellulaire receptoren hoe werken ze?
Zitten in Cytosol of kern van een cel
Kunnen alleen liganden aan binden die door de membramen heen kunnen
Dus zijn ze klein en hydrofoob
Een geactiveerde receptor kan als transcipitie factor werken (en zet dus speciafieken genen aan of uit)
Nu kan het door de membramen heen de kern in
In de kern kan het op een speciafiek stukje DNA binden
En dat ene gen gaan afschijven dat er een eiwit wordt gemaakt
Voorbeeld steroid hormoon

Vier belangrijke receptoren
Intercellulaire receptoren
Ion-kanaal receptoren
Tyrosine kinase receptoren (RTK)
G-eiwit gekoppelde receptoren (GPCR)
Hoe werk de moleculaire schakelaar 1 G-eiwit?
Schakelaar kan uit en aan staan
Als het uit staat dan → GDP gebonden → nucleotide met 2 fosfaat groepen
Wordt aangezet doordat er een andere eiwit eraan bindt → GDP laat los en bindt aan GTP → wordt gestimuleerd door GEF (Guanine Exchange Factor)
Als het aan staat → GTP gebonden → zal allerlei signalen doorgeven aan andere eiwitten
Uitzetten → GTP wordt gehydrolyseert naar GDP +fosfaatgroep → Dit gebeurt vanzelf door het G-eiwit → een soort tijdschakelaar.

Hoe werk de moleculaire schakelaar 2 Fosforylering?
Als het uit staat → ongefosforyleert
Wordt aangezet doordat er een ander eiwit komt → kinase → draagt een fosfaat groep over van ATP naar dat eiwit → ADP komt vrij
Aan als fosfaat groep gebonden aan eiwit
Uitzetten → gaat niet vanzelf → via ander eiwit → Fosfatase verwijdert fosfaat groep.

Hoe ziet een G-eiwit gekoppelde receptoren (GPCR) eruit?
Eiwit dat 7 keer door het transmembraam heen gaat in d evorm van een alpha helix

Hoe werkt een G-eiwit gekoppelde receptoren (GPCR)?
Signaal molecul/Ligand bindt aan receptor
G-eiwit bindt aan receptor en wisselt GDP voor GTP ( GDP gaat weg en GTP wordt aangezet)
G-eiwit wordt actief
Receptor wordt weer inactief
G-eiwit gaat veder en gaat een ander enzym activeren (effector enzym)
Als effector enzym geactiveerd is dan defungeert het G-eiwit. Dit houdt in dat G-eiwit gehydrolyseerd wordt. GTP → GDP +fosfaatgroep
Systeem staat weer uit

Uit welke onderdelen bestaat het G-eiwit gekoppelde receptoren (GPCR)?
Receptor, G-eiwit en effector (enzym)

Hoe werken Tyrosine kinase receptoren (RTK)?
Molecul signaal/ligand bindt brengt de twee receptoren bij elkaar
Dit heet een dimeer
Receptoren fosforyleren elkaar hierdoor (cross-fosforylatie)
Dit houdt in dat Tyrosine aan elkaar doorgegeven wordt
Receptor ziet er anders uit
Hieraan binden eiwitten
Deze eiwitten geven de signalen door de cel in

Transductie kenmerken
Is een multistep proces van molecul tot molecul
Mogelijkheid tot amplificatie (versterking) van het signaal → 1 signaal leidt totdat er meerdere molecullen geactiveerd worden
Voordeel hiervan is dat er op vele plekken regulatie kan plaats vinden → Remmen of stimuleren
Eiwit defosforylering en fosforylering in transductie
Wordt gebruikt om de activiteit van een eiwit te reguleren
Veel relay-moleculen in een signaal transductie route zijn kinases

Wat zijn de kenmerken van een second messenger?
Klein van formaat.
Geen eiwit (in tegenstelling tot veel andere relay-moleculen zoals kinases).
Wateroplosbaar.
Een molecuul of ion.
Verspreidt zich door de cel door middel van diffusie.
Voorbeelden: Ca²⁺, IP₃ (inositoltrifosfaat), DAG (diacylglycerol), cAMP (cyclisch adenosinemonofosfaat).
Signaal transductie van Epinephrine
G-eiwt gekoppelde receptor (GPCR) wordt geactiveert
G-eiwit wordt geactiveert door GTP
Geeft het door aan effector enzym → Adenylyl cyclase → maakt cyclisische AMP = second messenger cAMP
De cyclisische AMP bindt aan PKA (protein kinase A)
Zal iets fosforyleren
Cellulaire respons

cyclisische AMP (cAMP)
cyclisch AMP (cAMP) veel gebruikte sec[ond] messenger
Geproduceerd door Adenylyl cyclase → haalt er twee fosfaat groepen vanaf
Wordt afgebroken door Phosphodiesterase → Dan krijg je weer AMP geen signaal molecul
Variant hierop is cGMP ook een second messenger voor spier relaxatie
![<p><strong>cyclisch AMP (cAMP) veel gebruikte sec[ond] messenger</strong></p><p><span><strong>Geproduceerd door Adenylyl cyclase → haalt er twee fosfaat groepen vanaf</strong></span></p><p><span><strong>Wordt afgebroken door Phosphodiesterase → Dan krijg je weer AMP geen signaal molecul</strong></span></p><p></p><p><span><strong>Variant hierop is cGMP ook een second messenger voor spier relaxatie</strong></span></p><p></p>](https://assets.knowt.com/user-attachments/756b1e94-4e60-4f7a-841b-846b55eb38f0.png)
Signaal transductie van PLC
Ligand activeerd G-eiwit gekoppelde receptor (GPCR)
Activeert G-eiwit door binding GTP
Activeert effector Phospholipase C → doet iets met vetten
Pakt PIP2 en knipt het in tweeen → DAG en IP3
IP3 difudeert de cel in als second messenger
En het kan daar een ligand geactiveert ionkanaal activeren in een membraam van het ER.
En als dat gebeurt dan komt calcium het cytosol in
Het calcium activeert allelei verschillende soorten eiwiiten en dat leidt uiteindelijk tot het respons

Ca^+2 als second messenger
Veel gebruikte second messenger
Concentratie Calcium in het cytosol veel lager dan buiten de cel of binnen de membramen (in de organellen)
Concentratie wordt actief laag gehouden in het cytosol door calcium kanaaltjes met ATP
Noem verschillende type responsen op signalering
Gen expressie (figuur) (langzamer process)
Openen kanaal
Stimuleren of remmen bepaalde enzymen (sneller proces)
Aanzetten metabole route
Cel beweging
Cel proliferatie
Signaal amplificatie (regulatie van de respons)
Signaal versterking
Specificiteit/coordinatie (regulatie van de respons)
Zelfde signaal → verschillende responsen Of verschillende signalen maar zelfde respons
Komt door:
Verschillende receptoren en relay eiwitten
Verschillende cellen
Verschillende respons

Pathway branches
Pathway branches leiden tot twee responsen van een signaal

Cross-talk
Twee receptoren worden geactiveert → Waardoor een van de second messengers de ander activeert of deactiveert → leidt tot een respons

Efficientie (regulatie van de respons)
Scaffold eiwitten → eiwitten die andere dingen bij elkaar halen → 3 verschillende kinasen
Voordelen:
snelheid, want voorkomt grote diffusieafstanden
specificiteit, omdat neven-reacties niet optreden
extra mogelijkheden voor regulatie

Terminatie (regulering van de respons)
Stopt signalering
Kan gedaan worden door Fosfatases,
endocytose en afbraak receptor
Second messengers omzetten of verwijderen
Apatose van de cel
Apatose
Geprogameerde celdood
Cel componenten worden geklieft (DNA en eiwitten worden in stukjes gehakt) en in kleine blaasje in gepakt (blobs)
Deze blobs worden opgeruimd door gespecialiseerde scavenger cellen
Hierdoor voorkomt apatose dus dat de cel opbarst en dat uiteindelijk alle celorganellen en enzymen naa buiten lekken en andere cellen beschadigen
Caspases
Caspases → eiwitten die in een cascade andere eiwitten activeren door klieving (DNA en eiwitten worden in stukjes gehakt)
Voorbeelden Protease en Ced-3
Signaal kan geactiveert worden vanuit binnen en buiten de cel
Onderdeel van apatose
Waar is apatose nuttig voor?
Het is essentieel voor ontwikkeling en onderhoud van alle organismen.
Verstoorde apatose speelt een rol in verschillende ziektes
Welke cellen moeten apatose ondergaan?
Geinfecteerde cellen
Beschadigte cellen
Cellen die aan het eind zijn van hun functioneel leven en opgeruimd moeten worden
Ontwikkeling → vingers ontwikkelen → cellen tussen de vingers ondergaan apoptose
Mitose
Wat is een eigenschap die al het leven op aarde bezit?
Voortplanten/reproduceren → mogelijk door celdeling
Noem de drie belangrijkste functies van celdeling bij meercellige organismen.
Ontwikkeling vanuit een bevruchte eicel.
Groei.
Herstel (van weefsels).
Welke vorm(en) van celdeling leiden tot genetisch identieke cellen?
Mitose en binaire deling
Wat wordt bedoeld met de term genoom?
De verzameling van alle genetische informatie in een cel.
Hoe is het DNA bij eukaryote cellen verdeeld en verpakt?
Het bestaat uit meerdere DNA-moleculen die zijn verpakt in chromosomen
Uit welk materiaal bestaan chromosomen?
Chromosomen bestaan uit chromatine (een complex van DNA en eiwitten).
Wat is het verschil in chromosomenaantal tussen somatische cellen en gameten?
Somatische cellen (lichaamscellen) bevatten 2 sets chromosomen (diploïd). Gameten (geslachtscellen) bevatten de helft van dat aantal (haploïd).
Hoeveel centromeerregio's heeft een humane cel in de G2 fase?
92
Een normale humane lichaamscel heeft 46 chromosomen. In de S-fase wordt het DNA verdubbeld, inclusief het DNA van de centromeerregio.
In G2 bestaat elk chromosoom daardoor uit twee zusterchromatiden, die elk een eigen centromeerregio hebben. Je hebt dus 46 × 2 = 92 centromeerregio’s.
Het aantal chromosomen blijft ondertussen 46: zolang de twee zusterchromatiden aan elkaar vastzitten, tellen we ze samen als één verdubbeld chromosoom. Er zijn in G2 dus 46 chromosomen, 92 chromatiden en 92 centromeerregio’s.
Hoe heten de eiwitten die zusterchromatiden bij elkaar houden?
Cohesines
Hoe zien chromosomen er gedurende het grootste deel van de celcyclus uit?
Als een dunne chromatine draad (niet strak opgerold).
In welke specifieke fase van de celcyclus worden de chromosomen gerepliceerd?
Tijdens de S-fase (DNA-synthese)
In welke vorm bevinden de chromosomen zich direct ná de replicatie in de S-fase?
Nog steeds als een dunne chromatine draad.
Wat gebeurt er met de structuur van chromosomen tijdens de M-fase?
De chromosomen condenseren (ze rollen zich heel strak op tot compacte, zichtbare structuren).
Waaruit bestaat een chromosoom direct na het dupliceren (maar vóór het condenseren)?
Uit 2 zusterchromatiden (die nog ongecondenseerd zijn).
Wat is een centromeer qua structuur en wat bindt eraan?
Een regio met een repeterende DNA-sequentie waaraan specifieke eiwitten binden.
Waar op de zusterchromatiden is de cohesie het sterkst en is het chromosoom samengeknepen?
Bij het centromeer (elke zusterchromatide heeft er één)
Wanneer worden zusterchromatiden officieel individuele chromosomen genoemd?
Op het moment dat de zusterchromatiden uit elkaar gaan (tijdens de M-fase/anafase).
Celcyclus
De interfase is de periode tussen twee celdelingen waarin de cel groeit en haar DNA kopieert. Deze bestaat uit:
G1-fase: De eerste groeifase waarin de cel in omvang toeneemt en eiwitten en organellen aanmaakt.
S-fase (Synthese): De belangrijkste stap voor de deling; hier vindt DNA-duplicatie plaats, zodat beide dochtercellen straks een volledige set DNA krijgen.
G2-fase: De tweede groeifase waarin de cel de laatste voorbereidingen treft voor de daadwerkelijke celdeling.
Dit is de actieve delingsfase van de cel, opgebouwd uit twee opeenvolgende processen: (M-fase)
Mitose: De verdeling van de gekopieerde chromosomen over twee nieuwe celkernen.
Cytokinese: De daadwerkelijke splitsing van het cytoplasma, waardoor twee afzonderlijke, identieke dochtercellen ontstaan.
Fasen van mitose
Profase
Prometafase
Metafase
Anafase
Telofase
Wat gebeurt er tijdens de Profase?
Chromosomen beginnen te condenseren.
Nucleoli verdwijnen.
Het mitotische spoelfiguur begint zich te vormen.
Centrosomen bewegen weg van elkaar.

Wat gebeurt er tijdens de Telofase?
De kernenvelop vormt zich opnieuw uit oude fragmenten.
Nucleoli verschijnen weer.
Chromosomen decondenseren (rollen weer uit).
De spoelmicrotubuli depolymeriseren (breken af).

Wat gebeurt er tijdens de Anfase?
Start met de klieving van cohesine-eiwitten door het enzym separase.
Zusterchromatiden laten los en worden nu zelfstandige chromosomen.
Kinetochore microtubuli worden korter (krimpen bij het chromosoom) en trekken de chromosomen naar de polen.
Non-kinetochore microtubuli worden langer, waardoor de cel zich uitstrekt.

Wat gebeurt er tijdens de Metafase?
Centrosomen staan lijnrecht tegenover elkaar aan de polen van de cel.
Chromosomen liggen netjes opgelijnd op de metafaseplaat (in het midden).
De kinetochoren van elke zusterchromatide zitten vast aan microtubuli van de tegenovergestelde centrosomen.

Wat gebeurt er tijdens de Prometafase?
De kernenvelop fragmenteert (valt uiteen).
Chromosomen condenseren verder.
Kinetochoren (eiwitten op het centromeer) worden gevormd.
Microtubuli dringen het kerngebied binnen: kinetochore microtubuli binden aan de kinetochoren; niet-kinetochore microtubuli van verschillende polen interageren met elkaar.

Wat zou er gebeuren als er door een fout in de mitose geen scheiding van de zusterchromatide plaatsvindt en de zusterchromatiden samen in een van de twee dochtercellen tercht komen.
Je krijgt dan cellen die sommige chromosomen geheel missen en andere chromosomen dubbel hebben.
Wat is de beste beschrijving van een kinetochoor?
Een structuur van verschillende eiwitten die de centromeer regio en de spoelfiguur microtubuli kunnen binden.
Een complex van eiwitten op een specifieke sequentie van het centromeer waar 1 tot 40 microtubuli aan kunnen binden.
Zodra de kinetochoren aan weerszijden zijn gebonden, beweegt het chromosoom naar de metafaseplaat.
Hoe bewegen chromosomen over de microtubuli (worden de microtubuli "binnengehaald")?
Nee, microtubuli worden niet binnengehaald. Een motoreiwit loopt over de microtubule heen en sleept het chromosoom met zich mee naar de pool.
Wat gebeurt er met de microtubule tijdens de beweging van het chromosoom in de anafase?
De microtubule breekt direct achter de motor af (de-polymerisatie in losse tubuline-subunits), waardoor de microtubule korter wordt terwijl het chromosoom eroverheen loopt.
Waaruit bestaat het mitotische spoelfiguur en waar groeien de microtubuli uit?
Het bestaat uit spoel-microtubuli (kinetochore en non-kinetochore) en de aster (stervormige structuur).
Microtubuli groeien vanuit het centrosoom, ook wel het microtubule organising center (MTOC) genoemd. Bij dieren bestaat dit uit 2 centriolen en repliceert het tijdens de interfase.
Wat is het verschil in cytokinese (celsplitsing) tussen dierlijke cellen en plantencellen?
Dierlijke cellen: Er vormt zich een insnoering (cleavage furrow). Aan de kant van het cytoplasma trekt een ring van actine met myosine (contractiele ring) samen om de cel in tweeën te splitsen.
Plantencellen: Er vormen zich blaasjes vanuit het Golgi-apparaat die langs microtubuli naar het midden van de cel bewegen. Deze blaasjes fuseren tot een celplaat, die uiteindelijk fuseert met de bestaande celmembraan/celwand om twee nieuwe cellen te vormen.
Hoe delen prokaryoten (bacteriën en archaea) zich en wat zijn de stappen van dit proces?
Prokaryoten delen zich door binaire deling (deling door het midden). Dit is GEEN mitose.
Het proces verloopt als volgt:
DNA-replicatie: Het circulaire chromosoom wordt gedupliceerd, beginnend bij de ORI (origin of replication).
Migratie: De twee ORI's (en dus de gekopieerde chromosomen) worden naar tegenovergestelde kanten van de cel gebracht.
Splitsing: De cel "knijpt" zichzelf in het midden door, wat resulteert in twee identieke dochtercellen.
Waar in de cel bevinden zich de signalen die de celcyclus reguleren?
In het cytoplasma.
Wat is het belangrijkste kenmerk van de concentratie van cyclines tijdens de celcyclus?
De concentratie fluctueert continu door een constante cyclus van synthese (opbouw) en afbraak.
Wat is het belangrijkste kenmerk van de concentratie van Cdk's (Cyclin Dependent Kinases) tijdens de celcyclus?
De concentratie blijft constant.
Wanneer wordt een Cdk (Cyclin Dependent Kinase) pas actief?
Zodra het bindt aan een specifiek cycline en hiermee een complex vormt.
Waar staat de afkorting MPF voor en uit welke twee specifieke eiwitten bestaat dit complex?
Maturation Promoting Factor. Het bestaat uit een complex van Cycline B en Cdk1.
Wat is de hoofdfunctie van het MPF-complex en in welke fase is het actief?
Het zorgt voor het starten van de M-fase (mitose). Het is alleen actief tijdens de M-fase.
Op welke biochemische manier activeert MPF andere eiwitten?
Door ze te fosforyleren (het is een kinase dat een fosfaatgroep aanbrengt).
Hoe zorgt MPF voor zijn eigen uitschakeling aan het einde van de mitose?
MPF stimuleert zelf het proces dat leidt tot de afbraak van cycline B, waardoor het complex weer inactiveert.
Welke drie hoofdcheckpoints beval de celcyclus?
G1 checkpoint, G2 checkpoint en M checkpoint.
Welk checkpoint is voor de meeste cellen het meest belangrijk?
Het G1 checkpoint. Dan wordt meestal de hele rest van de celcyclus doorlopen.
Wat gebeurt er met een cel die geen "go-ahead"-signaal krijgt bij het G1 checkpoint?
Deze gaat naar de G0-fase.
Wat is de G0-fase?
Een niet-delende staat waarin de meeste cellen in je lichaam zich bevinden.
Wanneer geeft het M checkpoint pas een "go"-signaal?
Pas als alle chromosomen correct vastzitten aan het spoelfiguur (tijdens de mitose).
Welke twee soorten interne signalen bepalen de doorgang van een checkpoint?
Of het DNA goed gedupliceerd is en of de chromosomen goed aan het mitotische spoelfiguur vastzitten.
Welke drie externe signalen reguleren de doorgang van checkpoints?
Groeifactoren (zoals PDGF), density dependent inhibition (dichtheidsafhankelijke remming) en anchorage dependence (hechtingsafhankelijkheid).
Wat houdt het principe van anchorage dependence (hechtingsafhankelijkheid) in?
Dat cellen een oppervlak of ondergrond nodig hebben om zich te kunnen delen.
Wat houdt density dependent inhibition (dichtheidsafhankelijke remming) in?
Dat cellen stoppen met delen zodra ze een enkele, aaneengesloten laag vormen en de ruimte vol is.
Wat is een belangrijk verschil tussen normale cellen en kankercellen wat betreft externe signalen?
Kankercellen negeren density-dependent inhibition en anchorage dependence, waardoor ze ongeremd door blijven delen.
Waarom stoppen kankercellen niet met delen?
Omdat ze niet langer reageren op de controlemechanismen van de celcyclus.
Op welke twee manieren kunnen kankercellen onafhankelijk worden van externe groeifactoren?
Ze kunnen zelf groeifactoren maken of ze hebben een mutatie in een gen in de signaaltransductieroute (downstream van de receptor).
Wat betekent het als cellen in een celkweek "getransformeerd" zijn?
Dat het cellen zijn die oneindig kunnen blijven delen.
Wat is het verschil tussen een benigne en een maligne tumor?
Een benigne tumor is goedaardig en blijft op de plek van ontstaan; een maligne tumor is kwaadaardig en kan omliggende weefsels invaderen en metastaseren.