DEEL 4: DE BOUWSTENEN VAN HET LEVEN: MACROMOLECULEN

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/71

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 11:19 AM on 10/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

72 Terms

1
New cards

Wat zijn koolhydraten?

moleculen opgebouwd uit koolstof, waterstof en zuurstof

2
New cards

wat doen koolhydraten?

vormen voornaamste en snelste energiebron voor lichaam

3
New cards

wat is een monosacharide?

een enkelvoudige suiker

4
New cards

welke voorbeelden van monosachariden vermeldt de cursus?

glucose, fructose en galactose

5
New cards

wat is glucose en waarvoor dient het?

glucose is belangrijkste brandstof voor lichaam, cellen breken het af om energie vrij te maken

6
New cards

wat is celrespiratie?

proces waarbij glucose, met behulp van zuurstof, wordt omgezet in energie in de vorm van ATP, met koolstofdioxide als afvalproduct

7
New cards

wat is een disacharide?

molecule die bestaat uit twee monosachariden

8
New cards

voorbeelden van disachariden

sacharose (tafelsuiker) en lactose (melksuiker)

9
New cards

polysacharide

lange keten van monosachariden

10
New cards

glycogeen en waar?

opslagvorm van glucose in menselijk lichaam, voornamelijk in lever en spieren

11
New cards

verschil tussen glycogenese en gluconeogenese (+ vb)?

glycogenese: opslaan van glucose als glycogeen, gluconeogenese: vormen van glucose uit andere stoffen, zoals melkzuur

12
New cards

wat gebeurt er bij glycolyse?

glucose wordt gedeeltelijk afgebroken tot pyruvaat, bij aanhoudend zuurstoftekort wordt pyruvaat omgezet in melkzuur

13
New cards

wat zijn lipiden?

vetten

14
New cards

welke functies hebben vetten in het lichaam? (6)

1) ze leveren en slaan energie op 2) ze beschermen organen 3) ze isoleren tegen warmteverlies 4) vormen onderdeel van celmembranen 5) spelen rol bij hormoonproductie 6) helpen bij opname van vitamine A,D,E en K

15
New cards

waaruit zijn vetten opgebouwd?

uit glycerol en vetzuren

16
New cards

wat is verschil tussen verzadigde en onverzadigde vetzuren?

Verzadigde vetzuren hebben alleen enkelvoudige bindingen tussen koolstofatomen. Onverzadigde vetzuren hebben één of meer dubbele bindingen.

17
New cards

waarom zijn verzadigde vetten vaak vast bij kamertemperatuur?

ze hebben een rechte structuur en kunnen dicht op elkaar liggen

18
New cards

waarom zijn onverzadigde vetten meestal vloeibaar bij kamertemperatuur?

hebben dubbele bindingen dat knikken veroorzaken en ze minder compact kunnen worden gestapeld

19
New cards

wat is triglyceride?

molecule die bestaat uit 1 glycerolmolecule waaraan 3 vetzuren gebonden zijn

20
New cards

wat is cholesterol?

vetachtige stof

21
New cards

welke functies heeft cholesterol?

bouwsteen van celmembranen en nodig voor productie van bepaalde hormonen, vitamine D en galzouten

22
New cards

waarom wordt cholesterol via lipoproteïnen vervoerd?

omdat het niet oplosbaar is in water

23
New cards

verschil tussen HDL en LDL

HDL is ‘goede’ cholesterol en LDL ‘slechte’ cholesterol

24
New cards

wat doet HDL

voert cholesterol weg uit bloedvaten en transporteert overtollig cholesterol terug naar lever

25
New cards

wat doet LDL

vervoert cholesterol naar weefsel en kan bijdragen aan afzetting in bloedvaten

26
New cards

wat is fosfolipide?

molecule die bestaat uit glycerol, twee vetzuren en 1 fosfaatgroep

27
New cards

verschil tussen hydrofiele kop en hydrofobe staarten van fosfolipide

hydrofiele kop voelt zich aangetrokken tot water, hydrofobe staarten stoten water af

28
New cards

hoe vormen fosfolipiden basis van celmembraan?

rangschikken zich in dubbele laag, met hydrofiele koppen naar waterige omgeving en hydrofobe staarten naar binnen

29
New cards

wat is lipogenese?

proces waarbij lever overtollige glucose omzet in vetzuren

30
New cards

wat is lipolyse?

proces waarbij opgeslagen triglyceriden worden afgebroken tot 1 glycerolmolecule en 3 vetzuren

31
New cards

waaruit zijn eiwitten opgebouwd?

aminozuren die met elkaar verbonden zijn in lange ketens

32
New cards

wat zijn essentiële aminozuren?

aminozuren die lichaam niet of onvoldoende zelf kan aanmaken en daarom via voeding moet opnemen

33
New cards

waarom is volgorde van aminozuren belangrijk?

volgorde bepaalt uiteindelijke vorm van eiwit en die vorm is belangrijk voor de functie

34
New cards

wat is denaturatie en bv?

proces waarbij eiwit zijn oorspronkelijke structuur verliest bv. door blootstelling aan hitte

35
New cards

functies eiwitten in lichaam (7)

1) bouwstoffen 2) transporteren of slaan stoffen op 3) versnellen chemische reacties 4) regelen lichaamsprocessen 5) vangen signalen op 6) zorgen voor spierbeweging 7) beschermen tegen ziekteverwekkers

36
New cards

functie enzymen

versnellen van chemische reacties in lichaam zonder zelf verbruikt te worden

37
New cards

voorbeelden van structurele eiwitten en functie

collageen: zorgt voor stevigheid en elasticiteit, keratine: zorgt voor stevigheid van haar en nagels

38
New cards

voorbeelden van transporteiwitten en functie

hemoglobine: transporteert zuurstof in bloed, myoglobine: slaat zuurstof op in spiercellen

39
New cards

welke soorten eiwitten heb je allemaal als je kijkt naar hun verschillende functies?

structurele eiwitten, transporteiwitten, enzymen, hormonale eiwitten, receptor-eiwitten, contractiele eiwitten en defensieve eiwitten

40
New cards

voorbeelden van defensief eiwit en functie

antistoffen of immunoglobulinen, beschermen lichaam tegen ziekteverwekkers

41
New cards

functie nucleïnezuren

vormt genetisch materiaal en essentieel voor opslag en overdracht van erfelijke informatie

42
New cards

gen

onderdeel van chromosoom dat informatie bevat voor aanmaak van specifiek eiwit of voor bepaalde functie

43
New cards

waar bevindt DNA zich en hoe is het georganiseerd?

in celkern en georganiseerd in chromosomen

44
New cards

hoeveel chromosomen bezit mens normaal

46

45
New cards

waaruit bestaat nucleotide?

stikstofbase, suikermolecule en fosfaatgroep

46
New cards

verschil tussen suikermolecule in DNA en RNA?

DNA bevat desoxyribose, RNA bevat ribose

47
New cards

verschil in structuur tussen DNA en RNA

RNA bestaat uit 1 enkele keten, DNA uit 2 ketens die dubbele helix vormen

48
New cards

welke basenparen komen voor in DNA?

adenine bindt met thymine, guanine bindt met cytosine

49
New cards

wat is DNA-replicatie?

kopiëren van DNA voorafgaand aan celdeling, zodat elke nieuwe cel over identieke genetische informatie beschikt

50
New cards

vaak 3-10 monosachariden

oligosacharide

51
New cards

voorbeeld oligosacharide en uit wat opgebouwd?

raffinose; opgebouwd uit glucose, fructose en galactose

52
New cards

Hoeveel energie levert vet ongeveer tegenover dezelfde hoeveelheid koolhydraten?

ongeveer dubbele

53
New cards

Waarvoor zijn galzouten nodig?

Voor vertering en opname van vetten in de darm

54
New cards

Hoe verschillen fosfolipiden van gewone vetten volgens de cursus?

Fosfolipiden hebben twee vetzuurstaarten en een fosfaatgroep.

55
New cards

Hoeveel verschillende aminozuren gebruikt de mens volgens de cursus?

Twintig verschillende aminozuren.

56
New cards

Wat is transaminering volgens de cursus?

vormen van niet-essentiële aminozuren uit andere aminozuren in de lever.

57
New cards

Waarom is de volgorde van aminozuren belangrijk?

bepaalt vorm en functie van eiwit

58
New cards

Wat gebeurt er met eiwitten wanneer je een ei bakt?

ze denatureren en stollen

59
New cards

Waaruit bestaat sacharose (tafelsuiker)?

Uit glucose en fructose.

60
New cards

Waaruit bestaat lactose (melksuiker)?

Uit glucose en galactose.

61
New cards

Waaruit bestaat maltose (moutsuiker)?

Uit twee glucosemoleculen.

62
New cards
Hoeveel aminozuren zijn volgens de cursus essentieel bij volwassenen?
8 aminozuren die niet of onvoldoende zelf gevormd worden.
63
New cards
Wat is transaminering?

vormen van niet-essentiële aminozuren uit andere aminozuren in de lever

64
New cards

Wat kan het gevolg zijn van één verkeerd aminozuur in een eiwitketen + vb?

eiwit kan slecht functioneren, bijvoorbeeld bij sikkelcelanemie

65
New cards
Hoeveel fosfaatgroepen kan een nucleotide bevatten volgens de cursus?
Één tot drie fosfaatgroepen.
66
New cards
Welke stikstofbasen behoren tot de pyrimidinen?
Cytosine (C), thymine (T) en uracil (U).
67
New cards
Welke stikstofbasen behoren tot de purinen?
Adenine (A) en guanine (G).
68
New cards
Welke stikstofbase komt uitsluitend voor in DNA en niet in RNA?
Thymine (T).
69
New cards
Welke stikstofbase komt uitsluitend voor in RNA en niet in DNA?
Uracil (U).
70
New cards
Wat betekent dat DNA-strengen complementair zijn?
De basen op de ene streng passen volgens vaste basenparen bij de basen op de andere streng.
71
New cards
Wat gebeurt er eerst bij DNA-replicatie?
De twee DNA-strengen wijken uit elkaar.
72
New cards
Welke functie heeft elke oude DNA-streng tijdens replicatie?
Elke streng dient als sjabloon voor een nieuwe streng.