1/81
Looks like no tags are added yet.
Ordening van beeldelementen
Hoe vormen, lijnen, kleuren en vlakken geplaatst zijn.
Focuspunt
Het deel van het beeld dat onmiddellijk de aandacht trekt.
Kijkrichting
De richting waarin het oog van de kijker door het beeld wordt geleid.
Evenwicht
Een gevoel van balans tussen de verschillende onderdelen van een beeld.
Spanning
Een gevoel van beweging, contrast of onrust in een beeld.
Ritme
Een regelmatige herhaling van vormen, kleuren of lijnen.
Herhaling
Het meermaals gebruiken van dezelfde elementen.
Symmetrie
Een compositie waarbij beide zijden gelijk of spiegelbeeldig zijn.
Asymmetrie
Een compositie waarbij beide zijden verschillen maar toch in evenwicht zijn.
Statische compositie
Een rustige compositie met weinig beweging.
Dynamische compositie
Een compositie die beweging en energie uitstraalt.
Diagonalen
Schuine lijnen die beweging en spanning creëren.
Horizontale werking
Horizontale lijnen geven rust en stabiliteit.
Compositie
De manier waarop alle beeldelementen in een kunstwerk geordend zijn.
Verticale werking
Verticale lijnen geven kracht, hoogte en waardigheid.
Open compositie
Het beeld lijkt buiten het kader verder te lopen.
Gesloten compositie
Alle elementen bevinden zich binnen het kader.
Kadrering
De keuze van wat wel en niet zichtbaar is binnen het beeld.
Standpunt
De positie van waaruit de kunstenaar of kijker kijkt.
Horizonlijn
De denkbeeldige lijn waar lucht en aarde elkaar lijken te raken.
Verdwijnpunt
Het punt waar evenwijdige lijnen in de verte lijken samen te komen.
Vluchtlijnen
Lijnen die naar het verdwijnpunt leiden.
Lijnperspectief
Een techniek om diepte te suggereren met behulp van vluchtlijnen.
1-puntsperspectief
Perspectief met één verdwijnpunt.
2-puntsperspectief
Perspectief met twee verdwijnpunten.
Verkorting
Een techniek waarbij een object korter lijkt doordat het naar de kijker toe gericht is.
Overlapping
Objecten die elkaar gedeeltelijk bedekken om diepte te creëren.
Schaalverschil
Objecten verder weg worden kleiner afgebeeld.
Atmosferisch perspectief
Objecten in de verte lijken vager, lichter en minder kleurrijk.
Dieptewerking
Het creëren van een gevoel van ruimte in een tweedimensionaal beeld.
Warme kleuren
Rood, oranje en geel. Ze geven een warm en energiek gevoel.
Koude kleuren
Blauw, groen en paars. Ze geven rust en afstand.
Symbolische kleurwerking
Kleuren krijgen een bepaalde betekenis, bijvoorbeeld wit voor zuiverheid.
Expressief kleurgebruik
Kleuren worden gebruikt om gevoelens uit te drukken.
Decoratief kleurgebruik
Kleuren worden gebruikt voor schoonheid en versiering.
Impressief kleurgebruik
Kleuren worden gebruikt om een indruk van licht en sfeer weer te geven.
Cerebraal kleurgebruik
Kleuren worden bewust en doordacht gekozen volgens een idee of systeem.
Invloed van kleur op sfeer en ruimte
Kleuren kunnen emoties oproepen en een ruimte groter, kleiner, warmer of kouder doen lijken.
Lichtbron
De oorsprong van het licht in een beeld.
Direct licht
Licht dat rechtstreeks op een object valt.
Indirect licht
Licht dat eerst weerkaatst wordt voordat het een object bereikt.
Schaduw
Het donkere gebied waar weinig of geen licht komt.
Slagschaduw
De schaduw die een voorwerp op een ander oppervlak werpt.
Kernschaduw
Het donkerste deel van de schaduw op het object zelf.
Licht-donkerwerking
Het contrast tussen lichte en donkere delen.
Clair-obscur
Sterk contrast tussen licht en donker om drama en diepte te creëren.
Sfumato
Een techniek waarbij overgangen tussen licht en donker zacht vervagen.
Licht als middel om sfeer, focus en spanning te creëren
Licht kan emoties versterken en de aandacht naar bepaalde delen van een beeld leiden.
Figuratieve kunst
Kunst waarin herkenbare voorwerpen, mensen of landschappen worden afgebeeld.
Abstracte kunst
Kunst die geen herkenbare werkelijkheid toont.
Verschillende graden van abstractie
De mate waarin een afbeelding afwijkt van de werkelijkheid.
Relatie tussen kunst en werkelijkheid
De manier waarop kunst de werkelijkheid nabootst, interpreteert of loslaat.
Basisbouwstenen van muziek en film
Elementen zoals ritme, melodie, tempo, beeld, montage en geluid.
Muziek als ondersteuning van sfeer en emotie
Muziek versterkt gevoelens en helpt een bepaalde sfeer op te roepen.
Carl Stalling
Componist van veel muziek voor Warner Bros.-tekenfilms, bekend om zijn humoristische stijl.
Silly Symphonies
Een reeks korte Disney-animatiefilms waarin muziek centraal staat.
Fantasia
Disneyfilm uit 1940 waarin klassieke muziek wordt gecombineerd met animatie.
Verzamelen
Het bijeenbrengen van erfgoedobjecten.
Bewaren/conserveren
Het beschermen en onderhouden van objecten.
Onderzoeken
Het bestuderen van collecties om kennis te vergroten.
Presenteren/tentoonstellen
Het tonen van objecten aan het publiek.
Vernieuwde museumvisie
Een moderne visie waarbij het publiek actief betrokken wordt.
Inclusie
Iedereen moet zich welkom en vertegenwoordigd voelen.
Participatie
Bezoekers worden actief betrokken bij museumactiviteiten.
Toegankelijkheid
Musea moeten bereikbaar en bruikbaar zijn voor iedereen.
Diversiteit
Aandacht voor verschillende culturen, achtergronden en perspectieven.
Duurzaamheid
Zorg voor mens, milieu en erfgoed op lange termijn.
Materieel erfgoed
Tastbaar erfgoed zoals gebouwen, schilderijen en voorwerpen.
Immaterieel erfgoed
Niet-tastbaar erfgoed zoals tradities, ambachten en verhalen.
renaissance
Periode van ongeveer de 14e tot de 16e eeuw.
Humanisme
Denkrichting die de mens en zijn mogelijkheden centraal stelt.
Antropocentrisme
Wereldbeeld waarin de mens centraal staat.
Herontdekking van de klassieke oudheid
Opnieuw belangstelling voor de kunst en cultuur van Grieken en Romeinen.
Harmonie
Een evenwichtige samenhang tussen alle onderdelen.
Evenwicht (Renaissance)
Een gevoel van balans in kunst en architectuur.
Anatomie
De studie van het menselijk lichaam.
Realisme
Het zo natuurgetrouw mogelijk weergeven van de werkelijkheid.
Lineair perspectief
Een wiskundige methode om diepte weer te geven met verdwijnpunten.
Ideale proporties
De overtuiging dat schoonheid gebaseerd is op perfecte verhoudingen.
Uomo universalis
een mens die zich in veel domeinen tegelijk ontwikkelt
De drie niveaus van beeldanalyse
pre-iconografisch, iconografisch en iconologisch.
clair-obscur
Techniek waarmee schilders het contrast tussen licht en donker overdreven weergeven.