hoofdstuk 2: protista

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/23

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:13 AM on 10/8/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

24 Terms

1
New cards

protista zijn veelal

eencellige , eukaryote organismen

2
New cards

protista bevatten naast een echte nucleus ook celorganellen die bij prokaryoten ontbreken, waarvan

mitochondrien en plastiden belangrijk zijn voor het begrijpen van het ontstaan van (diverse groepen van ) Protista

3
New cards

mitochondrien zijn ontstaan door een endosymbiose van

een heterotrofe prokaryote cel ( meer bepaald een bacterie) in een andere heterotrofe cel OF doordat een bacteriele gast werd geinternaliseerd door een primitieve heterotrofe eukaryoot

4
New cards

plastiden hebben net als mitochondrien een prokaryote oorsprong, maar

zijn niet terug te voeren tot eenzelfde heterotrofe bacteriele voorouder als mitochondrien

5
New cards

secundaire endosymbiose:

heterotrofe eukaryote cel neemt een fotoautotrofe eukaryote cel op

6
New cards

plastiden die ontstaan zijn uit de oorspronkelijke “ancestrale” primaire endosymbiose zijn omgegeven door

een dubbele membraan, die structureel homoloog is met de dubbele celmembraan van cyanobacterien. De membraan van het fagosoom van de gastheercel is verdwenen.

7
New cards

bij sommige protisten vinden we evenwel plastiden die omgeven zijn door een drie of zelfs vierdubbele membraanstructuur:

  • driedubbel: de buitenste membraan resulteert iut het behoud van de membraan van de fagosoom van de GHC, en is de celmembraan van de gastcel verdwijnen

  • vierdubbel: de buitenste membraan resulteert eveneens de membraan van de fagosoom, maar is ook de celwand van de GHC behouden (bij sommige protisten met vierdubbele plastidemembranen is ook de kern van de GHC bewaard gebleven als een zogenoemd nucleomorf)


8
New cards

nucleomorf=

bij sommige secundaire endosymbioses blijft ook een klein restant van de celkern van de opgenomen als bestaan. Zo een protist kan daardoor 4 verschillende genomen bevatten: eigen nucleair genoom, mitochondriaal genoom, genoom van het nucleomorf en plastidegenoom

9
New cards

door het ontbreken van harde structuren en/of sporen met resistente wand, zijn er van verschillende groepen protisten

geen of vrijwel geen fossiele resten te vinden

10
New cards

sommige protisten zijn strikt fotoautotroof. Ze gebruiken licht als energiebron om aan FS te doen, waarbij ze anorganisch koolstof (uit CO2 of HCO3-) omzetten tot organische koolstofverbindingen. Andere protisten zijn

strikt heterotroof: zij hebben organische koolstofverbindingen nodig als bouwstenen en energiebron.

11
New cards

tussen de 2 groepen (strikt fotoautotrofe en strikt heterotrofe protisten) wordt soms de scheidingslijn getrokken tussen

de plantaardige fotoautotrofen en de dierlijke heterotrofen, waarbij die laatsten dan ook wel de protozoa worden genoemd en de eersten Protophyta.

12
New cards

de scheidingslijn tussen de “plantaardige” autotrofen (protozoa) en de “dierlijke” heterotrofen (Protophyta) is veel minder ondubbelzinnig dan ze op het eerste zicht lijkt, want heel wat fotoautotrofen kunnen zich in meerdere of mindere mate ook als heterotrofen voeden en omgekeerd. In dit geval spreken we van

mixotrofen

13
New cards

heterotrofe protisten kunnen zich ofwel met opgelost organisch materiaal (DOM) ofwel met particular organisch amteriaal (POM) voeden. DOM kan worden opgenomen door …. en POM wordt meestal opgenomen door …

osmotrofie , fagocytose

14
New cards

vesikels die verteringsenzymen bevatten gaan versmelten met een fagosoom en zo de inhoud van de fagosoom verteren. Die met enzymen gevulde blaasjes zijn…

lysosomen

15
New cards

diverse componenten die door vertering uit de voedselpartikels vrijkomen, kunnen doorheen de membraan van de fagosoom diffunderen en worden zo beschikbaar in het cytoplasma. Onverteerde deeltjes worden weer uitgescheiden wanneer een oud fagosoom opnieuw gaat versmelten met de celwand. Dit proces noemt men

exocytose

16
New cards

pinocytose zit op de grens tussen osmo- en fagocytose:

hier worden microscopisch kleine druppeltjes met daarin DOM (vb suikers of eiwitten) omsloten door uit- of instulpingen van de celmembraan (zoals bij fagocytose)

17
New cards

het verschil tussen fago- en pinocytose zit in de “vorm” van het voedsel:

dit is een deeltje/partikel bij fagocytose, en opgeloste stoffen bij pinocytose

18
New cards

bij vrijwel alle Protista komt een vorm van aseksuele vermenigvuldiging voor. Dti kan een eenvoudige tweedeling of binaire deling zijn. Afhaneklijk van de soort gebeurt dit volgens

de lengteas (voor=> achter) van de cel of klieft die de lengteas net doormidden.

19
New cards

schizogonie=

een vorm van ongeslachtelijke voortplanting door meervoudige deling (fissie) bij bepaalde eencellige parasieten, zoals de malariaparasiet (Plasmodium) en Cryptosporidium

20
New cards

bij schizogonie groeit de moedercel eerst uit tijdens een actieve voedingsfase. Vervolgens deelt de kern van die cel zich herhaalde malen. pas later vormen zich nieuwe celwanden, en de dochtercellen blijven nog even bij elkaar zitten, al dan niet

omgegeven door de celwand van de moedercel, alvorens elkaar uiteindelijk los te laten.

21
New cards

sommige Protista vertonen knopvorming of “budding” waarbij

een nieuwe cel zich vormt ergens op het oppervlak van de moedercel en er na verloop van tijd van afsplitst.

22
New cards

naast ongeslachtelijke vermenigvuldiging kan bij een aantal Portista ook een vorm van seksuele reproductie optreden. Als je er rekening mee houdt dat Protista eencellig zijn, begrijp je dat dit impliceert dat

haploide en diploide fasen elkaar hier moeten afwisselen. ( afhankelijk van de bestudeerde groep domineert de haploide of de diploide fase)

23
New cards

bij protisten dat aan seksuele reproductie doen en waarbij dat de haploide fase domineert zal in de zygote of bevruchte eicel het enige diploide stadium zijn, en zal de eerste deling die de zygote ondergaat meteen

een reductiedeling zijn, zodat de dochtercellen terug haploid zijn (vb het geval bij Sporozoa en bij cellulaire slijmzwammen)

24
New cards

bij protisten dat aan seksuele reproductie doen en waarbij dat de diploide fase domineert worden enkel haploide cellen gevormd om voor

“seksuele voortplanting en verspreiding” te zorgen