1/222
Looks like no tags are added yet.
Inflatie
stijging van het algemeen prijspeil door de tijd
Wat is het verband tussen de individuele prijs van tijd en risico-aversie?
Hoe sterker iemand risico-avers is, hoe hoger zijn individuele prijs van tijd
Wat is het effect van consumentenvertrouwen op de inflatie?
De vraag naar producten daalt en prijzen stijgen minder snel of dalen zelfs
Hoe ontstaat inflatie?
Wanneer de centrale bank de refirente verlaagt, groeit de maatschappelijke geldhoeveelheid. Daardoor neemt de vraag naar producten toe en zullen de prijzen stijgen (bij hetzelfde aanbod)
Wanneer zal iemand gaan sparen?
Wanneer de kosten van sparen (de individuele prijs van tijd) lager zijn dan de opbrengsten van sparen (de rente)
Wanneer zal iemand gaan lenen?
Wanneer de kosten van lenen (de rente) lager zijn dan de opbrengsten van lenen (de individuele prijs van tijd)
Intertemporele ruil
ruilen over de tijd
Intertemporele substitutie
verschuiving van consumptie over de tijd
Kredietkanaal
mechanisme waarmee monetair beleid de economie beïnvloedt
Lenen
vervroegen van consumptie: directe consumptie wordt betaald uit toekomstige inkomsten
Marktprijs van tijd
algemene prijs van tijd
Algemeen prijspeil
gemiddeld prijsniveau van het goederenmandje
Monetair beleid
beleid van de centrale bank
Bijvoorbeeld het veranderen van de refirente/reporente
Als de centrale bank de refirente verlaagt, groeit de maatschappelijke geldhoeveelheid en wordt de economie dus gestimuleerd
Als de centrale bank de rente verhoogt (bv als het aanbod tekortschiet), daalt de vraag en dus stijgen de prijzen minder snel of dalen ze zelfs
De ECB hanteert een inflatie van 2% als doelstelling
Algemene prijs van tijd
de rente: prijs van tijd die banken rekenen
Nominaal rendement
rendement waarbij geen rekening wordt gehouden met inflatie
Basisjaar
jaar dat als beginsituatie wordt genomen bij de berekening van indexcijfers
Partieel prijsindexcijfer
prijsindexcijfer van een product
Bestedingsaandelen
uitgave aan een bepaald product als percentage van de totale uitgaven (zie ook wegingsfactor
Prijsindexcijfer
prijs omgezet naar een indexcijfer
Reëel rendement
rendement waarbij rekening gehouden wordt met inflatie
Consumentenprijsindex (CPI)
hoogte van het algemeen prijspeil, uitgedrukt in een indexcijfer
Refirente
reporente
Deflatie
daling van het algemeen prijspeil door de tijd
Rendement
investeringsopbrengst in procenten van het geïnvesteerde bedrag
Depositorente
rentepercentage waartegen banken geld kunnen sparen bij de centrale bank
Rente
algemene prijs van tijd
Geldillusie
de neiging om in nominale waarden te denken en niet in reële waarden
Reporente
rentepercentage waartegen banken geld kunnen lenen bij de centrale bank
Goederenmandje
verzameling producten die representatief is voor wat een gemiddeld huishouden koopt
Risico-aversie
de neiging om het zekere voor het onzekere te nemen
Indexcijfer
verhoudingsgetal van een waarde in twee verschillende perioden
Sparen
uitstellen van consumptie: directe consumptie wordt vervangen door consumptie in de toekomst
Individuele prijs van tijd
ongemak van consumptie-uitstel
Vermogensmarkt
geheel van vraag naar en aanbod van krediet
Wegingsfactor
uitgave aan een bepaald product als percentage van de totale uitgaven (zie ook bestedingsaandeel)
Aandeelhouders
eigenaren van een onderneming
Collectieve arbeidsovereenkomst (cao)
arbeidscontract dat geldt voor een hele sector
Activa
bezittingen van een onderneming
Afschrijvingen
waardevermindering van vaste activa
Economische levensloop
ontwikkeling van het inkomen tijdens een mensenleven
Balans
overzicht van bezittingen en schulden van een onderneming, op een bepaald tijdstip
Financieel vermogen
Spaargeld minus schulden
Bedrijfsresultaat
saldo van opbrengsten en kosten van een individuele aanbieder
Kinderarbeid
arbeid verricht door minderjarigen
Leerplicht
verplichting om naar school te gaan
Boekhouding
financiële administratie
Levenslang leren
permanente scholing gedurende het arbeidzame leven
Boekjaar
periode waarop de resultatenrekening betrekking heeft
Looninkomen
hoeveelheid geld die wordt verruild voor arbeid
Concurrentie-onzekerheid
onzekerheid of een concurrent met dezelfde innovatie eerder op de markt komt
Menselijk kapitaal
productiefactor arbeid
Continuïteit van een onderneming
voortbestaan van een onderneming
Ontsparen
spaargelden aanspreken
Crediteur
schuldeiser
Pensioen
periode in het leven zonder leerplicht en waarin geen betaalde arbeid verricht hoeft te worden
Creditzijde
rechtergedeelte van een balans waar de middelen staan waarmee een onderneming gefinancierd is
Pensioengerechtigde leeftijd
leeftijd waarop iemand met pensioen mag gaan
Debetzijde
linkergedeelte van een balans waar de bezittingen van een onderneming staan
Permanent consumptieniveau
constante richtlijn voor het consumptieniveau gedurende een heel leven
Debiteur
persoon of organisatie waarvan een onderneming geld tegoed heeft
Staatspensioen
pensioen van de staat waar iedere ingezetene recht op heeft
Dividend
winstuitkering, naar rato van het aantal in bezit zijnde aandelen
Startsalaris
salaris bij aanvang van de werkzame periode in het leven
Eigen vermogen
vermogen dat door de onderneming zelf is ingebracht
Vakbond
belangenvereniging van werknemers
Verdiencapaciteit
het vermogen om inkomen te genereren
Faillissement
beëindiging van een onderneming omdat zij niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen
Werkgeversvereniging
belangenvereniging van werkgevers
Handelsregister
lijst van opgerichte ondernemingen
Innovatie
vernieuwing
Solvabiliteit
verhouding tussen het eigen en vreemd vermogen
Investering
aanschaf van productiemiddelen
Stroomgrootheid
grootheid waarvan de omvang gedurende een bepaalde periode wordt gevormd en waarvan de waarde over die periode wordt gemeten
Investeringskrediet
lening voor de financiering van een investering
Liquide middelen
geld dat een onderneming in kas heeft of op de bank heeft staan
Totaal vermogen
eigen vermogen plus vreemd vermogen
Vaste activa
bezittingen van een onderneming die langer dan een jaar meegaan
Liquiditeit
verhouding vlottende activa plus liquide middelen en kortlopende schulden
Verdiencapaciteit van een onderneming
het vermogen van een onderneming om inkomen te genereren
Marktonzekerheid
onzekerheid of er vraag is naar een nieuw ontwikkeld product
Vlottende activa
bezittingen van een onderneming die korter dan een jaar meegaan
Nationale rekeningen
boekhoudkundig overzicht van de stand van de economie
Voorraadgrootheid
grootheid waarvan de omvang gedurende een bepaalde periode wordt gevormd en waarvan de waarde op een bepaald tijdstip wordt gemeten
Octrooi
patent
Ondernemingsvorm
rechtsvorm van een onderneming
Vreemd vermogen
vermogen dat door derden in de onderneming is ingebracht
Onderzoek & Ontwikkeling (0&0)
de speurtocht naar nieuwe producten en productietechnieken
Winst-en-verliesrekening
resultatenrekening
Onderzoeksonzekerheid
onzekerheid of een investering in 0&0 een innovatie oplevert
Aanvullend pensioen
zelfstandig gespaard pensioen boven op het basispensioen
Passiva
middelen waarmee een onderneming is gefinancierd
Patent
wettelijk recht van intellectuele eigendom
Algemene Ouderdomswet (AOW)
wet die het algemene basispensioen regelt
Procesinnovatie
verbetering van bestaande productietechnieken
Basispensioen
pensioen dat de overheid alle Nederlanders betaalt vanaf de pensioengerechtigde leeftijd
Productinnovatie
verbetering van bestaande producten en/of introductie van nieuwe producten
Begrotingssaldo
saldo van de rijksbegroting
Productiviteit
opbrengst van een bepaalde combinatie van productiefactoren
Bruto binnenlands product (bbp)
waarde van alle in een land geproduceerde goederen en diensten in een jaar
Resultatenrekening
overzicht van kosten en opbrengsten van een onderneming gedurende een bepaalde periode