Praktische Economie 4|5|6 module 4 t/m 6

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/222

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

223 Terms

1
New cards

Inflatie

stijging van het algemeen prijspeil door de tijd

2
New cards

Wat is het verband tussen de individuele prijs van tijd en risico-aversie?

Hoe sterker iemand risico-avers is, hoe hoger zijn individuele prijs van tijd

3
New cards

Wat is het effect van consumentenvertrouwen op de inflatie?

De vraag naar producten daalt en prijzen stijgen minder snel of dalen zelfs

4
New cards

Hoe ontstaat inflatie?

Wanneer de centrale bank de refirente verlaagt, groeit de maatschappelijke geldhoeveelheid. Daardoor neemt de vraag naar producten toe en zullen de prijzen stijgen (bij hetzelfde aanbod)

5
New cards

Wanneer zal iemand gaan sparen?

Wanneer de kosten van sparen (de individuele prijs van tijd) lager zijn dan de opbrengsten van sparen (de rente)

6
New cards

Wanneer zal iemand gaan lenen?

Wanneer de kosten van lenen (de rente) lager zijn dan de opbrengsten van lenen (de individuele prijs van tijd)

7
New cards

Intertemporele ruil

ruilen over de tijd

8
New cards

Intertemporele substitutie

verschuiving van consumptie over de tijd

9
New cards

Kredietkanaal

mechanisme waarmee monetair beleid de economie beïnvloedt

10
New cards

Lenen

vervroegen van consumptie: directe consumptie wordt betaald uit toekomstige inkomsten

11
New cards

Marktprijs van tijd

algemene prijs van tijd

12
New cards

Algemeen prijspeil

gemiddeld prijsniveau van het goederenmandje

13
New cards

Monetair beleid

beleid van de centrale bank

Bijvoorbeeld het veranderen van de refirente/reporente

Als de centrale bank de refirente verlaagt, groeit de maatschappelijke geldhoeveelheid en wordt de economie dus gestimuleerd

Als de centrale bank de rente verhoogt (bv als het aanbod tekortschiet), daalt de vraag en dus stijgen de prijzen minder snel of dalen ze zelfs

De ECB hanteert een inflatie van 2% als doelstelling

14
New cards

Algemene prijs van tijd

de rente: prijs van tijd die banken rekenen

15
New cards

Nominaal rendement

rendement waarbij geen rekening wordt gehouden met inflatie

16
New cards

Basisjaar

jaar dat als beginsituatie wordt genomen bij de berekening van indexcijfers

17
New cards

Partieel prijsindexcijfer

prijsindexcijfer van een product

18
New cards

Bestedingsaandelen

uitgave aan een bepaald product als percentage van de totale uitgaven (zie ook wegingsfactor

19
New cards

Prijsindexcijfer

prijs omgezet naar een indexcijfer

20
New cards

Reëel rendement

rendement waarbij rekening gehouden wordt met inflatie

21
New cards

Consumentenprijsindex (CPI)

hoogte van het algemeen prijspeil, uitgedrukt in een indexcijfer

22
New cards

Refirente

reporente

23
New cards

Deflatie

daling van het algemeen prijspeil door de tijd

24
New cards

Rendement

investeringsopbrengst in procenten van het geïnvesteerde bedrag

25
New cards

Depositorente

rentepercentage waartegen banken geld kunnen sparen bij de centrale bank

26
New cards

Rente

algemene prijs van tijd

27
New cards

Geldillusie

de neiging om in nominale waarden te denken en niet in reële waarden

28
New cards

Reporente

rentepercentage waartegen banken geld kunnen lenen bij de centrale bank

29
New cards

Goederenmandje

verzameling producten die representatief is voor wat een gemiddeld huishouden koopt

30
New cards

Risico-aversie

de neiging om het zekere voor het onzekere te nemen

31
New cards

Indexcijfer

verhoudingsgetal van een waarde in twee verschillende perioden

32
New cards

Sparen

uitstellen van consumptie: directe consumptie wordt vervangen door consumptie in de toekomst

33
New cards

Individuele prijs van tijd

ongemak van consumptie-uitstel

34
New cards

Vermogensmarkt

geheel van vraag naar en aanbod van krediet

35
New cards

Wegingsfactor

uitgave aan een bepaald product als percentage van de totale uitgaven (zie ook bestedingsaandeel)

36
New cards

Aandeelhouders

eigenaren van een onderneming

37
New cards

Collectieve arbeidsovereenkomst (cao)

arbeidscontract dat geldt voor een hele sector

38
New cards

Activa

bezittingen van een onderneming

39
New cards

Afschrijvingen

waardevermindering van vaste activa

40
New cards

Economische levensloop

ontwikkeling van het inkomen tijdens een mensenleven

41
New cards

Balans

overzicht van bezittingen en schulden van een onderneming, op een bepaald tijdstip

42
New cards

Financieel vermogen

Spaargeld minus schulden

43
New cards

Bedrijfsresultaat

saldo van opbrengsten en kosten van een individuele aanbieder

44
New cards

Kinderarbeid

arbeid verricht door minderjarigen

45
New cards

Leerplicht

verplichting om naar school te gaan

46
New cards

Boekhouding

financiële administratie

47
New cards

Levenslang leren

permanente scholing gedurende het arbeidzame leven

48
New cards

Boekjaar

periode waarop de resultatenrekening betrekking heeft

49
New cards

Looninkomen

hoeveelheid geld die wordt verruild voor arbeid

50
New cards

Concurrentie-onzekerheid

onzekerheid of een concurrent met dezelfde innovatie eerder op de markt komt

51
New cards

Menselijk kapitaal

productiefactor arbeid

52
New cards

Continuïteit van een onderneming

voortbestaan van een onderneming

53
New cards

Ontsparen

spaargelden aanspreken

54
New cards

Crediteur

schuldeiser

55
New cards

Pensioen

periode in het leven zonder leerplicht en waarin geen betaalde arbeid verricht hoeft te worden

56
New cards

Creditzijde

rechtergedeelte van een balans waar de middelen staan waarmee een onderneming gefinancierd is

57
New cards

Pensioengerechtigde leeftijd

leeftijd waarop iemand met pensioen mag gaan

58
New cards

Debetzijde

linkergedeelte van een balans waar de bezittingen van een onderneming staan

59
New cards

Permanent consumptieniveau

constante richtlijn voor het consumptieniveau gedurende een heel leven

60
New cards

Debiteur

persoon of organisatie waarvan een onderneming geld tegoed heeft

61
New cards

Staatspensioen

pensioen van de staat waar iedere ingezetene recht op heeft

62
New cards

Dividend

winstuitkering, naar rato van het aantal in bezit zijnde aandelen

63
New cards

Startsalaris

salaris bij aanvang van de werkzame periode in het leven

64
New cards

Eigen vermogen

vermogen dat door de onderneming zelf is ingebracht

65
New cards

Vakbond

belangenvereniging van werknemers

66
New cards

Verdiencapaciteit

het vermogen om inkomen te genereren

67
New cards

Faillissement

beëindiging van een onderneming omdat zij niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen

68
New cards

Werkgeversvereniging

belangenvereniging van werkgevers

69
New cards

Handelsregister

lijst van opgerichte ondernemingen

70
New cards

Innovatie

vernieuwing

71
New cards

Solvabiliteit

verhouding tussen het eigen en vreemd vermogen

72
New cards

Investering

aanschaf van productiemiddelen

73
New cards

Stroomgrootheid

grootheid waarvan de omvang gedurende een bepaalde periode wordt gevormd en waarvan de waarde over die periode wordt gemeten

74
New cards

Investeringskrediet

lening voor de financiering van een investering

75
New cards

Liquide middelen

geld dat een onderneming in kas heeft of op de bank heeft staan

76
New cards

Totaal vermogen

eigen vermogen plus vreemd vermogen

77
New cards

Vaste activa

bezittingen van een onderneming die langer dan een jaar meegaan

78
New cards

Liquiditeit

verhouding vlottende activa plus liquide middelen en kortlopende schulden

79
New cards

Verdiencapaciteit van een onderneming

het vermogen van een onderneming om inkomen te genereren

80
New cards

Marktonzekerheid

onzekerheid of er vraag is naar een nieuw ontwikkeld product

81
New cards

Vlottende activa

bezittingen van een onderneming die korter dan een jaar meegaan

82
New cards

Nationale rekeningen

boekhoudkundig overzicht van de stand van de economie

83
New cards

Voorraadgrootheid

grootheid waarvan de omvang gedurende een bepaalde periode wordt gevormd en waarvan de waarde op een bepaald tijdstip wordt gemeten

84
New cards

Octrooi

patent

85
New cards

Ondernemingsvorm

rechtsvorm van een onderneming

86
New cards

Vreemd vermogen

vermogen dat door derden in de onderneming is ingebracht

87
New cards

Onderzoek & Ontwikkeling (0&0)

de speurtocht naar nieuwe producten en productietechnieken

88
New cards

Winst-en-verliesrekening

resultatenrekening

89
New cards

Onderzoeksonzekerheid

onzekerheid of een investering in 0&0 een innovatie oplevert

90
New cards

Aanvullend pensioen

zelfstandig gespaard pensioen boven op het basispensioen

91
New cards

Passiva

middelen waarmee een onderneming is gefinancierd

92
New cards

Patent

wettelijk recht van intellectuele eigendom

93
New cards

Algemene Ouderdomswet (AOW)

wet die het algemene basispensioen regelt

94
New cards

Procesinnovatie

verbetering van bestaande productietechnieken

95
New cards

Basispensioen

pensioen dat de overheid alle Nederlanders betaalt vanaf de pensioengerechtigde leeftijd

96
New cards

Productinnovatie

verbetering van bestaande producten en/of introductie van nieuwe producten

97
New cards

Begrotingssaldo

saldo van de rijksbegroting

98
New cards

Productiviteit

opbrengst van een bepaalde combinatie van productiefactoren

99
New cards

Bruto binnenlands product (bbp)

waarde van alle in een land geproduceerde goederen en diensten in een jaar

100
New cards

Resultatenrekening

overzicht van kosten en opbrengsten van een onderneming gedurende een bepaalde periode