1/57
Flashcards ter voorbereiding op het examen Nederlands: actieve woordenschat, begroetingen, aardrijkskundige aanduidingen, tijdsbepalingen, getallen en regels voor het klokkijken.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Goedemorgen / Goeiemorgen
Begroeting gebruikt in de ochtend van 6h00 tot 11h00-11h30 (Frans: Bonjour !).
Goedemiddag / Goeiemiddag
Begroeting gebruikt in de namiddag van 11h00-11h30 tot 18h00 (Frans: Bonjour !).
Goedenavond / Goeienavond
Begroeting gebruikt in de avond van 18h00 tot 22h00 (Frans: Bonsoir !).
Goedenacht / Welterusten
Afscheidsgroet die men uitspreekt voor het slapengaan (Frans: Bonne nuit !; avant d'aller dormir).
Tot straks
Afscheidsgroet wanneer men elkaar later binnen dezelfde dag opnieuw ziet (Frans: À tout à l'heure ! dans la même journée).
Tot gauw / Tot snel
Afscheidsuitdrukking waarmee men aangeeft elkaar zeer spoedig weer te zien (Frans: À très vite !).
Aangenaam / Aangename kennismaking
Beleefdheidsuitdrukking bij een eerste ontmoeting (Frans: Enchanté ! / Enchanté de faire votre/ta connaissance !).
(Het is) wederzijds
Uitdrukking die aangeeft dat het gevoel of de reactie van beide kanten gelijk is (Frans: C'est réciproque !).
Prima
Synoniem van zeer goed (Frans: Très bien !).
Vreselijk
Synoniem van zeer slecht (Frans: Très mal ! / Horrible !).
De familienaam
De achternaam of geslachtsnaam van een persoon (Frans: le nom de famille).
De voornaam
De eigennaam die aan de familienaam voorafgaat (Frans: le prénom).
Naar iets luisteren
Aandachtig horen, bijvoorbeeld: 'Ik luister naar de radio' (Frans: écouter qqch).
Het gesprek
Een mondelinge communicatie of gedachtewisseling tussen personen (Frans: la conversation).
De dialoog
Een gesprek tussen twee personen of partijen (Frans: le dialogue).
Daarna
Synoniem van 'vervolgens' en 'dan' (Frans: ensuite, après).
Blij zijn met
Synoniem van tevreden zijn met (Frans: être ravi, content avec / de).
Ziek zijn
Lijden aan een lichamelijke of geestelijke ongesteldheid; niet gezond zijn (Frans: être malade).
De vakantie
Verlofsperiode; dit zelfstandig naamwoord wordt in het Nederlands altijd in het enkelvoud gebruikt (Frans: les vacances).
De stad
Grote bewoonde plaats; heeft als onregelmatig meervoud 'steden' (Frans: la ville).
Het platteland
Landelijk gebied buiten steden en dorpen; gebruikt met het voorzetsel 'op': 'op het platteland' (Frans: la campagne).
Aan zee / Aan de kust
Gelegen aan de rand van het water of de kustlijn (Frans: à la mer, à la côte).
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Een van de drie gewesten van België, gecentreerd rond de hoofdstad Brussel (Frans: Région de Bruxelles-Capitale).
Het Verenigd Koninkrijk
Staat in West-Europa bestaande uit Groot-Brittannië en Noord-Ierland (Frans: le Royaume-Uni).
De Verenigde Staten
Federale republiek in Noord-Amerika (Frans: les États-Unis).
Het antwoord
Reactie op een vraag; hoort bij het werkwoord 'antwoorden op' (Frans: la réponse).
Meertalig
Verschillende talen sprekend of beheersend; het antoniem van 'eentalig' (Frans: polyglotte).
Vlot / Vloeiend (spreken)
Zonder hapering of moeite een taal kunnen spreken (Frans: parler couramment).
Een mondje (spreken)
Synoniem van 'een beetje' of 'wat' een taal spreken (bijv. 'een mondje Russisch'; Frans: parler un peu).
Een taal beheersen
Een taal vaardig en correct kunnen hanteren (Frans: maîtriser une langue).
's Maandags / Op maandag
Tijdsaanduiding die een herhalende handeling op elke maandag aanduidt (Frans: le lundi, répétitif).
Vanochtend / Vanmorgen
In de ochtend van de dag van vandaag (Frans: ce matin).
Eergisteren
De dag vóór gisteren; twee dagen geleden (Frans: avant-hier).
Overmorgen
De dag na morgen; over twee dagen (Frans: après-demain).
Vorige week / Verleden week
De week die direct voorafging aan de huidige week (Frans: la semaine dernière).
Door de week
Op de reguliere werkdagen buiten het weekend (Frans: pendant la semaine).
Overdag
Gedurende de dag tussen zonsopgang en zonsondergang (Frans: en journée, de jour).
De lente / Het voorjaar
Het seizoen tussen de winter en de zomer (Frans: le printemps).
De herfst / Het najaar
Het seizoen tussen de zomer en de winter (Frans: l'automne).
Krokusvakantie
De schoolvakantie in de vroege lente rond carnaval (Frans: vacances de carnaval).
Vaak / Dikwijls
Veelvuldig, herhaaldelijk voorkomend (Frans: souvent).
Af en toe / Soms
Nu en dan, van tijd tot tijd (Frans: parfois, de temps en temps).
Zelden / Zeldzaam
Weinig voorkomend of bijna nooit gebeurend (Frans: rarement).
Over twee weken / Over veertien dagen
Een tijdstip over twee weken in de toekomst (Frans: dans 15 jours).
Tweeëndertig
Het getal 32, geschreven met een trema op de e.
Drieëntachtig
Het getal 83, geschreven met een trema op de e.
Driehonderdachtendertig
Het getal 338 in één woord geschreven.
Drieduizend tweehonderdvierenvijftig
Het getal 3.254 in woorden.
Vijfhonderdtweeëndertigduizend tweehonderddrieëntachtig
Het getal 532.283 in woorden.
Één miljard
Het getal 1.000.000.000 (een één met negen nullen).
Klokkijken: u01 tot u19
Wordt uitgedrukt als: [aantal minuten] over [u] (bijv. 8h05 = vijf over acht).
Klokkijken: u15
Wordt uitgedrukt als: kwart (1/4 = 15 min) over [u] (bijv. 8h15 = kwart over acht).
Klokkijken: u20 tot u29
Wordt uitgedrukt als: [aantal minuten] vóór half [u+1] (bijv. 8h20 = tien vóór halfnegen).
Klokkijken: u30
Wordt uitgedrukt als: half [u+1] (bijv. 8h30 = halfnegen).
Klokkijken: u31 tot u40
Wordt uitgedrukt als: [aantal minuten] over half [u+1] (bijv. 8h35 = vijf over halfnegen).
Klokkijken: u45
Wordt uitgedrukt als: kwart (1/4 = 15 min) vóór [u+1] (bijv. 8h45 = kwart vóór negen).
Klokkijken: u41 tot u59
Wordt uitgedrukt als: [aantal minuten] vóór [u+1] (bijv. 8h50 = tien vóór negen).
Middernacht
Twaalf uur 's nachts; het tijdstip 24h00.