Geschiedenis Deel 1: Referentiekader

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/31

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Woordenlijst met kernbegrippen over geschiedenis, tijdsvakken, bronnenonderzoek, domeinen en causaliteit.

Last updated 9:29 AM on 10/16/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

32 Terms

1
New cards

Geschiedenis

Een wetenschappelijke discipline waarin gebeurtenissen uit het verleden worden bestudeerd op basis van onderzoek van bronnen.

2
New cards

Bronnen

Alle resten en sporen uit het verleden die historici onderzoeken om historische vragen te beantwoorden.

3
New cards

Historicus / Historica

Een onderzoeker die het verleden bestudeert door historische vragen te stellen en te beantwoorden aan de hand van bronnen.

4
New cards

Historische vraag

Een vraag over wat er vroeger is gebeurd of over de relatie tussen het verleden en het heden, met als doel gebeurtenissen of ontwikkelingen te verklaren of beter te begrijpen.

5
New cards

Topische vragen

Onderzoeksvragen die historici gebruiken om een situatie te ontleden (zoals wie, wat, waarom, hoe, wanneer…).

6
New cards

Decennium

Een tijdsindeling van precies 10 jaar (meervoud: decennia).

7
New cards

Eeuw

Een tijdsindeling van precies 100 jaar (meervoud: eeuwen).

8
New cards

Millennium

Een tijdsindeling van precies 1000 jaar (meervoud: millennia).

9
New cards

Chronologisch

De ordening volgens de tijd: de oudste gebeurtenis komt eerst en de nieuwste gebeurtenis komt laatst.

10
New cards

Scharnierpunt

Een ingrijpende gebeurtenis die voor grote veranderingen zorgde en die door historici wordt gebruikt als begin- of eindpunt van een tijdvak.

11
New cards

Prehistorie

Het eerste tijdvak in de geschiedenis, dat liep tot 3500 v.o.t. en eindigde met de uitvinding van het schrift.

12
New cards

Oude Nabije Oosten

Het tijdvak van 3500 v.o.t. tot 800 v.o.t., dat eindigde met het ontstaan van stadstaten bij de oude Grieken en Romeinen.

13
New cards

Klassieke Oudheid

Het tijdvak van 800 v.o.t. tot 476, dat eindigde met de val van het West-Romeinse Rijk door de Germanen.

14
New cards

Middeleeuwen

Het tijdvak van 476 tot 1453, dat eindigde met de val van het Oost-Romeinse Rijk door de Ottomanen en het einde van de Honderdjarige Oorlog.

15
New cards

Vroegmoderne Tijd

Het tijdvak van 1453 tot 1789, dat eindigde met de Franse Revolutie en het einde van de monarchie.

16
New cards

Moderne Tijd

Het tijdvak van 1789 tot 1945, dat eindigde met het einde van Wereldoorlog II.

17
New cards

Hedendaagse Tijd (Eigen Tijd)

Het tijdvak dat begon in 1945 na het einde van Wereldoorlog II en voortduurt tot vandaag.

18
New cards

Geschreven bron

Een bron die bestaat uit tekst, zoals een boek, een brief, een krant of een dagboek.

19
New cards

Materiële bron

Een ongeschreven bron in de vorm van een tastbaar voorwerp, zoals een vaas, zwaard, beenderen, juwelen of kledij.

20
New cards

Mondelinge bron

Een ongeschreven bron die bestaat uit gesproken woorden, zoals interviews, liedjes of volksverhalen.

21
New cards

Primaire bron

Een rechtstreekse getuigenis uit het verleden, gemaakt of geschreven door iemand die de gebeurtenis zelf heeft meegemaakt of het voorwerp zelf heeft gemaakt/gebruikt.

22
New cards

Secundaire bron

Een bron die op een later tijdstip gemaakt is en gebaseerd is op een primaire bron; de maker heeft de gebeurtenis niet zelf meegemaakt.

23
New cards

Feit

Een uitspraak over de waarheid die gecontroleerd en geverifieerd kan worden.

24
New cards

Mening

Een persoonlijke visie of opvatting die niet gecontroleerd kan worden.

25
New cards

Objectief

Gebaseerd op controleerbare feiten en bewijs, zonder inmenging van een persoonlijke mening.

26
New cards

Subjectief

Gebaseerd op een eigen mening en/of persoonlijke ervaringen, en niet op feiten.

27
New cards

Politiek domein

Het maatschappelijke domein dat alles omvat rond het bestuur van een land, rechten, wetten, straffen en oorlog.

28
New cards

Economisch domein

Het maatschappelijke domein dat te maken heeft met de manieren waarop mensen overleven, zoals geld, ruilen en jagen.

29
New cards

Sociaal domein

Het maatschappelijke domein dat kijkt naar de verschillende bevolkingsgroepen binnen een samenleving en hoe deze met elkaar samenleven.

30
New cards

Cultureel domein

Het maatschappelijke domein dat alles omvat rond kunst, religie, sport, gewoontes, kledij en voeding.

31
New cards

Oorzaak

Een gebeurtenis die een bepaalde reactie of gevolg met zich meebrengt; het verklaart waaróm iets gebeurt.

32
New cards

Gevolg

Een gebeurtenis die plaatsvindt als reactie op een oorzaak; het beschrijft wat er na een eerdere gebeurtenis plaatsvindt.