1/21
Looks like no tags are added yet.
Waarom is de bodem belangrijk voor een ecosysteem?
Water en mineralen (Hebben planten nodig om te groeien)
Leefgebied (voor bacteriën, schimmels, dieren en plantwortels)
Afbraak (bodemorganismen breken dood organisch materiaal af en maken voedingsstoffen vrij)
Kringloop van stoffen (voedingstoffen zoals koolstof, stikstof worden opnieuw gebruikt en komen via de bodem weer beschikbaar)
Water en zuurstof (de samenstelling van de korrelgrootte van de bodem bepalen hoeveel water en zuurstof beschikbaar zijn voor planten)
Plantengroei (de bodem bepaalt mee welke planten ergens kunnen groeien en beïnvloedt het ecosysteem)
Hoe is zand naar Nederland gekomen?
Vooral door rivieren en wind (ook smeltwater ijstijd)
Hoe is klei aangevoerd naar Nederland?
Is vooral aangevoerd door rivieren, zee en gletsjers.
Wat is Leem en Löss?
Löss vooral door de wind aangevoerd (fijn materiaal) Leem (mengsel van zand, silt en klei).
Wat is veen en hoe ontstaan het?
Onstaat uit gedeeltelijk verteerde plantenresten die zich ophopen.
Wat is mechanische verwering?
Water dringt in spleten van gesteente bevriest en zet uit. Hierdoor breekt het gesteente in kleinere stukken.
Wat is chemische verwering?
Zwakke zuren tasten gesteente aan en breken het af.
Wat is biologische verwering?
Wortels en organismen breken gesteente mechanisch af of tasten het met zuren aan.
Wat is sedimentatie?
De vervoerde deeltjes worden afgezet bijvoorbeeld wanneer een rivier langzamer stroomt en zand of klei achterlaat.
Wat is verwering?
Gesteende valt uiteeen in kleinere deeltjes of wordt chemische afgebroken. Bijvoorbeeld door bevriezend water, zuren of plantenwortels.
Wat is het belangrijkste verschil tussen zandgrond en kleigrond met betrekking tot water?
• Zandgrond laat water snel door waardoor de grond sneller uitdroogt en voedingsstoffen makkelijker uitspoelen.
• Kleigrond Houtstraat meer water en voedingsstoffen vast door de kleine deeltjes.
Wat is osmose?
Water dat zich verplaatst door een halfdoorlatend membraan naar de kant met de hoogste concentratie opgeloste stoffen. Als het waterpotentiaal in de wortelcellen lager is dan in de bodem dan stroomt water de wortelcellen in.
Veengronden waar en waarom?
• Amsterdam en omstreken
• In natte gebieden bleven dode planten resten liggen en hoopte die zich op. Door zuurstofarm water verteerde het niet waardoor veen ontstond.
Vaaggronden waar en waarom?
• Stranden en duinen langs de zee.
• De bodem is relatief jong door afzettingen van bijvoorbeeld wind en zee hierdoor heeft er nog weinig duidelijke bodemvorming plaatsgevonden en zie je geen duidelijke horizonten.
Eerdgronden waar en waarom?
• Den Bosch en omstreken
• Door ophoping van humus (verteerdeplantenresten) ontstond een donker humusrijke bovengrond. Bij veel eerdgronden hielp eeuwenlange bemesting door boeren.
Podzolgronden waar en waarom?
• Veluwe, Brabantse (hogere) zandgronden.
• Regenwater spoelde stoffen uit de bovenste laag naar diepere lagen daardoor herkenbare lichte en donkere bodemlagen.
Brikgronden waar en waarom?
• Zuid-Limburg
• Klei spoelde uit de bovenste laag en hoopte zich op in een diepere laag. Zo ontstond een klei inspoelingslaag de briklaag.
Wat is waterpotentiaal?
Is een maat voor hoe makkelijk water zich kan verplaatsen.
Wat gebeurt er als klei te nat wordt?
Dan raken de poriën gevuld met water en krijgen plantenwortels te weinig zuurstof. Hierdoor kunnen de wortels beschadigen.
Wat is CEC? En welke bodem heeft hoge en lage CEC?
Cation Exchange Capacity → het vermogen van een bodem om positief geladen voedingsstoffen (kationen) vast te houden.
Hoge CEC
Kleigrond → hoge CEC
Veel organische stof/humus → hoge CEC
Kan veel voedingsstoffen vasthouden, zoals K⁺, Ca²⁺, Mg²⁺ en NH₄⁺
Lage CEC
Zandgrond → lage CEC
Weinig organische stof → lage CEC
Houdt weinig voedingsstoffen vast → voedingsstoffen kunnen makkelijker uitspoelen
Waar staan de letters van de horizonten voor en wat is de volgorde? OER-ABC
O: organisch materiaal
A: humusrijke bovenlaag
E: uitspoelingslaag
B: inspoelingslaag
C: moedermateriaal
R: vast gesteente
De ver-thema’s en de gevolgen? (8)
• Verdroging: planten drogen uit, minder afbraak/activiteit bodem leven
• Vernatting: zuurstoftekort, tragere afbraak en meer denitrificatie
• Verzilting: planten kunnen moeilijker water opnemen, toxisch bv natrium bij hoge concentratie
• Verzuring: nutriënten worden schaarser bv Calcium, zuurminnende planten domineren
• Vermesting: teveel nutriënten, verdwijning traaggroeiende plantensoorten
• Verontreiniging: toxiciteit voor bodemleven/planten, functie verlies bodem
• Verdichting: minder infiltratie en zuurstof, plasvorming en afstroming (door bijvoorbeeld landbouwvoertuigen)
• Verslemping: minder infiltratie, meer afspoeling (door de korst)
• Erosie: wegspoelen/wegwaaien bodem, verlies vruchtbare toplaag, verslechtering van waterkwaliteit en productiviteit