Home
Explore
Exams
Login
Get started
Home
Voortplanting & Hormonen
Voortplanting & Hormonen
0.0
(0)
Rate it
Studied by 0 people
Call Kai
Learn
Practice Test
Spaced Repetition
Match
Flashcards
Knowt Play
Card Sorting
1/224
Earn XP
Description and Tags
Tentamen Optimale Houderij
225 Terms
View all (225)
Star these 225
1
New cards
Wat is geslachtelijke voortplanting?
Voortplanting waarbij een eicel en zaadcel samenkomen en de nakomeling DNA van beide ouders krijgt.
2
New cards
Wat is ongeslachtelijke voortplanting?
Voortplanting zonder bevruchting waarbij de nakomelingen meestal genetisch identiek zijn aan de ouder.
3
New cards
Wat is mitose?
Celdeling waarbij één cel twee genetisch vrijwel identieke dochtercellen vormt.
4
New cards
Wat is een clone?
Een organisme of cel met hetzelfde DNA als de ouder.
5
New cards
Wat zijn prokaryoten?
Organismen waarvan de cellen geen celkern hebben
6
New cards
Wat zijn eukaryoten?
Organismen waarvan de cellen wel een celkern hebben.
7
New cards
Wat zijn protisten?
Voornamelijk eencellige organismen met cellen met een celkern.
8
New cards
Wat zijn mitochondriën?
Organellen die energie produceren in cellen.
9
New cards
Wat is binaire deling?
Een vorm van ongeslachtelijke voortplanting waarbij één moedercel wordt gesplitst in twee dochtercellen.
10
New cards
Wat is DNA-replicatie?
Het maken van een exacte kopie van het DNA.
11
New cards
Wat is celgroei?
Het groter worden van een cel voordat deze zich deelt.
12
New cards
Wat is innoering?
Het insnoeren van een cel in het midden zodat deze uiteindelijk kan splitsen.
13
New cards
Wat is splitsing bij binaire deling?
Het verdelen van één cel in twee dochtercellen.
14
New cards
Wat is knopvorming?
Een vorm van ongeslachtelijke voortplanting waarbij een nieuwe nakomeling als een uitstulping aan de ouder groeit.
15
New cards
Wat is een uitstulping bij knopvorming?
Een klein uitgroeiend deel van de ouder waaruit een nieuwe nakomeling kan ontstaan.
16
New cards
Wat is een DNA-kopie bij knopvorming?
Een kopie van het DNA van de oudercel.
17
New cards
Wat is loslating bij knopvorming?
Het moment waarop de nieuwe nakomeling van de ouder loskomt.
18
New cards
Wat is fragmentatie?
Een vorm van ongeslachtelijke voortplanting waarbij een organisme in stukken breekt en uit de stukken nieuwe organismen kunnen ontstaan.
19
New cards
Wat gebeurt er bij de breuk tijdens fragmentatie?
Het ouderorganisme breekt door externe krachten of door een bewuste actie in stukken.
20
New cards
Wat gebeurt er tijdens de groei bij fragmentatie?
Elk fragment maakt met behulp van stamcellen en genetische informatie ontbrekende weefsels en organen opnieuw aan.
21
New cards
Wat ontstaat er na fragmentatie?
Uit één organisme kunnen meerdere genetisch identieke individuen ontstaan.
22
New cards
Wat is parthenogenese?
Voortplanting waarbij een nakomeling ontstaat uit een onbevruchte eicel.
23
New cards
Wat is diploïde?
Een cel met twee exemplaren van ieder chromosoom.
24
New cards
Wat is een poollichaampje?
Een klein restproduct dat ontstaat tijdens de meiose van een eicel.
25
New cards
Wat is facultatieve parthenogenese?
Voortplanting waarbij een dier afhankelijk van de omstandigheden geslachtelijk of via parthenogenese kan voortplanten.
26
New cards
Wat is hermafroditisme?
Een organisme heeft zowel mannelijke als vrouwelijke voortplantingsorganen en kan daardoor eicellen en zaadcellen produceren.
27
New cards
Wat is sex reversal?
Een organisme verandert gedurende zijn leven volledig van geslacht.
28
New cards
Wat is temperatuurafhankelijke geslachtsbepaling?
Het geslacht van een nakomeling wordt bepaald door de omgevingstemperatuur tijdens de ontwikkeling van het ei.
29
New cards
Bij welke organismen komt knopvorming voor?
Vooral bij eencellige organismen zoals schimmels en gist en bij meercellige organismen zoals kwallen
30
New cards
Wat is regeneratie?
Het vermogen om beschadigde of ontbrekende lichaamsdelen opnieuw te vormen.
31
New cards
Wat is inwendige bevruchting?
De zaadcel en eicel komen in het lichaam van het vrouwtje bij elkaar.
32
New cards
Wat is uitwendige bevruchting?
De zaadcel en eicel komen buiten het lichaam bij elkaar.
33
New cards
Wat betekent ovipaar?
Dieren die eieren leggen waaruit de jongen later komen.
34
New cards
Wat betekent vivipaar?
Dieren waarbij het embryo volledig in het lichaam van de moeder ontwikkelt en het jong levend wordt geboren.
35
New cards
Wat betekent ovovivipaar?
Dieren waarbij de eieren in het lichaam van de moeder blijven totdat de jongen uitkomen.
36
New cards
Wat is de eierstok (ovary)?
Het orgaan waarin eicellen en vrouwelijke geslachtshormonen worden geproduceerd.
37
New cards
Wat is een follikel?
Een blaasje in de eierstok waarin een onrijpe eicel zich ontwikkelt.
38
New cards
Wat is de eileider (oviduct)?
De buis tussen de eierstok en baarmoeder die de eicel vervoert en waar meestal de bevruchting plaatsvindt.
39
New cards
Wat is de baarmoeder (uterus)?
Het orgaan waarin een bevruchte eicel zich kan innestelen en waarin de baby zich ontwikkelt.
40
New cards
Wat is de baarmoederhals (cervix)?
De verbinding tussen de baarmoeder en vagina die onder andere beschermt tegen bacteriën.
41
New cards
Wat is de schede (vagina)?
Een elastisch kanaal tussen de baarmoederhals en de buitenkant van het lichaam.
42
New cards
Wat is de vulva?
De verzamelnaam voor de uitwendige vrouwelijke geslachtsorganen.
43
New cards
Wat zijn uterine horns (baarmoederhoorns)?
De twee langwerpige delen van de baarmoeder die richting de eileiders lopen.
44
New cards
Wat is een duplex baarmoeder?
Een baarmoeder met twee volledig gescheiden baarmoederhoorns en elk een eigen baarmoederhals.
45
New cards
Wat is een bicornute baarmoeder?
Een Y-vormige baarmoeder waarbij twee baarmoederhoorns samenkomen in één baarmoederlichaam.
46
New cards
Wat is een simplex baarmoeder?
Een baarmoeder waarbij de twee baarmoederhoorns volledig zijn versmolten tot één grote holte.
47
New cards
Wat is de teelbal (testis)?
Het orgaan waarin zaadcellen en testosteron worden geproduceerd.
48
New cards
Wat is de bijbal (epididymis)?
Een buis waarin zaadcellen rijpen
49
New cards
Wat is de zaadleider (vas deferens)?
De buis die zaadcellen van de bijbal naar de urinebuis vervoert.
50
New cards
Wat zijn de zaadblaasjes?
Klieren die een suikerrijke vloeistof aan zaadcellen toevoegen als energiebron.
51
New cards
Wat is de prostaat?
Een klier die een basische vloeistof maakt die zaadcellen beschermt.
52
New cards
Wat is de penis?
Het uitwendige geslachtsorgaan waarmee sperma in het vrouwelijke voortplantingskanaal wordt gebracht.
53
New cards
Wat is de eikel (glanspenis)?
Het gevoelige uiteinde van de penis met veel zenuwuiteinden.
54
New cards
Wat is fenotypische plasticiteit?
Het vermogen van één genotype om verschillende eigenschappen of gedragingen te vertonen afhankelijk van de omgeving.
55
New cards
Wat is een genotype?
De genetische informatie of het DNA van een organisme.
56
New cards
Wat is een fenotype?
De waarneembare eigenschappen van een organisme zoals uiterlijk en gedrag.
57
New cards
Wat is broeddrift?
De motivatie en het gedrag van een vogel om zich voort te planten en jongen groot te brengen.
58
New cards
Wat is een cloaca?
Een gemeenschappelijke opening voor ontlasting
59
New cards
Wat is een cloacale kus?
Een paring bij vogels waarbij de cloaca's kort tegen elkaar worden gedrukt en sperma wordt overgedragen.
60
New cards
Wat is gametogenese?
Het proces waarbij voortplantingscellen worden gevormd.
61
New cards
Wat zijn gonaden?
Voortplantingsorganen die gameten maken
62
New cards
Wat zijn gameten?
Voortplantingscellen zoals zaadcellen en eicellen; ze zijn haploïd.
63
New cards
Wat is spermatogenese?
Het proces waarbij zaadcellen worden gemaakt.
64
New cards
Wat zijn tubuli seminiferi contorti?
Kleine zaadbuisjes in de teelballen waar zaadcellen worden ontwikkeld.
65
New cards
Wat is rijping van zaadcellen?
Het proces waarbij onrijpe zaadcellen zich verder ontwikkelen en bewegelijk worden.
66
New cards
Wat is een flagel?
Een zweepstaart waarmee een zaadcel kan bewegen.
67
New cards
Wat zijn Leydigcellen?
Cellen die testosteron produceren.
68
New cards
Wat is het interstitium?
Het bindweefsel tussen de zaadbuisjes waarin onder andere Leydigcellen liggen.
69
New cards
Wat is testosteron?
Een mannelijk geslachtshormoon dat onder andere betrokken is bij spermaproductie en mannelijke geslachtskenmerken.
70
New cards
Wat zijn Sertolicellen?
Cellen die de ontwikkeling van zaadcellen ondersteunen.
71
New cards
Wat is het acrosoom?
De enzymenkap op de kop van een zaadcel die helpt bij het binnendringen van de eicel.
72
New cards
Wat is de kop van een zaadcel?
Het deel van de zaadcel dat de celkern met het haploïde DNA bevat.
73
New cards
Wat is het middenstuk van een zaadcel?
Het deel van de zaadcel met veel mitochondriën die energie leveren.
74
New cards
Wat is de staart (flagellum) van een zaadcel?
De zweepstaart waarmee de zaadcel naar de eicel kan zwemmen.
75
New cards
Wat doet de hypothalamus?
De hypothalamus geeft GnRH af en stuurt daarmee de voortplantingshormonen aan.
76
New cards
Wat doet de hypofyse?
De hypofyse geeft onder invloed van GnRH onder andere FSH en LH af.
77
New cards
Wat is GnRH?
Een hormoon uit de hypothalamus dat de hypofyse stimuleert om FSH en LH af te geven.
78
New cards
Wat is FSH?
Een hormoon dat onder andere de ontwikkeling van zaadcellen en follikels stimuleert.
79
New cards
Wat is LH?
Een hormoon dat onder andere de testosteronproductie stimuleert en bij vrouwen de eisprong veroorzaakt.
80
New cards
Wat zijn androgenen?
Mannelijke geslachtshormonen
81
New cards
Wat zijn oestrogenen?
Vrouwelijke geslachtshormonen
82
New cards
Wat is progesteron?
Een hormoon dat het baarmoederslijmvlies geschikt houdt voor een mogelijke zwangerschap.
83
New cards
Wat is negatieve feedback?
Een regelmechanisme waarbij een hoge hoeveelheid hormoon de verdere productie ervan afremt.
84
New cards
Wat is oögenese?
Het proces waarbij eicellen worden gevormd en rijpen.
85
New cards
Wat is een primary oocyte?
Een onrijpe eicel die in de follikel aanwezig is.
86
New cards
Wat is ovulatie of de eisprong?
Het vrijkomen van een secundaire oöcyt uit de eierstok.
87
New cards
Wat is het corpus luteum?
Het gele lichaam dat na de eisprong uit de follikel ontstaat en vooral progesteron produceert.
88
New cards
Wat is de oestruscyclus?
De hormonale voortplantingscyclus van vrijwel alle zoogdieren.
89
New cards
Wat is pro-oestrus?
De fase waarin follikels rijpen en oestrogenen produceren.
90
New cards
Wat is oestrus?
De fase waarin het vrouwtje vruchtbaar en paringsbereid is.
91
New cards
Wat is de sta-reflex?
Gedrag waarbij een vrouwtje stil blijft staan wanneer ze paringsbereid is.
92
New cards
Wat is metoestrus of di-oestrus?
De fase na de bronst waarin het gele lichaam progesteron produceert.
93
New cards
Wat is anoestrus?
De rustfase waarin het voortplantingsstelsel weinig actief is.
94
New cards
Wat betekent polyestrous?
Dieren die meerdere oestruscycli per jaar hebben.
95
New cards
Wat betekent diestrous?
Dieren die ongeveer twee voortplantingscycli per jaar hebben.
96
New cards
Wat betekent monoestrous?
Dieren die ongeveer één voortplantingscyclus per jaar hebben.
97
New cards
Wat is flehmen?
Gedrag waarbij een dier de bovenlip optrekt om geursignalen beter te onderzoeken.
98
New cards
Wat zijn langedagvoortplanters?
Dieren die vruchtbaar worden wanneer de dagen langer worden.
99
New cards
Wat zijn kortedagvoortplanters?
Dieren die vruchtbaar worden wanneer de dagen korter worden.
100
New cards
Wat is melatonine?
Een hormoon waarvan de hoeveelheid samenhangt met de hoeveelheid licht en dat invloed heeft op seizoensgebonden voortplanting.
Load more