inleiding tot het recht college 10 tot 15

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/150

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

151 Terms

1
New cards

Wat is privaatrecht?

Het geheel van rechtsregels dat de onderlinge verhoudingen tussen burgers en private rechtssubjecten regelt.

2
New cards

Kan privaatrecht ook gelden tussen een burger en de overheid?

Ja, wanneer de overheid optreedt in een horizontale of privaatrechtelijke rechtsverhouding.

3
New cards

Hebben niet-omgezette EU-richtlijnen in beginsel horizontale rechtstreekse werking?

Nee, een richtlijn kan op zichzelf geen verplichtingen aan particulieren opleggen.

4
New cards

Wat kan een burger doen als niet-omzetting van een richtlijn schade veroorzaakt?

Onder voorwaarden schadevergoeding van de overheid vorderen wegens staatsaansprakelijkheid.

5
New cards

Welke vier belangrijke onderdelen van het privaatrecht noemt de cursus?

Goederenrecht, verbintenissenrecht, overeenkomstenrecht en buitencontractuele aansprakelijkheid.

6
New cards

Wat is de belangrijkste algemene rechtsbron van het Belgische privaatrecht?

Het Burgerlijk Wetboek.

7
New cards

Welke drie uitgangspunten kenmerkten het oorspronkelijke Burgerlijk Wetboek?

Het belang van eigendom, contractsvrijheid en wilsautonomie.

8
New cards

Wat betekent contractsvrijheid?

De vrijheid om binnen wettelijke grenzen te bepalen of, met wie en waarover men contracteert.

9
New cards

Wat betekent wilsautonomie?

Het beginsel dat personen hun rechtsverhoudingen in belangrijke mate zelf kunnen vormgeven.

10
New cards

Waarom bestaan het oude en het nieuwe Burgerlijk Wetboek naast elkaar?

De hervorming gebeurt boek per boek en bepaalde materies blijven voorlopig in het oude wetboek.

11
New cards

Welk boek van het nieuwe Burgerlijk Wetboek regelt goederen?

Boek 3.

12
New cards

Welk boek van het nieuwe Burgerlijk Wetboek regelt verbintenissen?

Boek 5.

13
New cards

Welk boek regelt de buitencontractuele aansprakelijkheid?

Boek 6.

14
New cards

Welk boek van het nieuwe Burgerlijk Wetboek regelt bewijs?

Boek 8.

15
New cards

Wat zijn de twee basisbouwstenen van het privaatrecht?

Het vermogen en de verbintenis.

16
New cards

Wat is een vermogen?

Het geheel van de vermogensrechtelijke rechten en verplichtingen van een persoon.

17
New cards

Wat is een vermogensrecht?

Een recht dat in geld waardeerbaar is en tot het vermogen behoort.

18
New cards

Wat is een verbintenis?

Een rechtsband waarbij een schuldeiser van een schuldenaar een prestatie kan eisen.

19
New cards

Wat is aanvullend recht?

Recht dat geldt wanneer partijen geen afwijkende regeling hebben getroffen.

20
New cards

Wat is dwingend recht?

Recht waarvan partijen niet geldig mogen afwijken binnen de beschermde grenzen.

21
New cards

Wat is recht van openbare orde?

Recht dat fundamentele belangen van de samenleving beschermt.

22
New cards

Wat betekent het onderscheid tussen algemeen en bijzonder recht?

Bijzonder recht regelt een specifiek geval en kan voorrang krijgen op algemeen recht.

23
New cards

Wat betekent lex specialis derogat legi generali?

Een bijzondere rechtsregel heeft bij samenloop in beginsel voorrang op een algemene rechtsregel.

24
New cards

Wat is een vervaltermijn?

Een termijn waarna een recht of bevoegdheid volgens de toepasselijke regeling vervalt.

25
New cards

Wat is bevrijdende verjaring?

Een mechanisme waardoor een vordering na verloop van tijd onder wettelijke voorwaarden niet meer afdwingbaar is.

26
New cards

Wat is een verbintenis in het verbintenissenrecht?

Een juridische verplichting van een schuldenaar tegenover een schuldeiser.

27
New cards

Welke prestaties kunnen het voorwerp van een verbintenis zijn?

Iets geven, doen, niet doen of betalen.

28
New cards

Wie is de schuldeiser?

De persoon die aanspraak kan maken op de verschuldigde prestatie.

29
New cards

Wie is de schuldenaar?

De persoon die juridisch verplicht is de prestatie te verrichten.

30
New cards

Wat is een inspanningsverbintenis?

Een verplichting om zorgvuldig te handelen zonder een bepaald resultaat te garanderen.

31
New cards

Wat is een resultaatsverbintenis?

Een verplichting om een welbepaald resultaat te bereiken.

32
New cards

Hoe ontstaan subjectieve rechten volgens de cursus?

Door toepassing van objectief recht op juridisch relevante feiten.

33
New cards

Wat is een rechtsfeit in ruime zin?

Een feit waaraan het recht rechtsgevolgen verbindt.

34
New cards

Wat is een rechtsfeit in enge zin?

Een feit met rechtsgevolgen zonder dat die rechtsgevolgen door een rechtshandeling worden beoogd.

35
New cards

Wat is een rechtshandeling?

Een menselijke handeling die gericht is op het ontstaan van rechtsgevolgen.

36
New cards

Wat is een materiële handeling?

Een menselijke handeling die rechtsgevolgen kan hebben zonder dat die worden beoogd.

37
New cards

Wat is een eenzijdige rechtshandeling?

Een rechtshandeling waarvoor de wilsuiting van één partij volstaat.

38
New cards

Wat is een meerzijdige rechtshandeling?

Een rechtshandeling waarvoor overeenstemmende wilsuitingen van meerdere partijen nodig zijn.

39
New cards

Is iedere overeenkomst een bron van verbintenissen?

Een overeenkomst kan verbintenissen doen ontstaan, wijzigen, overdragen of beëindigen.

40
New cards

Kunnen verbintenissen ontstaan zonder overeenkomst?

Ja, bijvoorbeeld door een onrechtmatige daad of een quasi-contract.

41
New cards

Wat is een quasi-contract?

Een wettelijk erkende bron van verbintenissen zonder overeenkomst of onrechtmatige daad.

42
New cards

Wat is een opschortende voorwaarde?

Een toekomstige onzekere gebeurtenis waarvan de werking van een verbintenis afhankelijk wordt gemaakt.

43
New cards

Wat is een ontbindende voorwaarde?

Een toekomstige onzekere gebeurtenis waardoor een verbintenis bij vervulling eindigt.

44
New cards

Wat is het verschil tussen een voorwaarde en een termijn?

Een voorwaarde is onzeker of ze zich voordoet; bij een termijn staat het toekomstige tijdstip of feit vast.

45
New cards

Wat is een opschortende termijn?

Een termijn die de opeisbaarheid of uitvoering van een verbintenis uitstelt.

46
New cards

Wat is een ontbindende termijn?

Een termijn waarvan het verstrijken een verbintenis beëindigt.

47
New cards

Wat betekent nakoming van een verbintenis?

De schuldenaar verricht de verschuldigde prestatie.

48
New cards

Wat betekent niet-nakoming?

De schuldenaar voert de verschuldigde prestatie niet, te laat of gebrekkig uit.

49
New cards

Wat is een ingebrekestelling?

Een mededeling waarbij de schuldeiser de schuldenaar formeel tot nakoming aanmaant.

50
New cards

Wat is gedwongen uitvoering in natura?

De schuldeiser vraagt dat de verschuldigde prestatie daadwerkelijk wordt uitgevoerd.

51
New cards

Wat is vervangende schadevergoeding?

Een geldelijke vergoeding die de niet-uitgevoerde prestatie vervangt.

52
New cards

Wat is het oorzakelijk verband bij aansprakelijkheid?

Het verband tussen de aansprakelijkheidsgrond en de geleden schade.

53
New cards

Wat is een overeenkomst?

Een wilsovereenstemming tussen minstens twee personen met beoogde rechtsgevolgen.

54
New cards

Wat is het verschil tussen een overeenkomst en een verbintenis?

Een overeenkomst is een mogelijke bron van verbintenissen; een verbintenis is een juridische rechtsband.

55
New cards

Welk boek bevat de algemene regels over overeenkomsten?

Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek.

56
New cards

Geef drie voorbeelden van bijzondere overeenkomsten.

Koop, huur en lening.

57
New cards

Wat is de precontractuele fase?

De fase van onderhandelingen en voorbereiding vóór het sluiten van een overeenkomst.

58
New cards

Wat betekent contractsvrijheid tijdens onderhandelingen?

Partijen zijn in beginsel vrij om al dan niet een overeenkomst te sluiten.

59
New cards

Wat is precontractuele aansprakelijkheid?

Aansprakelijkheid wegens foutief gedrag tijdens onderhandelingen.

60
New cards

Welk artikel behandelt precontractuele aansprakelijkheid volgens de cursus?

Artikel 5.17 BW.

61
New cards

Wanneer kan het afbreken van onderhandelingen foutief zijn?

Wanneer dit in de concrete omstandigheden kennelijk onredelijk gebeurt.

62
New cards

Wat houdt de precontractuele informatieplicht in?

Partijen moeten onder omstandigheden relevante informatie verstrekken.

63
New cards

Wat is een aanbod?

Een voldoende bepaald voorstel waaruit de wil blijkt om bij aanvaarding gebonden te zijn.

64
New cards

Wat is aanvaarding?

De instemming met het aanbod waardoor een overeenkomst tot stand kan komen.

65
New cards

Wanneer komt een consensuele overeenkomst tot stand?

Wanneer er geldige wilsovereenstemming bestaat over de essentiële bestanddelen.

66
New cards

Zijn overeenkomsten altijd schriftelijk?

Nee, overeenkomsten zijn in beginsel vormvrij, behoudens wettelijke uitzonderingen.

67
New cards

Wat is een consensuele overeenkomst?

Een overeenkomst die door loutere wilsovereenstemming tot stand komt.

68
New cards

Wat is een vormelijke overeenkomst?

Een overeenkomst waarvoor de wet een vormvereiste oplegt.

69
New cards

Wat is een zakelijke overeenkomst?

Een overeenkomst waarvoor naast wilsovereenstemming ook afgifte vereist is.

70
New cards

Wat zijn de vier algemene geldigheidsvereisten van een overeenkomst?

Toestemming, bekwaamheid, een bepaalbaar en geoorloofd voorwerp en een geoorloofde oorzaak.

71
New cards

Wat is een wilsgebrek?

Een gebrek dat de geldigheid van de toestemming kan aantasten.

72
New cards

Welke drie klassieke wilsgebreken worden onderscheiden?

Dwaling, bedrog en geweld.

73
New cards

Wat is dwaling?

Een onjuiste voorstelling van de werkelijkheid die onder voorwaarden de toestemming aantast.

74
New cards

Wat is bedrog?

Opzettelijke misleiding die iemand ertoe brengt een overeenkomst te sluiten.

75
New cards

Wat is geweld als wilsgebrek?

Onrechtmatige dwang die een partij ertoe brengt een overeenkomst te sluiten.

76
New cards

Wat is relatieve nietigheid?

Een nietigheid die in beginsel een beschermd particulier belang dient.

77
New cards

Wat is absolute nietigheid?

Een nietigheid die een regel van openbare orde beschermt.

78
New cards

Wat is buitencontractuele aansprakelijkheid?

Aansprakelijkheid voor schade buiten een contractuele tekortkoming.

79
New cards

Welk boek regelt de buitencontractuele aansprakelijkheid?

Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

80
New cards

Welke drie elementen zijn doorgaans vereist voor foutaansprakelijkheid?

Een fout, schade en oorzakelijk verband.

81
New cards

Wat is een fout bij buitencontractuele aansprakelijkheid?

Een schending van een wettelijke gedragsregel of de algemene zorgvuldigheidsnorm.

82
New cards

Wat is de algemene zorgvuldigheidsnorm?

De norm van de voorzichtige en redelijke persoon in dezelfde omstandigheden.

83
New cards

Wat is schade?

Een aantasting van een juridisch beschermd belang.

84
New cards

Wat is vermogensschade?

Schade die het vermogen of de economische belangen van een persoon aantast.

85
New cards

Wat is niet-vermogensschade?

Schade aan niet-economische belangen, zoals lichamelijk of psychisch welzijn.

86
New cards

Wat betekent oorzakelijk verband?

De schade moet juridisch aan de aansprakelijkheidsgrond kunnen worden toegerekend.

87
New cards

Wat is de equivalentieleer bij causaliteit?

Een fout is een oorzaak wanneer de schade zonder die fout niet op dezelfde wijze zou zijn ontstaan.

88
New cards

Wat is de conditio sine qua non-test?

Men onderzoekt of de schade zonder de betrokken fout ook zou zijn ontstaan.

89
New cards

Wat is schadevergoeding in natura?

Herstel van de schade door een concrete handeling in plaats van een geldsom.

90
New cards

Wat is schadevergoeding bij equivalent?

Herstel van schade door betaling van een geldbedrag.

91
New cards

Wat is het uitgangspunt van schadeherstel?

De benadeelde zo veel mogelijk plaatsen in de toestand zonder het schadeverwekkende feit.

92
New cards

Wat is aansprakelijkheid voor eigen daad?

Aansprakelijkheid wegens een eigen fout die schade veroorzaakt.

93
New cards

Wat is aansprakelijkheid voor andermans daad?

Aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door een andere persoon onder wettelijke voorwaarden.

94
New cards

Wat is kwalitatieve aansprakelijkheid?

Aansprakelijkheid verbonden aan een bepaalde hoedanigheid of rechtsverhouding.

95
New cards

Wat is foutloze aansprakelijkheid?

Aansprakelijkheid waarvoor geen persoonlijke fout moet worden bewezen.

96
New cards

Wat is productaansprakelijkheid?

Aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door een gebrekkig product onder wettelijke voorwaarden.

97
New cards

Wat is een gebrekkig product?

Een product dat niet de veiligheid biedt die men gerechtigd is te verwachten.

98
New cards

Moet bij productaansprakelijkheid altijd een fout van de producent worden bewezen?

Nee, het gaat om een bijzondere foutloze aansprakelijkheidsregeling.

99
New cards

Wat is eigen fout van de benadeelde?

Gedrag van het slachtoffer dat mede heeft bijgedragen aan het ontstaan van de schade.

100
New cards

Kan eigen fout van het slachtoffer de schadevergoeding beïnvloeden?

Ja, onder de toepasselijke regels kan de vergoeding worden verminderd.