1/63
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat doen gewrichten?
Gewrichten verbinden botten met elkaar.
Wat maken gewrichten mogelijk?
Ze maken beweging mogelijk.
Wat bepalen gewrichten?
Ze bepalen hoe ver en in welke richting je kunt bewegen.
Waarmee werken gewrichten samen om een beweging uit te voeren?
Met spieren.
Wat kunnen spieren actief doen?
Spieren kunnen actief samentrekken.
Wat ontstaat door het samentrekken van spieren?
Daardoor ontstaat trekkracht aan een bot.
Waarom ontstaat er beweging wanneer een spier samentrekt?
Omdat een bot via een gewricht met een ander bot verbonden is.
Duwen spieren?
Nee, spieren duwen niet; ze werken door te trekken.
Wat is een agonist?
De agonist is de spier die vooral verantwoordelijk is voor een bepaalde beweging.
Welke spier is bij het buigen van de elleboog de belangrijkste agonist?
De M. biceps.
Wat is een synergist?
Een synergist helpt de agonist bij dezelfde beweging.
Wat doet een synergist?
Een synergist ondersteunt de kracht, geleidt de beweging of stabiliseert een deel van het lichaam zodat de agonist effectief kan werken.
Wat is een antagonist?
De antagonist werkt tegengesteld aan de agonist.
Wat gebeurt er bij het buigen van de elleboog?
De agonist trekt samen, terwijl de antagonist ontspant.
Wat gebeurt er bij de omgekeerde beweging?
De agonist en antagonist wisselen van rol.
Welke spier buigt de arm bij de elleboog?
M. biceps.
Welke spier strekt de arm bij de elleboog?
M. triceps.
Welke spier is bij het buigen van de elleboog de agonist?
De biceps.
Welke spier is bij het buigen van de elleboog de antagonist?
De triceps.
Welke spier is bij het strekken van de elleboog de agonist?
De triceps.
Welke spier is bij het strekken van de elleboog de antagonist?
De biceps.
Welke zes belangrijke skeletspieren staan centraal in deze les?
M. biceps, triceps, deltoïdeus, gluteus maximus, quadriceps en biceps femoris.
Wat is de Nederlandse naam en ligging van de M. biceps?
Tweehoofdige armspier – voorkant van de bovenarm.
Wat is de Nederlandse naam en ligging van de triceps?
Driehoofdige armspier – achterkant van de bovenarm.
Wat is de Nederlandse naam en ligging van de deltoïdeus?
Deltaspier – over de schouder.
Wat is de Nederlandse naam en ligging van de gluteus maximus?
Grote bilspier – bilregio.
Wat is de Nederlandse naam en ligging van de quadriceps?
Vierhoofdige dijspier – voorkant van het bovenbeen.
Wat is de Nederlandse naam en ligging van de biceps femoris?
Tweehoofdige dijspier – achterkant van het bovenbeen.
Wat doet de M. biceps?
Buigt de elleboog.
Wat doet de triceps?
Strekt de elleboog.
Wat doet de deltoïdeus?
Heft de arm.
Wat doet de gluteus maximus?
Strekt de heup.
Wat doet de quadriceps?
Strekt de knie.
Wat doet de biceps femoris?
Buigt de knie.
Welke spier ligt aan de voorkant van het bovenbeen?
Quadriceps.
Welke spier ligt aan de achterkant van het bovenbeen?
Biceps femoris.
Welke spier ligt over de schouder?
Deltoïdeus.
Welke spier ligt in de bilregio?
Gluteus maximus.
Welke spier ligt aan de voorkant van de bovenarm?
M. biceps.
Welke spier ligt aan de achterkant van de bovenarm?
Triceps.
Wat zijn de drie typen spierweefsel?
Dwarsgestreept spierweefsel, glad spierweefsel en hartspierweefsel.
Waarin verschillen de drie typen spierweefsel?
Ze verschillen in bouw en functie.
Waaruit bestaat dwarsgestreept spierweefsel?
Dwarsgestreept spierweefsel vormt de skeletspieren.
Hoe werkt dwarsgestreept spierweefsel?
Het werkt willekeurig.
Waar zit dwarsgestreept spierweefsel aan vast?
Het zit vast aan botten.
Waar zorgt dwarsgestreept spierweefsel voor?
Het zorgt voor houding en beweging.
Hoe ziet dwarsgestreept spierweefsel eruit onder de microscoop?
Het heeft een gestreept uiterlijk.
Waar zit glad spierweefsel?
In de wand van organen en bloedvaten.
Hoe werkt glad spierweefsel?
Het werkt onwillekeurig.
Waar helpt glad spierweefsel bij?
Bij processen zoals transport en doorstroming.
Hoe ziet glad spierweefsel eruit?
Het heeft geen zichtbaar dwarsgestreept patroon.
Waar komt hartspierweefsel voor?
Alleen in het hart.
Hoe werkt hartspierweefsel?
Het werkt onwillekeurig.
Hoe trekt hartspierweefsel samen?
Het trekt ritmisch samen.
Wat doet hartspierweefsel?
Het pompt bloed door het lichaam.
Waarvoor is hartspierweefsel speciaal gebouwd?
Voor voortdurend werken.
Waar zorgen de verschillen in spierweefsel mee samen?
Ze hangen samen met de taak van het weefsel.
Waar zorgt dwarsgestreept spierweefsel voor?
Snelle, bewuste bewegingen.
Waar zorgt glad spierweefsel voor?
Langzame, automatische werking van organen.
Waar zorgt hartspierweefsel voor?
Krachtige, ritmische pompwerking.
Wat past bij elkaar bij spierweefsel?
Structuur en functie passen bij elkaar.
Welk spierweefsel werkt willekeurig?
Dwarsgestreept spierweefsel.
Welk spierweefsel werkt onwillekeurig en zit in organen en bloedvaten?
Glad spierweefsel.
Welk spierweefsel werkt onwillekeurig en komt alleen in het hart voor?
Hartspierweefsel.