Gewrichten en spieren

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/63

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:45 PM on 9/26/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

64 Terms

1
New cards

Wat doen gewrichten?

Gewrichten verbinden botten met elkaar.

2
New cards

Wat maken gewrichten mogelijk?

Ze maken beweging mogelijk.

3
New cards

Wat bepalen gewrichten?

Ze bepalen hoe ver en in welke richting je kunt bewegen.

4
New cards

Waarmee werken gewrichten samen om een beweging uit te voeren?

Met spieren.

5
New cards

Wat kunnen spieren actief doen?

Spieren kunnen actief samentrekken.

6
New cards

Wat ontstaat door het samentrekken van spieren?

Daardoor ontstaat trekkracht aan een bot.

7
New cards

Waarom ontstaat er beweging wanneer een spier samentrekt?

Omdat een bot via een gewricht met een ander bot verbonden is.

8
New cards

Duwen spieren?

Nee, spieren duwen niet; ze werken door te trekken.

9
New cards

Wat is een agonist?

De agonist is de spier die vooral verantwoordelijk is voor een bepaalde beweging.

10
New cards

Welke spier is bij het buigen van de elleboog de belangrijkste agonist?

De M. biceps.

11
New cards

Wat is een synergist?

Een synergist helpt de agonist bij dezelfde beweging.

12
New cards

Wat doet een synergist?

Een synergist ondersteunt de kracht, geleidt de beweging of stabiliseert een deel van het lichaam zodat de agonist effectief kan werken.

13
New cards

Wat is een antagonist?

De antagonist werkt tegengesteld aan de agonist.

14
New cards

Wat gebeurt er bij het buigen van de elleboog?

De agonist trekt samen, terwijl de antagonist ontspant.

15
New cards

Wat gebeurt er bij de omgekeerde beweging?

De agonist en antagonist wisselen van rol.

16
New cards

Welke spier buigt de arm bij de elleboog?

M. biceps.

17
New cards

Welke spier strekt de arm bij de elleboog?

M. triceps.

18
New cards

Welke spier is bij het buigen van de elleboog de agonist?

De biceps.

19
New cards

Welke spier is bij het buigen van de elleboog de antagonist?

De triceps.

20
New cards

Welke spier is bij het strekken van de elleboog de agonist?

De triceps.

21
New cards

Welke spier is bij het strekken van de elleboog de antagonist?

De biceps.

22
New cards

Welke zes belangrijke skeletspieren staan centraal in deze les?

M. biceps, triceps, deltoïdeus, gluteus maximus, quadriceps en biceps femoris.

23
New cards

Wat is de Nederlandse naam en ligging van de M. biceps?

Tweehoofdige armspier – voorkant van de bovenarm.

24
New cards

Wat is de Nederlandse naam en ligging van de triceps?

Driehoofdige armspier – achterkant van de bovenarm.

25
New cards

Wat is de Nederlandse naam en ligging van de deltoïdeus?

Deltaspier – over de schouder.

26
New cards

Wat is de Nederlandse naam en ligging van de gluteus maximus?

Grote bilspier – bilregio.

27
New cards

Wat is de Nederlandse naam en ligging van de quadriceps?

Vierhoofdige dijspier – voorkant van het bovenbeen.

28
New cards

Wat is de Nederlandse naam en ligging van de biceps femoris?

Tweehoofdige dijspier – achterkant van het bovenbeen.

29
New cards

Wat doet de M. biceps?

Buigt de elleboog.

30
New cards

Wat doet de triceps?

Strekt de elleboog.

31
New cards

Wat doet de deltoïdeus?

Heft de arm.

32
New cards

Wat doet de gluteus maximus?

Strekt de heup.

33
New cards

Wat doet de quadriceps?

Strekt de knie.

34
New cards

Wat doet de biceps femoris?

Buigt de knie.

35
New cards

Welke spier ligt aan de voorkant van het bovenbeen?

Quadriceps.

36
New cards

Welke spier ligt aan de achterkant van het bovenbeen?

Biceps femoris.

37
New cards

Welke spier ligt over de schouder?

Deltoïdeus.

38
New cards

Welke spier ligt in de bilregio?

Gluteus maximus.

39
New cards

Welke spier ligt aan de voorkant van de bovenarm?

M. biceps.

40
New cards

Welke spier ligt aan de achterkant van de bovenarm?

Triceps.

41
New cards

Wat zijn de drie typen spierweefsel?

Dwarsgestreept spierweefsel, glad spierweefsel en hartspierweefsel.

42
New cards

Waarin verschillen de drie typen spierweefsel?

Ze verschillen in bouw en functie.

43
New cards

Waaruit bestaat dwarsgestreept spierweefsel?

Dwarsgestreept spierweefsel vormt de skeletspieren.

44
New cards

Hoe werkt dwarsgestreept spierweefsel?

Het werkt willekeurig.

45
New cards

Waar zit dwarsgestreept spierweefsel aan vast?

Het zit vast aan botten.

46
New cards

Waar zorgt dwarsgestreept spierweefsel voor?

Het zorgt voor houding en beweging.

47
New cards

Hoe ziet dwarsgestreept spierweefsel eruit onder de microscoop?

Het heeft een gestreept uiterlijk.

48
New cards

Waar zit glad spierweefsel?

In de wand van organen en bloedvaten.

49
New cards

Hoe werkt glad spierweefsel?

Het werkt onwillekeurig.

50
New cards

Waar helpt glad spierweefsel bij?

Bij processen zoals transport en doorstroming.

51
New cards

Hoe ziet glad spierweefsel eruit?

Het heeft geen zichtbaar dwarsgestreept patroon.

52
New cards

Waar komt hartspierweefsel voor?

Alleen in het hart.

53
New cards

Hoe werkt hartspierweefsel?

Het werkt onwillekeurig.

54
New cards

Hoe trekt hartspierweefsel samen?

Het trekt ritmisch samen.

55
New cards

Wat doet hartspierweefsel?

Het pompt bloed door het lichaam.

56
New cards

Waarvoor is hartspierweefsel speciaal gebouwd?

Voor voortdurend werken.

57
New cards

Waar zorgen de verschillen in spierweefsel mee samen?

Ze hangen samen met de taak van het weefsel.

58
New cards

Waar zorgt dwarsgestreept spierweefsel voor?

Snelle, bewuste bewegingen.

59
New cards

Waar zorgt glad spierweefsel voor?

Langzame, automatische werking van organen.

60
New cards

Waar zorgt hartspierweefsel voor?

Krachtige, ritmische pompwerking.

61
New cards

Wat past bij elkaar bij spierweefsel?

Structuur en functie passen bij elkaar.

62
New cards

Welk spierweefsel werkt willekeurig?

Dwarsgestreept spierweefsel.

63
New cards

Welk spierweefsel werkt onwillekeurig en zit in organen en bloedvaten?

Glad spierweefsel.

64
New cards

Welk spierweefsel werkt onwillekeurig en komt alleen in het hart voor?

Hartspierweefsel.