1/49
Deze bevatten de termen uit: H2, interlude C,
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Interstellar space
het gedeelte tussen de sterren in.
Vaccuum
afwezigheid van materie. Minder dan 1 atoom per liter.
Kosmische straling (cosmic rays)
hoge-energie atoomkernen afgschoten in de ruimt met extreme snelheid door supernova-explosies.
Astronomical Unit (AU)
de afstand tussen de zon en de aarde (≈150 miljoen kilometer). Dit is een eenheid.
Oortwolk (Oort Cloud)
een veronderstelde wolk van vele miljarden komeetachtige objecten rondom het zonnestelsel
Heliosfeer
Op 200 AU, hierin zitten vooral zonnewind deeltjes, elektronen en protonen.
Kuiper Belt
Op een afstand van 30 tot 55 AU, een diffuse ring van ijzige objecten die ooit de buitenste regionen van de protoplanetaire schijf vormden.
interplanetaire ruimte
Gedeelte vanaf Neptunus naar de zon. De concentratie atomen neemt toe tussen de 5000 en 100.000 liter.
magneetveld van de aarde
Dipool (noord- en zuidpool).
geografische pool
De magnetische pool die zich dicht bij de noordelijke geografische pool bevindt als de noord(elijke) magnetische pool.
magnetosfeer
Het gebied binnen het magnetisch schild
Magnetische veldlijnen
(Denkbare) lijnen die de richting/vorm van het magneetveld aangeven
aurorae
poollicht
atmosfeer
begint ongeveer op zo’n 600 km van de aarde vandaan. Het is de gasmantel die de aarde omhult
Systeem aarde
de combinatie van de componenten (hydrosfeer, cryosfeer, biosfeer en de vaste aarde) en de interactie tussen dezen.
habitable zone
planeten liggen op een afstand van de zon waar de temperatuur wisselt tussen het kook- en vriespunt van water.
Topografie
Verschil in hoogte (op het land)
Bathymerie
verschil in diepte van de oceaanbodem.
abyssale vlaktes
de vlakke zeebodem die op een diepte van 4 tot 5km onder zeeniveau ligt.
mid-oceanische ruggen
een soort bergen onder water, zo’n 2,5 km boven de abyssale vlaktes
diepzeetroggen
langgerekte troggen waarin de zeebodem tot wel 10,9 km onder de zeespiegel ligt.
Hypsometrische curve
op de verticale as de hoogte van het aardoppervlak en op de horizontale as het percentage van het aardoppervlak, dit laat zien dat maar een klein deel van het aardoppervlak zich op zeer hoge hoogte of op zeer grote diepte bevindt.
Organische chemicaliën
een koolstofhoudende verbinding dat voorkomt in levende organismes of heeft eigenschappen die lijken op die van verbindingen in levende organismes
Mineralen
een vast, natuurlijke stof waarin atomen zijn gerangschikt in een ordelijk patroon.
Glas
een vaste stof waarin de atomen niet zijn gerangschikt
Smelt
een samenhangend geheel van minerale kristallen of korrels, of een grote hoeveelheid van natuurlijk glas
Korrels
Óf een individueel kristal óf een individueel fragment afgeleid van een ooit eerder groter mineraal of gesteente
Sediment
een opeenhoping van losse (niet-geconsolideerde) korrels
Metaal
een vaste stof volledig bestaand uit metaalatomen
Vluchtige stoffen
een materiaal dat kan veranderen in gas onder de omstandigheden gevonden op aarde
Silicaat gesteente
Gesteente bestaand uit silicium mineralen
Geothermische gradiënt (geotherm)
de toename (/afname) van de temperatuur met de diepte.
Aardbeving
de plotselinge beweging die trilling genereert, en het trillen van de grond dat ontstaat wanneer deze trillingen het aardoppervlak bereiken
Korst
De buitenste laag van de aarde.
Continentale korst
25 tot 70 km dik, de dunste stukken ontstaan bij riften, onder bergen zijn de dikste stukken korst, continentale korst bestaat uit meerdere gesteentes, het bovenste gedeelte bestaat gemiddeld uit minder mafisch gesteente dan oceanische korst
oceanische korst
7 tot 10 km dik, de bovenkant (ongeveer 1 km) zijn losse sedimenten, daaronder zit een laag van basalt en daaronder een laag van gabbro
Moho
De grens tussen de aardkorst en de mantel. De diepte van deze grens ligt tussen de 7 en 70 kilometer.
Mantel
2820 tot 2890 km dik en bestaat enkel uit peridotiet
bovenmantel
betaat tot een diepte van 660 km
transitiezone
tussen de boven- en ondermantelen ligt tussen de 410 en 660 km.
convectie
warmteoverdracht door te stromen. Een verschil in temperatuur veroorzaakt een verschil in dichtheid, maar ook door druk
kern
bestaat grotendeelt uit ijzer, deze ligt op een diepte van 2890 tot 6371 km (middelpunt van de aarde)
lithosfeer
buitenste vaste laag van de aarde dat niet stroomt
lithosferische mantel
het gedeelte van de mantel dat bij de lithosfeer hoort
asthenosfeer
het gedeelte van de mantel dat kan stromen en convectie ondergaat
gesteentecyclus
de progressieve transformatie van het ene gesteente naar het andere
cyclus
een serie van onderling vefbonden gebeurtenissen of stappen die achtereenvolgens gebeuren en die herhaald kunnen worden
massa-overdrachtcyclus (mass-transfer cycle)
materialen worden fysiek overgedragen tussen verschillende compponenten van het aardsysteem
reservoir
elke component dat het materiaal vasthoudt
verblijftijd (residence time)
de tijd gedurende een materiaal in zo’n gegeven reservoir blijft