Aardsystemen termen Marshak

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/49

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze bevatten de termen uit: H2, interlude C,

Last updated 8:52 AM on 10/5/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

50 Terms

1
New cards

Interstellar space

het gedeelte tussen de sterren in.

2
New cards

Vaccuum

afwezigheid van materie. Minder dan 1 atoom per liter.

3
New cards

Kosmische straling (cosmic rays)

hoge-energie atoomkernen afgschoten in de ruimt met extreme snelheid door supernova-explosies.

4
New cards

Astronomical Unit (AU)

de afstand tussen de zon en de aarde (≈150 miljoen kilometer). Dit is een eenheid.

5
New cards

Oortwolk (Oort Cloud)

een veronderstelde wolk van vele miljarden komeetachtige objecten rondom het zonnestelsel

6
New cards

Heliosfeer

Op 200 AU, hierin zitten vooral zonnewind deeltjes, elektronen en protonen.

7
New cards

Kuiper Belt

Op een afstand van 30 tot 55 AU, een diffuse ring van ijzige objecten die ooit de buitenste regionen van de protoplanetaire schijf vormden.

8
New cards

interplanetaire ruimte

Gedeelte vanaf Neptunus naar de zon. De concentratie atomen neemt toe tussen de 5000 en 100.000 liter. 

9
New cards

magneetveld van de aarde

Dipool (noord- en zuidpool).

10
New cards

geografische pool

De magnetische pool die zich dicht bij de noordelijke geografische pool bevindt als de noord(elijke) magnetische pool.

11
New cards

magnetosfeer

Het gebied binnen het magnetisch schild

12
New cards

Magnetische veldlijnen

(Denkbare) lijnen die de richting/vorm van het magneetveld aangeven

13
New cards

aurorae

poollicht

14
New cards

atmosfeer

begint ongeveer op zo’n 600 km van de aarde vandaan. Het is de gasmantel die de aarde omhult

15
New cards

Systeem aarde

de combinatie van de componenten (hydrosfeer, cryosfeer, biosfeer en de vaste aarde) en de interactie tussen dezen.

16
New cards

habitable zone

planeten liggen op een afstand van de zon waar de temperatuur wisselt tussen het kook- en vriespunt van water.

17
New cards

Topografie

Verschil in hoogte (op het land)

18
New cards

Bathymerie

verschil in diepte van de oceaanbodem.

19
New cards

abyssale vlaktes

de vlakke zeebodem die op een diepte van 4 tot 5km onder zeeniveau ligt.

20
New cards

mid-oceanische ruggen

een soort bergen onder water, zo’n 2,5 km boven de abyssale vlaktes

21
New cards

diepzeetroggen

langgerekte troggen waarin de zeebodem tot wel 10,9 km onder de zeespiegel ligt.

22
New cards

Hypsometrische curve

op de verticale as de hoogte van het aardoppervlak en op de horizontale as het percentage van het aardoppervlak, dit laat zien dat maar een klein deel van het aardoppervlak zich op zeer hoge hoogte of op zeer grote diepte bevindt.

23
New cards

Organische chemicaliën

een koolstofhoudende verbinding dat voorkomt in levende organismes of heeft eigenschappen die lijken op die van verbindingen in levende organismes

24
New cards

Mineralen

een vast, natuurlijke stof waarin atomen zijn gerangschikt in een ordelijk patroon. 

25
New cards

Glas

een vaste stof waarin de atomen niet zijn gerangschikt

26
New cards

Smelt

een samenhangend geheel van minerale kristallen of korrels, of een grote hoeveelheid van natuurlijk glas

27
New cards

Korrels

Óf een individueel kristal óf een individueel fragment afgeleid van een ooit eerder groter mineraal of gesteente

28
New cards

Sediment

een opeenhoping van losse (niet-geconsolideerde) korrels

29
New cards

Metaal

een vaste stof volledig bestaand uit metaalatomen

30
New cards

Vluchtige stoffen

een materiaal dat kan veranderen in gas onder de omstandigheden gevonden op aarde

31
New cards

Silicaat gesteente

Gesteente bestaand uit silicium mineralen

32
New cards

Geothermische gradiënt (geotherm)

de toename (/afname) van de temperatuur met de diepte.

33
New cards

Aardbeving

de plotselinge beweging die trilling genereert, en het trillen van de grond dat ontstaat wanneer deze trillingen het aardoppervlak bereiken

34
New cards

Korst

De buitenste laag van de aarde.

35
New cards

Continentale korst

25 tot 70 km dik, de dunste stukken ontstaan bij riften, onder bergen zijn de dikste stukken korst, continentale korst bestaat uit meerdere gesteentes, het bovenste gedeelte bestaat gemiddeld uit minder mafisch gesteente dan oceanische korst

36
New cards

oceanische korst

7 tot 10 km dik, de bovenkant (ongeveer 1 km) zijn losse sedimenten, daaronder zit een laag van basalt en daaronder een laag van gabbro

37
New cards

Moho

De grens tussen de aardkorst en de mantel. De diepte van deze grens ligt tussen de 7 en 70 kilometer.

38
New cards

Mantel

2820 tot 2890 km dik en bestaat enkel uit peridotiet

39
New cards

bovenmantel

betaat tot een diepte van 660 km

40
New cards

transitiezone

tussen de boven- en ondermantelen ligt tussen de 410 en 660 km.

41
New cards

convectie

warmteoverdracht door te stromen. Een verschil in temperatuur veroorzaakt een verschil in dichtheid, maar ook door druk

42
New cards

kern

bestaat grotendeelt uit ijzer, deze ligt op een diepte van 2890 tot 6371 km (middelpunt van de aarde)

43
New cards

lithosfeer

buitenste vaste laag van de aarde dat niet stroomt

44
New cards

lithosferische mantel

het gedeelte van de mantel dat bij de lithosfeer hoort

45
New cards

asthenosfeer

het gedeelte van de mantel dat kan stromen en convectie ondergaat

46
New cards

gesteentecyclus

de progressieve transformatie van het ene gesteente naar het andere

47
New cards

cyclus

een serie van onderling vefbonden gebeurtenissen of stappen die achtereenvolgens gebeuren en die herhaald kunnen worden

48
New cards

massa-overdrachtcyclus (mass-transfer cycle)

materialen worden fysiek overgedragen tussen verschillende compponenten van het aardsysteem

49
New cards

reservoir

elke component dat het materiaal vasthoudt

50
New cards

verblijftijd (residence time)

de tijd gedurende een materiaal in zo’n gegeven reservoir blijft