1/36
Looks like no tags are added yet.
Operator:
Deel van het DNA gelegen tussen de promoter en de start van de genen, waarmee een repressorproteïne bindt om transcriptie te blokkeren
β-adrenergische receptor:
specifieke receptor in de plasmamembraan die adrenaline met hoge affiniteit en specificiteit bindt en daardoor in een geactiveerde toestand komt
Glycogeen synthase:
enzym dat door fosforylatie via proteïne kinase A geïnactiveerd wordt, waardoor glycogeenopbouw stopt
Glycogeen fosforylase:
enzym dat door fosforylatie via proteïne kinase A geactiveerd wordt, waardoor glycogeenafbraak gestimuleerd wordt
Energiecyclus (ATP ADP-systeem)
zelfregulerend systeem waarbij de totale hoeveelheid ATP + ADP ongeveer constant blijft in de cel, zodat een verandering in de ene automatisch de andere en de bijhorende enzymactiviteiten beïnvloedt
Cyclus van reducerend vermogen:
zelfregulerend systeem gebaseerd op de constante totale hoeveelheid NADH + NAD+ en FAD + FADH2 in de cel, analoog aan het ATP
Amplificatie-effect (signaaltransductie): verschijnsel waarbij een zeer lage concentratie van het oorspronkelijke signaal (bv
verschijnsel waarbij een zeer lage concentratie van het oorspronkelijke signaal (bvhormoon in nM) leidt tot veel hogere concentraties van downstream producten (bcAMP in μM, glucose in mM)
Vloeistofscintillatieteller:
toestel waarmee de radioactiviteit van stalen met radioactief gemerkte stoffen gemeten wordt
Vetzuursynthetase:
multi-enzymcomplex waarin alle enzymen van de vetzuursynthese samen zitten, met een molecuulgewicht tot 2 miljoen dalton, waarbij tussenproducten niet vrijkomen maar direct doorgegeven worden van het ene enzym naar het andere
Allosterische regulatie:
verandering van enzymactiviteit door binding van kleine moleculen via zwakke bindingen op een regulatorische plaats van het enzym, wat een beperkte conformatieverandering veroorzaakt
Allosterische inhibitor:
kleine molecule die bindt op de regulatorische plaats van een enzym en de conformatie van de actieve plaats verslechtert, waardoor de enzymactiviteit daalt
Allosterische activator:
kleine molecule die bindt op de regulatorische plaats van een enzym en de conformatie van de actieve plaats verbetert, waardoor de enzymactiviteit stijgt
Feedbackinhibitie:
vorm van allosterische regulatie waarbij het eindproduct van een biosyntheseweg het eerste enzym van diezelfde weg inhibeert, zodat nieuwvorming afgeremd wordt zodra het eindproduct accumuleert
Fosfofructokinase:
enzym dat de glycolysereactie van fructose-6-fosfaat en ATP naar fructose-1,6-bisfosfaat en ADP katalyseert, en dat bij hoge ATP-concentraties allosterisch geïnhibeerd wordt
Covalente modificatie:
regulatie van enzymactiviteit door het binden van een groep op het enzym via een covalente binding, in tegenstelling tot de zwakke bindingen bij allosterische regulatie
Proteïnefosforylatie:
meest voorkomende vorm van covalente modificatie waarbij een fosfaatgroep afkomstig van ATP covalent gebonden wordt op serine, threonine of tyrosine residu's van een enzym
Proteïne kinase:
enzym dat de fosforylatie van andere enzymen katalyseert op een specifieke herkenningssequentie, en zo hun activiteit kan verhogen of verlagen
Proteïne fosfatase:
enzym dat de fosfaatgroep terug verwijdert van een gefosforyleerd enzy
Proteolytische regulatie:
mechanisme waarbij een gedeelte van een enzym afgeknipt wordt, waardoor het geactiveerd wordt of gevoelig wordt voor een regulatorisch proteïnE
Constitutieve proteïnen:
proteïnen die altijd gemaakt worden door de cel, ongeacht de omstandigheden, in wisselende hoeveelheden per cel
Induceerbare proteïnen:
proteïnen die enkel gemaakt worden wanneer een bepaalde stof, de inductor, aanwezig is
Represseerbare proteïnen:
proteïnen die normaal steeds gemaakt worden, behalve wanneer een bepaalde stof, de repressor, aanwezig is
Promoter:
sequentie op het DNA die het open leesraam voorafgaat en waar het RNA polymerase de afschrijving start
Terminator:
sequentie op het DNA waar het RNA polymerase stopt met de afschrijving
Transcriptiefactor:
regulatorisch proteïne dat bindt met korte specifieke DNA-sequenties in de promoter en zo de binding van het RNA polymerase kan stimuleren of inhiberen
Operon:
geheel van meerdere genen die vlak naast elkaar liggen en samen worden afgeschreven tot één boodschapper RNA, vaak voorkomend bij prokaryoten en zeldzaam bij eukaryoten
Lactose operon:
operon bij Escherichia coli bestaande uit drie genen die coderen voor β-galactosidase, lactose permease en een regulatorisch proteïne, en dat pas wordt afgeschreven wanneer lactose het repressorproteïne inactiveert
Tryptofaan operon:
operon bij Escherichia coli met vijf genen voor de biosynthese van tryptofaan, waarvan de afschrijving geblokkeerd wordt door een repressorproteïne zodra tryptofaan aanwezig is
G-proteïne:
proteïne dat voorkomt in een GTP-gebonden actieve vorm en een GDP-gebonden inactieve vorm, met eigen GTPase-activiteit waardoor het zichzelf inactiveert
Adenylaat cyclase:
regulatorisch enzym dat met ATP als substraat kleine hoeveelheden cAMP produceert
cAMP (cyclisch AMP):
intracellulaire tweede boodschapper die het cAMP-afhankelijk proteïne kinase (proteïne kinase A) activeert
Tweede boodschapper:
regulatorische stof zoals cAMP die intracellulair geproduceerd wordt na activatie door een hormoon, het eerste boodschapper
Proteïne kinase A:
cAMP-afhankelijk proteïne kinase bestaande uit twee regulatorische en twee katalytische subeenheden, waarbij binding van cAMP de katalytische subeenheden vrijzet en activeert
In vitro:
experimenten uitgevoerd buiten de cel met geïsoleerde systemen zoals kleine moleculen, enzymen of membranen
In vivo:
experimenten uitgevoerd met levende cellen
Radioactieve tracer:
radioactief gemerkt substraat zoals 14C, 3H of 32P gebruikt om het verloop van metabolische wegen in vivo te bestuderen
Mutant-analyse (bij micro-organismen):
methode waarbij door opstapeling van intermediairen te meten na toevoegen van substraat aan mutanten met een uitgeschakeld enzym, de positie van dat enzym in een metabolische weg wordt bepaald