1/278
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
fungi nederlands
zwammen
mold
schimmel
= zwammen die geen paddenstoelen maken => planten zich aseksueel voor
zwamvlok
mycelium
rol fungi in ecosystemen
-> mycorrhiza
-> recycleerders (van C)
-> parasieten => regulatie populatie
-> voedselbron
-> neerslag
Mycorrhiza
-> mycelium verbonden met worteltopjes bomen => voeden zich met suiker van de boom
-> boom krijgt hulp bij opnemen van water en nutriënten + bescherming van de wortels
-> boom kan leven zonder, zwam niet
zwammen als regenmakers
hypothese: sporen van zwammen kunnen dienen als condensatiekern (druppels vormen op opp), ze scheiden soms ook suikers af die hydrofiel zijn
belang voor de mens (fungi)
-> biotransformaties (gisting)
-> metabolieten aangemaakt door fungi (vb antibiotica-peniciline)
-> enzymatische activiteit (60% industriële enzymes aangemaakt door fungi)
-> voedsel
-> biocontrole (parasieten inzetten als bestrijdingsmiddel)
fungi als biocontrole
-> parasieten inzetten als bestrijdingsmiddel
-> best een vrij specifieke parasiet dat niet alle insecten worden vernield
-> populatie van de pest moet al een zekere grootte bereikt hebben vooraleer het effectief is => in een serre wil je niet je bladluispopulatie laten groeien zodat de bestrijding daarna efficiënter zou zijn..
mycoses
zwam gebruikt mens als substraat
-> op de huid = dermatofieten, minst gevaarlijk, houden van keratine
=> schimmels die makkelijk behandeld kunnen worden
=> bij verzwakte mensen kan dit wel gevaarlijk zijn
Amoebozoa
slijmzwammen en cellulaire slijmzwammen
Opisthokonta
o.a .Fungi en Metozoa met de Animalia
Chromalveolata
diverse protisten, typisch bikonten, hiertoe behoren de Stramenopila waarin we de Pseudofungi (Schijnzwammen) behandelen.
Rhizaria
amoeboïden, vaak met schaaltjes, bikonten. Tot deze groep behoort ook een heel apart groepje: de Phytomyxa, de vroegere Plasmodiophoromycota of parasitaire slijmzwammen
definitie fungi
-> heterotroof
-> eukoryoten
-> voeding door absorptie! => verschil met dier
-> diffuus lichaam: thallus of mycelium (hyfen)
-> chitine en cellulose in wand van hyfen
-> vp adhv sporen
hyfen
= langgerekte, vertakkende celdraden die samen een mycelium vormen
-> kunnen blijven groeien in de lengte
-> meerlagige wand met o.a. chitine => stevigheid
-> meestal septa => stevigheid maar het zijn GEEN aanelkaarhangende cellen, eerst lange buis daarna septa
-> 3 functionele zones: groei-, voeding- en differentiatiezone
mycelium slijmzwam
slijmzwammen hebben GEEN mycelium => wel gigacel, een plasmodium (lijkt op een slijmpje) en deze beweegt en laat een soort slakkenspoor na
-> pseudozwammen hebben dit WEL
lichaamsvormen fungi
-> multinucleate hyfe
-> unicellulaire gistcellen
-> chytridiale thallus => bolvormig nucleaat deel en slanke, vertakte, anucleate rhizoïden
-> naakte cel of coenocyte => geen celwand vermoedelijk door endoparasitaire levenswijze
-> multicellulair thallus
fungi zijn C-heterotroof
-> saprotrofen: verwerken dood plantenmateriaal
-> symbionten
-> parasieten: obligaat parasitair (kunnen niet zonder gh te doden), parasieten die lang samenleven met gh en plagen die gh echt ziek maken
sporen fungi
-> veel kleiner dan die van mossen of varens
-> aseksuele sporen
-> seksuele sporen
-> zoosporen (beweeglijk)
-> aplanosporen (onbeweeglijk)
-> endo-/exosporen (in sporendoosje of niet)
athrosporen
= thallospore
-> aseksueel
-> hyfe deelt zich op in heel veel kleine deeltje en valt uiteen
chlamydosporen
-> hebben extra dikke wand en kunnen in extreme omstandigheden overleven
rol sporen
-> kolonisatorisch: vb beschimmelde appelsien gaat heel veel sporen produceren om meerdere vruchten te koloniseren
-> seksueel
-> oorlogsrol: als spore kiemt => zwamdraadje (1e hyfe) => maakt zwamvlok => als zwamvlokken botsen seksuele vm
als 2 verschillende zwamvlokken elkaar raken kan het zijn dat ze elkaar gaan proberen vernietigen adhv 'kamikaze' sporen
seksleven zwammen simpel
kieming sporen -> ontwikkeling mycelium -> raken elkaar -> plasmogamie (versmelting) -> karyogamie (kernen vinden elkaar) -> meiose
sporenkieming
-> zwellen door opname water -> veel enzymatische act -> evt. extra wandlagen aanleggen -> vorming zwamdraad (hyfe)
=> bij slijmzwammen ipv hyfe een eencellige die uit de sporen komt
Zwam
fungus, feitelijke organisme
Hyfen
langgerekte celdraden
Zwamvlok
mycelium, hyfen vormen dit samen
Paddenstoel
sporenvormend lichaam ~ vruchtlichaam
Schimmel
zwam die geen paddenstoelen vormt
Biotransformaties
bepaald substraat wordt omgezet in een ander product door chemische reacties via fungi
Metabolieten
maken fungi aan tijdens hun levenscyclus =organische tussen- en eindproducten van een chemische reactie.
Mycorrhiza-associaties
mycorrhiza tussen fungi en plantenwortels
Mycotoxicoses
Mensen worden ziek door een substraat op te eten dat gecontamineerd is met een zwam die mycotoxines produceert
Mycosen
aantasting van mens of dier door zwam (pathogeen)
Allergene zwammen
gebonden met allergieën
Monofyletisch
een groep organismen (een taxon) bedoeld waarvan aangenomen mag worden dat ze allen dezelfde gemeenschappelijke voorouder hebben
Thallus
vegetatief lichaam bestaande uit hyfen (draadachtige structuren)
Rhizomorfen
duidelijke differentiatie binnen de hyfen
Plectenchym
schijnweefsel
Sclerotium
hard, dikwandig, weinig vochthouden schijnweefsel met veel reservestoffen.
Stroma
Compact vegetatief schijnweefsel waarin of waarop voortplatingsstructuren ontstaan
Carpoforen
vruchtlichamen
Trama
basisweefsel vruchtlichaam
Chylotrofie
absorptie
Saprotroof
leven van dood organisch materiaal
Parasitair
leven van levende organismen en brengen schade toe
Mutualistische symbionten
leven met andere soorten in symbiose (wederzijds voordeel)
Zoösporen
bewegelijke sporen
Opistokonte zoöspore
één gladde flagel, achteraan ingeplant
Anisokonte zoöspore
2 zweepgesels ongelijke lengte
Vedergesel
flagel met haartjes
Pleuroheterokont
vedergesel en zweepgesel staan aan de zijkant ingeplant
Acroheterokont
zweepgesel en vedergesel staan vooraan ingeplant
Aplanosporen
niet bewegelijke sporen
Endosporen
gevormd in sporokyste/ sporendoosje
Conidien
sporen niet in sporendoosje gevormd. Zorgen voor aseksuele voortplanting
Conidiofoor
dragende hyfe (draagt conidium)
Chlamydosporen
rustsporen
Gametogamie/ planogamie
versmelting van beweeglijke gameten
Isogamie
vrouwelijke - en mannelijke gameet even groot en beweeglijk
Anisogamie
vrouwelijke gameet groter, beiden beweeglijk
Oögamie
vrouwelijke groter en onbeweeglijk
Kystogamie
gameten komen niet meer vrij, maar de gametokysten gaan elkaar benaderen en bevruchten (zygogamie: gametokysten morfologisch identiek).
Somatogamie
geen geslachtsorganen meer gevormd maar de "diploïdisatie" wordt uitgevoerd tussen compatibele hyfen.
Agamie
uitvallen van de dikaryofase => er w dus haploïde vruchtlichamen gevormd en er is geen reductiedeling in de basidiën (soort van ongeslachtelijke vp)
Holokarpe organismen
vormen gans hun thallus om tot voortplantingsorgaan
Eukarpe organismen
vormen op slechts gedeelte van thallus voortplantingsorgaan
Fagotrofie
vaste voedseldeeltjes op te nemen door vervorming en uitstulping van de cel
Myxamoeben
niet geflagelleerde cellen van sporen Myxomycetes
Myxoflagellaten
geflagelleerde cellen van sporen Myxomycetes
Plasmodium
slijmerige massa
Chylotrofie
uitwendig verteren en dan opnemen
Aggregatieplasmodium/ pseudoplasmodium
Vorm van plasmodium waarbij amoeben van Dictyostella aggregeren zonder te versmelten
Sporocarp
= sporangium: soort van vruchtlichaam dat gevormd wordt door de druppels die achterblijven van het plasmodium dat voortkruipt, goed ontwikkelde steel met netstructuur
Macrokyste
een zygote die verschillende van zich omringende cellen heeft verteerd en zich inkapselt.
Fusieplasmodium
Vrijlevend, veelkernige massa van protoplasma omsloten door een amorf gelatineus vlies.
Kosmopolieten
wereldwijde verspreiding
Faneroplasmodium
Goed zichtbaar plasmodium, met speciale vertakkingen
Afanoplasmodium
niet zo goed zichtbaar, nog steeds stroming
Protoplasmodium
zeer klein, weinig of geen stroming
Sporokysten
gesteeld vruchtlichaam
Plasmodiokarp
plasmodium gaat delen in stukjes protoplasma, die gaan over in sporocarp
Aethalium
plasmodium gaat volledig over in sporen
Capillitium
Netwerk van draden of holle buizen ontstaan uit vacuolen binnen de sporokyste. Ze liggen rond de sporen
Elateren
als het capitllitium uit vrije hygroscopische draden bestaat
Homothallische soorten
kunnen zich geslachtelijk voortplanten met dezelfde soort schimmeldraden.
Heterothallische soorten
Deze organismen kunnen zich niet zelfbevruchten, maar zijn aangewezen op een genetisch andere partner.
Hypertrofie
knollen/ galachtige structuren door parasitaire zwammen
Hypertrofie
opzwellen van de cellen
Hyperplasie
verhoogde deling van de cellen
Mastigonemen
tubulaire haartjes die op gesel staan
Stramen
flagel
Pilos
haar
TTH's
tripartite tubulaire haartjes
Draad-/ filiplasmodium
netwerk van slijmcellen waarbinnen de cellen leven en bewegen, lijkt oppervlakkig op plasmodium dat door slijmzwammen gevormd wordt
Bothrosomen/ sagenogenen
bijzonder soort wand dat uit een soort schaaltjes van cellen is opgebouwd binnen het slijmnetwerk
Peronosporomyceten
ander woord voor oomycota
Akroheterokont
frontaal ingeplante zweep- en vedergesel
Dimorfische, digenetische cycli
beide soorten zoösporen zijn bewegelijk
Monoplanetische soorten
hebben maar 1 bewegelijke zoöspore